Klassiek voorbeeld: de voorrang van rechts gooit twee verschillende aspecten op een hoopje, nl. voorrangsregeling en snelheidsregeling. De gemeentelijke overheden gebruiken de voorrang van rechts bij wijze van snelheidsbeperking, ook al is er geen voorrangsprobleem. Gebrekkige aspectscheiding genereert vooral bijkomende problemen…
Een zekere Hans Selye definieert rond 1930 het 'aanpassingssyndroom', en hernoemt het later tot 'stressrespons'. Een eerder recente website vergelijkt dit met burn-out. Een bewijs is er niet echt, maar het idee blijft kleven.
De corona-pandemie heeft een interessante aandoening opgeleverd: long covid. Onderzoeken daarvan maken geleidelijk duidelijk dat syndromen als long covid, burn-out, ME/CVS, en mogelijk zelfs depressie, tot één groep behoren, nl. vermoeiingsaandoeningen, met uiteraard vermoeidheid als gemeenschappelijk kenmerk.
Kapitalisme zou de motor zijn van de vooruitgang? Dan denk ik dat die nog op zware diesel draait, en regelmatig hapert. Een interview met libertariër Johan Norberg is een goede aanleiding voor een kritische blik op enkele rechtse 'ismen', die onvermijdelijk weer vragen oproept over de termen links en rechts, en een axioma over basale fouten genereert.
Is het mogelijk dat we een mentaal probleem kunnen oplopen net door erover te (horen) praten? Over soma en psyche, beïnvloeding van je innerlijk, de gevaren van digitalisering, en het succes van neoliberalisme.
In het artikel Normen en taalevolutie moest ik concluderen dat het Standaardnederlands op sterven na dood is, en dat een procedure voor het onderhoud van de standaardtaal niet bestaat; een vlag-en-ladingprobleem met de term 'norm' ligt aan de basis van het euvel. Wat later dook een nieuwe bron op die betrouwbaar leek, dus ging die onder het fileermes. Helaas, pindakaas, ik zag alleen mijn vrees bevestigd. De consequentheid waarmee het misverstand door een gerenommeerde taalexpert wordt bestendigd is verbazend. Ik hoop maar dat één en ander ondoordacht is.
Ergens in de analyse omtrent "Normen en taalevolutie" vroeg ik mij af of taalwetenschappers onze taal niet nog complexer maken dan ze al is. Enkele reacties op een vreemde uitspraak in een interview met een bekende schrijfster dragen nog bij aan die stelling. Tegelijk constateer ik ook weer dat artikelen die elkaar in gang steken best interessante stof voor analyse opleveren.
De noemen/heten vergissing is al jaren een bron van debat. Ik constateer dat linguïsten een onverwacht actieve rol spelen in deze 'oenoemdegij'-kwestie, net zoals in de Nederlandse casus 'hun hebben'. Een diepgeworteld vlag-en-ladingprobleem speelt een grote rol in de misverstanden, naast het negeren van de procedure die taalwijzigingen laat doorsijpelen naar de taalnorm, als die tenminste nog bestaat. Eén en ander lijkt de Taalunie niet te deren. Een sociotechnisch drama ontrafeld.
Gaan innovaties het klimaatprobleem oplossen? De gebroeders Grimm hadden er wel weg mee geweten. De vraag is alvast aanleiding tot een interessant artikeltrio. Buiten enkele serieuze basale fouten zien we ook een voorbeeld van hoe polarisering ontstaat, en wat we daarmee aan moeten.
Vlag-en-ladingproblemen, al dan niet op basis van gebrekkige aspectscheidingen, heb je in allerlei vormen, sommige openlijk, andere bedekt. De schoolresultaten van anderstalige leerlingen aangrijpen om meer waardering te vragen voor een allochtone achtergrond is zo'n bedekte vorm. Ook wetenschappers maken basale fouten. Om nog te zwijgen van AI-chatbots.
Het zoveelste artikel over taalperikelen? Niet echt. Hier zitten een paar nieuwe elementen in. Over enkele eigenaardigheden van het Nederlands, een gevecht tussen geslachten, het belang van logica (naast basale fouten), en de valkuilen van online taaladvies.