Asociale media

Hier presenteer ik nog maar eens een reeks artikels, nu specifiek over de kwalijke kantjes van de zogenaamde 'sociale media', die heel wat asociale eigenschappen blijken te hebben. Ik bekijk die vanuit verschillende nationale en internationale hoeken; hieronder eerst een overzicht, waarin de titels leiden naar de verschillende secties. In elke sectie leidt de titel naar het originele bericht. Algemeen: schuine tekst is brontekst, of een vertaling uit het Engels m.b.v. DeepL (met hier en daar nog steeds correcties); rechte tekst is van mij.


Inleiding

Een vorig blogartikel ging over het sociale-mediaverbod voor min-16-jarigen, dat ingesteld wordt in Australië, en ook bij ons op de tafel ligt (zie Sociale-mediaverbod)(en Denemarken  en Turkije willen de grens op 15 jaar leggen). Daar was ook al duidelijk dat de zogenaamde sociale media in feite asociale media zijn (zie ook de bespreking van het boek Asociale Media, of hier het eerste hoofdstuk). En het is in Amerika intussen zó duidelijk dat ook de overheid zich moeit.

1 – Mark Zuckerberg wil dat Facebook zich richt op jongere gebruikers – Zoë Neeft, XGN, 27-10-2021

Zuckerberg voelt Facebook tanen, en besluit zijn jachtveld uit te breiden. De lengte van het bericht is afgestemd op de leesaandachtsspanne van gamers.

2 – Niet alleen maar zorgwekkend: sociale media hebben ook positieve impact op ons welzijn – Romy Veul voor Universiteit Maastricht, 17-08-2023

Je kunt niet stellen dat sociale media alleen maar "goed" of "fout" zijn, en het maakt bovendien een groot verschil of je ze actief of passief gebruikt: de opinie van Philippe Verduyn wordt grondig uiteengezet. Een hele reeks klassieke cliché's passeren de revue: tijdsbesteding, technologie, verantwoordelijkheid van de platformen, en tips voor een beter gebruik. Goed bedoeld, maar nogal eenzijdig positief.

3 – Meta aangeklaagd voor impact op mentale gezondheid van jongeren: "Kan je van sociale media een veilige plek maken?" – Kathleen Heylen, Belga, VRT NWS, 24-10-2023

Merk op dat ook dit artikel, net als het vorige, stamt uit 2023. Ik vermoed toch dat Zuckerberg zich zijn leven anders had voorgesteld. Daarnaast vraag ik mij af of wetenschappelijk onderzoek wel altijd nuttig is.

4 – Meta sued by states claiming Instagram and Facebook cause harm in children and teens – Kate Gibson, CBS News, 17-11-2023

CBS News is al een eeuw lang één van de grote nieuwsorganisaties in de VS. Het artikel is qua inhoud vergelijkbaar met het vorige; het is overal dezelfde miserie.

5 – Antisociale media: wat kan er worden gedaan om te voorkomen dat platforms democratische samenlevingen uit elkaar drijven? – Uri Gal, University of Sydney, 29-01-2024

Een academisch artikel uit Australië, met aandacht voor de invloed van sociale media op democratie. Gaat op sommige punten verder in detail, o.m. over de gevaren van TikTok.

6 – Amerikaanse Senaat ondervraagt Zuckerberg over bescherming minderjarigen online: "Jij hebt bloed aan je handen" – Leslie Hodge, Belga, VRT NWS, 31-01-2024

Een zicht op de ellende die Zuckerberg zelf ondergaat in de Amerikaanse Senaat. Hij heeft het wel zelf gezocht.

7 – De antisociale-mediamovement: hoe merken winnen zonder likes en shares – Kokou Adzo, Businessner, 02-03-2025

Nadat bedrijven zich massaal op sociale media stortten om zich te profileren voor de nieuwe markt, heeft de problematiek rond sociale media een aantal marketingbedrijven aangezet om alternatieve kanalen te zoeken.

8 – Kara Swisher, de vrouw die Musk en Zuckerberg roostert – Dominique Deckmyn, De Standaard, 16-03-2024

Maak kennis met Kara Swisher, een luis in de pels van Big Tech, en haar 'Burn Book'. De Technocraat interviewt.

9 – Weg met de smartphone? 'We hebben een ingrijpende culturele correctie nodig, en wel nu'Jeroen De Preter, Knack, 27-03-2024

Jonathan Haidt kwam al aan bod in Sociale-mediaverbod; hier worden zijn opinies nader belicht, samen met enkele andere. Qua degelijkheid één van de betere artikels.

10 – Wetgeving veroorzaakt almaar meer pop-ups waar we geen blijf mee weten Dominique Deckmyn, 30-03-2024

Niet rechtstreeks over sociale media, wel over een onderliggend aspect, nl. het invasief karakter van Big Tech systemen.

11 – Waarom worden Facebook, Tiktok en co. steeds irritanter?Dominique Deckmyn, 04-04-2024

Hier en daar trekt een witte ridder ten strijde tegen Big Tech. Maak kennis met Cory Doctorov en het begrip 'enshittification'. Facebook toont het voorbeeld. Hoopgevend.

12 – Europese Commissie opent formeel onderzoek naar Meta: zorgen over bescherming van jongeren op Facebook en Instagram – Ulrike Vandamme, Business AM, 17-05-2024

Europa wordt ook wakker. De Europese Commissie neemt eindelijk actie. Het artikel, in een business tijdschrift, is kort en droog, om kritiek op 'de business' te vermijden.

13 – Internationaal – Diversen, 10-2025

Een overzichtje van de meest actuele internationale artikels over 'antisocial media' (weliswaar in oktober '25), met samenvattingen en commentaar.

14 – Interludium – D.A., 10-2025

Over robo-inteelt.

15 – Een AI-chatbot over sociale media – MS Copilot, 10-2025

Een vraag aan Gen-AI over sociale media geeft een bijna interessant overzicht; ik voeg hier en daar commentaar toe. Wat mij echter weer opvalt is de pro-technologische inslag van het antwoord.


1 – Mark Zuckerberg wil dat Facebook zich richt op jongere gebruikers

Zoë Neeft, XGN (een site over gaming), 27-10-2021

Merk op: dit is 2021. Mark Zuckerberg wil graag dat Facebook zich meer gaat focussen op de jongvolwassen (foutje; begin al slecht…) op haar platform. Dit wil Zuckerberg doen door video's een belangrijker onderwerp te maken op het social media-platform. Voor het bekijken van video's heb je geen specifieke cognitieve capaciteiten nodig hebt, en dus kan Zuckerberg daar meer mensen bereiken.

Facebook CEO Mark Zuckerberg wil dat zijn bedrijf zich meer gaat richten op jongvolwassenen (hier OK). De opmerking zou zijn gemaakt tijdens een conference call met investeerders. Dat meldt The Verge. Zuckerberg suggereert dat de groei van gebruikers alleen maar onder oudere mensen plaatsvindt en dat daar verandering in moet komen. Zo werkt de techsector: pushen!

Met veel concurrentie van platformen zoals TikTok zou Facebook meer gebruikers winnen als het platform zich focust op jongvolwassen (hier weer?!; cognitief probleempje als gevolg van gamen?), zelfs als dit ten koste gaat van haar oudere gebruikers (daar ging het toch niet over?). Zo zouden de Reels van Instagram 'net zo belangrijk zijn voor onze producten als Stories'. Volgens Zuckerberg is TikTok 'een van de meest effectieve concurrenten die we ooit hebben gezien'.

De veranderingen van het platform kunnen volgens Zuckerberg nog jaren gaan duren. Het bedrijf wil graag een verschuiving hebben naar video's, zoals ze ook op Instagram hebben gedaan met Reels.

Facebook verliest gebruikers

Volgens The Verge verliest Facebook ook veel gebruikers en zal dat in de toekomst zo blijven (volgens de Keulse carnavalisten: niks blief wie et wor). In de aankomende twee jaar wordt geschat dat het platform 45 procent van haar tienergebruikers zal verliezen. Verder wordt er verwacht dat de doelgroep jongvolwassenen tussen de 20 en 30 jaar ook zal afnemen. Dit is wel stukken minder, namelijk met slechts 4 procent.

Dit was een kort berichtje, zodat lezers hun energie sparen om te gamen.


2 – Niet alleen maar zorgwekkend: sociale media hebben ook positieve impact op ons welzijn

Romy Veul, 17-08-2023

Is het wel zo goed voor ons mentale welzijn om dagelijks tijd door te brengen op platformen die ook negatieve sociale vergelijking in de hand werken? Nou, soms wel! Vreemde gedachtegang. Alsof negatieve sociale vergelijking er nu eenmaal bij hoort…Philippe Verduyn, universitair hoofddocent bij de Faculty of Psychology and Neuroscience (Universiteit Maatsricht), doet al tien jaar onderzoek naar de impact van sociale media op ons welzijn. Zijn belangrijkste conclusie? Je kunt niet stellen dat sociale media alleen maar "goed" of "fout" zijn. Nogal wiedes. Niets is immers alleen maar goed of fout. Het leven is niet zwart/wit. Hoe dat zit, legt hij graag uit. Ook deelt hij vier tips waarmee je voorkomt dat jij je slechter voelt door sociale media.

De positieve aspecten van sociale media

In de media is veel aandacht voor de mogelijke (alsof daar nog iemand aan twijfelt?) negatieve gevolgen van sociale media, met name onder jongeren. Verduyn snapt die zorgen wel. Toch gelooft hij niet dat de populariteit van platformen als Instagram en TikTok één en al zorgwekkend is. Sterker nog, hij ziet ook de positieve kanten van sociale-media-platformen in (ja, dat moet wel, als je niet vindt dat de toestand zorgwekkend is). "Je kunt via sociale media de interactie aangaan met mensen die je anders misschien niet tegen het lijf was gelopen. Klopt, maar dat is niet altijd zonder gevaar. Het kan ontspannend zijn als je leuke of grappige content tegenkomt. Die kan je ook in een krant of een blog tegenkomen. Daarnaast kunnen mensen via sociale media steun vinden of herkenbaarheid vinden in gebruikers die dezelfde struggles hebben (en in een fuik belanden)". Weer die negatie van negatieve aspecten.

Passief vs. actief gebruik

Een van de dingen waar Verduyn naar kijkt, is of het voor de impact van platformen als Instagram of TikTok uitmaakt of je sociale media actief of passief gebruikt. "Actief gebruik, zoals zelf berichten plaatsen of reageren op anderen, kan een positief gevoel van verbondenheid creëren", zo legt hij uit. Daarbij brengt hij wel meteen een nuance aan: "Actief gebruik kan positief werken als je leuke reacties krijgt op je berichten of fijne persoonlijke gesprekken aangaat via DM's (direct messages, d.i. gerichte berichten). Maar als je een keer minder likes op een post krijgt (of zelfs dislikes) of vervelende DM's ontvangt, kun je je door actief gebruik juist slechter voelen". Als je door actief gebruikt reacties uitlokt, krijg je gehaaid ook negatieve.

Bij passief gebruik leiden veel typen content eerst tot negatieve vergelijking. Het is mij niet duidelijk waarom dit bij passief gebruik anders zou zijn dan bij actief gebruik. Verduyn verduidelijkt hoe dat werkt: "Bij passief gebruik zien we dat successen van anderen een gevoel van minderwaardigheid kunnen triggeren, in elk geval als het gaat over thema's die voor de gebruiker belangrijk zijn". "Maar," zo voegt Verduyn toe, "de ene persoon is eerder geneigd om zichzelf met anderen te vergelijken via social media dan een ander persoon. Mensen die neuroticisme (o.a. piekeren en angst om fouten te maken) vertonen, negatieve gedachten hebben, depressief zijn of een laag zelfbeeld hebben, zijn gevoeliger voor sociale vergelijking". Inderdaad, maar wat is dan zijn punt? Wil hij zeggen dat je beter actief gebruikt dan passief? Om de passieve gebruikers vervolgens te kunnen negeren?

Verder kijken dan de tijdsbesteding op sociale media

Al meer dan tien jaar (veel meer zal het niet zijn; hij is pas in 2012 afgestudeerd, dit artikel is van 2023) houdt Verduyn zich in zijn onderzoek bezig met de relatie tussen sociale media en welzijn. Hoe kan hij dan nog altijd positief blijven? "In die tijd is er veel veranderd binnen dit onderzoeksveld", zo merkt hij op. "In de eerste studies lag de focus standaard op het verband tussen de tijd die we op sociale media doorbrengen en ons welzijn. Het bleek dat er wel een negatief verband is – mensen ervaren iets minder welzijn naarmate ze langer op sociale media zitten (als gevolg van de negatieve inhoud) – maar dat is een heel klein verband (dit zegt weinig)".

Al snel werd Verduyn en zijn collega's duidelijk dat het belangrijk is om verder te kijken dan het tijdsaspect. OK. "De hoeveelheid tijd zegt niets over wat mensen op sociale media doen", zo benadrukt hij (nogal logisch…). "Er kleven duidelijke positieve en duidelijke negatieve aspecten aan sociale media. Wij zijn vooral benieuwd hoe mensen sociale media positief of negatief gebruiken, waar de relatie tussen sociale-media-gebruik en welzijn van afhangt en hoe dit verschilt tussen mensen. Daarin spelen allerlei factoren mee". OK. Gaat er nog iets komen?

Zorgen over technologie zijn van alle tijden

Verduyn gelooft stellig dat sociale media niet áltijd goed of áltijd slecht zijn voor ons welzijn. Met zwart/wit standpunten komen we immers nergens. "We zien de negatieve aspecten vaker bij mensen die van zichzelf een laag zelfbeeld hebben, depressief zijn of gevoelig zijn voor sociale vergelijking. Maar sociale media zijn niet van zichzelf destructief. Gebrekkige aspectscheiding: wat bedoelen we met sociale media? De applicatie Facebook is op zichzelf niet destructief, maar daarin verschijnt inhoud die wel degelijk destructief is, en mogelijk zelfs zo bedoeld. Iemand die onzeker is over zijn of haar uiterlijk en vooral accounts volgt over body positivity (er is nochtans weinig positief aan overgewicht), kan bijvoorbeeld juist positiever naar zichzelf gaan kijken door sociale media". Toch een vreemde redenering, vind ik. (1) De rommel op sociale media is goed in staat om ook mensen met een positief zelfbeeld een slecht gevoel te geven. (2) Het aanvaardbaar maken van negatieve fenomenen als overgewicht kan misschien positief zijn voor een individu, maar het is negatief voor de maatschappij.

In dat opzicht ziet Verduyn een overeenkomst tussen de opkomst van sociale media en de komst van andere technologieën de afgelopen decennia. "Als er nieuwe technologie komt, wordt er altijd gewaarschuwd voor de destructieve gevolgen ervan. Dat zag je ook toen de tv werd uitgevonden en toen het internet werd uitgerold. We staan steeds voor dezelfde uitdaging: hoe ga je met dit soort ontwikkelingen om? Hoe integreer je de technologie op zo'n manier in je leven dat het je dient en dat je je er niet slechter door voelt? Het blijft een proces dat iedereen met vallen en opstaan leert". (1) Maar daar ligt precies een kern van het probleem: 'iedereen'. Letterlijk iedereen is in staat rommel te publiceren (al dan niet met opzet), wat in het geval van TV helemaal niet kon, en op internet minder evident was. Slechte vergelijking. (2) Bovendien kan je je afvragen waarom de techsector zoveel vrijheid krijgt om de maatschappij te overrompelen met producten die nadelen vertonen.

De verantwoordelijkheid van sociale-media-platformen

Welke verantwoordelijkheid hebben platformen als Facebook en Instagram zelf in dit geheel? Interessante vraag. Verduyn vindt dat een lastig vraagstuk. Ja, dat snap ik. "Sociale media hebben zeker een verantwoordelijkheid om hun negatieve impact zoveel mogelijk te beperken en positieve impact te bevorderen. Voor wie? Tegelijkertijd schuilt er achter sociale media een verdienmodel. Juist, ja. De platformen verdienen meer advertentie-inkomsten door de aandacht van gebruikers zo lang mogelijk vast te houden. Dat doen ze door content te tonen die jouw aandacht trekt. Dat is misschien niet altijd de content die goed voor jou is". Nogal voorzichtig uitgedrukt. Die 'platformen' zuigen de maatschappij leeg.

Verduyn ziet één verantwoordelijkheid die de platformen in elk geval kunnen nemen. Of die ze in zijn ogen zelfs móeten nemen. "Sociale media moeten meer data beschikbaar stellen voor onafhankelijk onderzoek naar het gebruik van deze platformen", stelt hij resoluut. Nu breekt mijn klomp. Eerst de indringer verwelkomen, en dan beleefd vragen dat hij zich uitkleedt. Ge zijt bedot eer het zover komt. "Het is nu een oneerlijke wedstrijd. Wij proberen onderzoek te doen, maar hebben slechts beperkte toegang tot data. Ondertussen beschikken de platformen zelf over heel gedetailleerde informatie. Daar zijn ze ook net op uit, met niet al te propere motieven, dus die informatie gaan ze allicht niet delen. Als zij meer beschikbaar stellen voor de wetenschap, kunnen wij beter onderzoeken hoe sociale media ons welzijn positief en negatief beïnvloeden en waar dat aan ligt. Hebt ge daar nu echt nog onderzoek voor nodig? Daar hebben de platformen ook veel aan (vergeet het; die willen geen sluiting riskeren)".

Tips voor positief sociale-media-gebruik

Wat gebruikers zelf kunnen doen om te voorkomen dat ze zich door sociale media slechter gaan voelen? Verduyn heeft een paar tips:

  • Kijk kritisch hoeveel tijd je op sociale media doorbrengt. Toch de schermtijd-insteek; alvast een partiële oplossing. Verduyn licht toe: "We zien dat sociale media wél een sterke negatieve impact op je welzijn hebben als je er excessief (zwart/wit poging; werkt niet) veel tijd aan besteedt en je sociale-media-gebruik kenmerken van verslaving vertoont. Nog een vreemde redenering. Het is niet die tijd die verslaving veroorzaakt, wel omgekeerd. Merk je dat je afhankelijk bent van sociale media en geïrriteerd raakt als je het even niet kunt gebruiken? Of gaat jouw sociale-media-gebruik ten koste van bijvoorbeeld afspreken met mensen of sporten? Dan is minderen een goed idee". Minderen? Of afkicken? Softie.
  • Herken je valkuilen en ontdek wat werkt voor jou. "Je mag daarbij best afwijken van sociale conventies (moet je daar ook nog energie in steken…)," benadrukt Verduyn, "bijvoorbeeld door niet altijd acuut op DM's ('Direct Messages', tussen zender en ontvanger, dus niet openbaar) te reageren als dat jou rust geeft. Sinds wanneer is dat trouwens een sociale conventie?
  • Ontvolg accounts als je merkt dat ze je geen goed gevoel geven of demp ze tijdelijk, zodat je nieuwe berichten niet in je tijdlijn ziet verschijnen. Of verwijder je eigen account…
  • Realiseer je dat een deel van de dingen die je ziet een vertekend beeld geeft. Verduyn: "Mensen hebben altijd de neiging om een positief beeld van zichzelf te creëren naar de buitenwereld toe. Schone schijn. Patricia Routledge wist er alles van. Als je mensen op bezoek krijgt, ruim je ook je huis net iets beter op dan anders om jezelf van je beste kant te laten zien. Dat is op sociale media niet anders en dat is belangrijk om je bewust van te zijn". En om wat mee te doen? Onderlinge vergelijking heeft nog nooit een ander effect gehad, platform of niet.

Ik moet toch constateren dat één van de weinige positieve artikelen over sociale media niet bepaald realistisch is. En nogmaals: je kan negativiteit niet verminderen door positiviteit te benadrukken. De huidige wereldtoestand worden enkel positiever door negatieve aspecten te verwijderen.


3 – Meta aangeklaagd voor impact op mentale gezondheid van jongeren: "Kan je van sociale media een veilige plek maken?"

Meer dan 30 Amerikaanse staten hebben een klacht ingediend tegen Meta, het bedrijf achter onder meer Facebook en Instagram. Volgens hen schaden die platformen de gezondheid van jongeren en is het enige doel winst maken. "Onderzoek wijst niet uit dat sociale media algemeen en met zekerheid de gezondheid schaadt, maar er zijn wel gevaren", zegt professor Communicatiewetenschappen Laura Vandenbosch. Tim Verheyden, expert sociale media bij VRT NWS, vraagt zich af of je van sociale media "een absoluut veilige plek" kan maken. Onderzoek wordt weer gebruikt om geen beslissing te moeten nemen over een probleem dat iedereen op zijn klompen aanvoelt.

Kathleen Heylen, Belga, 24-10-2023

De procureurs-generaal van 33 Amerikaanse staten dienden hun aanklacht in bij een federale rechtbank in Oakland, in Californië. De impact van socialemediaplatformen als Instagram en Facebook op jonge gebruikers staat centraal. Volgens de tekst draagt Meta met zijn "verslavende" platformen bij tot een "mentale-gezondheidscrisis bij jongeren". Het bedrijf moet daarvoor verantwoordelijk gehouden worden. We zijn bijna drie jaar later; de discussies lopen nog altijd. Komt ervan als je absoluut iets wil bewijzen via onderzoek dat vervolgens gesaboteerd wordt.

Meta heeft herhaaldelijk het publiek misleid over de substantiële gevaren van zijn platformen, klinkt het. Het heeft willens en wetens jonge kinderen en tieners verleid tot verslavend en dwangmatig gebruik van sociale media. Gevolg: problemen zoals depressie, angst, slapeloosheid, verstoord leergedrag en heel wat andere negatieve zaken.

Lees ook: Hoe hou je gsm-gebruik bij jongeren gezond? "Behandel je smartphone als een hond"

"Meta gebruikt krachtige en ongeziene technologieën om kinderen en tieners te verleiden, aan zich te binden en uiteindelijk te verstrikken. Het uiteindelijke doel is winst", staat te lezen. Meta streeft er volgens de aanklacht naar om jongeren zoveel mogelijk tijd te laten doorbrengen op sociale media, goed wetende dat het brein van kinderen en tieners erg vatbaar is voor de nood aan goedkeuring door anderen. Onder de vorm van likes voor wat ze posten, bijvoorbeeld.

De aanklacht stelt ook dat Meta in het openbaar heeft verklaard dat zijn platformen niet schadelijk zijn (terwijl iedereen het tegendeel kan zien :-), terwijl het bedrijf daar volgens eigen onderzoek wel degelijk van op de hoogte was. Er worden in de aanklacht ook allerlei suggesties gedaan om de veiligheid te verhogen.

Meta: "Ontgoocheld over deze stap"

Ontgoocheld, haha. Naast de 33 Amerikaanse staten die een gezamenlijke aanklacht indienden, zijn er nog 9 andere staten die een gelijkaardige rechtszaak aangespannen hebben. En eerder dit jaar dienden advocaten die meer dan 100 gezinnen vertegenwoordigen in de VS een gelijkaardige klacht in tegen Meta, Snapchat, Google en ByteDance (het bedrijf achter TikTok). Die zaak loopt nog. De advocaten hebben in een verklaring de aanklacht van de 33 Amerikaanse staten ondersteund.

Meta zegt in een korte reactie ontgoocheld te zijn en wijst erop dat het jonge gebruikers net ondersteunt (om veel te gebruiken) en tieners online wil beschermen (wil, maar niet kan). "In plaats van met bedrijven in de hele industrie samen te werken om duidelijke, leeftijdsgeschikte standaarden voor apps voor tieners te ontwikkelen, hebben de procureurs-generaal dit pad gekozen", klinkt het (het gerechtelijk pad; een pad in zijn korf, in feite).

Eetstoornissen en concentratieproblemen

Instagram en Facebook zijn niet goed voor het welzijn van jongeren. Hebben de Amerikaanse staten een punt in hun aanklacht? Het is wat kort door de bocht gesteld, vindt Laura Vandenbosch, professor Communicatiewetenschappen aan de KU Leuven en gespecialiseerd in sociale media. "We weten dat gebruik van sociale media op bepaalde manieren kan leiden tot negatieve effecten bij sommige mensen. Daar zijn voorwaarden aan gekoppeld. Om algemeen te claimen dat sociale media met zekerheid welzijn schaadt, dat wijst onderzoek niet uit." Opnieuw die combinatie van onderzoek en zwart/wit kijken. Dit werkt écht niet, jongens. Het begint op te vallen hoe dikwijls onderzoek een nadelig status quo bestendigt.

Lees ook: Yana's (21) eetstoornis verergerde door TikTok: bijna helft van jongeren ziet berichten over diëten en mager zijn

Wat weten we dan al wel over die negatieve effecten? "Eetstoornissen bijvoorbeeld. Studies wijzen uit dat gebruikers die op een heel uiterlijk gerichte manier omgaan met sociale media, bijvoorbeeld sterk focussen op influencers en het nemen van selfies, wel degelijk een negatiever lichaamsbeeld ontwikkelen. En dat is een directe oorzaak van eetstoornissen." Dus moeten ze maar niet op een "heel uiterlijk gerichte manier omgaan met sociale media"? Moest die Like-knop echt ingevoerd worden? Zie De kwalijke groei van Facebook.

Over concentratiestoornissen zijn wetenschappers er nog niet uit. "Zijn die concentratiestoornissen een gevolg van sociale media, of zorgen die concentratiestoornissen ervoor dat mensen sociale media op een andere manier gebruiken dan anderen? Huh? Er is wel degelijk een link tussen concentratie en sociale media en smartphonegebruik. Maar of het om een oorzakelijk verband gaat, dat is nog in onderzoek." (1) Weeral onderzoek…? Met onderzoek kan je echt álles in vraag stellen. (2) Komt dit ook van Vandenbosch?

Er zit een grond van waarheid in de stelling dat Meta technologie gebruikt om gebruikers aan zich te binden en zo meer winst te maken. "Die apps zijn zo ontwikkeld dat ze de aandacht trekken, niet alleen van jongeren maar van alle gebruikers. Likes, en andere beloningsmechanismen", zegt Vandenbosch.

De aanklacht is een goede zaak om Meta te wijzen op veranderingen die het kan doorvoeren om kwetsbare gebruikers te beschermen, vindt Vandenbosch. "Er zijn zeker dingen die Meta kan doen. Een actie om hen bewust maken van het onderzoek dat ernaar gevoerd wordt, is zeker belangrijk." Vermijdende stap 1: onderzoek… Stap 2: bewust maken van het onderzoek. Het kon blijkbaar nog erger…

LUISTER: Amerikaanse staten klagen Meta aan: "Er is een link tussen concentratiestoornissen en sociale media" (podcast alleen te beluisteren in het bronartikel)

"Een absoluut veilige plek, is dat geen utopie?"

Het is nog maar de vraag of de indieners van de aanklacht hun gelijk zullen halen. Dat zegt Tim Verheyden, VRT NWS-journalist en expert sociale media, in "Goeiemorgen morgen" op Radio2. "Nu begint het juridische steekspel. Meta zegt dat het een dertigtal tools heeft ontwikkeld voor tieners om bijvoorbeeld misbruik te melden of voor ouders om mee te volgen wat er op de tijdlijn van hun tieners gebeurt. Allemaal trucs om de geld schijtende ezel ongemoeid te laten. Daarop komt dan de kritiek dat Meta de verantwoordelijkheid bij de gebruikers legt, maar wat doet het zélf om de veiligheid te vergroten?"

Verheyden maakt ook een kritische bedenking. "Sociale media is een gigantisch monster met tentakels wereldwijd, de schaduwkanten ervan ga je niet meteen wegkrijgen. En dan kan je je de vraag stellen: is dat de verantwoordelijkheid van Meta of van mensen die er vanalles op gooien? Mensen gedragen zich als mensen. Hoe je daarvan een absoluut veilige plek kan maken, ik vraag me af of dat geen utopie is." Zou best kunnen. Maar moeten we die asociale media wel aanvaarden?

Hij wijst ook op de goede kanten die sociale media met zich meebrengen (hupsakee; om de aanvaarding te verantwoorden). "Als je mensen op die manier verenigt, dat heeft ook wel goede gevolgen. Het delen van ervaringen over mentaal welzijn, bijvoorbeeld." Gebrekkige aspectscheiding. Het is niet omdat er positieve aspecten kunnen zijn dat je de negatieve er zou moeten bij nemen.

LUISTER: Tim Verheyden over rechtszaak tegen bedrijf achter Instagram en Facebook: "Er is niet nagedacht over negatieve gevolgen" (alleen in het bronartikel)


4 – Meta sued by states claiming Instagram and Facebook cause harm in children and teens

Kate Gibson, CBS News, 27-11-2023

Een Amerikaans artikel over hetzelfde onderwerp als Sectie 3. Hierop is weinig commentaar te geven die hierboven al niet staat. Idem in sectie 5. Tientallen staten hebben Meta voor de rechter gedaagd omdat ze beweren dat de techgigant zijn sociale mediaplatforms Instagram en Facebook opzettelijk zo heeft ontworpen dat ze verslavend zijn voor kinderen en tieners.

Procureurs-generaal uit staten variërend van Californië tot Wisconsin hebben dinsdag federale en staatsrechtszaken aangespannen, waarin ze Meta beschuldigen van het opzettelijk verslaafd maken van kinderen aan sociale media. In de rechtszaken wordt beweerd dat Meta gemotiveerd was om kinderen verslaafd te houden om zo de winst te verhogen, en wordt Meta ervan beschuldigd routinematig gegevens over kinderen onder de 13 jaar te verzamelen zonder toestemming van hun ouders, wat in strijd is met de federale wetgeving.

In een gezamenlijke klacht die dinsdag bij de federale rechtbank is ingediend, stellen 33 staten dat de zakelijke praktijken van Meta in strijd zijn met de federale Children's Online Privacy Protection Act (COPPA) en andere staatswetten ter bescherming van de consument. Acht andere staten hebben soortgelijke rechtszaken aangespannen bij staatsrechtbanken.

Functies als "oneindig scrollen" en een constante stroom van meldingen maken kinderen en tieners verslaafd, wat bijdraagt aan de mentale gezondheidscrisis waar veel jongeren momenteel mee te maken hebben, stellen de staten. De rechtszaken volgen op mislukte schikkingsgesprekken met Meta, aldus de Wall Street Journal.

"Kinderen zijn bijzonder gevoelig voor verslavende technologieën, en Meta heeft misbruik gemaakt van deze kwetsbaarheid door zijn streven naar advertentie-inkomsten boven het psychologische en emotionele welzijn van jongeren te stellen", aldus Brian L. Schwalb, de procureur-generaal van Washington, D.C., in een verklaring.

In de rechtszaak wordt beweerd dat het bedrijf "het publiek ten onrechte heeft verzekerd dat zijn functies veilig en geschikt waren voor jonge gebruikers".

"Het motief is winst, en in zijn streven om zijn financiële winst te maximaliseren, heeft Meta het publiek herhaaldelijk misleid over de aanzienlijke gevaren van zijn sociale mediaplatforms", beweren de advocaten van de staten in de federale rechtszaak.

In een verklaring per e-mail zei Meta teleurgesteld te zijn over de koers die de procureurs-generaal hebben gekozen.

Meta is vastbesloten om tieners "veilige, positieve online ervaringen te bieden en heeft al meer dan 30 tools geïntroduceerd om tieners en hun families te ondersteunen", aldus het bedrijf.

De kwestie kwam in 2021 in de schijnwerpers te staan toen Frances Haugen, een voormalige medewerkster van Meta die klokkenluider werd, documenten uit intern onderzoek van het bedrijf openbaar maakte. In een interview met Scott Pelley van CBS News wees Haugen op gegevens die erop wijzen dat Instagram zelfmoordgedachten en eetstoornissen bij bepaalde tienermeisjes verergert.

De getuigenis van de voormalige productmanager van Facebook voor het Congres wordt vermeld in de gezamenlijke rechtszaak van dinsdag.

Privacyproblemen rond de omgang met persoonlijke gegevens van kinderen hebben ook geleid tot hoge boetes voor sociale-mediabedrijven. YouTube, eigendom van Google, betaalde 170 miljoen dollar om een schikking te treffen met de federale en staatsregering, die beweerden dat het bedrijf illegaal gegevens had verzameld van gebruikers jonger dan 13 jaar.


5 – Antisociale media: wat kan er worden gedaan om te voorkomen dat platforms democratische samenlevingen uit elkaar drijven?

Uri Gal, University of Sydney, 29 januari 2024

De tekst is vertaald met de gratis versie van Deepl; ik vond geen fouten in de vertaling. De koppelingen in de schuine tekst zijn die uit het originele artikel, en gaan naar Engelstalige bronnen. Dit artikel biedt meer uitleg bij de Kwalijke groei van Facebook.

Platforms die zijn ontworpen om onze aandacht te trekken, kunnen een omgeving creëren waarin de geestelijke gezondheid verslechtert, politieke verdeeldheid toeneemt en extremisme een vruchtbare voedingsbodem vindt, schrijft professor Uri Gal voor ABC Religion & Ethics.

In het begin van de jaren 2000 kwamen sociale-mediabedrijven op met de belofte wereldwijde connectiviteit en gemeenschapsvorming mogelijk te maken. Ze boden een platform voor het verbeteren van sociale relaties en het verbreden van de culturele en sociale horizon van individuen.

In wezen waren deze platforms ontworpen om geografische barrières te doorbreken en gebruikers met verschillende achtergronden in staat te stellen contact te leggen, te delen en te communiceren. Door het gemakkelijk uitwisselen van ideeën en standpunten te faciliteren, beloofden sociale media een meer inclusieve en tolerante internationale gemeenschap te cultiveren. Dat is de positieve kant van het verhaal, die geen rekening houdt met de slechte kantjes van de mens. Nadelen als onderlinge vergelijking en actief bedrog waren te voorspellen.

De algoritmen achter de grote platforms waren aanvankelijk inderdaad gericht op het verbinden van gebruikers met vergelijkbare interesses, terwijl ze hen ook kennis lieten maken met nieuwe perspectieven om hun wereldbeeld te verbreden. De structuur van sociale medianetwerken was gericht op het creëren van een virtuele smeltkroes – een rijk tapijt van politieke perspectieven, culturele tradities, sociale interesses en persoonlijke identiteiten. Nog eens hetzelfde.

De opkomst van het advertentiemodel

In de loop van de tijd is de focus van deze algoritmen echter aanzienlijk verschoven. Gedreven door sterke commerciële imperatieven werd het oorspronkelijke doel van sociale mediaplatforms overschaduwd door het streven naar maximale gebruikersbetrokkenheid.

Het belangrijkste verdienmodel voor de meeste sociale mediaplatforms is reclame. Een wereld zonder reclame moet toch veel mooier zijn? Moet toch kunnen? Hoe langer gebruikers op het platform blijven, hoe meer advertenties ze te zien krijgen en hoe meer inkomsten het platform kan genereren. Let wel: het platform genereert eigen inkomsten door aan verkopers inkomsten te beloven (ook een vorm van gebakken lucht). Of platformgebruikers dan ook meer kopen zal het platform worst wezen. Dit model stimuleert de ontwikkeling van algoritmen die bedreven zijn in het trekken en vasthouden van de aandacht van gebruikers. Inderdaad.

Betrokkenheidsstatistieken zoals klikken, likes, shares en tijd doorgebracht op het platform werden cruciale indicatoren voor succes. Om deze te verhogen en de gebruikstijd en gebruikersbetrokkenheid te verlengen, begonnen sociale-mediabedrijven verslavende ontwerpelementen in hun platforms op te nemen. Zie ook De kwalijke groei van Facebook

Hun algoritmen begonnen zich ook te ontwikkelen om content (inhoud) te promoten die gebruikers eerder betrokken houdt. Dit soort content omvat vaak sensationeel, emotioneel, controversieel of zeer gepersonaliseerd materiaal, dat weliswaar effectief is om gebruikers online te houden, maar niet noodzakelijkerwijs een gezonde uitwisseling van diverse standpunten bevordert. De kleine menselijke kantjes worden uitgebuit.

Deze ontwikkeling heeft geleid tot bezorgdheid over het ontstaan van echokamers en de versterking van polariserende content, waardoor het idealistische beeld van sociale media als platform voor een brede uitwisseling van standpunten op losse schroeven komt te staan.

De negatieve effecten van sociale media

Er is voldoende bewijs dat deze evolutie in sociale media gepaard gaat met een reeks negatieve persoonlijke en sociale effecten. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat sociale media een belangrijke oorzaak zijn van de stijgende percentages angst en depressie bij tieners, en met name bij tienermeisjes. Uit een recent rapport van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) over middelbare scholieren in de Verenigde Staten blijkt dat "bijna alle indicatoren voor een slechte geestelijke gezondheid en suïcidale gedachten en gedragingen tussen 2011 en 2021 zijn toegenomen". Deze jaren komen bijna perfect overeen met de opkomst van commercieel gedreven sociale platforms.

Het toenemende gebruik van sociale media heeft ook geleid tot een epidemie van desinformatie. Cruciaal (?!) is dat uit onderzoek blijkt (?!) dat de verspreiding van desinformatie meer wordt aangedreven door de beloningsstructuur van sociale mediaplatforms dan door de politieke overtuigingen of het gebrek aan kritisch denkvermogen van gebruikers. Een wat onduidelijke zin, maar de vertaling klopt. Ik neem aan dat met beloningsstructuur wordt gedoeld op (1) de eenvoud waarmee een doelgroep voor berichten kan gekozen worden en (2) de neiging van mensen om overtuigingen over te nemen uit propaganda.

Door de verspreiding van desinformatie is het voor leden van samenlevingen uiterst moeilijk geworden om zelfs maar overeenstemming te bereiken over de basisparameters (aspecten) van hun gedeelde ervaringen. Wanneer dergelijke desinformatie betrekking heeft op overheidsmaatregelen, beleid of verklaringen, kan (zal!; daar is geen onderzoek voor nodig) dit de publieke perceptie verstoren en twijfel zaaien over de geloofwaardigheid van de overheid. En de democratie ondermijnen. Het is misschien geen toeval dat het vertrouwen van het publiek in de Amerikaanse regering (en andere regeringen) op een historisch dieptepunt staat.

De achteruitgang van het publieke debat is bijzonder schadelijk voor liberale democratieën, waarvan het voortbestaan juist gebaseerd is op de principes van open debat, vrije meningsuiting en goed geïnformeerde burgers. Het is dan ook niet geheel verrassend dat de wereldwijde democratie-index de afgelopen jaren is gedaald. Zie ook Wikipedia.

Bovendien dragen de vorming van echokamers, de versterking van extreme inhoud, de anonimiteit van gebruikers en het gebrek aan effectieve factchecking op sociale media bij aan een politiek klimaat waarin compromissen en begrip moeilijk zijn, wat leidt tot steeds meer gepolariseerde politieke standpunten. Goede beschrijving.

Is TikTok een unieke aanjager van extremisme en antisemitisme?

De afgelopen maanden zijn er verschillende onderzoeken verschenen die wijzen op een zorgwekkend hoog niveau van antisemitisme of andere extreme politieke opvattingen, vooral onder jongeren.

Uit een enquête van Harvard CAPS Harris, die in december 2023 in de Verenigde Staten werd gehouden, bleek dat tweederde van de 18- tot 24-jarigen het eens was met de stelling dat "Joden als groep onderdrukkers zijn". In de context van de oorlog tussen Israël en Hamas, die in oktober 2023 begon, bleek uit de enquête dat 60 procent van dezelfde leeftijdsgroep het eens was met de stelling dat "het doden van 1200 Israëlische burgers en de ontvoering van nog eens 250 burgers door Hamas gerechtvaardigd kan worden door de grieven van de Palestijnen". Voor beide vragen waren de percentages van instemming aanzienlijk lager bij oudere respondenten.

Een recente enquête van The Economist/YouGov, eveneens uitgevoerd in december 2023, liet een vergelijkbaar patroon zien voor alle leeftijdsgroepen. Daaruit bleek dat 20 procent van de Amerikaanse burgers tussen 18 en 29 jaar gelooft dat de holocaust een mythe is en 23 procent gelooft dat de holocaust is overdreven. Deze cijfers liggen vele malen hoger dan bij oudere leeftijdsgroepen.

Deze leeftijdstrends komen goed overeen met het gebruik van sociale media, met name TikTok. Deze dienst heeft een bijzonder jong gebruikersbestand. Bijna 60 procent van de Amerikaanse tieners geeft aan TikTok dagelijks te gebruiken en 16 procent van de tieners zegt TikTok bijna constant te gebruiken. In lijn met deze cijfers besteedden TikTok-gebruikers 32 procent van hun tijd op sociale media aan interactie met deze dienst, wat veel meer is dan bij andere sociale mediaplatforms.

Kan de uitgebreide tijd die jongeren op TikTok doorbrengen hun schokkende opvattingen verklaren? Onderzoekers ontdekten dat video's op TikTok inhoud bevatten die fascisme, racisme, antisemitisme en xenofobie promoot. Deze video's omvatten het aanmoedigen van geweld, het promoten van complottheorieën en het verheerlijken van terroristen.

De algoritmen van TikTok lijken ook zeer bedreven in het lokken van gebruikers naar rabbit holes waar ze steeds extremere inhoud te zien krijgen, wat leidt tot een spiraal van polarisatie. Dit werd onlangs aangetoond in een experiment uitgevoerd door de Wall Street Journal. Verslaggevers van de krant registreerden TikTok-accounts en deden zich voor als 13-jarigen. Binnen enkele uren begon de app hen apocalyptische, complotgerichte en sterk gepolariseerde inhoud te tonen, die vaak extreme pro-Palestijnse of pro-Israëlische standpunten weerspiegelde, met een sterke voorkeur voor het Palestijnse perspectief. Zie ook het onderzoek door de VRT. Ondanks dat op een van de accounts de beperkte modus was geactiveerd, bleef deze voornamelijk grafische en intense beelden van het conflict ontvangen.

Uit een recent onderzoek van Generation Lab bleek dat het gebruik van TikTok in verband wordt gebracht met antisemitisme. Het toonde met name aan dat TikTok-gebruikers in vergelijking met niet-gebruikers in hogere mate instemden met een reeks antisemitische standpunten. Uit het onderzoek bleek ook dat dagelijks 30 minuten TikTok gebruiken gepaard gaat met een 17 procent hogere kans op het ontwikkelen van antisemitische of anti-Israëlische sentimenten, vergeleken met een stijging van 6 procent voor Instagram-gebruikers en een stijging van 2 procent voor gebruikers van het platform X. Deze observatie kan worden verklaard door een andere bevinding van de onderzoekers, namelijk dat het aantal views van TikTok-video's met pro-Palestijnse hashtags in de Verenigde Staten 54 keer zo hoog was als het aantal views van video's met pro-Israëlische hashtags.

Belangrijk is dat een dergelijke ongelijkheid niet toevallig lijkt te zijn en ook niet beperkt blijft tot het Israëlisch-Palestijnse conflict. Uit een eind vorig jaar gepubliceerd rapport bleek dat het al dan niet promoten of onderdrukken van content op TikTok afhangt van de mate waarin deze aansluit bij de belangen van de Chinese overheid. De onderzoekers ontdekten dat het aantal posts met hashtags uit de popcultuur (zoals #HarryStyles of #BarbieMovie) op TikTok ongeveer de helft is van dat op Instagram, wat te verwachten is gezien het grotere aantal gebruikers van Instagram. Het aantal posts met hashtags die betrekking hebben op kwesties die gevoelig liggen bij de Chinese regering (zoals #Tibet, #FreeUyghurs, #Taiwan, #StandWithUkraine) is echter aanzienlijk lager dan verwacht, gezien het verschil in omvang tussen de twee platforms.

Wat kan er worden gedaan om de schade van sociale media te beperken?

Uit de beschikbare gegevens blijkt duidelijk dat sociale media ons weliswaar in staat stellen om contacten te leggen en verschillende standpunten uit te wisselen, maar ook een groot vermogen hebben om verdeeldheid te zaaien en schade aan te richten. Platforms die zijn ontworpen om onze aandacht te trekken, kunnen een omgeving creëren waarin de geestelijke gezondheid achteruitgaat, politieke verdeeldheid toeneemt en extremisme een vruchtbare voedingsbodem vindt. De voortdurende verspreiding van desinformatie tast het fundament van onze gedeelde realiteit aan en ondermijnt ons vermogen om weloverwogen beslissingen te nemen en een constructieve dialoog te voeren.

De uitdaging ligt echter niet alleen bij individuele gebruikers; het is een maatschappelijk probleem dat een collectieve aanpak vereist die qua omvang en urgentie vergelijkbaar is met die voor andere beleidskwesties, zoals gokken of alcoholgebruik. We moeten pleiten voor een verantwoord platformontwerp dat het welzijn van gebruikers vooropstelt, een evenwichtig politiek debat bevordert en de verspreiding van extremisme en onwaarheden tegengaat. Een beetje dubbel hier. Een platform dat het welzijn van gebruikers vooropstelt, OK, maar dat is al moeilijk te combineren met financiële belangen van de makers. Anderzijds kunnen diezelfde makers nauwelijks verantwoordelijk gesteld worden voor het publiceren van schadelijke inhoud door anderen. Momenteel doen sommigen weliswaar hun best om tegemoet te komen aan de eisen van overheden, net om hun inkomstenbron te kunnen behouden, maar hun verantwoordelijkheid daarvoor valt te betwisten. Alsof je de voetbalbond zou verantwoordelijk stellen voor kwetsuren bij een tackle.

Overheden, technologiebedrijven en het maatschappelijk middenveld moeten samenwerken om regelgeving en normen vast te stellen die transparantie en verantwoordingsplicht bevorderen bij de verspreiding en moderatie van inhoud op sociale mediaplatforms. Daarnaast moeten er educatieve initiatieven worden genomen om de digitale geletterdheid van alle leeftijdsgroepen te verbeteren, zodat burgers kritischer met informatie omgaan en beter voorbereid zijn om effectief door de digitale wereld te navigeren. Deze initiatieven moeten worden onderbouwd met onderzoek dat zich richt op de complexe relatie tussen het gebruik van sociale media en de impact daarvan op de volksgezondheid en de democratie. Niemand schijnt te denken aan het ontwerpen van sociale media die de genoemde nadelen weren. Australië heeft uiteindelijk wel een alternatief gekozen, nl. het verbod op sociale media tot 16 jaar, maar dat verandert niets aan de zware nadelen van de platforms.

Als individuen hebben we de verantwoordelijkheid om ons eigen gebruik van sociale media en de effecten daarvan op ons leven kritisch te bekijken. Door bewuster om te gaan met de tijd die we online doorbrengen en de inhoud die we consumeren en delen, kunnen we een aantal van deze negatieve effecten beginnen te verminderen. Toch een eerder zwak einde voor zo'n grondig artikel.


6 – Amerikaanse Senaat ondervraagt Zuckerberg over bescherming minderjarigen online: "Jij hebt bloed aan je handen"

De CEO's van vijf techbedrijven zoals Meta (Facebook en Instagram), X (het voormalige Twitter) en TikTok werden ondervraagd in de Amerikaanse Senaat over welke gevaren hun sociale netwerken inhouden voor minderjarigen. Amerikaanse politici, zowel Democraten als Republikeinen, vinden dat de bedrijven te weinig doen om minderjarigen te beschermen, vooral tegen seksuele uitbuiting op de netwerken. Geld krijgt voorrang op menselijkheid. Altijd en overal.

Er bestaat momenteel geen enkel instrument om deze bedrijven ter verantwoording te roepen", zei senator Dick Durbin, voorzitter van de Senaatscommissie tijdens de hoorzitting. Hij zei dat slachtoffers alleen de techbedrijven kunnen "smeken om veiligheid boven winst te stellen".

"De hoorzitting gaat onder meer over cyberpesten op sociale media en over onveiligheid online die nu en dan leiden tot zelfdoding bij jongeren", duidt VS-correspondent Björn Soenens.

Zuckerberg: "We hebben inspanningen geleverd"

Mark Zuckerberg (Meta), Linda Yaccarino (X), Shou Zi Chew (TikTok), Evan Spiegel (Snap) en Jason Citron (Discord) werden door de Senatoren op de rooster gelegd.

Zuckerberg verklaarde dat Meta al veel inspanningen heeft geleverd om de veiligheid te verbeteren. De softwaresector heeft altijd gewerkt met inspanningsverbintenissen (we zijn aan het werk (uurtje factuurtje) ten voordele van de leverancier) in plaats van resultaatverbintenissen (we lossen het probleem op ten voordele van de klant), en ze zijn er goed rijk van geworden, ook al zijn veel problemen maar gedeeltelijk of helemaal niet opgelost. Zuckerberg probeert op dezelfde manier onder de druk uit te komen. "We hebben in totaal ongeveer 40.000 mensen in dienst die instaan voor de veiligheid, sinds 2016 investeerden we meer dan 20 miljard dollar." (1) En nog volstaat dat niet?! Dan moet er toch iets grondig fout zijn? (2) Hij zegt ook niet dat die 40000 mensen daar voltijds mee bezig zijn, of waarin die 20 miljard geïnvesteerd werden…  Volgens Zuckerberg doet zijn netwerk ook meer dan wettelijk vereist in de strijd tegen zedencriminaliteit tegenover minderjarigen. Maar wat dan precies, dat komen we niet te weten.

Maar het probleem is groter dan dat. De bereikbaarheid van massa's mensen via sociale media is een aanzet voor andere massa's mensen om sociale media te gebruiken voor acties met goede en slechte bedoelingen en alles daartussen. Daar doe je met inspanningen absoluut niks aan. Vermoedelijk zullen de magnaten weer uit de tang geraken door te beloven dat ze nog meer zullen doen, maar wat ze allicht nooit zullen doen is hun melkkoe opgeven.

Maar de Senatoren verwijzen naar interne documenten van de groep waaruit blijkt dat Zuckerberg geweigerd heeft om de teams te versterken die verantwoordelijk zijn voor het blootleggen van de bestaande risico's voor adolescenten. "Het niveau van hypocrisie is onthutsend", zei senator Richard Blumenthal daarover.

Senator Lindsey Graham was zeer scherp voor Zuckerberg. "Jij hebt bloed aan je handen. Jouw product doodt mensen", zei Graham. Zo blijkt uit een rapport van de universiteit van Stanford dat Instagram, een product van Zuckerberg, het belangrijkste platform is dat gebruikt wordt door pedofielen om beelden van kindermisbruik te verspreiden.

In de Senaatscommissie werden ook videobeelden getoond met getuigenissen van slachtoffers. Senator Josh Hawley vroeg aan Zuckerberg om zich te verontschuldigen aan de slachtoffers en hun families, onder wie er verschillende in de zaal aanwezig waren. Zuckerberg draaide zich daarop om naar de zaal. "Ik verontschuldig mij voor wat jullie hebben moeten meemaken. Niemand zou mogen meemaken wat jullie en jullie families hebben moeten doorstaan".

Het was ook Josh Hawley die ten tijde van het Global AI Moratorium het volgende zegde: I don't know why we would invite all the biggest monopolists (!) in the world to come and give Congress tips on how to help them (de monopolisten) make more money (!!), and then close it to the public. That's a terrible idea. These are the same people who have ruined social media (!!!).

"Maatregel nodig die delen dergelijk materiaal bestraft"

Yaccarino, die vorig jaar de rol overnam van CEO bij X (het voormalige Twitter), sprak haar steun uit voor een wetswijziging waarbij slachtoffers van pedoseksueel misbruik de techbedrijven kunnen aanklagen.

"Als een moeder, deel ik de 'sense of urgency'. Het is tijd voor een landelijke maatregel die het delen van dergelijk materiaal bestraft". Ze wees er daarnaast op dat haar platform niet veel gebruikt wordt door kinderen en jongeren.


7 – De antisociale-mediamovement: hoe merken winnen zonder likes en shares

Businessner.com, 02-03-2025 Van de site: Businessner.com is een snelgroeiende zakelijke website met diepgaande informatie over financiën, media, technologie en andere verticale sectoren.

De inleiding bij het artikel (vertaald met DeepL) – In een tijdperk dat wordt gedomineerd door digitale interacties en sociale validatie, is het meedogenloze streven naar likes en shares synoniem geworden voor het succes van een merk. Toch ontstaat er een merkwaardige tegenbeweging: een beweging die de status quo van sociale-mediastatistieken ter discussie stelt. Welkom bij de Anti-Social Media Movement, waar merken het onbenutte potentieel ontdekken van betrokkenheid die de numerieke beperkingen van platforms overstijgt. In plaats van te jagen op vluchtig applaus van algoritmegestuurde feeds, cultiveren deze innovatieve merken betekenisvolle connecties door middel van authenticiteit, storytelling en gemeenschapsgerichte initiatieven. Dit artikel gaat dieper in op de filosofie achter de Anti-Social Media Movement en onderzoekt hoe vooruitstrevende bedrijven floreren zonder de steun van conventionele sociale-mediastatistieken, waarmee ze de weg vrijmaken voor een nieuw paradigma in merkbetrokkenheid. Terwijl we deze transformatieve aanpak ontrafelen, onderzoeken we de onderliggende principes die deze merken leiden, de strategieën die ze toepassen en de resultaten die ze behalen – waarmee ze bewijzen dat minder soms echt meer is. De rest lees je hier.

Er is wel verwarring mogelijk bij de benaming anti-sociale media; die kan je immers op twee manieren interpreteren. (1) Deze media zijn antisociaal (de gebruikelijke Engelstalige term), m.a.w. asociaal (de Nederlandstalige); (2) de hier geschetste antisociale-media beweging is tegen sociale media. In Engelse berichten is het verschil niet altijd duidelijk. Vlag-en-ladingprobleempje dus. Over de inhoud van dit artikel bestaat echter geen twijfel: bedrijven keren sociale media de rug toe bij hun marketingactiviteiten. De onderdelen van de tekst:

  • De opkomst van de antisociale-mediarichting (is dat een woord?): inzicht in de verschuiving in merkstrategieën
  • Authentieke verbindingen cultiveren: relaties opbouwen die verder gaan dan digitale statistieken
  • Minimalisme omarmen: de kracht van minder in merkcommunicatie
  • Kanalen diversifiëren: alternatieven voor traditionele sociale media verkennen
  • Succes anders meten: engagement herdefiniëren in een omgeving zonder likes
  • Praktische stappen voor merken: een antisociale strategie implementeren zonder bereik in te leveren

Als dat een algemene trend wordt, dan ziet dat er slecht uit (of goed, afhankelijk van je standpunt) voor de evolutie van sociale media.


8 – Kara Swisher, de vrouw die Musk en Zuckerberg roostert

Silicon Valley kent ze als haar broekzak en de CEO's volgt en bekritiseert ze al sinds de jaren 90. Als geen ander weet journaliste Kara Swisher hoe de digitale samenleving tot stand is gekomen. "Veel van Zuckerbergs zakelijke beslissingen waren onverantwoord".

Dominique Deckmyn, De Standaard, 16-03-2024

Deze bijdrage is vooral een kennismaking met Kara Swisher en haar Burn book; hier heb ik weinig commentaar bij. Dit geeft wel aan dat techbonzen ook maar mensen zijn, met goede en slechte kanten, en evengoed door omstandigheden en menselijke eigenschappen worden gedreven. Dat overheden er niet in slagen om de gevaren voor de maatschappij in te dijken wordt hier nauwelijks belicht. Ik laat enkele paragrafen [..] weg die enkel over Swisher gaan.

"Dus jij vindt dat ik een eikel ben?" Het zijn de eerste woorden die Mark Zuckerberg, de nog piepjonge oprichter van Facebook, zegt tegen Kara Swisher, de bikkelharde technologiejournaliste die dan al een legende is. Haar antwoord aan Zuckerberg, zoals ze het zelf vertelt in haar boek Burn book: "Ik heb je nog maar net ontmoet, dus ik weet niet of je een eikel bent. Maar we komen er wel achter".

"Maar ik denk dus niet dat hij een klootzak is", vertelt Swisher tijdens een interview via video. "Hij is een erg aardige kerel en ik heb de indruk dat hij een geweldige vader en echtgenoot is. Wel waren veel van zijn zakelijke beslissingen onverantwoord en elke keer duurde het te lang voor hij dat inzag. Zo interviewde ik hem in 2018 over antisemitisme op Facebook, dat hij twee jaar heeft laten betijen. Twee jaar antisemitische gal op Facebook. En toen deed hij wat ik hem twee jaar eerder had gezegd dat hij moest doen: negationisme verbieden". Dergelijk ingrepen zijn natuurlijk eindeloos; als je negationisme uitgeroeid krijgt beginnen de daders met iets anders.

Burn book is een geschiedenis van het internet, vermomd als de memoires van een Silicon Valley-verslaggever. Swi­sher vertelt hoe onze huidige technologische samenleving tot stand kwam, aan de hand van haar ontmoetingen en aanvaringen met een aantal van de hoofdrolspelers, onder wie Steve Jobs, Bill Gates en Jeff Bezos. Bijzondere aandacht gaat naar Mark Zuckerberg en Elon Musk. Ze noemt Zuckerberg de man die de meeste schade heeft aangericht (zou wel eens kunnen, omdat veel sociale-media-ellende met de kwalijke groei van Facebook begonnen is) en Musk de man die het meest heeft teleurgesteld.

[..] [..] [..] [..] [..] [..] 

Glijbaan

Ze wil de mensen leren kennen die met zoveel branie aan de toekomst werken. Dat zal eindigen met een ontnuchtering. "Aanvankelijk vond ik ze sympathiek", vertelt ze. "Ik waardeerde hun enthousiasme, ik vond het spannend wat daar aan het gebeuren was. Het waren eenvoudiger tijden. Veel van wat je zag, was natuurlijk idioot en hol vertoon: de rare titels die ze zichzelf gaven (Jerry Yang van Yahoo liet zich Chief Yahoo noemen, red.), hun kleren, hun speelgoed." Swi­sher is dan begin de dertig, wat ouder dan veel van de piepjonge CEO's, en kan weinig geduld opbrengen voor die onzin.

Ze beschrijft in haar boek hoe ze in de kantoren van Excite, een voorloper van Google, een rode glijbaan aantreft van de eerste verdieping naar het gelijkvloers. Een van de oprichters van het bedrijf dringt aan dat ze die uitprobeert. "Ik heb geen glijbanen genomen", zegt Swisher kortaf. "Ja, er was veel kinderachtigheid. Pas later heb ik beseft dat die kinderachtigheid geëvolueerd was naar iets boosaardigs. Namelijk het idee dat niets van wat je doet echte gevolgen heeft". Zoals het idee dat software alle wereldproblemen gaat oplossen.

Ze ontmoet ook Sergej Brin en Larry Page, de oprichters van een bedrijfje dat zoektechnologie levert aan Yahoo, maar heel snel Yahoo zal overvleugelen: Google. Swisher vindt hen "heel vreemd".

Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, is dan weer geen typisch Silicon Valley-creatuur. Hij vestigt zijn bedrijf in het noordelijkere Seattle en ontwikkelt daar een veel hardere bedrijfscultuur. Bezos "zou mij verscheuren als dat nodig was om vooruit te raken", denkt ze bij de eerste ontmoeting. Toch vindt ze zijn kille, zakelijke aanpak "verfrissend", in vergelijking met de holle praatjes in Silicon Valley. "Waren Page en Brin speelse bollebozen, dan was Bezos de vleesgeworden ambitie".

De crash

Swisher weet (?) dat al die gekheid niet kan blijven duren. Als de dotcombubbel eind jaren 90 zijn hoogtepunt bereikt, krijgt ze een telefoontje van een bevriende artieste en ondernemer, de eigenares van het bedrijfje Blue Mountain Arts, dat digitale wenskaarten maakt. Ze heeft een bod gekregen van bijna een miljard dollar voor haar bedrijf, van Excite (die met de glijbaan). Moet ze daarop ingaan? "Vraag zoveel mogelijk van het geld in cash, en maak dat je wegkomt", is Swishers advies.

Het is een gouden raad, die Susan Polis Schutz opvolgt. Begin 2000 spat de dotcomzeepbel uit elkaar. Internetbedrijven sneuvelen bij de duizenden. ­Bezos, Brin en Page zijn zowat de enige techbonzen die met hun bedrijven heelhuids de dotcomcrash overleven. Uit de as van die crash zullen wel de belangrijkste bedrijven van een nieuw tijdperk verrijzen, zoals het Facebook van Mark Zuckerberg. Het is een tijdperk waarin het naïeve, vaak hypocriete optimisme van Silicon Valley evolueert in iets gevaarlijkers. Een sleutelpassage in Burn book gaat zo: "Ook al was dat nooit hun opzet, de techbedrijven hebben een sleutelrol gespeeld in de teloorgang van onze omgangsvormen en het vastlopen van onze politiek, onze overheid, ons sociaal weefsel en bovenal onze geesten. Ze hebben isolatie, woede en verslavend gedrag bewerkstelligd".

[..] [..]

De ring van Trump kussen

De leiders van de techindustrie weigerden op voorhand na te denken over het mogelijke misbruik van hun technologie, betreurt Swisher. En als dat misbruik zich dan voordeed, weigerden ze daar alle verantwoordelijkheid voor. Dat desinformatie op Facebook een rol kan hebben gespeeld in de verkiezingszege van Donald Trump in 2016 noemde Zuckerberg aanvankelijk "een krankzinnig idee". Tot de bewijzen van een grootscheepse Russische desinformatiecampagne onomstotelijk waren.

Die verkiezing van Trump was een keerpunt, vindt Swisher. Of liever, het moment, enkele weken later, waarop de CEO's van Silicon Valley naar New York trokken om de ring te kussen (of een gat). "De mensen die de toekomst hadden helpen uit te vinden, glipten via de achteringang ;-) Trump Tower binnen om een fascist in het zadel te helpen", klinkt het in de proloog van Burn book. "Ze vonden hem allemaal een schertsfiguur", zegt Swi­sher. "Maar ze wilden fiscale gunstmaatregelen. Ze wilden hun miljarden aan winsten uit Europa repatriëren, wat onder Trump inderdaad gebeurd is. En ze wilden geen regulering". Moet er nog zand zijn?

Swisher schrijft ook over een handvol tech-CEO's die ze wél bewondert, zoals Brian Chesky van Airbnb, Marc Benioff van Salesforce en Evan Spiegel van Snap. "Die hebben geprobeerd te evolueren als mens", zegt ze. Maar het is ­Steve Jobs die ze het hoogst aanschrijft – nochtans ook een man met behoorlijk heel wat persoonlijkheidsfouten. "Met Jobs was het een ander verhaal", vindt ze. "Hij was extreem veeleisend als het over producten ging. Mocht hij nog leven, dan zou je hem niet kunnen betrappen op het posten van antitrans-memes, of op een mening over wat er zou moeten gebeuren in Oekraïne. Hij zou ook niet voortdurend de confrontatie zoeken met de overheid". Daarmee maakt ze nadrukkelijk de vergelijking met Elon Musk, een van de figuren die de voorbije jaren bedacht zijn met de titel 'de nieuwe Steve Jobs'.

[..] [..] [..]

Van verslaggever is Kara Swisher uitgegroeid tot een van de belangrijkste stemmen uit en over de technologiesector. Ze wil blijven opkomen voor regulering, en kijkt met bewondering naar Europa, met zijn pas in werking getreden Digital Services Act en Digital Markets Act. "Ik vind het verbijsterend dat we er in de VS niet in slagen om ook maar één wet goedgekeurd te krijgen. Europees Commissaris Margrethe Vestager heeft meer gedaan dan eender wie in Amerika. Maar met alle respect voor Europa: jullie regels zijn speldenprikken. De echte regulering zal van de VS moeten komen". Oeps. Ook een visie.


9 – Weg met de smartphone? 'We hebben een ingrijpende culturele correctie nodig, en wel nu'

Jeroen de Preter, Knack, 27-03-2024 

Excessief gebruik van de smartphone brengt ernstige schade toe aan het mentaal welzijn en de ontwikkeling van jongeren, aldus de vermaarde (Amerikaanse) psycholoog Jonathan Haidt (Engelstalige Wikipedia; de Nederlandstalige is verbazend mager). Is zijn alarmkreet terecht? Knack vroeg het aan enkele experts. 'Alles wat tijd en diepgang vergt, dreigt te sneuvelen.' Meteen twee stellingen.

Naar dit artikel wees ik eerder al vanuit mijn blogartikel Sociale-mediaverbod, als één van de beste randartikels, met als commentaar: "Maak hier tijd voor; dit moet je lezen". Goed bezig, dus. Naast Haidt passeren hier diverse experts de revue.

Stijgende zelfmoordcijfers, meer depressies en angststoornissen en een snel groeiend aantal gevallen van zelfmutilatie: de breinen van jongeren lijken wereldwijd in versneld tempo te verduisteren (definieer 'verduisteren'?; ik vermoed een verband met 'zwarte gedachten'). En haast overal blijken de jaren rond 2012 het kantelpunt te vormen.

Dat is geen toeval, zegt de vermaarde Amerikaanse sociaal psycholoog Jonathan Haidt. In The Anxious Generation: How the Great Rewiring of Childhood Is Causing an Epidemic of Mental Illness, zijn nieuwste boek dat deze week verscheen (03-2024), wijst hij naar de algemene verspreiding van de smartphone als belangrijkste boosdoener. Die smartphone bestaat al sinds 2007. Blijkbaar ging de verspreiding sneller vanaf 2012, als gevolg van betere technologie, betaalbaarheid (bv. combinaties met telefoonabonnementen), mobiel internet (3G ruim beschikbaar, 4G in ontwikkeling), en sociale media (Facebook, WhatsApp, Instagram en YouTube).

'Toen jongeren eenmaal het hele internet op zak hadden en het dag en nacht konden raadplegen, veranderde dat hun dagelijkse ervaringen en ontwikkelingspaden op alle vlakken. Vriendschap, afspraakjes, seksualiteit, beweging, slaap, school, politiek, identiteit – alles werd erdoor geraakt.' Haidt vatte zijn stellingen eerder al samen in een artikel voor het Amerikaanse medium The Atlantic (03-2024: End the phone-based childhood now). 'Mijn punt is', schreef hij, 'dat de digitale omgeving die ongeveer twaalf jaar geleden vorm kreeg (2012 dus), jonge mensen ziek maakt en hun ontwikkeling naar volwassenheid blokkeert. We hebben een ingrijpende culturele correctie nodig, en wel nu.' Hij bedoelt allicht 'zo snel mogelijk'. Er zijn al zó veel jongeren verloren dat het op een paar jaar niet meer zal steken…

Haidts artikel is indrukwekkend en verontrustend. Hij onderbouwt zijn stellingen met overweldigend veel wetenschappelijk onderzoek en laat weinig ruimte tot twijfel. Zijn betoog is zo overtuigend dat je je kind nu, onmiddellijk, de toegang tot de digitale wereld zou willen ontzeggen. Ook hier weer die spanning tussen gezond verstand en wetenschappelijk onderzoek. Enerzijds wordt nog weinig geloofd waar geen wetenschap aan te pas kwam, anderzijds wordt wetenschap de nek omgewrongen. Gezond verstand wordt onderschat.

Maar is dat noodzakelijk? En zijn de gevolgen van dat smartphonegebruik echt zo vernietigend?

Met die vragen stapten we naar een aantal experts in ons land. Uit hun commentaren valt al meteen te besluiten dat tegen minstens één deel van Haidts analyse niks in te brengen is. Tijdens het vorige decennium begon, in héél veel landen tegelijk, het mentaal welzijn van jongeren plots verbazend snel te dalen. Ons land is geen uitzondering. Experts aan het woord; OK (tenminste als dat dan ook echt experts zijn).

"Natuurlijk zijn er nog altijd veel leerlingen die vrolijk door het leven fietsen", zegt Frederik Van den Broeck, leraar geschiedenis in Sint-Bavo in Gent. "Maar ik kan uit het hoofd zeker acht leerlingen noemen die met ernstige (!) mentale problemen kampen. Toen ik twintig jaar geleden begon les te geven werd je natuurlijk ook wel eens met die problemen geconfronteerd, maar nooit in die mate. Het is echt ontstellend om te zien hoeveel leerlingen – meisjes vooral – vandaag worstelen met eetstoornissen, faalangst of donkere gevoelens."

Van den Broecks observaties weerspiegelen zich in de cijfers. Al een aantal jaar zijn de suïcidecijfers in Vlaanderen aan het dalen. Maar ze stijgen dramatisch bij jongeren – in de eerste plaats bij meisjes en jonge vrouwen. Al even zorgwekkend zijn de resultaten van een recente studie naar het mentale en sociale welbevinden van Vlaamse jongeren. Daaruit blijkt dat in 2022 ongeveer 20 procent van de 11- tot 18-jarigen zich meermaals per week ongelukkig voelde. Vier jaar eerder was dat nog 14 procent. Onderzoeker Maxim Dierckens (UGent), die het onderzoek leidde, zei in De Standaard dat de resultaten hem zo verrast hadden dat hij ze 'meermaals gedubbelcheckt' had.

"We zitten met een huizenhoog probleem" zegt Elke Geraerts, doctor in de psychologie. "Het is geen toeval dat er vandaag zo veel jongeren op de wachtlijst van een psycholoog of psychiater staan". Maar zijn die problemen, zoals Haidt stellig poneert, een gevolg van de smartphone (opgepast: smartphone of sociale media?!) en diens alomtegenwoordigheid in het leven van tieners? "Ik heb me dat ook afgevraagd, toen ik dat artikel las", zegt Geraerts. "Om dat causaal verband aan te tonen zou je een laboratoriumexperiment met twee groepen jongeren moeten doen, en dat is om ethische redenen natuurlijk onmogelijk (ethische redenen? of gebrek aan goesting? of gebrek aan gezond verstand…?). Ik ben geneigd te denken dat er ook andere factoren spelen. Maar de smartphone (sociale media?) zou weleens de belangrijkste kunnen zijn. Ik kan me niet voorstellen dat die géén impact heeft, als ik zie hoe verslaafd jongeren soms zijn". De gebrekkige aspectscheiding smartphone / sociale media blijft rondspoken.

Pluchen doos

Dat de gevolgen van excessief smartphonegebruik groter zijn voor jongeren dan voor volwassenen lijkt Geraerts alvast niet onlogisch. "Het jonge brein is, tot een jaar of 25, nog in volle ontwikkeling. Wie opgroeide zonder smartphones heeft een aantal neurologische paden sterker ontwikkeld. Zo is een omgeving zonder smartphones ongetwijfeld beter voor de ontwikkeling van je wilskracht, een heel belangrijke factor voor je mentale gezondheid en toekomstig succes. Maar, zoals gezegd, er kunnen ook andere factoren spelen. In mijn boek Mentaal kapitaal (zie ook hier) schrijf ik over de 'pluchen doos', een metafoor voor de comfortabele, beschermde omgeving waarin jongeren vandaag opgroeien. Over het algemeen worden ze vandaag meer gepamperd. Ook dat zorgt ervoor dat de wilskracht minder wordt getraind". Terechte opmerking, lijkt mij. Woke stroming?

Philippe Noens, pedagoog en docent gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool)(de verstekeling in de recente open brief van experts en psychiaters aan de Vlaamse en Federale regeringen), vermoedt ook dat de smartphone niet de enige verklaring is voor het dalende mentale welzijn bij jongeren. "Dat welzijn was al eerder aan het afnemen, zij het in een minder snel tempo. Voor de algemene verspreiding van de smartphone werd die tendens vooral verklaard door het wegvallen van de grote verhalen (?) en het groeiende individualisme (!). Secularisering? Iedereen van God los… Wat wellicht ook meespeelt is dat het begrip 'mentaal welbevinden' een bredere invulling heeft gekregen en het stigma daarrond langzaamaan wat minder groot wordt. Het is, eindelijk, een thema". Een oorveeg mag ook al niet meer.

Een andere mogelijke verklaring kun je vinden in de school stress hypothesis, ontwikkeld door de Zweedse psycholoog Björn Högberg, zegt Noens. "Die hypothese zegt dat jongeren in landen met een kenniseconomie meer stress ervaren omdat het belang van goede prestaties op school er groter is. Voorbereiding op de meritocratie. Onderzoek in 33 landen laat zien dat een hogere opleidingsgraad inderdaad leidt tot meer psychische problemen bij adolescenten. Dat kan meteen ook verklaren waarom het mentaal welzijn van jongeren in Europa en de VS wél afneemt, en in minder welvarende landen voorlopig niet daalt. Mentale problemen komen vandaag het vaakst voor bij jonge vrouwen in rijkere landen. Vaak worden sociale media als boosdoener genoemd, en die zullen zeker een rol spelen. Maar ik zou de prestatiedruk op school niet onderschatten. Meisjes en jonge vrouwen doen het op school over het algemeen beter, dus het is niet onlogisch dat ze ook meer prestatiedruk ervaren". Zou kunnen. Het is inderdaad verleidelijk om alles op de social media te steken, maar in elk psychologisch probleem zijn er meerdere oorzaken. Stressbronnen van uiteenlopende aard (social media, school, relaties, financiën,…) mogen bij elkaar opgeteld worden. 

Angsten overwinnen

Het tanende mentale welzijn is maar een deeltje van Haidts verhaal. Hij noemt ook cijfers en onderzoeken die laten zien dat jonge mensen langer bij hun ouders blijven wonen (dat is ook in ons land zo), minder snel relaties aangaan en in het algemeen vaker risicomijdend gedrag vertonen. Ook die evolutie is volgens Haidt voornamelijk een gevolg van de alomtegenwoordigheid van smartphones en tablets. Kinderen en jongeren gingen daardoor minder fysiek spelen, en spel is, zo stelt Haidt, cruciaal voor de ontwikkeling. "Al spelend breiden ze hun vaardigheden uit, overwinnen ze hun angsten, leren ze risico's in te schatten en leren ze samen te werken om later grotere uitdagingen aan te gaan", schrijft Haidt. "Jongeren die geen kansen krijgen om risico's te nemen en zelfstandig op onderzoek uit te gaan, zullen zich gemiddeld ontwikkelen tot bangere en risicomijdende volwassene". Gezond verstand.

Daar raakt Haidt een essentieel punt, vindt Geraerts. "In ons brein zit wat we noemen een scoutingsysteem, dat vooral bij kinderen actief is. Ze gebruiken dat om te exploreren, te verkennen, te betasten, en zo hun beeld van de wereld op te bouwen. Dat systeem wordt nauwelijks aangesproken bij een kind dat een hele dag voor een scherm zit en alleen maar swipet. Ouders beseffen dat te weinig. Als ouders me na een lezing met enige trots komen vertellen dat hun kind kon swipen voor het kon kruipen, denk ik: 'Je had je kind beter nog even van dat swipen weggehouden. Dan had het wellicht al sneller kunnen kruipen en de wereld beginnen te exploreren'".

Opgroeien in een digitale omgeving zou jongeren dus ongelukkiger (dit komt ineens uit de lucht vallen?) en minder avontuurlijk maken. Maar volgens Haidt zijn dat niet eens de meest verwoestende gevolgen. Amerikaans onderzoek laat zien dat jongeren vandaag bijna een uur minder tijd doorbrengen met hun vrienden dan voor 2010. Ongetwijfeld compenseren ze dat minstens ten dele met virtuele interactie. Waar wel de grimassen en de stemtimbres verdwijnen. Maar is die even waardevol? Niet volgens Haidt. Wat in virtuele communicatie onder meer verloren gaat, is de spontane reactie en de lichaamstaal, met alle misverstanden van dien. Voila. Maar nog belangrijker, aldus Haidt: virtuele communicatie is vrijblijvender. Virtuele gesprekken of (vriendschaps)relaties zijn makkelijker te beëindigen en daardoor veel meer een wegwerpproduct. Inderdaad; bevrienden en ontvrienden in een klik.

"Ik twijfel er niet aan dat niet-virtuele gesprekken en relaties over het algemeen waardevoller zijn", beaamt Noens. "Ik denk dan aan een experiment van de Nederlandse filosoof Hans Schnitzler. Elk jaar vraagt hij zijn studenten om een week weg te blijven uit de digitale omgeving. Meestal registreren ze dan een iets betere slaap en een groter concentratievermogen. Een week is te weinig. Maar in mijn ogen veel belangrijker: ze geven ook aan dat ze vaker tot echte gesprekken komen. Dat vind ik als pedagoog een bijzonder belangrijke vaststelling. :-) Je kunt alleen maar ingeleid worden in de wereld en medemens worden in dialoog met andere mensen (!!). En die dialoog staat niet alleen in de online omgeving onder druk. Ook in de publieke ruimte gommen we voortdurend mensen weg. Weinig kinderen van nu zullen het nog meemaken dat ze door een loketbediende worden geholpen (!!!)(belangrijk nadeel van digitalisering!). Naar het café zullen ze wel nog gaan, maar hun bestellingen geven ze door via een QR-code".

Die menselijke dialoog wordt op nog een andere manier bemoeilijkt. Een goed gesprek veronderstelt volgens Noens een min of meer gedeelde wereld. "Maar anders dan aan de eettafel, in de klas of bij de jeugdbeweging ziet de wereld in de digitale omgeving er voor iedereen anders uit. Door de algoritmes is wat YouTube mij voorstelt, iets helemaal anders dan wat YouTube aan mijn zoon of buurman voorstelt. Hun nieuwsbronnen komen ook nauwelijks overeen met de mijne. En ja, dat lijkt me problematisch. Interessante opmerking; zo had ik het nog niet bekeken. Philippe Meirieu, een Franse pedagoog, spreekt in dat verband over onze opvoedingsomgevingen: de plaatsen waar we onze kinderen doorgeven wat het betekent om deel uit te maken van de mensheid. Traditioneel waren die omgevingen het gezin, de straat en de school (en de kerk), waar we gezamenlijke eindtermen en ontwikkelingsdoelen vooropstellen. Maar, zegt Meirieu, met de digitalisering is er nog een vierde bijgekomen. Die online opvoedingsomgeving verschilt fundamenteel van de andere omgevingen omdat het zo goed als onmogelijk is om er tot gedeelde normen, ideeën of opvattingen te komen (nog minder controleerbaar dan de straat). Dat leidt tot fragmentering. En dat maakt het bijzonder moeilijk om collectief iets te delen of te bereiken". Moet er nog zand zijn? Het valt mij op dat verschillende invalshoeken ook verschillende zichten op sociale media opleveren, maar dat die allemaal negatief zijn.

Een vergelijkbare bedenking komt van Elke Geraerts. "Wie permanent online is, verdrinkt in een stroom van korte stukjes informatie (!!). Je gaat aan infobesitas lijden en hebt geen tijd en ruimte meer voor diepgang en reflectie (!!). Meer nog: alle processen die diepgang en tijd vergen, dreigen daardoor te sneuvelen. Dan heb ik het over vriendschappen opbouwen, iets aandachtig en grondig onderzoeken of je empathie trainen door je te verdiepen in een roman of film. Dat is, als we kijken naar de toekomst, echt verontrustend. Want precies die activiteiten onderscheiden ons, mensen, van een robot. En zijn echt wel noodzakelijk om wereldproblemen op te lossen. Het gaat over wat ik het verschil noem tussen artificiële intelligentie en onze authentieke intelligentie".

Smartphoneverbod

Een belangrijke – sommigen zullen zeggen de belangrijkste – kwestie kwam nog niet aan bod. Heeft de smartphone ook negatieve gevolgen op de leerprestaties? Waarom zou dat de belangrijkste kwestie zijn? Primaat van de economie? Wie de PISA-resultaten, die internationaal schoolprestaties vergelijken, van de afgelopen twintig jaar bestudeert, is geneigd te denken van wel. Zie ook Smartphoneverbod (!). Neem de scores voor leesvaardigheid. Die vertoonden, zowel in Vlaanderen als in andere OESO-landen, een grote stabiliteit. Maar vanaf 2015 begonnen ze in steeds sneller tempo te zakken.

"Begrijpend lezen lukt inderdaad steeds minder goed", zegt geschiedenisleraar Van den Broeck. "En ik denk dat het inderdaad te maken heeft met de almaar kortere aandachtsspanne (veroorzaakt door veel snelle en korte berichten op sociale media). Haidt schrijft in zijn artikel dat de gemiddelde Amerikaanse tiener vandaag iets meer dan 200 berichten per dag te verwerken krijgt. Dat vond ik, in vergelijking met onze leerlingen, nog vrij laag". Huh?

Hoe je daar als leraar mee omgaat? Van den Broeck verwijst naar een opiniestuk van Dominique Verbruggen, directeur in zijn school, in De Morgen (opletten met directeurs; die strijken niet graag leerlingen en ouders tegen de haren in). "Uiteraard voelen ook wij dat het met de executieve functies van onze jongeren niet altijd opperbest gaat", schreef Verbruggen. "Met de focus gaat het achteruit en de smartphone heeft daar zeker een negatieve invloed op". Toch besloot de directeur om geen volledig smartphoneverbod uit te vaardigen (dit is maart 2024, vóór Zuhal Demir's verbod vanaf september 2025). Een verbod is er alleen tijdens de lessen en het middagmaal. Nu daagt mij iets. Ik heb het regelmatig over het vlag-en-ladingprobleem dat 'smartphone' verwart met 'sociale media'. De twee zijn uiteraard met elkaar verbonden, maar dat praat de fout niet goed: de term 'smartphone' wordt te gemakkelijk gebruikt als het in feite over sociale media gaat. Een groot verschil tussen beide is echter dat een school (of een overheid) smartphones op zich zou kunnen verbieden, maar sociale media niet. Of nog: je kan alleen maar sociale media bannen uit de school door smartphones te verbieden. Dat is mogelijk één van de redenen waarom in veel discussies de term 'smartphones' gebruikt wordt als in feite 'sociale media' wordt bedoeld. "Ik begrijp die beslissing", zegt Van den Broeck. "Verstandig omgaan met digitale media (kijk…) is een van de sleutelcompetenties. Dat leer je niet als je smartphones of laptops verbiedt. De klassieke mediawijsheidsvisie, om geen onsympathiek verbod te moeten uitvaardigen. Maar die visie vertoont evengoed gaten; zie Sociale-mediaverbod. Maar in de praktijk zijn die telefoons natuurlijk best lastig. Ah toch? Tijdens de les moet je voortdurend in de gaten houden of ze het verbod wel respecteren. Sommige leerlingen zijn zo aan hun smartphone verknocht dat ze geen uur zonder kunnen. Verslaafd. Vorige week nog heb ik een leerlinge betrapt tijdens een opdracht over de Beeldenstorm. Die leerlinge werkt doorgaans echt goed mee, en ook deze keer was er weinig op haar werk aan te merken. En toch kon ze het niet laten om die smartphone even boven te halen. 'Het was een héél dringend berichtje', was haar excuus. Haar blik toonde dat ze er spijt van had maar dat ze het gewoon niet kon laten". Echt verslaafd, dus. Zie ook Smartphoneverbod.

Zulke verhalen verbazen Elke Geraerts niets. "De sociale-media-apps zijn gemaakt om je focus te ondermijnen. Ze vuren voortdurend notificaties op je af. Die geven je telkens een shotje dopamine. Zodra dat shotje is uitgewerkt, wil je een nieuw. Zo werkt verslaving (!!). Voor je concentratie en dus ook voor je leesvaardigheid is het dodelijk". Daar helpt geen mediawijsheid tegen!

Daar komt nog bij dat die vaardigheid ook op een andere manier wordt uitgedaagd. Onderwijs, zegt Noens, speelt zich vandaag in belangrijke mate af op het scherm. Is dat zo? "Ik ben ervan overtuigd dat dat een impact heeft op de manier waarop je leest. De lesinhouden die via het scherm worden overgedragen, zijn gemaakt om zo snel mogelijk tot de essentie te komen. Het zijn eerder powerpointpresentaties dan teksten. Dikke miserie; zie Het PowerPoint probleem. Dat vergt een ander, minder diep soort lezen. Dat moet wel een spill-over (nadelige invloed) hebben op het vermogen om begrijpend te lezen. Onderzoek toont dat je minder goed onthoudt wat je op een scherm leest. Dat lijkt me niet meer dan logisch. Als je minder diep leest, zul je ook minder goed onthouden". Gebrekkige aspectscheiding: het medium waarop de tekst verschijnt, en de diepte van de inhoud. Je onthoud minder goed als je minder diep leest, maar dat staat los het medium.

Zelfverminking

"We hebben een ingrijpende culturele correctie nodig, en wel nu", schrijft Haidt in zijn artikel. Hij doet meteen ook enkele voorstellen om de jeugd tegen de schadelijke invloed van de digitale omgeving te beschermen. Een compleet smartphoneverbod op scholen is een van die voorstellen (ingevoerd in Vlaanderen september 2025; zie Smartphoneverbod). "Scholen die telefoonvrij werken, lijken altijd te melden dat het de cultuur heeft verbeterd, waardoor leerlingen meer opletten in de klas en interactiever zijn". Voila.

Haidt doet ook een oproep naar de ouders: zij moeten beseffen dat ze hun kinderen vandaag op veel te jonge leeftijd blootstellen aan "een experiment waar niemand de uitkomst van kent". Geraerts is het daar helemaal mee eens. "Ik zou het niet betreuren als we naar een cultuur gaan waarin je scheef wordt aangekeken als je in gezelschap met je smartphone bezig bent. Zoals je nu lelijk wordt bekeken als je een sigaret opsteekt in de openbare ruimte. Vandaag vinden we het normaal als ouders hun kind in een restaurant hun smartphone geven. Dat is raar, want eigenlijk weten we allemaal wel hoe verslavend die dingen zijn". Toch begrijpelijk; verslaafden willen ook anderen verslaafd maken, om minder verslaafd te lijken.

Geraerts sluit ook niet uit dat we vandaag het begin van een mentaliteitsverandering zien. Ze verwijst naar de Verenigde Staten, waar onlangs de CEO's van Meta, TikTok en Twitter in de senaat aan de tand gevoeld werden over de vernietigende gevolgen van hun producten voor kinderen (zie hierboven). In het publiek zaten ouders van kinderen die door sociale media in een zwart gat waren getrokken en het niet hadden overleefd. "Wat ik bijzonder treffend vond", vertelt Geraerts, "was dat Democraten en Republikeinen aan hetzelfde zeel trokken. Blijkbaar bestaat er in dat zo verdeelde Amerika een brede politieke consensus over de schadelijkheid en de noodzaak aan regulering. Of die politieke druk wat zal opleveren, dat is natuurlijk een andere vraag. In de senaat vertelde Meta-CEO Mark Zuckerberg dat zijn bedrijf al veel investeert in de bescherming van kinderen. Holle woorden, als je het mij vraagt. De algoritmes van Instagram zorgen er nog altijd voor dat jongeren beelden van zelfverminking te zien krijgen. Als je kunt voorkomen dat er afbeeldingen van een tepel circuleren, moet dat ook kunnen voor dat soort beelden". De situatie is wel veranderd sinds de techbonzen het gat likken van Trump, wat de Republikeinen mogelijk de keutel doet intrekken over sociale media. Vraag aan ChatGPT welke techbedrijven sinds begin 2024 extra moeite hebben gedaan om president Trump te paaien, en dan zie je het wel; alle groten zijn erbij.

Of de industrie zichzelf zal reguleren? Twijfelachtig, zegt ook Philippe Noens. "Ik las dat de CEO van Netflix slaap zijn grootste concurrent noemt. Dat zegt iets over hoe die bedrijven denken. Ze jagen voortdurend op onze aandacht. Het vraagt van volwassen al een enorme zelfbeheersing om daaraan te weerstaan, dus hoe zouden kinderen en jongeren daar in slagen? Hen beschermen lijkt me een van dé pedagogische opdrachten van deze eeuw". Zijn pedagogische insteek blijft interessant.

Hoe moet die bescherming er dan uitzien? "Ik zou pleiten voor een recht op onbereikbaarheid", zegt Noens. "Een beetje onder de radar zie je dat de geesten daarvoor beginnen te rijpen. Meer en meer universiteiten beginnen ruimtes in te richten waarin WiFi-signalen niet meer doorkomen. Je zou dat kunnen doortrekken naar andere openbare plekken, zoals stiltecoupés in treinen. Het recht om met rust gelaten te worden – om offline te mogen zijn – zou een soort basisrecht moeten worden, zoals riolering, elektriciteit of zuiver water". Dit is een slag in het water. Dat geldt wel voor informatie die je ongewild wordt opgedrongen, zoals e-mails van je werkgever buiten de werktijd, maar niet voor informatie die je zelf kiest, zoals notificaties of een nieuws-app; die kan je immers uitschakelen. Verslavende sociale media werken dat uiteraard tegen.


10 – Wetgeving veroorzaakt almaar meer pop-ups waar we geen blijf mee weten

De Europese wetgeving die de macht van big tech wil beknotten, dwingt ons om zelf ingewikkelde keuzes te maken. Zoals: of ik in Facebook mijn 'marketplace-ervaring' wil laten personaliseren of niet. Waar is dat eigenlijk goed voor? 'Ervaring' als dekmantel voor economische manipulatie.

Dominique Deckmyn, De Standaard, 30-03-2024

Af en toe open ik Facebook nog eens, en de recentste keer werd ik verwelkomd door een pop-upscherm. Wil ik dat Facebook mijn 'marketplace-ervaring' personaliseert of niet? Nou, bedankt Europa, voor die mooie Digital Markets Act! Want het is natuurlijk die nieuwe wetgeving die maakt dat onze smartphones ons voor dit soort verwarrende keuzes plaatsen. In feite is dit niet echt nieuw. De verplichting om aan de gebruiker toestemming te vragen om cookies te plaatsen (Richtlijn 2009/136/EG, punt 66) laat al sinds 2012 zien dat het de gebruikers zo moeilijk mogelijk gemaakt wordt. Wie niet overal 'ja' op antwoordt riskeert ergens vast te lopen. Dat is ook ervaring.

'Nee' kiezen is ongetwijfeld beter voor mijn privacy. 'Ja' is waarschijnlijk het minste gezeur. Voila. Als De Technocraat het al zegt… Stel dat ik 'nee' kies, dan blijkt over enkele weken of maanden dat een of ander onderdeel van Facebook niet meer naar behoren werkt. Maar tegen die tijd weet ik al niet meer waarom, laat staan hoe ik het kan rechtzetten. Het digitale leven zoals het is…

Welkom in 2024! Het jaar waarin een einde komt aan zeker 25 jaar haast ongelimiteerde heerschappij van big tech. Dat weet ik toch niet hoor. Maar het voelt niet echt alsof we nu zelf aan het stuur zitten. Het zijn voortaan politici en ambtenaren die bepalen hoe onze smartphone werkt. Of toch een beetje: zij bepalen nu de regels. Lijkt mij overdreven; hij vergeet de lobbyisten. De big techbedrijven doen vervolgens de kleinst mogelijke inspanning om zich minimaal in orde te stellen met die regels. Zo is dat. Waarna Europa dreigt met forse boetes en eist dat ze verder gaan. En dan? Dan krijgen we vermoedelijk nog wat meer pop-ups, met langere en meer dreigende teksten.

Zijn we nu beter af? Op de langere termijn wel, denk ik nog altijd. Maar een bedrijf als Apple waarschuwt dat we juist onveiliger worden als we al die keuzes op een iPhone zelf mogen/moeten maken, in plaats van dat Apple beslist wat het beste voor ons is. Dat is geen totale onzin. In ieder geval worden we nu gedwongen keuzes te maken waarvan we de implicaties niet precies kunnen inschatten. Maken we de verkeerde keuzes, zodat het plots niet meer werkt: tja, gaan we dan ons Europarlementslid bellen? We hebben hier eigenlijk een serieus probleem. Het gaat hier om invasieve Amerikaanse systemen, vol processen waar we de details niet van kennen, en die zo veel mogelijk informatie over ons proberen te verzamelen. Europa wil daartegen reageren, en vaardigt regels uit waarvan het denkt dat die ons gaan beschermen, zoals de verplichting om toestemming te vragen om cookies te plaatsen. Maar gebruikers hebben geen idee van de gevolgen van hun keuze. Het meest opvallende gevolg is inderdaad dát wat Deckmyn hierboven beschrijft. Een ander gevolg is dat de technologiebedrijven andere systemen dan cookies gaan bedenken om aan onze gegevens te geraken. Aan de ene kant worden systemen meer en meer ondoorzichtig. Aan de andere kant groeit een hele industrie aan beveiligingsmethoden, met browser-add-ins en adblockers en zo, die vooral het idee creëren dat alles o zo ingewikkeld is, maar niemand nog een gevoel van bescherming kunnen geven.

Effect heeft het wel. In Europa heeft Apple, luid mopperend, belangrijke toegevingen gedaan. Zoals het principieel toestaan van alternatieve app-stores en de mogelijkheid om een andere standaardbrowser te kiezen. Enkele bedrijven zoals Epic en Spotify juichen. Maar juichende gebruikers heb ik nog niet gehoord. Voila. En Apple mag nog blij zijn dat het er in Europa zo gemakkelijk vanaf komt. In de VS moet het bedrijf afrekenen met een antitrustklacht van het ministerie van Justitie. Dat kan veel zwaardere gevolgen hebben.

Nochtans is het van de Amerikaanse overheid eigenlijk een zwaktebod. Actuele wetgeving over technologie stemmen, lukt daar al decennia niet meer (wegens de politieke polarisatie). Dus probeert de regering van Biden om de oude, in onbruik geraakte antitrustwetgeving af te dwingen. Dat betekent dat de overheid eerst moet bewijzen dat die antitrustwetgeving van toepassing is. Dus: eerst aantonen dat Apple een monopolie bezit. De regering Trump van 2016 heeft Apple grotendeels ongemoeid gelaten. Waar het Biden ging om marktmacht had Trump bovendien meer oog voor ideologische vooroordelen van Big Tech tegen conservatieven.

De Amerikaanse procedure gaat jaren duren, maar kan een veel ingrijpender impact hebben op hoe de smartphone – en de smartphonemarkt – eruitziet. Of de Amerikaanse consument daar gelukkiger mee zal zijn? Ook dat valt nog af te wachten. Er zijn heel wat sectoren die al jaren streng worden gereglementeerd. Pakweg nutsbedrijven of de voedingsindustrie. Ongetwijfeld is dat goed voor onze veiligheid. Maar het valt op dat die bedrijven doorgaans (nog) minder populair zijn dan techbedrijven.


11 – Waarom worden Facebook, Tiktok en co. steeds irritanter?

Waarom beginnen sociale media als Facebook, Instagram of Tiktok zo leuk en werken ze jaar na jaar meer mensen op de zenuwen? De scifischrijver en techactivist Cory Doctorow noemt het de "enshittification" van big tech. Oeps? 'Enshittification' is iets als 'verscheting' of 'verpesting'. De term heeft een eigen Wikipedia-pagina.

Dominique Deckmyn, De Standaard, 04-04-2024

Aan een vertaling wagen we ons niet (hij laat geen scheetjes?) maar "enshittification" komt hierop neer: een techbedrijf als Tiktok of Facebook, dat ooit nuttig, klantvriendelijk of leuk was, wordt uiteindelijk een manier voor big tech om gebruikers te exploiteren voor het eigen, steeds grotere gewin. Wat past in de toename van de neoliberale neiging van machtsgroepen om de maatschappij uit te zuigen.

Die kruik gaat zo lang te wa­ter tot zij breekt, aldus Cory Doctorow (die spreuk stamt uit de Middeleeuwen), die vier fases beschrijft. "Eerst zijn platforms goed voor hun gebruikers. Dan exploiteren ze hun gebruikers in het voordeel van hun bedrijfsklanten, zoals adverteerders. Dan exploiteren ze ook die bedrijven om alle winst voor zichzelf op te eisen. En dan gaan ze zelf dood".

Wie is Cory Doctorow?

Bozer dan ooit

Enshittification wordt de titel van zijn boek (verscheen 14-10-2025) dat Doctorow aan het schrijven is tussen zijn SciFi-romans, non-fictieboeken en blogberichten door. Praten doet hij even onstuitbaar als schrijven: tijdens een videogesprek van een uur valt er amper een woord tussen te krijgen. Vooral als hij uitvaart tegen "de boosaardigste van onze techbaronnen, de sociopaten die de sociale media uitbaten".

De 52-jarige Canadese schrijver is al twintig jaar in het geweer tegen de machtige bedrijven die volgens hem het internet voor ons verknoeien, onder meer in Londen als Europese vertegenwoordiger van de actiegroep Electronic Frontier Foundation. Hij is bozer dan ooit op big tech, en op de politici die er volgens hem niet in slagen om de technologiesector aan banden te leggen. Integendeel, zegt hij, ze voeren vaak wetgeving in die deze bedrijven net meer macht geeft over gebruikers.

"Het proces van enshittification treedt op als een bedrijf een digitale dienst biedt en in staat is om op elk moment de regels van het spel te veranderen", zegt Doctorow. "Omdat ze een manier hebben om zowel eindgebruikers als bedrijven gevangen te houden, zodat die niet opstappen". Dat proces is al een paar decennia gaande. Ouderen onder ons zullen zich herinneren dat je vroeger een applicatie aankocht op CD, en die zelf moest installeren op je PC. Tegenwoordig worden zowat alle grote systemen door de makers zelf gecontroleerd en automatisch bijgewerkt wanneer zij dat wensen (telkens met zogenaamde 'beveiligingsupdates', wat ook nog de indruk geeft dat ze niks kunnen maken zonder gaten erin); daar heeft een gebruiker niets meer aan te zeggen. Daarvoor zijn dan ook toegangen tot je PC nodig, die dan weer door andere kwaadwilligen kunnen worden gebruikt om via die gaten data te stelen en te gijzelen.

Winst voor aandeelhouders

Het schoolvoorbeeld van enshittification is Facebook, zegt hij. Zie ook De kwalijke groei van Facebook. Aanvankelijk was het een sympathieke app om berichten uit te wisselen met je vrienden. De app beloofde je alleen te tonen wat je zelf wilde zien. Iedereen kwam naar Facebook, en overtuigde vrienden om mee te doen – daardoor werd het heel moeilijk om het platform te verlaten.

Toen begon fase 2: bedrijfsklanten kregen voorrang. Want zij brengen geld in het laatje, of produceren meer content die gebruikers langer in de app houdt. Facebook moest zo veel mogelijk data opslorpen (!!), zodat advertenties zo efficiënt mogelijk worden getoond. Adverteerders waren aanvankelijk in de wolken. Facebook spiegelde ook uitgevers, bijvoorbeeld mediabedrijven, voor dat als ze hun inhoud op Facebook publiceerden, gebruikers die wel in hun newsfeed gestouwd kregen. Al die gebruikers zouden dan naar de websites van die uitgevers komen, beloofde Facebook.

Al snel waren adverteerders en uitgevers even hard vastgeklonken aan Facebook als de gewone gebruikers. Dan kwam fase drie. Plots moesten de uitgevers betalen om hun artikels te laten bekijken, en advertenties werden duurder. De winsten stromen sindsdien haast integraal naar de aandeelhouders van Facebook, onder wie het topmanagement.

Het enshittification-proces speelde zich op een parallelle manier af bij onder meer de zoekmachine Google, Youtube en Amazon, zegt Doctorow. "Deze bedrijven bieden het kleinste restje nuttige dienstverlening aan dat ertoe leidt dat de gebruikers en de bedrijfsklanten opgesloten blijven", zegt hij. "Dat is een wankel evenwicht. Het is slechts een piepklein verschil tussen mensen die zo boos zijn op een platform dat ze bijna opstappen en mensen die zo boos zijn dat ze echt opstappen. Daarvoor volstaat één klokkenluider, één privacy-schandaal zoals Cambridge Analytica (een datalekschandaal, red.), één massamoord die live gestreamd wordt … En dan rennen mensen naar de uitgang."

Koning voor één dag

De opmars van Tiktok verloopt op een soortgelijke manier, zegt hij. "Tiktok heeft een vaak griezelig goed algoritme dat voorspelt wat je leuk zult vinden. De impliciete afspraak is dat Tiktok je pagina vult met dingen die jij leuk vindt. Intussen blijkt dat Tiktok een geheim instrument heeft: via de heating tool krijg je geen aanbevelingen gebaseerd op wat jij leuk vindt, maar wat Tiktok zakelijk het beste uitkomt. Was te verwachten. Zo lokken ze bijvoorbeeld een videomaker die over sport praat naar hun platform. Ze maken hem koning voor één dag, maken het mogelijk dat zijn filmpjes 25 miljoen keer of 50 miljoen keer worden gezien. Die videomakers stemmen heel hun productie af op Tiktok. Maar zodra ze zijn overgeschakeld op Tiktokfilmpjes, wordt die heating tool weer uitgeschakeld."

Iets vergelijkbaars deed Facebook rond 2015, zegt Doctorow, toen het bedrijf besliste dat video de toekomst was en meer video op zijn platform wilde. "Ze hebben toen uitgevers voorgelogen over hoeveel keer hun video werd bekeken. Dat heeft ertoe geleid dat miljarden zijn geïnvesteerd in de productie van video voor Facebook, voor een publiek dat niet bestond (maar wel veel datacenters vereiste). Het werd de doodsteek voor tientallen mediabedrijven. Journalisten werden daar twee keer het slachtoffer van. Eerst werden de traditionele schrijvende journalisten massaal ontslagen. In hun plaats werden andere journalisten getraind om videojournalist te worden, en die carrière liep meteen dood. Maar Facebook heeft er amper nadeel van ondervonden."

Ik heb al eens beweerd dat overleven de eerste bekommernis is van gelijk welk levend wezen. Dat speelt ook hier. Makers van dergelijke platformen willen daar uiteraard niet aan dood gaan, en zullen daarom elke mogelijkheid om er niets aan te verliezen aangrijpen, al is die nadelig voor één of andere groep. Maar zodra de boel niet meer verlieslatend is, komen de zeven hoofdzonden weer om de hoek kijken, en Avaritia het eerst. En dan is er jammer genoeg geen grens meer, omdat een remmende inkomstenbelasting ontbreekt. Het neoliberale idee dat die innovatie zou belemmeren is één van de grootste misvattingen van deze tijd.

Elkaar gijzelen

En waar blijft fase 4 van de enshittification – "en dan gaan ze dood"? Dat lijkt de zwakke plek van Doctorows analyse te zijn. Of is het wishful thinking van hem? Daar vrees ik ook. Je kan alleen het verleden gemakkelijk voorspellen; de toekomst is wat moeilijker. "Mensen blijven opgesloten in sociale media door het netwerkeffect", repliceert Doctorow. "Hoe meer mensen op een sociaal medium, hoe waardevoller dat medium wordt, hoe meer je opgeeft als je er weggaat. Zo gijzel je elkaar, want wie vertrekt, verliest contact met de rest. Samen afspreken om ergens anders naartoe te gaan is zo moeilijk, dat je blijft. Maar als mensen eenmaal het platform beginnen te verlaten, dan is er voor wie overblijft ook steeds minder reden om te blijven".

Die instorting van Facebook is volgens Doctorow onvermijdelijk. "Het zou beter zijn om gemeenschappen voor wie Facebook erg belangrijk is, zoals diaspora-gemeenschappen of steungroepen voor mensen met zeldzame ziekten of kleine bedrijven die al hun klanten op Facebook hebben, ordelijk te evacueren. Maar in plaats van een ordelijke aftocht zullen we een catastrofale versplintering zien van Facebook, met veel menselijke tragedies".

Regulering

Volgens Doctorow is de overheid een van de vier krachten die technologiebedrijven tot de orde kan roepen en het proces van enshittification kan stoppen. Voor zover dat nog te stoppen valt. Deze enshittification is een gevolg van neoliberalisme, en dát uitroeien is nog een ander paar mouwen. De andere drie krachten zijn concurrentie, gebruikers die het heft in eigen handen nemen (bijvoorbeeld door adblockers te installeren)(inderdaad, maar je haalt jezelf wel gedoe op de hals) en de druk van het personeel bij de techbedrijven (lijkt mij niet; "wiens brood men eet, diens woord men spreekt" blijft actueel).

Maar Doctorow vindt dat de technologiebedrijven de wetgeving in de VS hebben gekaapt. Ook al. Een van de weinige stukken technologiewetgeving in de VS is de Digital Millennium Copyright Act, die het auteursrecht van de film- en muziekindustrie beschermt. Maar die wordt gebruikt – misbruikt, vindt Doctorow – om consumenten bepaalde evidente rechten af te nemen. Bijvoorbeeld het recht om muziek of video die ze hebben gekocht, af te spelen op elk apparaat.

Daar liggen trouwens de wortels van Doctorows technologieactivisme: hij kwam twintig jaar geleden op tegen antikopieerbeveiliging. Van zijn eerste romans verscheen trouwens een digitale versie, die vrij mocht worden gekopieerd voor niet-commercieel gebruik.

Geen reuzen meer

Doctorow is blij dat Europa de 'technologiemonopolisten' streng aanpakt met de nieuwe Digital Markets Act (DMA) en Digital Services Act (DSA). Maar hij vreest dat die wetgeving de positie van techreuzen als Meta versterkt. Zo stelt de Digital Services Act Meta verantwoordelijk om de strijd tegen haat en desinformatie voor ons te voeren. Ook een visie. "We proberen het internet veilig te maken door te garanderen dat Mark Zuckerberg het laatste woord krijgt over wie wat mag zeggen. En onze belangrijkste kritiek op Zuckerberg of Musk is dat ze niet hard genoeg proberen om te bepalen wat we mogen zeggen, dat ze daar meer mensen voor in dienst moeten nemen. Want als je een reusachtig platform uitbaat, dan heb je massa's mensen nodig om het veilig te houden".

Lees ook: Europa bestormt de torens van big tech, hoe zult u de veranderingen voelen?

Volgens Doctorow is er een alternatief, namelijk "geen reusachtige platforms meer". "Ik geloof niet dat erg grote netwerken ooit op een adequate manier kunnen modereren. Dat is een onmogelijke taak. In dat opzicht is het heel belangrijk dat mensen Facebook moeten kunnen verlaten en gemeenschappen vinden die meer zelfbesturend zijn, waar normen gelden die voor die groep zinvol zijn". Kan Europa geen smoelenboek opzetten, zonder al die shit?

Doctorow hoopt dat de redding zal komen van de "fediverse": losjes op elkaar aangesloten, afzonderlijke onlinegemeenschappen, zoals Mastodon en Bluesky. Maar het grote publiek heeft die fediverse-gemeenschappen nog niet gevonden. Europa promoot Bluesky.

Winnaars en verliezers

Doctorow is niet toevallig scifi-auteur én technologieactivist. "Sciencefiction is een manier om kwesties die nog niet zo overduidelijk zijn, in de toekomst te projecteren als een gedachte-experiment", zegt Doctorow. "Het kan mensen een inzicht geven in wat er zou kunnen gebeuren afhankelijk van de keuzes die we maken voor onze technologie".

De interessantste vraag die scifi kan stellen, is volgens Doctorow niet wat een nieuwe technologie kan doen, maar wat het iemand kan aandoen. Kortom, wie de winnaars en verliezers zijn, zegt hij. "En al te vaak is de verliezer de gewone gebruiker".

Dezelfde vraag stelt hij zich rond AI, een technologie waar hij heel sceptisch over is. "Generatieve AI (hij vermijdt de gebrekkige aspectscheiding :-) is totaal niet in staat om de job van gelijk wie over te nemen. Maar we zijn wel op een punt gekomen dat onze hebzuchtige bazen (neoliberalisme!) ons zullen ontslaan en dan een AI-toepassing zullen aannemen om onze job slecht (!) te doen. Ik maak mij zorgen over werknemers. Ik maak mij ook zorgen over de mensen die de producten gebruiken die voortaan door AI zullen worden gemaakt, maar veel slechter".

"De beurs (nog zo'n vreselijk instrument; handel in voorspellingen) wordt onvoorstelbaar geil van het idee dat je mensen ontslaat en vervangt door robots", zegt Doctorow. Maar eigenlijk is de technologie daar volgens hem nog lang niet goed genoeg voor. "En dat nonsensverhaal over een chatbot die plots zal ontwaken en het mensenras zal uitroeien: dat is een verkooppraatje van die AI-bedrijven. Moet er nog zand zijn? Als je zegt dat je product zo gevaarlijk is dat het de toekomst van de planeet bedreigt, zeg je eigenlijk: 'Ons product is onvoorstelbaar krachtig, wie wil geen aandelen kopen van het bedrijf dat zo'n product maakt?'"


12 – Europese Commissie opent formeel onderzoek naar Meta: zorgen over bescherming van jongeren op Facebook en Instagram

Ulrike Vandamme, Business AM, 17-05-2024

De Europese Commissie heeft een formeel onderzoek ingesteld naar Meta, het moederbedrijf van Facebook en Instagram. De Commissie is bezorgd dat beide platformen onvoldoende doen om de fysieke en mentale gezondheid van kinderen en jongeren te beschermen.

Merk op dat de Amerikaanse artikels hierover (zie secties …) dateren van najaar 2023. Dit onderzoek is een belangrijke stap in het handhaven van de nieuwe regels van de Digital Services Act (DSA). De DSA stelt strenge eisen aan online platforms om gebruikers, met name jongeren, te beschermen tegen illegale content, haatzaaiende taal en desinformatie.

Formeel onderzoek

Volgens de Commissie zijn er diverse redenen om te vermoeden dat Meta niet voldoet aan de DSA-verplichtingen. Zo is er bezorgdheid over:

  • Verslavende effecten: De Commissie vreest dat de design en algoritmes van Facebook en Instagram verslavend gedrag bij jongeren kunnen stimuleren. Dit zou kunnen leiden tot psychische problemen en een verminderd welzijn.
  • "Rabbit hole"-effect: Het gebruik van algoritmes op de platformen kan leiden tot een "rabbit hole"-effect, waarbij gebruikers steeds meer geconfronteerd worden met extreme en eenzijdige content. Dit kan leiden tot radicalisering en een vertekend wereldbeeld.
  • Blootstelling aan ongepaste content: Ondanks maatregelen van Meta, zouden jongeren nog steeds te gemakkelijk toegang hebben tot ongepaste content, zoals gewelddadige of seksueel expliciete beelden.
  • Onvoldoende privacybescherming: De Commissie is van mening dat Meta meer moet doen om de privacy van jongeren te beschermen. Dit omvat onder andere het veiligstellen van hun persoonsgegevens en het beperken van tracking.
  • Gebrekkige leeftijdsverificatie: De huidige systemen om de leeftijd van gebruikers te verifiëren zouden niet voldoende robuust zijn. Hierdoor kunnen jongeren zich gemakkelijk voordoen als volwassenen en toegang krijgen tot ongepaste content. Zelfs na het Australische verbod op sociale media voor jongeren tot 16 jaar blijft dat daar een probleem. De techbonzen zullen het graag zien.

6 procent van de jaaromzet

Meta heeft recent al verschillende stappen ondernomen om de online veiligheid van jongeren te verbeteren. Zo werden nieuwe systemen ingevoerd om de verspreiding van naaktfoto's tegen te gaan en wordt de toegang tot schadelijke onderwerpen beperkt. De Commissie zal echter beoordelen of deze maatregelen voldoende zijn om te voldoen aan de strenge eisen van de DSA.

Als de Commissie in haar onderzoek concludeert dat Meta inderdaad in de fout is gegaan, kan het bedrijf boetes tot 6 procent van de wereldwijde jaaromzet opgelegd krijgen. Naast boetes kan de Commissie ook dwingende maatregelen opleggen, zoals het verwijderen van illegale content of het blokkeren van toegang tot de platformen in Europa.

Een kort en droog artikel, zoals te verwachten is van een business tijdschrift.


13 – Internationaal

Op zoek naar andere artikels over asociale media gebruik ik DuckDuckGo met de zoekterm "antisocial media". Het resultaat is interessant; ik geef hier een overzicht. Elke nieuwe opvraging geeft overigens een ander overzicht; items en volgorde veranderen telkens. Het valt mij in elk geval op, niet alleen in deze lijst, maar ook in andere berichten over de nadelen van sociale media, dat daar wel degelijk aandacht voor is, en dat de met gezond verstand waarneembare problemen ook al wetenschappelijk worden onderzocht.

Schuine tekst is brontekst, doorgaans een vertaling uit het Engels m.b.v. DeepL (met hier en daar nog steeds correcties); rechte tekst is van mij.

1 – Oxford Academic – Antisocial Media: How Facebook Disconnects Us and Undermines Democracy

Samenvatting – Dit boek legt uit hoe Facebook is uitgegroeid van een onschuldige sociale site, opgezet door studenten van Harvard, tot een kracht die het persoonlijke leven een beetje aangenamer maakt, maar tegelijkertijd de democratie een stuk uitdagender maakt. Het gaat over de hoogmoed van goede bedoelingen, een missionaire geest en een ideologie die computercode ziet als de universele oplossing voor alle menselijke problemen. Het gaat ook in op hoe 'sociale media' hebben bijgedragen aan de achteruitgang van de democratische cultuur over de hele wereld, van het faciliteren van Russische inmenging ter ondersteuning van de verkiezing van Donald Trump tot het misbruik van het platform door moorddadige autoritaire leiders in Birma en de Filipijnen. Het boek analyseert de toename van de erkenning van en reactie op de macht van Facebook in de afgelopen jaren. Het bespreekt de groeiende bezorgdheid onder het publiek over de invloed die Facebook uitoefent op het leven en de politiek over de hele wereld. Zie ook item 6 (checken!).

2 – Standaard Boekhandel – Antisocial Media | Siva Vaidhyanathan – Dit gaat over hetzelfde boek als item 1.

3 – Harvard Business Review – The Era of Antisocial Social Media – Sociale platforms laten nog steeds een sterke groei zien – ja, zelfs Facebook – ondanks een groeiend koor van tegenstanders. Sociale conversaties blijven alles beïnvloeden, van cultuur tot de mediacyclus tot onze meest intieme relaties. En we brengen nu meer tijd dan ooit door op onze telefoons, met eindeloos scrollen door onze sociale feeds als belangrijkste reden.

Samenvatting (m.b.v. DeepL, maar met correcties!) – Als je kijkt naar wie wel – en vooral wie niet – de groei en populariteit van sociale platforms stimuleert, lijkt een belangrijke demografische groep zich enigszins terug te trekken: jongeren. Ze verlangen naar privacy, veiligheid en het mijden van de menigten op sociale platforms (waar nu meestal ook hun ouders deel van uitmaken) en voelen zich aangetrokken tot meer intieme bestemmingen. De auteur noemt deze 'digitale kampvuren'. Ze schetst drie soorten kampvuren, inclusief de kenmerken van elk, en hoe merken deze doelgroepen met succes bereiken.
Dit is een betalend artikel in Harvard Business Review, in de categorie Marketing. Marketeers merken dat het gebruik van Facebook verandert, en zoeken methoden om hun doelgroepen te behouden. Om maar een idee te geven hoe sterk reclame de maatschappij beïnvloedt.

4 – The University of Sydney – Anti-social media – Zie hoger: Antisociale media: wat kan er worden gedaan om te voorkomen dat platforms democratische samenlevingen uit elkaar drijven?

5 – bol.com – Antisocial Media | Mark A. Wood In dit tot nadenken stemmende werk onderzoekt Mark Wood het fenomeen van antisociale media: participatieve online domeinen waar beelden van misdaden worden verzameld, sympathiek samengesteld en als entertainment worden geconsumeerd.

SamenvattingDit boek biedt een baanbrekende inleiding tot het via internet volgen van criminaliteit en onderzoekt hoe sociale media het landschap voor het produceren, verspreiden en consumeren van beelden van criminaliteit hebben veranderd. In dit tot nadenken stemmende werk onderzoekt Mark Wood het fenomeen van antisociale media: participatieve online domeinen waar beelden van criminaliteit worden verzameld, sympathiek samengesteld en geconsumeerd als entertainment. Wood richt zich op Facebook-pagina's die beelden van straatgevechten, vechtpartijen en andere vormen van geweld zonder handschoenen hosten, en laat zien dat we, om antisociale media goed aan te pakken, niet alleen hun inhoud moeten aanpakken, maar ook hun software. Daarmee levert deze studie een belangrijke bijdrage aan het beantwoorden van de fundamentele vraag: hoe hebben sociale media de manier waarop we misdaad consumeren veranderd?
Antisocial Media is een synthese van criminologie, mediatheorie, softwarestudies en digitale sociologie en is mediacriminologie voor het Facebook-tijdperk. Het is essentiële lectuur voor studenten en wetenschappers die geïnteresseerd zijn in sociale media, culturele criminologie en de interface tussen misdaad en media.

6 – Circleboom – Is social media making us antisocial? Sociale media zijn een integraal onderdeel van ons dagelijks leven geworden. We gebruiken ze om contact te houden met vrienden, onze ervaringen te delen en op de hoogte te blijven van het laatste nieuws. Er bestaat echter een groeiende bezorgdheid dat sociale media ons misschien wel asociaal maken. Het antwoord is niet eenduidig, maar er zijn aanwijzingen dat sociale media inderdaad kunnen bijdragen aan asociaal gedrag als ze niet zorgvuldig worden gebruikt. Het artikel wijst op enkele gevaren van sociale media, en geeft wat tips om daar beter mee om te gaan (maar rept niet over mogelijke beperkingen op het gebruik). Toch wel mooi van het bedrijf Circleboom, dat zichzelf omschrijft als "De toekomst van sociale-mediamanagement. Ontwerp, plan, automatiseer en plaats of plan uw sociale-mediaposts op één plek".

7 – MIT Press – Antisocial media: How Facebook disconnects us and undermines democracy In het afgelopen decennium zijn de gangbare liberaal-democratische waarden en levensstijl, die in westerse landen als vanzelfsprekend werden beschouwd, op de proef gesteld door een aantal onverwachte sociaal-politieke gebeurtenissen en ontwikkelingen.
Dit gaat eveneens over het boek van Siva Vaidhyanathan. De link hierboven leidt echter niet naar het boek, maar wel naar een boekbespreking:

InleidingIn het afgelopen decennium zijn de gangbare liberaal-democratische waarden en levensstijl, die in westerse landen als vanzelfsprekend werden beschouwd, op de proef gesteld door een aantal onverwachte sociaal-politieke gebeurtenissen en ontwikkelingen. De Britse 'Brexit', d.w.z. het vertrek van het land uit de Europese Unie na de verrassende uitslag van het referendum over die kwestie in 2016, en de verkiezing van Donald Trump tot 45e president van de VS later dat jaar, zijn misschien wel de meest prominente voorbeelden. Maar dit zijn geen op zichzelf staande gebeurtenissen. Ze lijken veeleer een grotere verandering en polarisatie van politieke opvattingen te markeren, zowel binnen liberaal-democratische landen als in de rest van de wereld. Deze sociaal-politieke veranderingen vallen samen met de snelle ontwikkeling en acceptatie van internetgebaseerde communicatietechnologie over de hele wereld. In dat licht wordt algemeen aangenomen dat deze technologische en politieke ontwikkelingen met elkaar verband houden. Door te analyseren hoe het meedogenloze en asociale bedrijfsmodel van een megabedrijf in de sociale media nieuwe ruimte heeft gecreëerd voor veranderingen in de sociaal-politieke situatie, biedt Siva Vaidhyanathans boek Antisocial Media: How Facebook Disconnects Us and Undermines Democracy uit 2018 een boeiend verslag van hoe die relatie tot stand is gekomen. Het boek helpt ons niet alleen om de aard van deze nieuwe technologieën beter te begrijpen, maar ook om te beseffen dat wat voor de individuele gebruiker soms onschuldig lijkt, toch grote schade kan toebrengen aan de onderliggende structuur en het functioneren van de samenleving waarin zij leven.
Wil je aan het boek zelf niet beginnen, dan is deze bespreking een goed alternatief.

7 – American Affairs Journal – Anti-Social Media: A Modest Proposal for Significant Restraint In dit artikel willen we een ander ernstig gevaar van sociale media belichten en onderzoeken: de invloed van overmatig gebruik van sociale media op het vermogen om argumenten in geschreven vorm te begrijpen en ermee om te gaan.
Om één of andere reden weigert deze webpagina zijn inhoud vrij te geven. Ik zal maar niet veronderstellen dat Trump hierachter zit. Misschien heeft het met mijn adblocker te maken. Het artikel (of boek?) behandelt een specifiek gevolg van het gebruik van sociale media. Ik heb in elk geval nog geen last van een onvermogen om argumenten in geschreven vorm te begrijpen en ermee om te gaan…

8 – Sociale Vraagstukken – Anti-sociale media? – Sociale Vraagstukken Mensen brengen steeds meer tijd door achter een beeldscherm. Dat heeft diverse gevolgen, met name voor kinderen. In veel gezinnen is het beeldschermgebruik dan ook een terugkerend onderwerp van discussie. Er is behoefte aan concrete richtlijnen, al zijn daarmee de problemen met schermtijd nog lang niet opgelost. Hier wordt het probleem benaderd vanuit de hoeveelheid schermtijd. Die binnen de perken houden is een indirecte en hoogstens partiële methode tegen de nadelen van asociale media, maar kan niettemin enkele partiële problemen oplossen, bv. een belabberde communicatie binnen het gezin. De auteur heeft er een boek over geschreven: Preventie psychische aandoeningen. Ik ben meestal tegen partiële oplossingen, maar soms kan het niet anders, en soms is een partiële oplossing voor het ene probleem wel een volledige oplossing voor het andere. Zie ook Smartphoneverbod, een verhoopte partiële oplossing voor psychische problemen bij jongeren, maar een volledige oplossing voor verstoring door sociale media in de klas.

9 – SAGE Journals – Trust and Safety on Social Media: Understanding the Impact of Anti-Social Behavior and Misinformation on Content Moderation and Platform Governance De speciale uitgave over vertrouwen en veiligheid op sociale media is een verzameling van peer-reviewed artikelen die de toename van antisociaal gedrag, desinformatie en andere vormen van problematische inhoud binnen en tussen verschillende sociale media-omgevingen, contexten en gebruikersgroepen onderzoeken. Weer een andere insteek.

Samenvatting – De speciale uitgave over vertrouwen en veiligheid op sociale media gaat dieper in op twee urgente en onderling samenhangende kwesties: de toename van antisociaal gedrag en de wijdverbreide aanwezigheid van desinformatie binnen en tussen verschillende sociale mediaplatforms. De verzameling artikelen in deze uitgave (het is een meta-onderzoek :-) onderzoekt gezamenlijk de factoren die bijdragen aan deze kwesties en stelt mogelijke strategieën voor om de negatieve impact ervan op gebruikers van sociale media en de samenleving te verminderen. De artikelen in de uitgave zijn uitgebreide versies van onderzoek dat voor het eerst werd gepresenteerd tijdens de 2022 International Conference on Social Media & Society.

10 – businessner.com – The Anti-Social Media Movement: How Brands Win Without Likes and Shares – Ontdek hoe merken succesvol zijn door authenticiteit en community voorrang te geven boven conventionele sociale-mediastatistieken in de Anti-Social Media Movement. Zie ook hierboven.

11 – TIME – Social Media Fails Many Users. Experts Have an Idea to Fix It(geen quote)

InleidingDe tekortkomingen van sociale media worden duidelijker dan ooit. De meeste platforms zijn ontworpen om de betrokkenheid van gebruikers te maximaliseren als middel om advertentie-inkomsten te genereren – een model dat onze slechtste impulsen uitbuit, sensationele en provocerende inhoud beloont en tegelijkertijd verdeeldheid en polarisatie creëert, waardoor velen zich angstig en geïsoleerd voelen. Meteen een mooie samenvatting van de sociale-media-ellende. Maar er is hoop: Maar het hoeft niet zo te zijn. Een nieuw artikel dat vandaag is gepubliceerd door vooraanstaande publieke denkers, getiteld Prosocial Media, biedt een innovatieve visie op hoe deze problemen kunnen worden aangepakt door sociale media opnieuw te ontwerpen. En de rest mag je zelf lezen. Of er van 'opnieuw ontwerpen' ooit iets in huis komt is twijfelachtig. Niettemin willen enkele mensen met ronkende titels een gedurfd plan opstellen dat de samenhang binnen en tussen gemeenschappen kan bevorderen, een collectieve betekenis kan creëren en de democratische gezondheid kan versterken. Naar verluidt is ook Bluesky betrokken bij dit project van verschillende universiteiten. De moeite van het lezen waard (Engels).

12 – pmc.ncbi.nlm.nih.gov – To troll or not to troll: Young adults' anti-social behaviour on social media – Online asociaal gedrag neemt toe, waardoor de schijnbare voordelen van sociale media in de samenleving afnemen en een aantal negatieve gevolgen ontstaan. Dit onderzoek richt zich op de factoren die verband houden met jongvolwassenen die zich schuldig maken aan asociaal gedrag bij het gebruik van sociale media.

SamenvattingHet model (gecreëerd met PLS-SEM) toont een positief verband tussen twee veroorzakende motieven voor cyberagressie (namelijk recreatie en beloning) en het zijn van een dader. Deze bevinding wijst erop dat jongvolwassenen zich bezighouden met asociaal online gedrag voor hun plezier en om sociale goedkeuring te krijgen. Het model toont ook een negatief verband tussen cognitieve empathie en het zijn van een dader, wat erop wijst dat daders zich mogelijk bezighouden met asociaal online gedrag omdat ze niet begrijpen hoe hun slachtoffers zich voelen. Dit is een uitgebreid wetenschappelijk rapport.

13 – networkconference.netstudies.org – Anti-social media: how the rise in social media could be the cause of social isolation among younger generations.Deze tekst gaat in op twee gevaarlijke en onderling samenhangende trends: de toename van antisociaal gedrag en de verspreiding van desinformatie online. Het doel is om het publiek, beleidsmakers en platformbeheerders te helpen beter inzicht te krijgen in de factoren die bijdragen aan de opkomst van deze bedreigende trends op sociale media.

SamenvattingSociale media hebben een aanzienlijke verandering teweeggebracht in de manier waarop individuen met elkaar en met zichzelf omgaan. Door de opkomst van sociale netwerksites zoals Instagram en Facebook zijn connecties en het gemeenschapsgevoel naar het internet verplaatst, achter een scherm. Als gevolg daarvan hebben gebruikers van de jongere generaties meer kans op verslavingsgerelateerde sociale isolatie, psychische problemen zoals depressie en ontevredenheid over het leven, wat tot nog meer isolatie leidt, en een identiteitscrisis doordat ze te veel delen over het leven van anderen en minder aandacht hebben voor hun eigen leven. In dit artikel worden deze ideeën onderzocht, met als conclusie dat overmatig gebruik van sociale media door met name jonge gebruikers een negatieve invloed heeft op connectie, en het opbouwen van een gemeenschap niet bevordert. Wat we dus al lang wisten…

14 – Ze blijven komen…


14 – Interludium

In de zoektocht naar interessante artikels verscheen op het einde van een samenvatting deze tekst: "Automatisch gegenereerd op basis van vermelde bronnen. Kan onjuistheden bevatten". Te laat gezien en dan ook geen bron geregistreerd. Dit slaat allicht op het gebruik van een AI-chatbot om een 'analyse' te maken van verschillende teksten. Ik zet 'analyse' tussen aanhalingstekens, omdat er van analyse immers geen sprake kan zijn, wegens het inherent gebrek aan begrip in dergelijke systemen. Die kunnen hoogstens een samenvatting maken of teksten combineren.

Dit bericht bewijst in elk geval dat teksten die met AI zijn samengesteld ook op het internet verschijnen. En dan denk ik opnieuw aan Vrees voor robo-inteelt of Model Autophagy Disorder. Als je domme systemen zichzelf laat ontwikkelen op basis van data met fouten, dan zullen de fouten zich uiteraard verspreiden. Naar verluidt volstaan een vijftal cycli van hergebruik om alle online informatie onbetrouwbaar te maken. In het geval van kritiek op sociale media zal dat de techsector allicht goed uitkomen; misschien wordt generatieve AI wel net om die reden in de markt gepusht.


15 – Een AI-chatbot over sociale media

Dus: informatie over de nadelige gevolgen van sociale media is ruim beschikbaar en eenvoudig te vinden. Is er ook nog positieve informatie? Ik vraag aan MS Copilot naar bronnen die positieve kenmerken van sociale media beschrijven, en naar een samenvattende tekst (met correctie van enkele ergerlijke gebruiken, zoals het schrijven van hoofdletters in titels, en achter een dubbele punt). Dit is het resultaat:

De positieve kracht van sociale media: verbinding, inspiratie en groei

Sociale media worden vaak bekritiseerd vanwege hun impact op mentale gezondheid, privacy en concentratievermogen. Maar dat is slechts één kant van het verhaal. In werkelijkheid bieden platforms als Instagram, Facebook, TikTok, LinkedIn en X (voorheen Twitter) ook een scala aan positieve mogelijkheden die ons leven kunnen verrijken—mits bewust en constructief gebruikt. Merk op dat Facebook indertijd begonnen is met die 'positieve' mogelijkheden, maar daar geleidelijk functies heeft aan toegevoegd die uiteindelijk de ellende veroorzaken; zie De kwalijke groei van Facebook.

Verbinding en gemeenschap

Een van de meest fundamentele voordelen van sociale media is het vermogen om mensen met elkaar te verbinden, ongeacht geografische afstand. Dat is in feite de kernfunctie.

Familie en vrienden: mensen blijven in contact met dierbaren, zelfs als ze aan de andere kant van de wereld wonen. Hoewel dat altijd al kon, per telefoon.
Gemeenschappen: sociale media bieden ruimte voor nichegroepen—van hobbyisten tot mensen met zeldzame aandoeningen—om elkaar te vinden en ervaringen te delen.
Steungroepen: platforms zoals Reddit en Facebook herbergen duizenden groepen waar mensen steun vinden bij mentale gezondheidsproblemen, rouw, verslaving of chronische ziekte.

> Volgens Maastricht University hangt de impact van sociale media sterk af van hoe ze gebruikt worden. Positief gebruik kan het welzijn juist versterken. Zie sectie 2.

Zelfexpressie en creativiteit

Sociale media zijn een podium voor zelfexpressie. Ze stellen mensen in staat hun stem te laten horen, hun werk te tonen en hun identiteit te verkennen.

Creatieve uitlaatklep (werk tonen): kunstenaars, schrijvers, muzikanten en makers gebruiken sociale media om hun werk te delen en feedback te krijgen. 'Delen' betekent hier 'pushen'. Over de voor- en nadelen van 'push' en 'pull' schrijf ik nog ooit een artikel.
Activisme (stem laten horen): sociale media zijn een krachtig middel voor sociale en politieke bewegingen. Denk aan #MeToo, Black Lives Matter of klimaatprotesten. Zowel positief als negatief. In elk geval ontwrichtend.
Persoonlijke groei (identiteit verkennen): door te posten, reflecteren mensen op hun leven en ontwikkelen ze digitale vaardigheden zoals storytelling, fotografie en videobewerking. (1) Reflecteren op je leven deed je vroeger met een dagboek, en met gesprekken. Waarom moet dat allemaal online? Waar je bovendien riskeert dat alles op straat ligt? (2) Die digitale vaardigheden produceren vooral massa's foto's en filmpjes die een paar dagen leven en dan nooit meer bekeken worden. Dankzij technische innovaties worden die foto- en filmbestanden wel steeds groter, waardoor ze meer en maar energieslurpende datacenters vereisen.

Educatie en informatie

Sociale media zijn ook een bron van kennis, mits je weet waar je moet kijken (en waar niet!).

Toegang tot experts: wetenschappers, artsen en docenten en charlatans delen inzichten via threads, video's en livestreams.
Microlearning: korte educatieve content (van leerrijk tot ronduit schadelijk) op TikTok of Instagram Reels maakt leren laagdrempelig en leuk. 
Actualiteit: gebruikers blijven op de hoogte van (fake) nieuws en trends, vaak sneller dan via traditionele media.

gevolgenvan.nl benadrukt dat sociale media snelle toegang tot informatie en educatie mogelijk maken, wat vooral jongeren ten goede komt. gevolgenvan.nl heeft het evengoed over de nadelen van sociale media.

Hier wordt m.i. iets te gemakkelijk gewezen op positieve effecten, zonder te wijzen op aspecten die de positieve effecten tenietdoen. Als je echt en fake nieuws mengt wordt het moeilijk om het verschil te zien. Je kan niet kiezen tussen nuttige en schadelijke inhoud; die komen samen. Mediawijsheid aanleren om het verschil te zien is een typische 'oplossing' die negativiteit negeert in plaats van weert. 

Professionele ontwikkeling

LinkedIn en andere platforms bieden kansen voor carrièreontwikkeling en netwerken.

Netwerken: Professionals kunnen connecties leggen, vacatures vinden en hun expertise tonen (of faken).
Persoonlijk merk: Zelfstandigen en ondernemers bouwen een online reputatie op die klanten aantrekt.
Mentorschap: Er ontstaan mentorrelaties en kennisdeling tussen generaties en sectoren.

Zoals in alle netwerken wordt ook op LinkedIn gegoocheld met schone schijn en mouwvegerij, zij het dan op professioneel in plaats van persoonlijk vlak. Op netwerk-events had je wel nog echt contact. En een hapje en een drankje. De gebruikelijke kliekvorming heb je online uiteraard ook.

Positieve invloed op welzijn

Hoewel sociale media ook stress kunnen veroorzaken, is er bewijs dat ze juist ook welzijn kunnen bevorderen.

Inspiratie: Positieve content zoals quotes, mindfulness-video's en succesverhalen kunnen motiveren.
Herkenning: Mensen voelen zich minder alleen wanneer ze zien dat anderen soortgelijke ervaringen hebben.
Humor en ontspanning: Memes, grappige video's en luchtige content bieden een mentale pauze.

psycholoog.nl stelt dat actief en bewust gebruik van sociale media het welzijn kan versterken, vooral wanneer het draait om verbinding en inspiratie.

(1) Ook hier een focus op positieve aspecten, zonder rekening te houden met schadelijk inhoud die de positieve aspecten ondergraaft. (2) Ook psycholoog.nl belicht beide kanten: Sociale media: 7 tips om je gebruik ervan te verminderen.

Bewust gebruik: de sleutel tot positieve impact

De positieve effecten van sociale media komen niet vanzelf. Het draait om intentie en balans. Hier zijn enkele tips:

– Volg accounts die je inspireren of informeren.
– Beperk passief scrollen en kies voor interactie.
– Neem af en toe een digitale pauze.
– Reflecteer op hoe sociale media je laten voelen (syntaxprobleempje).

Conclusie

Sociale media zijn geen zwart-wit fenomeen. Ze kunnen destructief zijn, maar ook buitengewoon verrijkend. Door bewust te kiezen hoe en met wie we online omgaan, kunnen we sociale media inzetten als een krachtig instrument voor verbinding, groei en inspiratie.

Nogmaals: (1) de initiële functies van Facebook waren positief, en net die worden hierboven beschreven, maar over de toegevoegde functies, die geldhonger moesten stillen (zie De kwalijke groei van Facebook), wordt hier met geen woord gerept; (2) ook dat producenten van foutieve informatie vrij spel krijgen op sociale media, en daarmee de positieve functies uithollen, wordt niet vermeld. Negativiteit vermindert niet door positiviteit te benadrukken.