Degeneratieve AI :-)

Soms tref je een artikel dat nagels met koppen slaat. Hieronder gaat het over digitale technologie in het algemeen, en AI in het bijzonder. Dat "efficiëntie niet gelukkig maakt" kan je zien als een afgeleide conclusie, of als een vooronderstelling, dat maakt niet uit. Schuine tekst is brontekst, in klein groen staat mijn commentaar, en vet groen (behalve titels) zijn koppelingen naar randinformatie. Na een analyse van de tekst probeer ik de invloed van het publicatieplatform op de effectiviteit van een dergelijk artikel in te schatten.


Degeneratieve AI

Efficiëntie maakt niet gelukkig

Als we 'veilige' AI 'goed' leren gebruiken, zouden we efficiënter en gelukkiger kunnen worden. Dat is de belofte. Maar die gaat voorbij aan de problematische eigenschappen van kunstmatige intelligentie. En aan het belang van herhaling.

Siri Beerends en Lisa Doeland, De Groene Amsterdammer nr. 15, 08-04-2026

Die "Degeneratieve AI" boven de kop is schitterend… Lisa Doeland verscheen al eerder in deze blog met We kunnen de klimaatcrisis niet oplossen. 'Fitter, happier, more productive', dicteert de monotone robotstem op het album "Ok Computer" van Radiohead (1997) (in de track Fitter, happier; een song is het niet). Het was de soundtrack van onze jeugd, maar het is onverminderd actueel. We willen nog altijd fitter worden, gelukkiger en vooral productiever. Alleen de stem is gedateerd. Tegenwoordig hebben computers mensachtige stemmen, waardoor we massaal lijken te vergeten dat we met een veredelde rekenmachine te maken hebben die slechts het meest waarschijnlijke woord in een zin berekent. Dat laatste slaat specifiek op Gen-AI.

Waarom willen we überhaupt (meer) productief zijn? Het moderne productiviteitsideaal wortelt in het negentiende-eeuwse managementsdenken dat – geen onbelangrijk detail – geïnspireerd was op de slavernij. Er is weinig veranderd op dat vlak, onder het neoliberalisme. Sleutelfiguur is ingenieur Frederik Winslow Taylor (1856-1915), wiens 'wetenschappelijke bedrijfsvoering' ten doel had om bedrijfsprocessen zo in te richten dat mensen, machines en materialen optimaal benut konden worden en de arbeidsproductiviteit omhoog ging. Had die Taylor niet bakker kunnen worden of zo… Enfin, als Taylor het zaadje van managerialisme niet had geplant, dan wel iemand anders.

Het inspireerde later Henry Ford (1863-1947) tot de ontwikkeling van de lopende band in zijn autofabrieken. De waanzin van het taylorisme en fordisme, dat mensen reduceert tot radertjes in een zo efficiënt mogelijk functionerend én producerend systeem, werd al in 1936 weergaloos gevat door Charlie Chaplin in Modern Times. Hoewel het werk voor veel mensen inmiddels is verplaatst van de fabriek naar de laptop, produceren we ons nog altijd suf. Toch?Het is overigens verbazend, en ontmoedigend om te zien, hoe de grote wereldproblemen decennia lang blijven groeien zonder dat ze aangepakt worden. Denk aan het klimaatprobleem, dat sinds het rapport van de Club van Rome uit 1972 (!!) algemeen bekend is. Idem met toenemende ongelijkheid en andere uitwassen van managerialisme en neoliberalisme (overigens met een sterk verband met het klimaatprobleem).

In 2026 is de hoop dat generatieve AI ons productiever en zelfs creatiever zal maken zodra mensen er 'goed' mee leren omgaan. Dat is wat de verdedigers altijd zeggen.  Maar wat als die hoop, net zoals bij de smartphone en sociale media het geval was (zie bv. Sociale-mediaverbod (2)), ons op het verkeerde spoor zet? Wat als generatieve AI helemaal geen kwestie blijkt te zijn van 'goed' versus 'verkeerd' gebruik, omdat het specifieke eigenschappen heeft die inherent problematisch zijn? Want dat heeft het; zie Gen-AI produceert onzin. En wat als de repetitieve taken die we zo graag aan AI willen uitbesteden helemaal niet de vijand zijn van menselijke ontwikkeling, maar juist een voorwaarde om niet gereduceerd te worden tot radertjes in een productief systeem? Vreemde stelling. Wel belangrijk in dit verband (en misschien bedoelt ze dat wel): repetitieve taken zijn mentaal minder belastend, en zijn een bron van vakmanschap. Zoals Karl Marx halverwege de negentiende eeuw al opmerkte, kwam de optimalisering van het bedrijfsproces nooit de arbeiders zelf ten goede. Zij raakten juist vervreemd van dat wat ze produceerden (weer een vreemde stelling). En de (efficiënte) winst? Die ging naar de kapitalist. Nog steeds, trouwens.

De stelling dat generatieve AI mensen dom en afhankelijk maakt is inmiddels onderdeel van een rituele dans tussen critici en aanjagers van AI (zie ook de artikels over Artificiële intelligentie). Critici wijzen op wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat generatieve AI leidt tot cognitieve aftakeling en verminderd kritisch denkvermogen, waarop aanjagers verklaren dat het dat effect kan hebben, maar niet per se hoeft te hebben als je mensen maar leert hoe ze het op een goede manier kunnen gebruiken. Zelfde discussie als bij de sociale media voor jongeren: onze overheid kiest (voorlopig nog) voor het bijbrengen van mediawijsheid boven een verbod. Dat dit een systeem van het zevende knoopsgat is (er wordt te weinig rekening gehouden met menselijke trekjes) ziet blijkbaar niemand. Het lijkt erop dat de (huidige) overheid niet aan de techsector wil raken, omdat die nog groei belooft, wat dan weer een positieve invloed zou moeten hebben op het zaligmakende BBP. Ik zie een foutsequentie, met de bijbehorende basale fout: symptoombestrijding. Een tool die kán leiden tot cognitieve aftakeling en verminderd kritisch denkvermogen zou moeten verboden worden. Sociale media die kúnnen leiden tot mentale problemen bij jongeren: idem. Als je geen foutbronnen toelaat hoef je ze ook niet te bestrijden. 

Scholen en bedrijven hebben dat perspectief inmiddels hoopvol omarmd. Met cursussen en dure trainingen maken zij hun docenten, studenten en werknemers 'AI-geletterd'. Gebrekkige aspectscheiding: scholen en bedrijven kan je hier niet op een hoopje gooien. Als scholen iets dergelijks organiseren is het om een voorsprong te verwerven en andere scholen de loef af te steken; als bedrijven dit doen is het om geld aan te verdienen. Bijna wekelijks komen er nieuwe boeken en workshops uit over hoe je generatieve AI kunt inzetten om er slimmer, productiever en creatiever van te worden. We moeten 'prompten als een pro' en leren hoe we ChatGPT kunnen inzetten als 'intellectuele sparringpartner'.

Ook aan de universiteit vindt generatieve AI gretig aftrek (zelfs bij de rector; zie Gen-AI produceert onzin (4)) en worden wetenschappers zelfs actief onderwezen in hoe zij het moeten inzetten bij het aanvragen van fondsen en beurzen. Zoals bij sollicitaties: de sollicitanten schrijven een sollicitatiebrief m.b.v. Gen-AI, die bij de ontvanger vervolgens wordt geanalyseerd met Gen-AI. Want waarom zou je de wensen en beoordelingscriteria van subsidieverstrekkers zélf lezen als je dat kunt uitbesteden? Veel efficiënter! Bovendien houd je dan tijd over om nog meer aanvragen te doen. Veel productiever! Het aantal aanvragen voor het Marie Curie Fellowship (een geliefde beurs voor beginnende onderzoekers) is inmiddels gestegen van 10.360 in 2024 naar 17.066 in 2025. 'Vorig jaar heb ik vier beurzen aangevraagd in twaalf maanden, dit jaar heb ik twaalf beurzen aangevraagd in zes maanden', pocht een wetenschapper in een onderzoek naar de automatisering van de wetenschap. Gniffel. Een wetenschapper pocht over AI in een onderzoek naar de automatisering van de wetenschap. Doordenker. Naast publish or perish gaan we nu dus ook richting apply for grants or perish. Onder het mom van verhoogde productiviteit, gedreven door het verlangen om almaar meer 'output' te leveren, worden wetenschappers genadeloos tegen elkaar opgezet. 'Genadeloos' klinkt alsof de tegen-elkaar-opzetter daar plezier of nut aan beleeft; lijkt mij ver gezocht. Eerder nutteloos.

En wie moeten al die aanvragen beoordelen? Juist, andere wetenschappers, die ook enorm druk zijn, en hun lees- en beoordelingswerk van lieverlee uitbesteden aan een of ander taalmodel. Wat had ik gezegd… Bang om de boot te missen en kopje-onder te gaan in toenemende concurrentie, vergeten we straal om een cruciale vraag te stellen: welk probleem lost generatieve AI eigenlijk op? Wat brengt het ons? Wat het ons vooral lijkt te brengen zijn de vele mogelijkheden om de zeven hoofdzonden te activeren, met acedia op kop. Basale fout: systeem van het zevende knoopsgat.

Historische analyses leren ons dat optimistische vergezichten over digitale technologie zelden stroken met de complexe maatschappelijke realiteit. En of. De optimistische vergezichten worden gedreven door geldhonger, en houden geen rekening met de kleine menselijke kantjes. Economie is een systeem van het zevende knoopsgat. Zo zagen we bij sociale media hoe een optimistisch verhaal over toenemende verbondenheid veranderde in een nachtmerrie over polarisatie, onzekerheid en verslaving. Zie De kwalijke groei van Facebook. Nog altijd is het een maatschappelijk vraagstuk waar we geen antwoord op hebben. Dat is er wel (nl. een verbod), maar te veel en te sterke krachten in de maatschappij willen dat antwoord niet horen. Idem voor de smartphone. Richtten scholen eerst nog TikTok-zones in om leerlingen filmpjes te laten opnemen met hun smartphone, een paar jaar later werden diezelfde smartphones uit het klaslokaal verbannen met een landelijk verbod. Voor Vlaanderen, zie Smartphoneverbod. Ook ouders komen in actie. Met de opvoedbeweging Smartphonevrij Opgroeien proberen zij te voorkomen dat de ontwikkeling van hun kinderen wordt belemmerd. "De kindertijd is te kort om door te brengen op een smartphone". :-) Met generatieve AI dreigen we dezelfde fout te maken als met smartphones en sociale media. Zij maar zeker. Pas achteraf ervaren we de schade van het klakkeloos omarmen van een nieuwe technologie. Correctie. Heel klakkeloos doen we dat eigenlijk niet, gezien de vele discussies erover. Maar: iets dat fouten maakt zouden we niet moeten omarmen!! Het is vooral luiheid die ons in de valkuil drijft, en de belofte om meer tijd vrij te hebben voor sex en drugs en rock&roll.

Zo blijken steeds meer bedrijven, onder andere in de digitale marketing, copywriting en grafisch ontwerp, menselijke werkers in te huren om te repareren wat generatieve AI kapot heeft gemaakt. Is dat zo? Ik las wel dat heel wat software ontwerpers die al ontslagen waren weer worden aangeworven. De ontwerpen zijn te eenvormig, voorspelbaar en saai, en als het om teksten gaat is het al helemaal oppassen geblazen. Begin dit jaar ging het nog mis toen bleek dat Petra De Sutter, rector van de Universiteit Gent, niet-bestaande citaten van Einstein in haar inauguratiespeech had gebruikt. 'Dogma is de vijand van progressie', legde ze Einstein in de mond. 'U kent het misschien wel', voegde ze daar nog aan toe. Nou, nee. Die uitspraak kon het publiek ook niet kennen, want die heeft Einstein nooit gedaan. Die was verzonnen door ChatGPT, het AI-taalmodel waar De Sutter een deel van het schrijfwerk aan had uitbesteed. Nogmaals: zie Gen-AI produceert onzin (4), waar ook Peter Vandermeersch in de val trapt.

Hoewel we van onze stoel vielen dat deze rector überhaupt ChatGPT had gebruikt, en dan ook nog eens voor een speech die had moeten gaan over waar zij zelf als wetenschapper voor staat, waren we het meest verbaasd over de reacties erop. Die waren opvallend mild. Ach ja, het was niet fraai, maar de technologie is nog jong en 'mensen moeten het nog leren gebruiken'. Nog eens die drogreden om niets te moeten stoppen. Wederom domineert de collectieve hoop dat de technologie steeds beter zal worden en mensen er op den duur goed mee leren omgaan. Maar die hoop is ijdel. Voor de hardleersen nogmaals: zie Gen-AI produceert onzin (4), waar een analyse van Gen-AI-hallucinaties leidt tot een hallucinante conclusie.

Het is een misvatting dat technologie een neutrale tool is die mensen op een 'goede' of 'verkeerde' manier kunnen gebruiken. In werkelijkheid is technologie helemaal geen simpele kwestie van goed gebruik. Elke technologie heeft inherente eigenschappen die, los van hoe je het gebruikt, problematisch kunnen zijn voor mens, natuur en samenleving. Dat geldt bij uitstek voor generatieve AI, een variant van kunstmatige intelligentie die gebaseerd is op grote taalmodellen. Zie ik niet zo dadelijk. Maar een technologie als Gen-AI, met bewezen fouten en valkuilen, had m.i. niet op de markt mogen komen. Sam Altman heeft het vuur echter aan de lont gestoken, en de rest van Big Tech springt FOMO-gewijs mee op de kar om toch maar niets te missen, of Altman niets te gunnen. Recent deed hij zijn volgende zet, door te verkondigen dat een AI-agent zelfstandig was 'ontsnapt', en had ingebroken bij een ander bedrijf. Ook een hallucinatie, als je het mij vraagt. Zou het echt kunnen? Geen idee. Zou Altman er iets mee willen bewijzen? Heel waarschijnlijk.

Een belangrijke eigenschap van grote taalmodellen is bijvoorbeeld sycophancy, het verschijnsel dat AI-chatbots ons overmatig naar de mond praten. Dat is gedeeltelijk een ontwerpkeuze, maar voor een groot deel is het inherent aan het trainingsproces achter de techniek, omdat grote taalmodellen altijd nagetraind moeten worden met menselijke feedback. In die feedback worden alle antwoorden waarin AI met mensen meepraat positiever beoordeeld. Uit onderzoek van Cornell University blijkt dat alle AI-chatbots sycophancy vertonen. Daardoor zijn ze bij uitstek ongeschikt als intellectuele sparringpartner, coach, psycholoog of vriend. Het naar de mond praten door AI-chatbots kan leiden tot psychoses, overmatige zelfbevestiging en een afname aan cognitieve flexibiliteit. Ook blijkt dat jongeren steeds minder op hun eigen intuïtie durven te vertrouwen. Zelfs voor lachwekkend simpele vragen raadplegen ze reflexmatig een chatbot, in plaats van zelf of gezamenlijk een antwoord te bedenken. En maar datacenters bijbouwen, en de aarde nog verder opwarmen.

Een andere inherente eigenschap die tot problemen leidt is homogenisering. Omdat generatieve AI niets kan produceren buiten de patronen in haar trainingsdata en altijd toe beweegt naar statistische gemiddelden uit het verleden, kan het geen fundamentele innovatie brengen. Voila. Tenzij je rekent op hallucinaties. Nogmaals: zie Gen-AI produceert onzin (4). Daardoor worden niet alleen de teksten, muzieknummers en afbeeldingen die mensen met AI maken eenvormiger, maar ook wijzelf. Zo gingen jongeren na veelvuldig ChatGPT-gebruik opeens allemaal dezelfde woorden gebruiken.

En dan zijn er nog de feitelijke onjuistheden die grote taalmodellen massaal uitspugen. "Hallucinatie" is inderdaad een te vriendelijke term. Fout is fout. De heersende gedachtegang is dat dit een tijdelijk probleem is omdat generatieve AI steeds beter zal worden. Opnieuw: zie … maar nu weet je het wel. Ook dat is achterhaald. 'Hallucinaties' zoals onderzoekers dit verschijnsel graag noemen, blijken een inherent wiskundig probleem te zijn van grote taalmodellen (!!!), geeft zelfs het bedrijf achter ChatGPT inmiddels toe. Daar komt bij dat de trainingsdata van generatieve AI van het internet komen, dat zelf ook steeds meer AI-gegeneerde content bevat, waardoor de kwaliteit van de output hard achteruitgaat. Zie Model Autophagy Disorder. In dat opzicht is degeneratieve AI, zoals computerwetenschapper Dagmar Monett dat zo mooi noemt, een passendere term. Schitterend.

Tot slot is een belangrijke inherente eigenschap van generatieve AI dat het per definitie afhankelijk is van data, terwijl niet alles wat voor de mens belangrijk is in data kan worden gevangen. De case tegen managerialisme (Engels; Wikipedia NL is nog niet mee). Door dit toch te proberen doen we de werkelijkheid geweld aan. Hetzij door het bestaan van de beleefde werkelijkheid te ontkennen, hetzij door de menselijke beleving aan te passen aan wat in een AI-model past. Typische uitwas van neoliberllisme.

Zodoende moeten we ons niet al te zeer verheugen met de lancering van een nieuwe 'veilige' AI-chatbot door de Universiteit van Amsterdam. Heel mooi dat die gemaakt is zonder big tech en onze privacy daardoor gewaarborgd is, maar de werking en de inherente eigenschappen van het taalmodel blijven hetzelfde en daarmee ook de uithollende psychische, sociale en culturele effecten. Zelfs wanneer we 'veilige AI' op een 'goede manier' gebruiken, blijven de beperkingen van sycophancy, culturele homogenisering en data-afhankelijkheid bestaan. Dat niet iedereen zich dit realiseert maakt een mens moedeloos.

Maar vooruit, laten we bij wijze van gedachte-experiment aannemen dat generatieve AI wel die creativiteits- en productiviteitsboost gaat geven waar we massaal op hopen. Dan is een veel belangrijkere vraag: worden we er als mens ook echt gelukkiger en beter van? Achter de belofte dat generatieve AI ook op een goede manier kan worden gebruikt, zit een dieper verlangen: de eeuwenoude wens om repetitieve, saaie taken uit te besteden aan AI waardoor wij meer tijd overhouden voor betekenisvol en creatief werk (… :-). Hoe begrijpelijk dat verlangen ook is, het is gebaseerd op de misvatting dat repetitieve, 'domme' taken geen meerwaarde hebben. Het berust zodoende op de ontkenning van het belang van herhaling. Wauw!

Door betrekkelijk eenvoudige, repetitieve taken uit te besteden aan generatieve AI, ontnemen mensen zichzelf de kans om door te groeien naar moeilijkere taken (!!!). Zo was softwareontwikkelaar Luciano Nooijen in eerste instantie onder de indruk van de AI-assistentie van Copilot, maar matigde hij zijn gebruik toen hij merkte dat het ten koste ging van zijn basisvaardigheden, zelfvertrouwen en werkplezier. 'Doordat ik de makkelijke delen van het werk niet meer beoefende, werd ik ook minder goed in de lastigere delen van het werk. Hoeveel uitroeptekens kan ik hier bij plaatsen? Simpele regel: use it or lose it. Stel je de arbeidsmarkt voor vol middelmatige en onzekere professionals. Is dat ons voorland?' merkt hij in een interview op. Dat is net wat neoliberalisme en Big Tech graag zouden willen.

Juist het eindeloos pielen aan een tekst of een computercode maakt dat we ervan leren, dat we er überhaupt plezier aan beleven en ook: dat we er eigenwaarde aan ontlenen – dit heb ík gemaakt. Anders gezegd: het gaat niet alleen om wát we hebben gemaakt, het gaat net zo goed om hóe we dat hebben gedaan. Het lijkt of we collectief pubers zijn geworden die, ook als onze ouders en leraren ons aan het verstand proberen te peuteren dat een toets een middel is en geen doel, de hakken in het zand zetten en alleen precies dát in ons hoofd willen stampen waarvan we weten dat er op de toets naar zal worden gevraagd. Betrek een Gen-AI tool bij creativiteit, en je bent dubbel geschoren: (1) die tool is niet creatief, maar doet wel alsof, en (2) je eigen creativiteit gaat eraan dood.

Het is hoog tijd voor een herwaardering van het belang van herhaling. Op die manier hebben we allemaal leren lezen, schrijven en rekenen – herhaling, herhaling, herhaling. Zoiets kun je niet uitbesteden, dat moet je dóen. Zoals de redactie van literair tijdschrift De Gids opmerkt in de introductie van een recent themanummer over herhaling: 'Het leven hangt aan elkaar van herhaling.' Maar die herhalingen zijn nooit identiek. Terwijl we herhalen, verschuiven er dingen en verandert er iets. 'Alleen tegen de achtergrond van herhaling kan iets nieuws verschijnen.' Nog een aspect van herhaling, dat de auteurs lijken te negeren: het is door die herhalingen, met verschuivingen, dat je de dieper liggende aspecten van een proces leert kennen, en dus kan leren begrijpen. Van herhaling wordt je beter (de meesten van ons toch), maar ook het omgekeerde geldt: expert wordt je enkel door herhaling.

Vanwaar dat gebrek aan oog voor het belang van herhaling? Zoals psychoanalytica Lisa Baraitser uitlegt in Enduring Time (2017), wordt zich herhalende, repetitieve arbeid vaak gezien als betekenisloze arbeid. Meer specifiek: de betekenisloze arbeid die voornamelijk vrouwen (gedwongen worden) op zich (te) nemen: het bestieren van het huishouden en het zorgen voor kinderen. De teneur is om dergelijke arbeid te zien als onbelangrijk, als iets wat nou eenmaal moet gebeuren. Liever zouden we het uitbesteden zodat we onze tijd aan 'belangrijkere zaken' kunnen wijden.

Wat als we het omdraaien en de tijd van de herhaling opvatten als een betekenisvolle tijd en juist de tijd van de productiviteit opvatten als leeg en betekenisloos? Nu krijgen we filosofische prietpraat. Herhalen betekent ook: leren (OK), aandacht geven (OK, anders leer je niet), zorgdragen (ach zo?). Baraitser zoekt een gedeelde, blijvende (enduring) tijd, waarin niet de producerende mens centraal staat, maar de herhalende mens. Esoterie? Daarbij helpt het om nog even terug te keren naar Marx en de vervreemding van de producerende mens. Die ik ook al niet begreep. De vervreemding die Marx ontwaarde van het product zelf (je plukt er de vruchten niet van), van het productieproces (je bepaalt niet hoe je je werk doet), en van anderen (je raakt geïsoleerd omdat je met elkaar in competitie bent – wie werkt het snelst en het efficiëntst?) is onverminderd actueel. Dat klopt ja, maar moet je dan een verklaring in hogere sferen gaan zoeken? Ik zou opnieuw verwijzen naar de zeven hoofdzonden.

Baraitser zoekt juist de verbinding, de solidariteit: een manier waarop je onderdeel kunt zijn van een betekenisvol geheel. Geweldig, maar een verband met herhaling lijkt mij té ver gezocht. Niet onbelangrijk in een tijd die gekenmerkt wordt door psychologische, sociale en ecologische roofbouw. Met de massale omarming van generatieve AI zal die roofbouw alleen maar verder verdiepen. Dat klopt inderdaad, maar door dat filosofisch te willen aanpakken sla je weer een gat in de lucht; daar heeft niemand wat aan (behalve Big Tech, dat de status quo verdedigt). Ik zag iets gelijkaardigs in het boek Omgroei: veel interessante ideeën, die op het eind omwille van een 'binding met de natuur' op de composthoop belanden. Want laten we vooral niet vergeten dat AI-systemen gigantisch veel water, energie en zeldzame aardmetalen en mineralen slurpen, waardoor de ecologische malaise nog meer toeneemt. Je lost de grote problemen niet op door ze anders te bekijken, wel door basale fouten aan te pakken.

Het nummer van Radiohead eindigt zo: 'Fitter, healthier and more productive. A pig. In a cage. On antibiotics.' Wie zich een slag in de rondte moet werken om steeds net iets productiever te zijn dan de rest, is feitelijk al in die kooi beland. Dat is wat ons te wachten staat wanneer we de kracht en het plezier van de menselijke herhaling inwisselen voor de kooi van computergestuurde herhaling. Helemaal gelijk. Jammer van die filosofische uitschuiver.

Het valt mij nu op dat dit artikel van Beerends en Doeland, dat een groot reëel probleem op een rake manier beschrijft, eindigt met een onaardse sisser. Ik zag iets gelijkaardigs eerder in het boek Omgroei, en ben geneigd hier een serieus probleem in te zien. Een sociale ingesteldheid, van een individu of van de hele maatschappij, is niet in staat om de uitwassen van neoliberalisme en managerialisme te bestrijden. Dat betekent nog niet dat je kwaad met kwaad moet vergelden; in de sociale brandhaarden in de actuele wereld proberen machthebbers weliswaar het sociale wereldafval kwijt te geraken door het te verbranden, maar zolang er telkens afval bij komt biedt dat geen oplossing, wel een klimaatprobleem. Het enige dat helpt is een begrip van de oorzaken van problemen, en het wegwerken van die oorzaken. Iets anders is symptoombestrijding. Ik krijg soms het gevoel dat mijn basale-foutentheorie wereldproblemen gaat oplossen. 


Verbonden artikels:

AI holt het hoger onderwijs uit – Olivia Guest en Iris van Rooij, De Groene Amsterdammer, 27-10-2025
– De strategie van AI-bedrijven is om mensen van vaardigheden te ontdoen die juist essentieel zijn voor het functioneren van onze samenleving. Het onderwijs mag dat niet laten gebeuren.

Slecht geschreven! Niet kopen! – Eva Hofman en Joris Veerbeek, De Groene Amsterdammer, 05-06-2024.
– Net als Amazon biedt Bol steeds meer boeken aan die niet door een mens, maar door kunstmatige intelligentie zijn geschreven. Niet alleen is de kwaliteit slecht, er schuilen ook gevaren.

Onverdeelde aandacht – Sanne van Rij, De Groene Amsterdammer, 28-03-2026
– Voor Sanne van Rij werd het vanzelfsprekend om haar intiemste gedachten te delen met een taalbot. Dat AI gevoelens direct kan analyseren en duiden heeft een opluchtend en geruststellend effect, maar het neemt de pijn van een situatie niet weg.


Platform

Wat ik mij dikwijls afvraag bij het analyseren van online teksten is wat de invloed is van het publicerend platform (in dit geval De Groene Amsterdammer) op de verspreiding en acceptatie van de inhoud van een artikel. Ik stel de vraag aan Copilot, en geef het volledige antwoord, maar zonder een grondige analyse; zie de volgende sectie. Op het eerste gezicht interessant, af en toe zelfs mooi, maar ook niet echt veelzeggend, en hier en daar eenvoudig te bekritiseren. Copilot blijft een Gen-AI-tool, waarvan je elk antwoord kritisch moet bekijken. Een korte analyse gaf mij alvast een onaangenaam gevoel: als dit antwoord model staat voor de kwaliteit van AI-tools zijn we nu aan het begin van het einde van de menselijke beschaving; van het MECE-principe, een basis voor een goede tekst, is immers geen sprake.

In zekere zin draagt polarisering in de media bij tot de bestendigheid van maatschappelijke problemen. Beerends en Doeland beschrijven een belangrijk actueel probleem, en eindigen met een filosofische uitschuiver die een compensatie moet bieden voor een gebrek aan invloed om het probleem op te lossen, wat op zich te betreuren valt. Bovendien verschijnt het artikel in De Groene Amsterdammer, een kanaal van 'linkse' signatuur, waarvan de inhoud wordt genegeerd door 'rechtse' krachten, die voor veel maatschappelijke ellende verantwoordelijk zijn. Als je de termen rechts/links wil vermijden kom je al snel uit bij conservatief/progressief, maar die hebben gewoon dezelfde nadelen. Op die manier krijg je nooit overeenstemming over inzichten, ook al zijn die gebaseerd op degelijke gronden (zoals wetenschap of basale fouten), los van enige polarisatie.


De Groene Amsterdammer

De vraag aan Copilot:

Beschouw een hypothetisch artikel in De Groene Amsterdammer, dat een grondige analyse maakt van een belangwekkend maatschappelijk probleem. Wat zijn de gevolgen voor het maatschappelijk effect van het feit dat dit artikel net in De Groene wordt gepubliceerd, en niet elders?

Het antwoord:

Je raakt hier een mooie laag: niet alleen wat er geschreven wordt, maar waar het verschijnt. Mouwveger.

Korte kern – Publicatie in De Groene Amsterdammer vergroot vooral de diepgang, legitimiteit en invloed in een intellectueel-progressieve niche, maar beperkt tegelijk de directe massale impact. Het maatschappelijk effect verschuift daardoor van brede opinievorming naar langzame, maar stevige agendering in beleids-, cultuur- en denkerskringen.

1. Publiek: wie leest De Groene?

Gevolg voor bereik:
– Beperkt bereik, maar een publiek met relatief veel cultureel en intellectueel kapitaal: academici, beleidsmakers, kunstenaars, activisten, journalisten.

Effect:
– Het artikel wordt eerder gelezen door mensen die meedenken, doorpraten en doorvertalen naar beleid, debat, kunst, onderwijs.

2. Reputatie en symbolische waarde

Gevolg voor geloofwaardigheid:
– De Groene staat bekend als kritisch, diepgravend, onafhankelijk. Een grondige analyse krijgt daardoor een stempel van sérieux en reflectie.

Effect:
– Het artikel kan fungeren als referentietekst: iets waarnaar wordt verwezen in debatten, essays, podcasts, academische stukken.

3. Vorm: lange adem, geen soundbites

Gevolg voor stijl:
– De Groene faciliteert lange, complexe stukken met historische context, filosofische reflectie, internationale vergelijking.

Effect:
– Het maatschappelijk effect is minder "we veranderen vandaag de publieke opinie" en meer "we verschuiven langzaam het denkkader waarbinnen mensen het probleem zien".

4. Politieke en ideologische kleur

Gevolg voor positionering:
– De Groene heeft een progressieve, kritische signatuur.

Effect:
– Het artikel wordt sneller opgepikt in linkse/progressieve netwerken.
– Conservatieve of mainstream media kunnen het óf negeren, óf framen als "linkse kritiek".
– Het probleem krijgt dus een bepaalde ideologische inkleuring, wat zowel mobiliserend als polariserend kan werken.

5. Doorwerking in andere media

Gevolg voor mediaketens:
– Journalisten en redacties lezen De Groene vaak als bron voor thema's en invalshoeken.

Effect:
– Het artikel kan een startpunt zijn:
– – Andere media maken kortere, toegankelijkere versies.
– – Politici en opiniemakers citeren of parafraseren de analyse.
– – Het probleem sijpelt zo door naar talkshows, kranten, podcasts.

6. Samengevat: wat verandert er door "in De Groene"?

Publicatie in De Groene betekent:
– Meer diepgang, minder massa: sterke invloed op denkkaders, minder directe impact op grote publieken.
– Meer legitimiteit in intellectuele kringen: het artikel telt als "serieuze analyse", niet als vluchtige opinie.
– Sterkere agenderende kracht in beleid en cultuur: het probleem wordt eerder een "thema" dan een "incident".
– Duidelijke ideologische context: progressief-kritische framing, met bijbehorende kansen en weerstand.