Euthanasie en levensmoeheid
Inleiding
In februari 2024 verscheen het boek Doodgewoon van Barbara Ceuleers, dochter van Jan Ceuleers, die koos voor euthanasie in november 2020 in plaats van te wachten op de aftakeling door de ziekte van Alzheimer, een vorm van dementie. Uit het boek en een daarop volgend interview bleek dat Jan Ceuleers "te vroeg moest gaan om niet te laat te zijn". De wet eist immers wilsbekwaamheid van de patiënt om te kunnen kiezen voor euthanasie, maar die wilsbekwaamheid verdwijnt geleidelijk bij dementie en andere neurodegeneratieve aandoeningen, dus wie te lang wacht kan geen euthanasie meer aanvragen. In maart 2024 reageerde Hilde Crevits op dit geval in een interview in De Zondag, dat door Knack werd overgenomen.
Begin april '24 hield CM-CEO Van Gorp in diezelfde sfeer een pleidooi voor het vereenvoudigen van euthanasie bij levensmoeheid, dat vervolgens een reeks reacties in de media teweegbracht. Verderop fileer ik er een aantal. Meteen wil ik wijzen op het gevaar van gebrekkige aspectscheiding: waarover gaat het precies? Dementie of levensmoeheid? Of een 'voltooid leven'? Die verschillende situaties lopen nogal eens door elkaar. De reeks hieronder is een reactie op Van Gorp's opinie m.b.t. levensmoeheid. De andere basale fout die hier een grote rol speelt is symptoombestrijding; zie verder.
Het interview met Crevits (sectie 1 hieronder) maakt wel iets duidelijk van het standpunt van de CD&V, dat sinds die tijd, voorjaar 2024, blijft doorwerken in de behandeling van een wijziging van euthanasie bij dementie. De CD&V organiseerde voorjaar 2026 studiedagen voor de opstelling van een ontwerptekst daarover, die zelf volgden op het advies in december 2025, van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek, dat pleit voor een uitbreiding van de euthanasiewet. In april 2026 bevestigde minister Annelies Verlinden (CD&V) dat zij de wet effectief wil herzien. Maar tegelijk staat ze op de rem, geheel conform het CD&V standpunt (zie sectie 1). Een gesprek in De Afspraak van 21-04-2026, samen met Barbara Ceuleers, maakt dat pijnlijk duidelijk. De CD&V lijkt gewoon geen euthanasie te willen steunen, en houdt het been stijf zonder dat toe te geven. Verlinden mag het allemaal uitleggen, en doet dat ook, maar wordt geleidelijk de kop van Jut, wat in deze omstandigheden te verwachten is. Tegen het begin van de zomer 2026 krijgt Verlinden's gedrag zelfs veel kritiek in de regering, en wordt het uitgesmeerd in de media.
Maar nu terug naar de analyse hieronder, over diverse aspecten van euthanasie bij levensmoeheid. In het overzicht vormen de titels koppelingen naar de betreffende secties; elke sectietitel is een koppeling naar het bronartikel. Schuine tekst is brontekst, klein groen is mijn commentaar, vet groen (behalve tussentitels) zijn koppelingen naar achtergrondinformatie.
Overzicht
1 – Hilde Crevits: 'CD&V wil euthanasiewet uitbreiden, maar niet holderdebolder' – De Zondag / Knack, 10-03-2024 – De aanleiding voor dit interview was het boek Doodgewoon van Barbara Ceuleers; het is zelf blijkbaar de aanleiding voor een reactie van de CEO van CM (sectie 2), en een reeks van vervolgartikelen dáárop.
2 – CM-voorzitter Luc Van Gorp: "Veel ouderen zijn levensmoe. Waarom zou je zo'n leven nog per se willen rekken?" – Pieter Lesaffer, De Standaard, 08-04-2024 – Prachtig voorbeeld van "een steen in de kikkerpoel gooien". En of er dan gekwaakt wordt.
3 – Sammy Mahdi (CD&V) over euthanasie bij levensmoeheid: 'We zouden ouderen op een podium moeten zetten, in plaats van hen af te danken' – Tex Van Berlaer, Knack, 08-04-2024 – Een interview met Van Gorp verschijnt 's morgens in De Standaard, en Mahdi reageert 's middags in Knack… Waar zit de dirigent in deze orkestratie? Mahdi zingt overigens hetzelfde liedje als Crevits.
4 – 'Waarom willen 80-plussers dood? Genoeg hebben van je leven is iets anders dan er klaar mee zijn' – Ann Peuteman, Knack, 09-04-2024 – Over het verschil tussen een voltooid leven en levensmoeheid.
5 – 'Wat doet een bedrijf met personeel dat te veel kost? Afvoeren. En een ziekenfonds?' – Hans Geybels, Knack, 11-04-2024 – Het neoliberaal model doorgetrokken in het levenseinde.
6 – Na de uitspraken van Luc Van Gorp: welk debat is nu precies op gang getrokken? – Ignaas Devisch, De Standaard, 11-04-2024 – Devisch laat zijn licht schijnen op de problematiek, maar laat een steek vallen.
7 – "Ik ben 96 en blijf maar leven en graaien in de ziekenkas": lezers reageren op uitspraken Van Gorp – De Standaard, 13-04-2026 – Enkele lezersreactie uit de lucht geplukt.
8 – Hoe praat je over het levenseinde? "Gun jezelf domme opmerkingen" – Simon Demeulemeester, De Standaard, 13-04-2024 – Over diverse aspecten van levensmoeheid.
9 – Er zijn grenzen aan behandelen, aan genezen en aan het leven: soms moeten mensen gewoon kunnen sterven – Philippe Meersseman en Greet De Cock, De Standaard, 16-04-2024 – Een schitterend pleidooi tegen therapeutische hardnekkigheid.
Voor meer en recentere informatie kan je bv. terecht bij VRT NWS over euthanasie, met diverse interessante bronnen.
1 – Hilde Crevits: 'CD&V wil euthanasiewet uitbreiden, maar niet holderdebolder'
In een interview met De Zondag kondigt Vlaams vice-minister-president Hilde Crevits (CD&V) aan dat haar partij ook vindt dat de euthanasiewetgeving moet worden uitgebreid naar mensen met dementie. Verruiming van de abortuswet naar 18 weken ziet ze niet zitten.
Op vraag van De Zondag of het tijd is voor een uitbreiding van de euthanasiewetgeving, antwoordt Crevits bevestigend:
'Ja. Mijn partij wil dat debat voeren en ik sta daar helemaal achter (waar achter? de uitbreiding of het debat…?). Er zit immers een hiaat in de wetgeving. Je kan maar euthanasie aanvragen als je volledig wilsbekwaam bent, waardoor dat soms te vroeg gebeurt (zoals bij Hugo Claus, 79, en Jan Ceuleers, 85, beide omwille van Alzheimer). Dat moeten we veranderen.' Crevits wil dus vermijden dat euthanasie te vroeg wordt aangevraagd. Dat lijkt mij eerder een inkrimping dan een uitbreiding. Worden we voor de gek gehouden?
Hoe ver wil ze gaan? Zover als de liberalen, vraagt De Zondag, die willen dat iedereen zijn levenseinde kan neerschrijven in een wilsverklaring, en dat niet alleen bij dementie?
Crevits: 'Dat vind ik heel moeilijk. Waarmee ze eigenlijk bedoelt : "over mijn dood lijk". De bestaande wetgeving voorziet al mogelijkheden en wij openen nu de deur (…) voor mensen met dementie, omdat daar iets niet klopt. Ik vind dat er soms te makkelijk wordt gesproken over euthanasie. Ze wil het inperken… Alsof dat de enige manier is om menswaardig te sterven. Dat is niet zo! Voor mij is een juiste balans heel belangrijk. Als je over euthanasie praat, moet je ook over betere palliatieve zorgen praten. Ze wil meer palliatieve zorg en minder euthanasie. Wat ik niet wil, is dat mensen naar euthanasie grijpen omdat ze niemand tot last willen zijn.' Dat lijkt mij anders niet per se een foute reden voor een hulpbehoevende.
Dat haar partij de uitbreiding onderschrijft, is geen 'bocht voor de galerij', zegt ze, zoals Freya Van den Bossche (Vooruit) het noemde. Ik ben blijkbaar niet alleen met mijn bedenkingen.
'Dat we dit debat voeren, is omdat we een aanpassing willen. En als het effe kan een inperking? Anders zouden we wel zwijgen. Maar we gaan dat niet holderdebolder doen. Of dat deze legislatuur nog zal lukken? Neen. Wij gaan niet klakkeloos aanvaarden wat vandaag op tafel ligt, want dat houdt te weinig rekening met de kwaliteit die het leven nog kan bieden.' Het is godgeklaagd dat de politiek, als het over euthanasie gaat, ineens moet bepalen wat kwaliteit van het leven is.
Abortus
Dat stukje laat ik weg, bij gebrek aan een duidelijk verband tussen euthanasie en abortus (tenzij de CD&V de beide zou 'koppelen', maar daar wordt in het artikel geen gewag van gemaakt).
Lees het volledige interview in De Zondag, met de discussie in haar eigen familie over het levenseinde, met een balans van het werk van de Vlaamse regering, en met haar kritiek op Bart De Wever ('Je kan niet blijven weglopen!'), via deze link. Voor wie zijn (of mijn…) bedenkingen wil bevestigd zien: lezen!
2 – CM-voorzitter Luc Van Gorp: "Veel ouderen zijn levensmoe. Waarom zou je zo'n leven nog per se willen rekken?"
De vergrijzing wordt een van de grootste uitdagingen van de komende jaren. CM-voorzitter Luc Van Gorp pleit daarom voor radicale oplossingen, tot en met de mogelijkheid om uit het leven te stappen voor wie levensmoe is.
Pieter Lesaffer, 8 april 2024
In ons land zal het aantal 80-plussers verdubbelen tegen 2050. Dan zal een op de tien Belgen ouder dan 80 jaar zijn, ofwel een stijging van zo'n 640.000 vandaag naar 1,2 miljoen. Daarmee stijgt ook de financiële druk op alles wat voor hen nodig is, van gezondheidszorg tot medicatie en woonzorgcentra. En de begroting gaat nu al in het rood.
"Het is een misvatting dat je de vergrijzing alleen kunt aanpakken door er meer geld tegenaan te gooien", zegt Luc Van Gorp, voorzitter van de CM (Christelijke Mutualiteit). Zijn studiedienst heeft een onderzoek gedaan naar het gezondheidsprofiel van de oudere CM-leden. Van Gorp grijpt dat aan om te pleiten voor "een radicaal andere aanpak", zoals hij het zelf noemt. Met als centrale idee: laten we het niet meer hebben over langer leven op zich, maar uitgaan van de kwaliteit van leven. Ik heb het zo'n dertig jaar geleden al gezegd: is een waardevol leven niet belangrijker dan een lang leven? Trouwens, hoe langer het leven, hoe minder waardevol het wordt…
"Artsen en andere gezondheidswerkers doen nu ontzettend hun best om iedereen langer te laten leven, maar met welk doel? De eed van Hippocrates navolgen? Financieel gewin? Langer leven is toch geen doel op zich? Het moet toch in de eerste plaats gaan over de vraag: hoelang kan ik nog kwaliteitsvol leven?" Ik ben dus geneigd het met hem eens te zijn, maar dat geldt ongetwijfeld niet voor iedereen.
Iedereen wil toch dat zijn ouders en grootouders zo lang mogelijk blijven leven?
"Maar willen die mensen dat zelf? Soms is het zelfs omgekeerd: erfgenamen die iemand dood willen… En wat hebben ze daarvoor nodig? Die vragen worden te weinig gesteld. Sommige 80-plussers zullen helemaal niks nodig hebben om kwaliteitsvol ouder te worden. Die zullen zelfs anderen kunnen ondersteunen, door hen bijvoorbeeld gezelschap te houden. Anderen hebben net heel veel zorg nodig, en die moeten we – voor alle duidelijkheid – ook blijven geven (God verhoede (met de CD&V) dat we gaan nadenken over de economische waarde van een mensenleven). Maar wat met de categorie van ouderen die maximale zorgen krijgen, maar die nog steeds niet de kwaliteit van leven hebben die zijzelf wensen? Die vraag wordt veel te weinig gesteld." Een nichemarkt? Zouden ze daar cijfers over hebben? Eerlijk gezegd denk ik niet dat dit over veel mensen gaat. Wie ouder wordt past zijn verwachtingen aan, en kan tevreden zijn met een minder waardevol leven. Maar dat verandert de problematiek echter niet: wie zijn wij om iemand te beletten om heen te gaan?
Wat is het antwoord op die vraag?
"Er is nu al een regeling voor euthanasie, die is heel strikt en wettelijk vastgelegd. Dat werkt ook goed voor wie ondraaglijk lijdt. Maar daarnaast zou er ook een zachtere vorm moeten zijn, voor mensen die het gevoel hebben dat hun leven voltooid is. Denk maar aan Lutgart Simoens, de radiopresentatrice die vier jaar geleden is overleden. Zij zei: 'Voor mij hoeft het allemaal niet meer.' En zij is lang niet de enige. Veel ouderen zijn levensmoe. Waarom zou je zo'n leven nog per se willen rekken? Die mensen willen dat zelf niet, en als het dan toch over budgetten gaat: het kost de overheid alleen maar geld." (1) Wat ik hierboven bedoelde. (2) Budgettering erbij halen lijkt mij geen goed begin van een waardevol gesprek. Of moet de CM geld toeleggen op hulpbehoevende ouderen?
En dus moet je hen een soort legale hulp bij zelfdoding aanbieden?
"Zelfdoding is een te negatieve term. Ik zou het veeleer noemen: het leven teruggeven. Je kan niet teruggeven wat je niet hebt afgenomen, toch? Ik weet dat het gevoelig is, maar we moeten dat debat echt durven te voeren. We hebben in de loop van de geschiedenis de dood in een apart vakje gestoken. Dat is iets voor de zwarte uniformen, tegenover de witte uniformen die de levenden verzorgen. Maar die twee werelden lopen door elkaar, de dood is een deel van het leven." Praktijk en theorie tegelijk.
Dat is inderdaad een radicale aanpak. Huh? Welke aanpak, en hoezo is die radicaal? Klopt iets niet.
"We gaan nu verkrampt om met de dood, maar dat hoeft niet zo te zijn. Vraag het ook aan de mensen zelf. Sommige kankerpatiënten krijgen op het einde van hun leven bijvoorbeeld nog zware, dure medicatie om hun leven met enkele dagen te rekken, soms zelfs letterlijk enkele uren. Werkelijk? Maar is dat echt wat die patiënten op dat moment zelf willen? Die medicatie kost heel veel en daar staat nauwelijks kwaliteit van het leven tegenover." Dit zijn de evidente gevallen. Het probleem ligt eerder bij de minder evidente. Probleem: gebrekkige aspectscheiding. Je kan proberen iets door te voeren aan de hand van de evidente gevallen, maar de tegenpartij zal de minder evidente gebruiken om daar tegenin te gaan. Het zou dus dom zijn om dat onderscheid niet te maken.
De betaalbaarheid van de gezondheidszorg wordt een belangrijk thema in de verkiezingen. Hoeft de volgende regering dan niet extra te investeren?
"Integendeel, er moeten zo veel mogelijk middelen naar gezondheid en de gezondheidszorg gaan (en dus ook naar de CM), op voorwaarde dat dat meer levenskwaliteit biedt (om de subsidie te verantwoorden). Maar hoeveel je uiteindelijk investeert, het zal niet volstaan (méér geld geraakt altijd op). Er is gewoonweg niet genoeg zorgpersoneel om het werk gedaan te krijgen (dan hebben ze het zorgpersoneel eerst weggejaagd met managerialisme). Nu al staan ziekenhuiskamers leeg omdat er niet genoeg verpleegkundigen en artsen zijn. De thuisverpleegkundigen, bijvoorbeeld, krijgen het budget dat de ziekteverzekering voorziet niet op, omdat ze niet met genoeg zijn. Maar de zorgen van de ouderen blijven natuurlijk dezelfde, en zo komt er extra druk op de woonzorgcentra." Waar er al even weinig artsen en verpleegkundigen beschikbaar zijn.
Die woonzorgcentra trokken ook al aan de alarmbel. Zij willen bijbouwen om zich op die vergrijzing voor te bereiden. Zij willen bijbouwen om meer geld binnen te rijven.
"Maar hebben we al die extra woonzorgcentra wel nodig? Louter kamers bijbouwen zonder iets te doen aan het personeelstekort is geen houdbaar model. De investeringsgroepen zullen wel personeel gaan zoeken in het buitenland, zeker? Ik mis in de ouderenzorg de waarom-vraag. Die mis ik overal. Waarom doen we de zaken zoals we ze nu doen? Hierop komt vaak geen antwoord. In een woonzorgcentrum moet je soms als enig personeelslid instaan voor dertig bewoners. Alle respect voor de mensen die zich keihard inzetten, maar dat is toch niet menselijk?"
"Als er in bepaalde woonzorgcentra dieren zouden wonen in plaats van mensen, dan had Gaia al lang een klacht ingediend en werden die onmiddellijk gesloten. Ho maar. Serieus? Dus waarom nog meer op eenzelfde manier investeren? Is dat een nuttige waarom-vraag? Morgen is er helemaal niemand meer die zo wil werken. En straks zijn er misschien ook geen ouderen meer om er te wonen. Want wie wil nog naar een woonzorgcentrum als de kwaliteit van leven niet centraal staat?" Te kort door de bocht. Veel te kort. Over de berm…
Het is gemakkelijk gezegd, maar voor de allerlaatste zorg zal zo'n woonvorm toch altijd nodig blijven?
"Als ouderen medische zorgen nodig hebben, dan kunnen ze toch beter naar een ziekenhuis gaan? Nu schuiven artsen en ziekenhuizen die verantwoordelijkheid te gemakkelijk door. Ik vergelijk de ouder wordende mensen weleens met een berg vlees. Die berg komt eerst in de gezondheidszorg terecht. Artsen en ziekenhuizen gaan daarmee aan de slag en verdienen daar goed aan, maar zodra dat vlees wat begint te stinken, schuiven ze het door naar de ouderenzorg. Is iets van. Maar de vergrijzing is niet alleen de verantwoordelijkheid van de mensen die in de ouderenzorg werken (huh?)." Vlag-en-ladingprobleem: met 'vergrijzing' bedoelt hij 'ouderenzorg'. Blijkbaar had iemand een probleem met twee keer 'ouderenzorg' in dezelfde zin, maar het verschil tussen vergrijzing en ouderenzorg is wel groot. Dus beter zo: "de ouderenzorg is niet alleen de verantwoordelijkheid van de mensen die daar werken".
3 – Sammy Mahdi (CD&V) over euthanasie bij levensmoeheid: 'We zouden ouderen op een podium moeten zetten, in plaats van hen af te danken'
Tex Van Berlaer, Knack, 08-04-2024, bijgewerkt: 17-04-2024
Kwaliteit boven kwantiteit. Volgens Luc Van Gorp, voorzitter van het CM Gezondheidsfonds, is het hoog tijd voor een debat over euthanasie voor mensen die levensmoe zijn. Dat zegt Van Gorp niet alleen om ethische redenen, maar ook vanwege de centen. Tegen 2050 zijn er 1,2 miljoen 80-plussers in België, dubbel zoveel als vandaag. Moeten we als samenleving ieder leven zo lang mogelijk rekken? 'Veel ouderen zijn levensmoe', aldus Van Gorp in Het Nieuwsblad. 'Die mensen wíllen hun leven niet rekken, en als het dan toch over budgetten gaat: het kost de overheid alleen maar geld.' Toch wel een kanjer van een gebrekkige aspectscheiding. Hier worden 1.2 miljoen 80-plussers op een hoop gegooid, alsof ze hun leven moe zijn. Lees even mee. Van Gorp heeft het inderdaad over "mensen die levensmoe zijn", en zegt ook "veel ouderen zijn levensmoe". Maar hoeveel er dat zijn zal hij allicht ook zelf niet weten; hij heeft wel een visie op de problematiek van euthanasie, specifiek voor mensen die levensmoe zijn. De auteur wijst vervolgens op het aantal van 1.2 miljoen 80-plussers (weliswaar pas in 2050, maar het getal is toch maar genoemd), en suggereert daarmee dat die allemaal potentieel levensmoe zijn. De vraag of we als samenleving ieder leven zo lang mogelijk moeten rekken onderstreept dat grote aantal kandidaten nog eens, en wil tegelijk de legitimiteit van Van Gorp's visie testen.
Het is een redenering die CD&V-voorzitter Sammy Mahdi niet aanstaat. 'In een discussie over de kosten van de vergrijzing spreken over euthanasie voor wie levensmoe is? Dat komt heel hard binnen bij mij.' Dat is uiteraard niet verwonderlijk, gezien het CD&V-standpunt. Of Mahdi daar persoonlijk een probleem mee heeft speelt zelfs geen grote rol. (1) De CD&V is tegen euthanasie (ook al willen ze dat niet zo gezegd hebben; zie ook sectie 1), omdat een paar kopstukken binnen de partij op dat vlak het been stijf houden (Vlaanderen moet wachten tot die zelf het leven moe zijn). (2) Als bovendien iemand suggereert om een ouderling te laten sterven om kosten te besparen is het hek helemaal van de dam; dat is voor CD&V het gedroomde argument om de euthanasie zelf aan te vallen.
Gezien de enorme uitdagingen die op ons afkomen, lijkt het toch verstandig om de discussie aan te gaan?
De auteur lijkt het kostenaspect te verdedigen; voor Mahdi uiteraard olie op het vuur. Sammy Mahdi: Iedereen mag het debat voeren, maar dan moeten we het breder trekken. Ik spreek met jongeren van 20 die levensmoe zijn, het is gevaarlijk om dat te verengen tot euthanasie. (1) Van Gorp heeft het over ouderlingen die levensmoe zijn. Mahdi wil dat opentrekken tot aan jongeren die levensmoe zijn. Hij heeft in feite een punt; ik vermoed echter dat hij het probleem wil verzwaren om het moeilijker bespreekbaar te maken. (2) Dat "verengen tot euthanasie" is wat ook Crevits bedoelde in sectie 1: er is een andere optie dan euthanasie, nl. palliatieve begeleiding. (3) Een dergelijk streng standpunt t.o.v. euthanasie biedt CD&V de mogelijkheid elementen daarvan uit te spelen in een koehandel met andere dossiers. We zitten vast in een neoliberaal model waarin mensen hard moeten werken en meedraaien in een ratrace. Klopt. Kunnen we dáár dan niks aan doen? We zijn in een slecht systeem aan het belanden, met een generatie die zowel jonge kinderen heeft als ouders met zorgnoden. Zijn generatie. Mensen krijgen dat niet voor elkaar. Is dat niet altijd zo geweest? Ouderen voelen dat ze almaar meer in de weg lopen. Ach, dát was de insteek. De vraag is niet wat ze kosten, maar wat de beste zorg is die we hen kunnen geven. Als er geen geld meer is komt de kosten-batenanalyse anders wel in het vizier.
Eigenlijk gaat dit over de plaats van ouderen binnen de samenleving?
Mahdi: Dat is hét fundament van het debat. Over opentrekken gesproken… Ik toer al maanden rond om respect te betuigen voor wat ik de 'generatie ervaring' noem. (1) We zijn april 2024. De federale verkiezingen vielen op 9 juni. Zijn respect is ook een kwestie van stemmen ronselen. (2) De ouderen die nog iets willen en kunnen doen met hun ervaring zijn niet de ouderen die levensmoe zijn. We zouden hen op een podium moeten zetten (huh?), in plaats van hen af te danken. Hun bijdrage is anders dan die van twintigers of dertigers, maar ze is even waardevol. Prietpraat. Het antwoord op levensmoe zijn mag nooit het vergemakkelijken van levensbeëindiging zijn. Ik zie opnieuw die heimelijke gebrekkige aspectscheiding, of is het zelfs erger? Hier wordt de groep van sociaal-economisch nuttige ouderen in de kijker gezet (zelfs 'te kijk' gezet, op een podium), om vervolgens daaruit af te leiden dan er geen sprake kan zijn van euthanasie omwille van levensmoeheid. Je moet maar durven.
Wat dan wel?
Mahdi: We moeten het evenwicht herstellen zodat mensen zorg kunnen dragen zowel voor hun kinderen als voor hun ouders. Nu gaan we het nog wat bonter maken. Mahdi's redenering: als we dat 'neoliberaal' model konden hervormen in een sociaal (desnoods links-liberaal?) model, dan zouden mensen met én bejaarde ouders én kinderen de sociale lasten beter kunnen dragen. Ons voorstel over familiekrediet is gebaseerd op een systeem dat in Scandinavië bestaat, waar ouders hun verlof flexibeler kunnen inzetten dan vandaag. Bovendien moet het vervangingsinkomen van zo'n verlof omhoog, want vandaag is het te veel iets voor de happy few of voor tweeverdieners van wie dan de minst verdienende thuis blijft. Ook moet er nog meer geïnvesteerd worden in mantelzorg en in vroegtijdige zorgplanning. (1) Wie heeft het nu over de financiën? Van Gorp suggereert besparingen, Mahdi suggereert extra uitgaven. Extra financiële steun en verlof vormen nochtans symptoombestrijding. Maar ja, een 'neoliberaal' model verander je niet zomaar. (2) Hier wordt een vuile techniek gebruikt: een voorstel tot besparingen (omdat er te weinig middelen zijn) wordt geblokkeerd met een voorstel voor extra uitgaven (waarvoor er evenmin middelen zijn). (3) Verder gaat het hier ook niet over een meerderheid; mensen worden immers ouder dan vroeger, dus de periode van gelijktijdige zorg voor kinderen én ouders, die al niet zo groot was, wordt nog kleiner. (4) Achterliggende gedachte: mantelzorg en vroegtijdige zorgplanning (hij maakt reclame voor zorgvolmachten?) verminderen de nood aan een oplossing voor ouderen met levensmoeheid.
Van Gorp wil de discussie aangaan, maar jullie slaan de deur meteen dicht. Voormalig CD&V-voorzitter Joachim Coens vroeg zich op X af of onze maatschappij ook op dit vlak een 'wegwerpcultuur' wordt. Is dat niet overdreven?
Mahdi: Ik heb ook meteen de link gelegd met de wegwerpmaatschappij. Een intellectueel debat? Graag, maar dat verhindert ons niet om met een scherp antwoord te komen. Alles is goed om euthanasie aan te vallen. Hoe is dat eigenlijk langs de CD&V door geraakt…?
Onlangs maakte u zelf nog een opening in het debat rond de versoepeling van euthanasie bij dementie – sommigen spraken van een bocht.
Mahdi: Wij zijn inderdaad van mening dat euthanasie bij vergevorderde dementie mogelijk moet zijn, al zijn het uiteindelijk de artsen die die beslissing moeten nemen. Wanneer mensen met dementie eigenlijk 'te vroeg' moeten sterven, omdat het anders 'te laat' is (omdat de patiënt dan niet meer wilsbekwaam is, nvdr), dan zit je met een grondig probleem. Zoals in sectie 1: dit komt neer op minder euthanasie, niet méér.
'Als er in bepaalde woonzorgcentra dieren zouden wonen, had Gaia al lang een klacht ingediend en werden die onmiddellijk gesloten', dixit Van Gorp. Als aanfluiting van het beleid van Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) kan dat tellen. Vond ik ook een lapsus van Van Gorp.
Mahdi: Ik heb van Luc Van Gorp begrepen dat hij onze visie omarmt. Toch een stukje ervan dan; hij zit immers in dezelfde zuil. De inspanningen van Hilde Crevits en haar voorganger Jo Vandeurzen (CD&V) zijn immens (ze hebben veel moeten slikken?). Ik vond het heel pijnlijk geformuleerd voor iedereen die in een woonzorgcentrum werkt. Ik heb de laatste tijd veel woonzorgcentra bezocht (verkiezingen…), ik zou toch niet zo inhakken op het prachtige werk dat daar wordt geleverd (door potentiële stemmers).
Met zijn standpunt plaatst Van Gorp zich op dezelfde lijn als gewezen Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten. Is dit het finale bewijs dat er niets meer overblijft van de christelijke zuil? How jong, een aanval op Mahdi zelf?
Mahdi: Wij gaan in dialoog met organisaties waarmee we waarden delen en hebben er ook respect voor. Maar de CD&V is niet meer de hyperverzuilde politieke partij die kandidatenlijsten vormt op basis van wat bevriende organisaties zeggen. Daar heb ik al lang werk van gemaakt (alsof hijzelf daarvoor gezorgd heeft…).
4 – 'Waarom willen 80-plussers dood? Genoeg hebben van je leven is iets anders dan er klaar mee zijn'
Ann Peuteman, Knack, 09-04-2024
Moeten ouderen die levensmoe zijn vlot uit het leven kunnen stappen? 'Laten we er eerst maar eens voor zorgen dat mensen in optimale omstandigheden oud en zorgbehoevend kunnen worden', schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman in haar column De Zoetzure Dinsdag. Twee totaal verschillende facetten van het leven. Neigt al naar gebrekkige aspectscheiding.
Volgens CM-voorzitter Luc Van Gorp moeten ouderen hun leven kunnen beëindigen als ze vinden dat het voltooid is. Hij verwijst daarbij onder meer naar wijlen Lutgart Simoens, die in de zomer van 2019 in Knack een vurig pleidooi hield om te mogen sterven op het moment dat ze dat zelf wou. In haar geval was er inderdaad sprake van een voltooid leven. Ze was er simpelweg klaar mee. 'Ik tel mijn zegeningen: mijn kinderen, de radio, de liefde. Ik ben gelukkig met het leven dat ik heb mogen leiden', vertelde ze me. 'Als je 91 bent, heb je niet veel meer te verwachten. Hoogstens een vonkje hier en daar.' Alvast een positieve inleiding.
Op het eerste gezicht zou je denken dat ontzettend veel tachtigers en negentigers met dat gevoel zitten. Ach? Hoezo dan wel? Of is dit enkel framing? Tot je écht met hen in gesprek gaat. Het was framing. Dan blijkt het in veel gevallen eerder om levensmoeheid dan om een voltooid leven te gaan. Toch een aspectscheiding? Wie levensmoe is, vindt niet per definitie dat zijn leven afgerond is maar wil er wel graag vanaf. Nu zijn levensmoeheid en een voltooid leven misschien wel te onderscheiden situaties, maar het gaat om het kunnen beëindigen 'als het genoeg is', ongeacht de precieze reden, dus het onderscheid lijkt mij hier niet relevant. Zo ken ik ouderen die elke avond voor het slapengaan bidden dat ze niet meer wakker zullen worden. Niet omdat ze klaar zijn met het leven maar wel omdat ze er genoeg van hebben. Of beter: ze hebben genoeg van hún leven. Achter die levensmoeheid gaan – als je de moeite doet om goed te kijken – vaak heel specifieke noden, verlangens of leemtes schuil. Nu gaan we de levensmoeheid nader bekijken. Het 'voltooide leven' wordt even geparkeerd.
De belangrijkste reden waarom ouderen aangeven dat ze niet meer verder willen leven, is fysieke of mentale aftakeling. Ze kunnen niet meer lezen of televisiekijken doordat hun ogen achteruitgaan, hun vingers zijn te stram om te schrijven, ze worden incontinent, stappen lukt niet meer zonder rollator, door gehoorproblemen kunnen ze amper nog een gesprek voeren, ze hebben constant erge gewrichtspijn en soms moeten ze letterlijk naar adem happen. Elk apart zijn die ouderdomskwalen doorgaans niet onoverkomelijk, maar allemaal samen kunnen ze wel ondraaglijk worden. Polypathologie, zoals artsen dat noemen, kan vandaag al een grond voor euthanasie zijn. Hier niks nieuws dus?
Een andere oorzaak van levensmoeheid is het grote gemis dat veel ouderen met zich meedragen. Vaak komt dat doordat ze hun partner, met wie ze na een huwelijk van soms vijftig of zestig jaar helemaal waren versmolten, zijn verloren. Anderen komen maar niet te boven dat ze afscheid hebben moeten nemen van een kind. Het doodsverlangen van Lutgart Simoens had niet alleen met haar voltooide leven te maken maar ook met haar grote verdriet: 'Is het niet genoeg dat ik moet leven met het verlies van al die mensen die ik heb liefgehad? Mijn kleindochtertje, twee van mijn kinderen, mijn broers en mijn zus, mijn eerste man, mijn partner.' Lutgart Simoens als een voorbeeld voor de rest van de wereld. De kern: te veel tegenslagen moeten verwerken kan een mens doen verlangen naar het einde.
Daarnaast gaan er achter levensmoeheid vaak mankementen schuil die we wel (voor een stuk) kunnen verhelpen. Zo blijken velen helemaal niet opgezet te zijn met de zorg die ze (niet) krijgen. Veel zorgbehoevende ouderen geven in een vroegtijdige zorgplanning of negatieve wilsverklaring, bijvoorbeeld, aan dat ze niet meer naar het ziekenhuis willen worden gebracht of niet meer gereanimeerd willen worden. 'Die is duidelijk levensmoe', zou je dan denken. Maar als je doorvraagt, blijkt er soms iets anders aan de hand te zijn: sommige ouderen willen niet meer naar een ziekenhuis doordat ze daar slechte ervaringen hebben gehad. Ze hadden het gevoel dat ze niet werden gerespecteerd of er werden hun behandelingen opgedrongen of net geweigerd. Dat geldt voor iedereen.
Zoals Leon (80), die het ontzettend vernederend vond dat hij in het ziekenhuis werd gedwongen om een luier te dragen en ook na lang aandringen geen bedpan kreeg. Iets vergelijkbaars schuilt achter de ogenschijnlijke levensmoeheid van Esther (81). Niet toevallig begon ze voor het eerst over haar doodsverlangen te praten toen haar vaste thuisverpleegkundige, die twee keer per dag bij haar langskwam, er de brui aan gaf. Sindsdien komen er steeds andere verpleegkundigen over de vloer. Dat vindt Esther niet alleen verwarrend maar ook beangstigend. Schering en inslag. Over scheefgegroeide toestanden in de thuisverpleging zou ik ook een stuk kunnen schrijven.
Luc Van Gorp heeft overschot van gelijk als hij beweert dat we (niet we, wel de ziekenhuizen) er alles aan doen om iedereen zo oud mogelijk te laten worden en daarbij te weinig oog hebben voor de kwaliteit van die extra levensjaren. Hoog tijd dat we daar iets aan doen. Door ouderen zowel in hun eigen huis als in ziekenhuizen en woonzorgcentra als volwassenen te behandelen, door hun patiëntenrechten tot hun laatste dag te respecteren, door nog meer te investeren in psychologische hulp, en ga zo maar door. Dan zal vanzelf duidelijker worden of iemand genoeg heeft van het leven of er daadwerkelijk klaar mee is. (1) De auteur vindt het blijkbaar toch belangrijk het onderscheid te maken tussen levensmoeheid en een voltooid leven. Ik zie niet hoe dat een verschil gaat maken in de visie op euthanasie. Wel OK voor voltooid leven, en niet OK voor levensmoeheid? Lijkt mij vreemd. (2) Ze heeft allicht een punt met haar aanklacht tegen de min of meer mensonwaardige behandeling van bejaarden. Dat ouderen die niet in zo'n situatie willen terechtkomen proberen dat te vermijden lijkt mij heel normaal. Of dat lukt met een negatieve wilsverklaring is een andere zaak, maar daar kan nog aan gewerkt worden. (3) Wat een mensonwaardige situatie is en wat niet, is niet afgelijnd, en opinies daarover verschillen van kind tot kind. Er zijn veel kinderen met een onvoltooide relatie met hun ouder(s); die zijn tegen euthanasie, meer voor zichzelf dan voor die ouder. (4) Je zou kunnen zeggen dat regelgeving de maatschappij volgt, en dat euthanasie pas wordt vereenvoudigd als de maatschappij er klaar voor is. Maar dat klopt niet helemaal. De maatschappij wordt immers ook gevormd door regelgeving. Wat wettelijk is vastgelegd wordt aanvaardbaarder voor iedereen (op leden van specifieke politieke partijen na). Dat zou betekenen dat ook andere criteria dan persoonlijke of partij-standpunten 'zouden moeten kunnen' in overweging genomen worden om de euthanasie-regelgeving te wijzigen. Financiële overwegingen liggen dan voor de hand, niet alleen de actuele kost om mensen in leven te houden, maar ook de extra kost om alle ouderen zodanig te verzorgen dat ze minder snel levensmoe zijn (wat de actuele kost dan weer mee verhoogt). Het is zoiets als een rattestaart: het schuurt aan alle kanten.
5 – 'Wat doet een bedrijf met personeel dat te veel kost? Afvoeren. En een ziekenfonds?'
Hans Geybels, Professor Theologie aan de KU Leuven, 11-04-2024
Voor theoloog en historicus Hans Geybels was de keuze voor de Christelijke Mutualiteiten geen kwestie van geld, maar van solidariteit. Maar nu kijkt hij toch uit naar een ander ziekenfonds.
We zijn een gezin met drie jonge kinderen. Vrienden verklaarden ons voor gek omdat we aangesloten zijn bij de CM. Zij zijn al lang veranderd, want de CM schijnt niet het beste ziekenfonds te zijn voor jonge gezinnen. Onze vrienden zijn aangesloten bij een 'ziekenkas' die het best bij hun situatie past, en bijvoorbeeld tandzorg en orthodontie voor kinderen dekt. CM doet dat niet, of ik moet extra betalen.
Onze vrienden zeggen dat ze later wel van ziekenfonds zullen veranderen, want, zo beweren ze, CM is het beste ziekenfonds voor oude mensen. Ik herinner me nog goed dat mijn echtgenote en ik de vergelijking gemaakt hebben, en inderdaad: we hebben overwogen om te veranderen. Maar al snel kwamen we allebei tot de conclusie om dat niet te doen. Gewoon om reden van solidariteit. Het ziekenfonds beschouwen wij niet als een melkkoe.
Levensmoe
En toen kwam die uitspraak van de voorzitter van de 'christelijke mutualiteit'. In een interview met Het Nieuwsblad verklaart hij dat euthanasie geen probleem mag zijn bij mensen die levensmoe zijn. Er kwamen heel wat reacties op, maar weinig van die reacties deugden, vond ik. Benieuwd wat we van deze gaan vinden. Zo is er het hele debat rond de betekenis van levensmoeheid en vanaf welke leeftijd iemand levensmoe kan of mag zijn … Er kwamen ook veel reacties van politieke partijen en enkele redactionele artikels in kwaliteitskranten die er tegen waren. Het lot van elke burger: je wordt om de oren geslaan met opinies.
Die – vergeef me – vind ik nogal hypocriet. We weten allemaal dat euthanasie bij levensmoeheid in de lijn van de verwachtingen ligt. Eerst moeten we nog euthanasie bij dementie laten passeren en dan is het aan euthanasie bij levensmoeheid. Er zal geen enkele partij zijn die daarvoor gaat liggen. Behalve CD&V dan. Dus nu met zo veel verontwaardiging reageren, dat lijkt me een beetje hypocriet. Wel een gedurfde veronderstelling, waarvoor argumenten ontbreken.
Wat me ten diepste bedroeft (zo pastoraal?; ach ja, hij is theoloog), is het feit dat mijn ziekenfonds nog altijd christelijk beweert te zijn. Dit lijkt te wijzen op een 'diep besef' van de christelijke waarden bij de auteur. Er lijkt me niets christelijks aan de redenering van de voorzitter van de CM. Oeps; ze verschillen van mening. Ook daar speelt de neoliberale tijdgeest de eerste viool: zowat elke middenveldsorganisatie die vroeger gedreven werd door een overtuiging, is verworden tot een ledenorganisatie. Het komt er voor hen op aan zo veel mogelijk consumenten te verzamelen. Zorg wordt haast een bijzaak voor de top van die organisaties. Zware gevolgtrekking wel… Het één sluit het ander bovendien niet uit.
Wat me bezorgt (?), is dat de CM meestapt in het neoliberale verhaal (welke organisatie doet dat niet eigenlijk?), het verhaal van de homo economicus, de mens als een economische realiteit – maar ook niets meer dan dat (nou, nou). We zijn trouwens al aardig gewend aan die logica. Voila. Wie spreekt er tegenwoordig nog over een personeelsdienst? Zijn het niet allemaal diensten van human resource? Mensen als grondstoffen. Resource: hij heeft een punt. Ronduit walgelijk (wijs is hij die aanvaardt wat hij niet kan veranderen), maar we zijn het al gewoon. De homo economicus is een product van de neoliberale tijdgeest, zo meesterlijk beschreven door de psychiaters Paul Verhaeghe (in zijn boek Onbehagen) en Dirk De Wachter.
Maximaal 80 jaar
Wat doet een bedrijf met personeel dat te veel begint te kosten? Afvoeren. Wat doet een ziekenfonds met leden die te veel kosten? Het spijt me dat ik het zo cru stel, maar het is helaas de realiteit. Alsof er echt geen andere oplossingen zijn. Heeft hij nu iets cru gesteld? Is mij iets ontgaan? Heeft hij willen suggereren dat een ziekenfonds leden die te veel kosten afvoert? En waarom zou hij dat dan niet gedaan hebben? Kwestie van christelijke waarden misschien?
Ik wil ook de politiek oproepen om die uitdaging niet meer op de lange baan te schuiven. Wat gaan ze doen om het probleem op te lossen? Welk probleem? De teloorgang van de christelijke zuil? Of het teveel aan levensmoede ouderen? Of het 'neoliberale model'…? Er is inderdaad te weinig geld en te weinig personeel. Maar hoe gaan ze het oplossen? Arbeidsmigratie? Besparen op andere posten? Een leven tot maximaal 80 jaar? Euthanasie misschien…?
Beken kleur en neem een duidelijk standpunt in, nog voor de verkiezingen. Doet Mahdi toch. Zo weten we als burgers wat te kiezen. Als theoloog zou ik niet twijfelen. Wellicht zijn er nog meerdere goede voorstellen om die uitdaging het hoofd te bieden, ik ben helemaal geen expert in dit domein. Ik ben gewoon uitermate teleurgesteld in mijn ziekenfonds – en ik ga eens informeren over een ander.
6 – Na de uitspraken van Luc Van Gorp: welk debat is nu precies op gang getrokken?
Ignaas Devisch vindt dat CM-voorzitter Luc Van Gorp interessante ideeën opwerpt over de zorg en de laatste levensfase. Alleen jammer dat hij alle kwesties op een hoop gooit in naam van een dreigende onbetaalbaarheid. Devisch probeert een licht te werpen op de gebrekkige aspectscheidingen.
Ignaas Devisch, Hoogleraar medische filosofie UGent en CEO van Itinera, 11 april 2024 Wat moet een hoogleraar medische filosofie in 's hemelsnaam bij de neoliberale denktank Itinera?
Luc Van Gorp, de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit, wou deze week een debat op gang trekken en dat juich ik toe. Alleen is het me niet duidelijk waarover het debat volgens hem moet gaan. Gaat het om de kosten van vergrijzing, om therapeutische hardnekkigheid of om zelfbeschikking tijdens de laatste levensfase? We doen er goed aan die thema's niet allemaal door elkaar te haspelen. Op zich een goed begin.
Kwaliteit boven kwantiteit
We moeten absoluut anticiperen op toekomstige zorgnoden, en niet alleen vanwege de vergrijzing. Als we niets doen, dreigen we af te stevenen op een zorgcrash. We kampen met een nijpend personeelstekort en stijgende wachtlijsten.
De kosten rijzen de pan uit omdat we langer leven. Dat komt door verbeterde leefomstandigheden en doordat we erin geslaagd zijn een aantal dodelijke aandoeningen om te vormen in chronische ziektes. Zeker weten; het effect is niet te onderschatten. Mensen die lang leven kosten het zorgsysteem tijdens de laatste jaren van hun leven meer geld dan mensen die vroegtijdig overlijden. Bovendien kampen we met welvaartsziekten als obesitas en diabetes, die de betaalbaarheid van de zorg verder onder druk zetten. Nee, ik zal niet beginnen over preventie.
Meer en betere preventie (lap, doet hij het zelf) van kwalen is dus broodnodig, het is tijd dat we daar werk van maken. Als dat nu nog altijd in orde is denk ik ook niet dat we daar nog ooit geraken. Maar laten we dat vooral niet alleen doen omdat de gezondheidszorg onbetaalbaar zou worden. Nochtans een goede reden. Wel omdat de levenskwaliteit anders te wensen overlaat. Hij lijkt even te negeren dat een gebrek aan middelen ook negatief inwerkt op de levenskwaliteit.
Van Gorp heeft gelijk als hij stelt dat de nadruk te veel ligt op levenskwantiteit (veel jaren) in plaats van levenskwaliteit (goede jaren). Ik denk dat het leveren van een nuttige bijdrage aan de maatschappij (en ik bedoel niet economisch) ook een rol mag spelen. Hoe meer we kunnen ingrijpen in het leven, hoe meer we onszelf de vraag moeten stellen of wat we doen (die ingrepen) nodig en wenselijk is. Niet alleen als het gaat om ouderenzorg, maar bijvoorbeeld ook bij prematuren (biedt een vroege geboorte wel kans op een kwaliteitsvol leven?), bij abortus (zet ik een kind ter wereld met zware erfelijke aandoeningen?) of bij slepende ziekten (heeft dit nog wel zin?). Interessante visie, zoals je van Devisch kan verwachten.
Het aantal ethische vragen neemt alleen maar toe naarmate de geneeskunde erop vooruitgaat. We moeten daarom leren bedachtzaam met die vragen om te gaan en de zorg daarnaar te organiseren.
Luisteren naar de patiënt
Zo komen we vanzelf uit bij de vraag wie daar dan allemaal over mag of kan beslissen. Sinds de jaren 60 heeft zelfbeschikking sterk aan belang gewonnen in de samenleving en dus ook in de gezondheidszorg. Veel patiënten willen zo veel mogelijk de regie voeren over hun leven. Inderdaad. Vandaar de toename in het aantal negatieve wilsverklaringen, als gevolg van de toenemende aandacht voor zorgplanning.
Dat botste een tijdlang met de manier waarop de gezondheidszorg was georganiseerd en met hoe artsen werden opgeleid. We komen uit een tijd waarin artsen verondersteld werden beter dan de patiënt zelf te weten wat goed was voor die patiënt. Dat werkt niet langer. Nu worden artsen breder en anders opgeleid dan voordien. Ze zijn niet meer alleen getraind in levens redden – dat is natuurlijk nog steeds hun primordiale taak – maar ook in luisteren naar patiënten. Artsen leren om samen met hun patiënten beslissingen te nemen.
Af en toe zien we nog stuiptrekkingen uit het verleden, zoals therapeutische hardnekkigheid – medische interventies plegen terwijl je weet dat er geen therapeutische winst meer te boeken valt. Ik ben het met Van Gorp eens dat we dat moeten tegengaan, zij het niet (alleen) omdat het geld kost, maar vooral omdat het de zelfbeschikking en levenskwaliteit van mensen in de weg staat. Ook een visie, maar aandacht voor het financieel aspect lijkt mij niet onterecht.
De oplossing ligt voor de hand: hoe meer je de stem van de patiënt een plaats geeft, hoe kleiner de kans dat zo'n hardnekkigheid zich voordoet en hoe prominenter levenskwaliteit op de voorgrond komt te staan. OK.
Wat is een voltooid leven?
Dan is er nog het debat over het levenseinde. Daar hebben we momenteel enkele duidelijke kaders voor: de wetgeving op euthanasie, de mogelijkheid tot palliatieve sedatie en een uitgebouwde palliatieve zorg. Die zijn allemaal gekoppeld aan een medisch uitzichtloze situatie.
We worstelen al een tijdje met de invulling van die kaders. Discussies over de uitbreiding van de wet op euthanasie voor pakweg mensen met gevorderde dementie zijn daar het bewijs van. Maar dat is een ander debat dan dat wat Van Gorp aansnijdt. Hij heeft het over levensmoeheid of een voltooid leven.
Levensmoeheid gebruiken we doorgaans bij mensen die hun leven niet langer als zinvol ervaren of in woelige mentale wateren terecht zijn gekomen. Dat kan mensen in alle leeftijdscategorieën overkomen. Voltooid leven gaat eerder om de vaststelling dat iemand klaar is met het leven terwijl diens lichaam nog voldoende sterk is om nog een tijd door te gaan. Finaal gaat het om mensen die vinden dat voortleven geen zin meer heeft. Ze zijn er simpelweg klaar mee. Dat zijn heel andere kwesties dan een medisch uitzichtloze situatie.
De deur naar zelfdoding
Als we al die kwesties op een hoopje gooien, wordt het troebel en dreigen we het debat aan te gaan met de verkeerde uitgangspunten. Het is aan de overheid om een betaalbare en kwaliteitsvolle zorg te organiseren en te anticiperen op (onder meer) de kosten van de vergrijzing. Het is aan de hele samenleving om na te denken over levenskwaliteit en een gezonde leefstijl. Het is aan de wetgever om in een goede en werkbare wet op euthanasie te voorzien. En het is aan ons allemaal om de balans te zoeken tussen zelfbeschikking en andere waarden die ertoe doen in het leven.
Het laatste wat we moeten doen, is – vanwege een dreigende onbetaalbaarheid van de zorg – de deur naar zelfdoding wagenwijd openzetten (doen we dat dan??), om vervolgens te doen alsof het om zelfbeschikking zou gaan. Als ouderen straks uit het leven stappen omdat ze horen dat ze de samenleving te veel geld kosten, is zelfbeschikking zeer ver weg. Ook de waardigheid van het leven dreigen we dan aan de kant te schuiven. En dat kan toch moeilijk de bedoeling zijn, nietwaar Luc?
Nu breekt mijn klomp. Van Devisch zou ik normaal een doordacht betoog verwachten, maar hier is hij om één of andere duistere reden door het ijs gezakt. (1) Hoe hij van een vereenvoudiging van euthanasie voor mensen met levensmoeheid uitkomt bij een open deur naar zelfdoding is mij niet duidelijk. Mogelijk is er in zijn brein ergens een vreemde schakel die deze kortsluiting veroorzaakte, of misschien zijn er enkele overgangsredeneringen per ongeluk weggelaten uit de tekst. (2) Ik zie evenmin een verband tussen horen dat je te veel kost aan de samenleving en een gebrek aan zelfbeschikking. Ook daar worden noodzakelijke stappen overgeslagen. (3) Het verband tussen (1+2) en de waardigheid van het leven is al even onbepaald. (4) Ik denk dat dergelijk haastwerk bij Devisch het gevolg moet zijn van overbelasting. Niet toevallig heeft hij ook in april '24 zijn functie als CEO van Itinera neergelegd, officieel omwille van de moeilijke combinatie met academisch werk (dus overbelasting). Mijn slecht karakter zegt dat Marc De Vos hem buitengewerkt heeft, wegens gebrek aan neoliberale drijfveren.
7 – "Ik ben 96 en blijf maar leven en graaien in de ziekenkas": lezers reageren op uitspraken Van Gorp
De uitspraken van CM-voorzitter Luc Van Gorp blijven nazinderen.
De Standaard, 13 april 2024
Levenseinde (1)
Ik ben 96 jaar oud en zuig al 36 jaar de pensioenkas leeg. Die is vervroegd op pensioen gegaan… Mijn vrouw en ik hebben acht kinderen grootgebracht, wat de 'kinderkas' een flinke duit heeft gekost en, horresco referens, ik blijf maar leven en graaien in de reservepotten van de armlastige ziekenkas. De voorzitter van de CM zal het graag horen: mijn vrouw is op 72-jarige leeftijd, een eind onder de gemiddelde levensverwachting van vrouwen, overleden, maar niet omdat zij vond dat haar leven geen zin meer had. Zij heeft niet 'gewerkt', dus geen bijdrage betaald aan de sociale zekerheid noch aan de belastingen. Wij hebben dus gulzig van het systeem geprofiteerd. Met één inkomen. Of heeft zij ook nog gestempeld?
Heel mijn leven ben ik aangesloten geweest bij de CM, vanwege de 'C'. En 96 jaar geworden; gefeliciteerd met uw keuze. Omdat ik dacht – ten onrechte, blijkt nu – dat een christelijke instelling andere normen hanteert dan geld en gewin. Zie de theoloog in sectie 5: de 'C' is niet meer wat ze geweest is.
Mijn naïviteit heeft mij in mijn (te) lange leven (te? kandidaat voor euthanasie?) al vaak teleurgesteld (huh? kortsluiting: teleurgesteld door de eigen naïviteit??), maar toen ik uitgerekend Luc Van Gorp zulke onchristelijke standpunten hoorde verdedigen, vroeg ik mij af of mijn leven nog zin heeft en of ik er, uit solidariteit, niet beter een einde aan maak. (1) Een algemeen probleem los je niet op met individuele standpunten. (2) Wat zouden ze daar bij Solidaris van denken?
Evert Cockx, Leuven En een paar van zijn acht kinderen hebben mee geschreven.
Levenseinde (2)
Wat bezielt CM-voorzitter Luc Van Gorp om zo respectloos uit te halen naar kwetsbare ouderen? Om het werk van mantelzorgers, zorgmedewerkers en vrijwilligers omzeggens zinloos te noemen? Ik begrijp zijn bezorgdheden, maar hij gooit alles op een hoop. Gij zelf ook, blijkbaar.
Bijna alle ouderen die ik 25 jaar lang heb mogen leren kennen in het woonzorgcentrum (is die niet te vroeg naar een WZC gegaan??)(ah nee, hij is vrijwilliger, geen bewoner)(je functie in het geheel bepaalt je standpunt) hadden fysieke en mentale kwetsuren (wonden?). Alle voorstellen om die kwetsuren te verzachten zijn belangrijk, maar worden beter afgemeten aan universele waarden.
Ik heb veel gelukkige, maar ook veel ongelukkige kwetsbare ouderen gekend. Ik heb zoveel liefde voor bewoners mogen (en/of moeten) ervaren van hun partner, kinderen en kleinkinderen. Ik heb zoveel inlevingsvermogen en deskundigheid mogen (…) ervaren van zorgverstrekkers. Ik heb veel pijn gezien als die mensen afscheid moesten nemen van hun oudere medemens. Het is net die pijn bij egoïstische kinderen die euthanasie zo moeilijk bespreekbaar maakt.
Ik hoop dat alle kwetsbare ouderen zelf mogen blijven beslissen over leven en sterven (alsof hij vreest dat de CM dat in hun plaats gaat doen), samen met de mensen die hen (of hun erfenis?) graag zien. Ik hoop dat hardnekkig therapeutisch handelen hen bespaard blijft. Beetje koud en warm tegelijk.
Yves Peleman Vrijwilliger woonzorgcentrum
Twee bedenkelijke persoonlijke reacties. Vind ik een eerder zwak artikel voor De Standaard.
8 – Hoe praat je over het levenseinde? "Gun jezelf domme opmerkingen"
Met zijn pleidooi voor "zachte" vormen van euthanasie voor mensen die levensmoe zijn, heeft CM-topman Luc Van Gorp het debat aangewakkerd. Maar hoe voer je zelf het gesprek over het levenseinde, van jezelf of van een naaste? Die zachtere vorm ging over het voltooide leven (zie sectie 2), niet over levensmoeheid. Of hoe gemakkelijk gebrekkige aspectscheidingen leiden tot het al dan niet opzettelijk verdraaien van uitspraken. Bijna stuitend is dit.
Simon Demeulemeester, 13 april 2024
"Drie jaar geleden gingen bij mij de alarmbellen af. Mama kwam niet meer uit haar bed, wilde niet meer eten of drinken. 'Ik wil een spuitje,' zei ze. Toen de dokter zei dat dat niet kon, antwoordde ze dat ze dan uit het raam zou springen. Mama is de 70 voorbij, heeft veel meegemaakt in haar leven. Het verlies van haar partner was er te veel aan. We hebben al veel geprobeerd: ze is opgenomen, kreeg antidepressiva (verdomme toch!), ze woonde een tijdje bij ons in, ze komt twee keer per week bij ons eten …" Ik denk dat ik in een negatieve wilsverklaring ga zetten dat ik nog liever dood ga dan antidepressiva te slikken (zie Hoe zit het nu echt met antidepressiva?). Verder gaat dit artikel over verschillende aspecten van levensmoeheid; in dat opzicht is het best interessant, en goed geschreven. Wat onduidelijk hier en daar, maar niet verkeerd genoeg om nog méér commentaar toe te voegen dan die in de hoofding; de rest hieronder is OK.
"Ze sprak ook met mensen van een palliatief team. Wat ze tegen hen zei, weet ik niet, maar onze gesprekken verlopen moeizaam. Ik vind ze frustrerend, omdat ik het gevoel heb dat alles van één kant komt. 'Ik ben geen prater,' zegt mama altijd. Ik forceer haar niet, maar kom er wel geregeld eens op terug. Na de uitspraken van Luc Van Gorp bijvoorbeeld. Ze zei dat ze nog altijd haar leven beu is, maar nu wel wil blijven gaan. Waarom, weet ik niet. Ik heb nooit gebagatelliseerd wat ze zei, vooral geprobeerd te luisteren. Toen ik haar eens zei dat haar rekker is uitgerekt en dat we die moeten proberen te herstellen, zei ze dat ik dat mooi had verwoord. Ik voel me machteloos, ja. Mijn eerste reactie was om liedjes te zoeken voor haar begrafenis, en nonkels en tantes te vragen wie iets zou willen voorlezen. 'Waar kom jij nu mee af?' zeiden ze. (lacht) Nu heb ik het een plaats kunnen geven."
Rianne Vyvey (39) getuigt rustig over de levensmoeheid van haar moeder, al onderstreept ze de machteloosheid die ze voelt. Toch vinkt ze zowat alle tips af die experts geven om tot een sereen en goed gesprek te komen over het levenseinde. De belangrijkste tip is luisteren, zegt Els van Wijngaarden, zorgethicus en universitair hoofddocent (Radboud UMC, Nijmegen). Dat deed ze zelf tijdens urenlange gesprekken met ouderen, voor haar onderzoek naar levensmoeheid. "Het is schrijnend hoe vaak ik heb moeten horen dat nog nooit iemand zo had doorgevraagd. Er was een vrouw die gek werd van de aangezichtspijn, de belangrijkste oorzaak van haar doodswens. Toen ik vroeg wat die pijn met haar deed, trok ze grote ogen. Dat had nog nooit iemand gevraagd."
Doorvragen is zo belangrijk omdat levensmoeheid een zeer ambigu gevoel is, zegt ze. "Ik zie het als een diep, ambivalent gevoel tegenover leven én dood. Ten diepste missen mensen verbinding, met zichzelf, anderen of de samenleving. Ze lijden aan het leven, maar vaak schrikt ook de dood hen af. Wie zegt dood te willen, wil soms eerder aandacht voor verdriet en eenzaamheid, of gewoon eindelijk eens kunnen praten over hoe ze hun levenseinde zien. Met open vragen, die beginnen met 'waarom' en 'hoe', kan je die gevoelens blootleggen."
Onoplosbaar
Hoed je ervoor om meteen met oplossingen te komen, benadrukt ze. "Daarmee druk je het gesprek te snel dicht. Dit soort gesprekken draaien om troost, en die bied je door te luisteren, niet door in oplosmodus te schieten. Daar hebben we het in onze samenleving, zo gericht op efficiëntie en maakbaarheid, moeilijk mee." Tegelijk, zegt Nele Van Den Noortgate, medisch diensthoofd Geriatrie van het UZ Gent, kunnen open vragen perspectief geven. "Ze dwingen je om je gevoelens te benoemen, en dat is confronterend. Zo komen mensen er soms achter wat ze wel nog hebben, wat hen vroeger zin gaf in het leven en dat dat vandaag misschien ook nog kan. Voor existentiële zielenpijn bestaan geen pillen of spuitjes. Die onoplosbaarheid moeten wij aanvaarden. Het enige wat wij kunnen doen, is ze bespreekbaar maken. En daardoor wordt die, hopelijk, wat meer draagbaar."
Kathleen Van Steenkiste, vrijzinnig consulent bij Huisvandemens in Gent, accentueert het belang van erkenning. "Bagatelliseren of gevoelens wegwuiven mag je niet doen. Dat het nu lente is en de zon weer zal gaan schijnen, daar heeft iemand die levensmoe is niks aan. Je kan niet invullen voor een ander wat een zinvol leven is. Blijf in de onmacht, tolereer die, ook al is dat lastig."
Wat wel kan, is meekijken naar wat wel nog mogelijk is. "Zoek waar wel nog zin is. Maar soms is dat er niet meer en is het leven 'op'. Durf dan te spreken over het concrete levenseinde. Maak dat tastbaar, maar leg geen woorden in de mond. Ik begin niet zelf over euthanasie. Je moet het van henzelf laten komen."
Rianne Vyvey schrok een beetje van de reacties die ze kreeg omdat ze alvast de begrafenis begon te plannen. En ook dat is prima, zegt Van Wijngaarden. "Een gouden tip: gun jezelf 'domme' opmerkingen. Heb je er het woord 'euthanasie' te snel uitgefloept? Zeg dan 'Sorry, ik had niet direct over euthanasie moeten beginnen.' Erken je beperkingen. Zeg gerust dat je jezelf dingen hoort zeggen die misschien hun gevoel miskennen. Verwoord wat je zelf moeilijk vindt aan het gesprek, dat het heftig is om te horen hoe ze zich voelen. Hoe zo'n gesprek is voor jou, kan ook een mooie aanleiding zijn om er later op terug te komen. De kans is heel klein dat je dit in één gesprek beslecht."
Buitenstaander
Een obstakel voor het gesprek over levensmoeheid, is de angst om die aan te wakkeren. Een misvatting, weet Van Wijngaarden. "Het uiten van zelfs een expliciete wens om te sterven, kan hele diverse motieven hebben: van 'ik wil nu actieve levensbeëindiging' tot 'dit is de enige manier om aandacht te krijgen voor mijn worsteling'. Natuurlijk moet je niet zover gaan om de doodswens te stimuleren, maar ga die zeker ook niet bestrijden."
Ook wie zelf levensmoe is, gaat soms liever het gesprek uit de weg. Bijvoorbeeld om kinderen of vrienden er niet mee te belasten. Het kan helpen om iemand van buitenaf in te schakelen. Zo treedt dokter Van Den Noortgate weleens op als 'moderator' in dit soort gesprekken. "Op vraag van de familie of van de persoon zelf." Consulent Van Steenkiste: "Wij zijn geen betrokken partij, hebben geen belangen, of torsen geen rugzakje vol ingewikkelde familiegeschiedenis. Bij mij hoef je je niet in te houden."
9 – Er zijn grenzen aan behandelen, aan genezen en aan het leven: soms moeten mensen gewoon kunnen sterven
Waarom blijven we mensen in uitzichtloze medische situaties keer op keer door het oog van de naald helpen? Een pleidooi tegen therapeutische hardnekkigheid.
Philippe Meersseman (intensivist uit 'Topdokters') en Greet De Cock (verpleegkundige UZ Leuven, palliatieve zorg), De Standaard, 16 april 2024
Hoe moet het voelen om in dit tijdsgewricht in onze contreien 80-plusser te zijn? Ze zijn onze inspiratiebronnen, onze (groot)ouders, onze morele kompassen, maar zouden ze soms zelf het noorden niet verliezen te midden van alle polemieken die hen aanbelangen? Er was hun kwetsbare geïsoleerde positie tijdens de coronacrisis, er zijn de discussies over euthanasie bij mensen met dementie, er zijn de constante tekorten aan mensen en middelen in de woonzorgcentra, er zijn de berekeningen rond de vergrijzing en de discussies over de pensioenfactuur. Het is inderdaad niet voor niets dat negatieve wilsverklaringen meer bekendheid en toepassing krijgen.
We mogen hopen dat ouderen zich blijvend laten horen. Ook nu, na de voorstellen die CM-voorzitter Luc Van Gorp, ongetwijfeld in eer en geweten, heeft gelanceerd: ouderen die levensmoe zijn, zouden "het leven moeten kunnen teruggeven". Dat was een knuppel in het hoenderhok, maar het is goed dat dit aartsmoeilijke, onontkoombare debat wordt gevoerd. Een debat dat geen enkele voorgaande generatie is moeten aangaan, omdat mensen nog nooit zo massaal en met zoveel verschillende aandoeningen tegelijk (veel) ouder werden als nu.
De snelle evolutie van de volksgezondheid en de geneeskunde heeft de levensverwachting verhoogd, maar ze heeft ook geleid tot meer existentiële en sociologische vragen. Als zorgverleners voelen we de nood om te getuigen vanuit het hart van de acute zorg. 'Vroeger', vele decennia geleden, stierven veel mensen jonger, en die werden ook begraven, en er werd ook gerouwd, en het leven ging verder. Waarom zouden we nu ouder moeten worden? Misschien omdat niet meer willen of kunnen rouwen? Of omdat 'genieten' veel belangrijker is geworden, en we dat zo lang mogelijk 'moeten willen kunnen doen'? Of omdat de medische sector eraan verdient? In Facebook termen: het is ingewikkeld.
Belastend parcours
In ziekenhuizen wordt dagelijks massaal ingezet op levensverlenging. Uiteraard vaak met verbluffend resultaat. Maar wat als samen met de levensjaren ook de hulpbehoevendheid, de ziektebeelden en ongemakken bij een patiënt hand over hand toenemen? Wat met de 87-jarige uitbehandelde kankerpatiënt met levensbedreigende nierproblematiek? Wat met een 83-jarige man die een hartstilstand krijgt? Wat met hoogbejaarden met beperkte functionaliteit op intensieve eenheden en in operatiekamers? Hier gaat het over therapeutische hardnekkigheid, ten voordele van de medische sector. Zolang de overheid dit 'toelaat', m.a.w. financieel mogelijk maakt, zal die praktijk niet stoppen.
Het is overigens niet altijd gelinkt aan leeftijd. Ook jonge mensen kunnen een slecht medisch lot trekken. Een dertiger kan minder vitaal zijn dan een tachtiger. Nog andere factoren kunnen bepalen of medisch ingrijpen verantwoord is: veerkracht, fysieke en mentale capaciteiten, sociale omkadering, levensvreugde of het ontbreken ervan, enzovoort. (1) Interessant dat dit eens gezegd wordt; dit zijn wel zeer moeilijke kwesties, die nog veel verder gaan dan de uitspraken van Van Gorp. En de bewering is vooral suggestief, en maar half uitgesproken. Wat zou immers het verband zijn tussen verantwoording voor medisch ingrijpen en mentale capaciteiten van de patiënt? Gaan we de sociale en economische bijdrage van een patiënt afwegen tegen de kosten voor genezing? Dit zal voor velen in politiek en middenveld een dikke betonnen muur zijn die de bespreekbaarheid blokkeert van alle dossiers die daar in de buurt komen, zoals de vereenvoudiging van euthanasie bij levensmoeheid. In feite is de aanvaardbaarheid van sociaal-economische afwegingen bij het levenseinde een basaal (!) probleem dat eerst moet opgelost worden; al de rest is symptoombestrijding. (2) De beruchte Eed van hippocrates speelt hier allicht een grote rol. Artsen voelen zich verplicht een patiënt weer beter te maken; artsen die graag de uitersten opzoeken met het oog op financieel gewin en/of reputatie baseren zich graag op diezelfde eed. In de moderne artseneed zijn overigens enkele paragrafen weggelaten die euthanasie verbieden.
Waarom blijven we mensen met verschillende van die fragiele parameters, waarvan hoge leeftijd er een is, in een levensbedreigende situatie keer op keer door het oog van de naald helpen? Waarom kiezen we, soms als vanzelfsprekend, voor nierdialyse, reanimatie, chemotherapie, immunotherapie, bloedtransfusies, complexe infuus- en voedingstherapie, invasieve onderzoeken, operaties of intensieve zorgeenheden terwijl we weten dat de kans heel groot is dat we mensen in een zeer fysiek afhankelijk en mentaal belastend parcours duwen? Soms voor enkele weken of maanden, soms voor jaren. Om dan ergens onderweg op hun chronische traject te verzuchten dat het leven eigenlijk al lang 'voltooid' is. Is het dan niet logischer dat we onze therapeutische overmoed inruilen voor het tijdiger respecteren van natuurlijke stervensprocessen? Inkaderen en boven ieders bed hangen. Maar dat is niet het hele verhaal. Meersseman en De Cock lijken hier te negeren dat het niet toepassen van therapie de patiënt evengoed achterlaat in een gezondheidssituatie die slecht is en nog slechter zal worden. En dan moeten er ook keuzen gemaakt worden, waarover hier gemakkelijkheidshalve niets gezegd wordt. De natuur heeft een mechanisme bedacht om 'het leven terug te geven': vrijwaren (verzekeren) dat mensen op de gepaste tijd (kunnen) sterven. Ja, maar in welke toestand? Het vraagt moed om die wetmatigheid te respecteren. Zolang we op die manier massaal natuurlijke stervensprocessen te vuur en te paard bestrijden, worden de persoonlijke en maatschappelijke vragen nog complexer: als we niet tijdig (laten) sterven, en er toch aan toe zijn, hoe kunnen we dan de dood verhaasten? Dus toch een pleidooi voor euthanasie? Hier was wat meer duidelijkheid wel goed geweest. Voor het overige vormt deze paragraaf een zeldzaam goede omschrijving van een reëel maatschappelijk probleem.
Vicieuze cirkel
Af en toe hoor je op de afdeling intensieve zorgen tijdens een gesprek met een patiënt over zijn invulling van levenskwaliteit en medische wensen: "Oké, ik doe het nog voor mijn kinderen." En na drie weken intensieve zorg zeggen de kinderen: "Dat zou pa nooit gewild hebben." Kinderen maken het probleem altijd groter, en hoe meer (kinderen) hoe erger, omwille van tegenstrijdige standpunten, en kinderen met een slechte ouderrelatie zijn de grootste dwarsliggers. En zolang er één kind is dat tegenstribbelt kiezen zorgverleners voor de voor henzelf veiligste weg.
Het geeft aan dat ook naasten altijd direct betrokken zijn bij therapeutische keuzes. Soms jammer genoeg. Het wel of niet verder behandelen bij levensbedreigende situaties vraagt een delicate afweging met degelijke medisch-verpleegkundige informatie en serene gesprekken met alle betrokkenen. Als zorgvragers en hun naasten goed geïnformeerd zijn over de gevolgen en ongemakken van therapieën, kiezen ze vaker zelf voor levenskwaliteit zonder verdere interventie (m.a.w. palliatieve zorg; 'levenskwaliteit' is dan wel een eufemisme).
Maar daar knelt het schoentje. De belangrijkste voorwaarde om die gesprekken in volle respect en vertrouwen te voeren, is tijd. Waar we tijd missen, doen we gewoon voort, blindelings gericht op gestandaardiseerde protocollen zonder rekening te houden met de persoonlijke context. Het is de vicieuze cirkel van de zorg. Zonder stilstaan gewoon doorgaan, leidt tot nog meer interventies, nog meer druk op de zorg. Opnieuw symptoombestrijding, maar in dit geval is het basisprobleem, nl. onenigheid tussen kinderen, nauwelijks oplosbaar.
Niet alleen de fysieke, mentale en sociale belasting van de hoge werkdruk speelt zorgverleners parten. Hoe langer hoe meer schuurt ook de bevraging over therapeutische hardnekkigheid (waar soms ook patiënten of families zelf om smeken, vooral die dwarsliggers): "Ik doe meer kwaad dan goed voor de levenskwaliteit van mijn patiënten." "Waar ben ik nog mee bezig?" Sommige zorgverleners haken daardoor mentaal af, ze gaan zich afschermen van de menselijke impact en richten zich puur functioneel op het behandelen van ziektebeelden. Anderen kunnen die morele stress, het niet geloven in wat je doet, niet aan en zoeken ander werk. Dat kunnen we ons uit zorg voor zorgverleners en ons zorgsysteem, niet permitteren. Mooi voorbeeld van een foutsequentie. Het voortbestaan van de basisprobleem veroorzaakt vervolgproblemen.
Economische realiteit
Onze krampachtige hunker naar levensverlenging is niet het verhaal van een enkel ziekenhuis, een medische discipline, een arts. Het is het verhaal van de hele samenleving, die worstelt met de onvermijdelijke eindigheid van het leven, die verbeten gelooft in de maakbaarheid en die nog te weinig overtuigd is dat goede geneeskunde ook de eigen grenzen erkent.
Die maatschappelijke overmoed ombuigen naar waardige realiteitszin is een gedeelde verantwoordelijkheid van zorgverleners én zorgvragers. Laten we de moeilijke gesprekken over het levenseinde niet uit de weg gaan, maar voortijdig uitzoeken welke verwachtingen er zijn, wat mogelijk is, of we therapie starten, voortzetten of stoppen, wat leven of overleven is, wat wenselijk en menselijk is.
Als we de geneeskundige grenzen niet respecteren op basis van onze zorg voor levenskwaliteit en waardigheid (wat eigenlijk de drijfveer zou moeten zijn om beslissingen te nemen, ook door kinderen), dan zullen we op termijn verplicht zijn ze te stellen op basis van economische en organisatorische haalbaarheid. Klopt helemaal. Met andere woorden: de bezorgdheden van Van Gorp zijn een gevolg van de chaotische benadering van het levenseinde door de hele samenleving. Nog meer symptoombestrijding. Nu we de zorg niet meer voor iedereen gebolwerkt krijgen, zijn die tijden aangebroken. Het voelt ongemakkelijk om het levenseinde als perspectief in een adem te verbinden met de bezorgdheid voor zowel levenskwaliteit als economische realiteit. Een zorgorganisatie blijft, net zoals de samenleving, maar leefbaar als de collectieve middelen billijk verdeeld worden, dat klopt. Maar ook een individueel mensenleven blijft maar vervullend als de voltooiing ervan zich waardig kan voltrekken. Daarom hopen we dat zorgverleners, als kroongetuigen van de zorg, het langs alle kanten uitbazuinen: er zijn grenzen aan behandelen, aan genezen en aan het leven. Maar niet aan onze persoonsgerichte kwaliteitsvolle zorg voor anderen. Nog even een verdediging van het eigen standpunt, maar de boodschap is duidelijk: als we de grenzen aan behandeling niet erkennen blijft het probleem groeien.
Wij blijven voor u zorgen, als één team, met uw naasten, met zorgorganisaties, met een overheid, samen, met één gemeenschappelijk doel: uw kwaliteitsvol leven en … waardig sterven.
Enerzijds is dit m.i. een zeer goede omschrijving van het probleem van therapeutische hardnekkigheid. Anderzijds lijkt dit een pleidooi vóór euthanasie, of toch zeker niet ertegen, maar daarover is het artikel veel minder duidelijk. Zoals hoger al gezegd, de moeilijke situaties bij palliatieve zorg worden in feite genegeerd, vermoedelijk om een te openlijke verdediging van euthanasie te vermijden. Maar dat is dat weer een kenmerk van het basisprobleem, nl. de manier waarop de hele samenleving omgaat met het levenseinde. Zolang dat ongemoeid wordt gelaten blijven we met zijn allen aanmodderen.
