Anderstaligen op school
Dit is een achtergrondartikel bij het blogartikel Vlaanderen op de bres voor het Nederlands op school. Je kan het ook apart lezen, maar dan ontbreekt het bredere kader.
Meertaligheid op school: wat zeggen de onderwijsexperten?
De begrippen meertaligheid en anderstaligheid worden verward, door sommigen vermoedelijk met opzet. Een meertalige spreekt meerdere talen, bv. Nederlands en Turks en Duits. Een anderstalige spreekt normaal een andere taal dan de voertaal, bv. Turks i.p.v. Nederlands.
De aankondiging van het Gemeenschapsonderwijs dat leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands (dus ook hier gaat het om anderstaligheid, niet om meertaligheid), die ook mogen gebruiken op de speelplaats en in de klas, lokt veel reactie uit. Het GO beroept zich op wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat leerlingen zich beter voelen op school (OK) en makkelijker Nederlands leren (ach zo?) als ook positief wordt ingespeeld op hun thuistaal. Maar wat zegt het wetenschappelijk onderzoek precies? We vroegen het aan een aantal pedagogen en onderzoekers. (1) Er zijn te veel pedagogen die te weinig te doen hebben, en dan maar wetenschappelijk onderzoek gaan doen, waarbij ideologische kleuring moeilijk te vermijden is. Het gezond verstand sterft uit; zie ook Smartphoneverbod. (2) Ik probeer te begrijpen wat het verband kan zijn tussen aandacht voor de thuistaal en het leren van een nieuwe taal, maar dat lukt niet echt. (3) Merk op dat dit artikel dateert van 2017. De problematiek is niet van gisteren.
Brigitte Vermeersch, VRT NWS, 27 november 2017
Het 'Steunpunt diversiteit en leren' van UGent, de onderzoeksgroep rond de Gentse professor Piet Van Avermaet, heeft samen met onderzoekers van de KULeuven en de VUB sinds 2008 al 3 onderzoeken gedaan naar meertaligheid op school (neen, anderstaligheid, maar Van Avermaet en compaan Agirdag noemen dat graag meertaligheid, omdat dat positiever klinkt). De onderzoekers kwamen tot de vaststelling dat als de thuistaal van de leerling op school positief wordt benaderd, dat leidt tot betere schoolprestaties van de leerlingen. (1) Piet Van Avermaet dook voor het eerst op in de filering van Hebben meertalige kinderen een slechter rapport?, een presentatie van Orhan Agirdag voor de Universiteit van Vlaanderen, waarin de begrippen 'meertalig' en 'anderstalig' schaamteloos door elkaar gehaald werden. (2) Van het "Steunpunt diversiteit en leren" verwacht je geen ander standpunt. Het vernoemen van een onderzoeksgroep naar je doel vind ik ook een beetje schaamteloos. (3) "Betere schoolprestaties" is zodanig ruim en divers :-) dat je er alle kanten mee uit kan.
"Het gaat dan bijvoorbeeld over een Turkse of Poolse leerling op school een voordracht laten houden in het Nederlands (OK) over de Turkse of Poolse taal of cultuur" (OK), zegt professor Piet Van Avermaet, "of als een leerling een Nederlands woord niet begrijpt, mag hij het even opzoeken in een woordenboek". Dit positief inspelen op de thuistaal van de leerling leidt er volgens de onderzoekers toe dat leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen en zich daardoor ook beter in hun vel voelen. En dat heeft ook een goeie invloed op het klasklimaat. En op het Nederlands leren? Want daar gaat het toch om? Hier schuilt het gevaar van gebrekkige aspectscheiding. Enerzijds het leren van een nieuwe taal, anderzijds het krijgen van zelfvertrouwen. Ik denk dat die wel samenhangen, maar dat de volgorde van beïnvloeding nogal eens eenzijdig geïnterpreteerd wordt. Ik denk ook weer aan de RNTL, die maatschappelijke samenhorigheid wil bevorderen via inclusief taalgebruik (terwijl de maatschappij de taal beïnvloedt, eerder dan het omgekeerde). "Maar voor alle duidelijkheid: het Nederlands blijft wel de onderwijs- en instructietaal in de klas", zegt Van Avermaet. Dat zou er nog aan mankeren.
Toch nog even over die volgorde: eerst zelfvertrouwen, of eerst taalbeheersing? (1) Zelfvertrouwen heeft een positieve invloed op leren; voortdurend twijfelen aan jezelf onderbreekt immers telkens het leerproces. Of: (2) Als je de instructietaal beter beheerst begrijp je beter wat er wordt gezegd en kan je beter communiceren, en dat geeft meer zelfvertrouwen. (3) Ik denk dat (1) en (2) allebei waar zijn, en dat mag. Zelfvertrouwen enerzijds, en sociaal of cognitief groeien anderzijds, zijn aspecten die elkaar versterken. Dan is het jammer dat sommige partijen in de discussie daar één verband uit lichten, en het andere negeren. Ook dát is een vorm van gebrekkige aspectscheiding.
Onderzoek naar Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur
Vanaf de jaren 80' werd in sommige scholen onderwijs in eigen taal en cultuur gegeven aan kinderen die bijvoorbeeld thuis Turks, Marokkaans, Italiaans of Spaans spraken. De kinderen werden dan 3 tot 4 uur per week uit hun klas gehaald om bijvoorbeeld les in Turkse cultuur en taal te krijgen. Waarom? Enkel voor het goed gevoel? Maar daarna keerden de kinderen naar hun gewone klas terug en gebeurde er verder niks mee. Coaching in bedrijven gebeurt ook meestal zo: haal een medewerker uit zijn werkomgeving, stop hem in een training, pomp hem wat op, en zet hem dan terug in de werkomgeving, waar hij al snel weer afloopt. De conclusie van het onderzoek (?) was dat dit niet meteen bijdroeg tot meer integratie van de kinderen. Zou ik ook denken; daar heb je toch geen onderzoek voor nodig?
Nochtans benadrukken verschillende experten die we vandaag belden dat één van de redenen waarom kinderen soms moeilijk het Nederlands leren, precies is omdat ze hun eigen moedertaal onvoldoende beheersen. Huh? De woordvoerder van de Lucerna-colleges, Fevzi Yildirim (een bezige bij, aan LinkedIn te zien) vertelde dat zijn leerkrachten (hij was schooldirecteur van 2013 tot 2022) tijdens huisbezoeken (doen leerkrachten huisbezoeken?) er bij de ouders op aandringen dat hun kinderen ook goed de moedertaal, bijvoorbeeld Turks of Roemeens, leren. Dat ze bijvoorbeeld na de schooluren hun woordenschat uitbreiden door veel te lezen, maar ook grammatica bijspijkeren. Want een kind dat goed zijn moedertaal spreekt, zal sneller een vreemde taal leren, zegt hij. (1) Kan je je voorstellen dat Vlamingen die naar Turkije emigreren daar bijles krijgen in het Nederlands? En zo ja, waarom niet? (2) Nu kan ik mij voorstellen dat je vanuit een Germaanse taal gemakkelijker een andere Germaanse taal leert, omwille van de gelijkenissen, eerder dan een Romaanse of Slavische. Al eens Turks beluisterd? Daar begrijp je als Nederlandssprekende geen yota van. Hoe kan voor een Turkssprekende een betere kennis van het Turks dan helpen bij het leren van het Nederlands? Ik heb de indruk dat het bij "Diversiteit en leren" vooral draait om het sociale aspect (als ik mij goed voel kan ik beter leren), in tegenstelling tot het communicatieve aspect (als ik mij goed kan uitdrukken voel ik mij beter). Diezelfde ingesteldheid leidt tegenwoordig ook tot de negatie van het Standaardnederlands, toevallig of niet ook een sterke stroming in de UGent (zie Normen en taalevolutie).
Eenzelfde geluid horen we bij directeur en pedagoog, Ludo Heylen van CEGO (het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs). "Kinderen leren sneller als hun moedertaal rijk is", zegt hij. "Maar dat geldt voor alle kinderen of ze nu allochtoon of autochtoon zijn, het Nederlands als thuistaal hebben of een andere taal". (1) Interessante stelling. Ik heb al eens beweerd dat Duitsers gemakkelijker moeilijke teksten begrijpen omdat ze er zelf veel maken; dit lijkt mij gelijkaardig. Ik begrijp hieruit immers dat kinderen die een moeilijke taal leren hun hersenen ontwikkelen op een manier die ook andere cognitieve activiteiten ondersteunt. (2) Maar let ook weer op voor de aspectscheiding: men heeft het hier over een rijke (m.a.w. meer complexe!) moedertaal, niet over een individueel kennisniveau; dat is iets heel anders. Dus deze paragraaf vormt helemaal geen ondersteuning voor de vorige. Misleiding door gebrekkige aspectscheiding.
Het probleem is dat veel leerkrachten nu te snel gaan bij het leren van het Nederlands, zegt Heylen, waardoor vooral kansarme kinderen soms achterstand oplopen. "De leerplannen geven nochtans voldoende ruimte en tijd om de fundamenten van het Nederlands goed aan te leren (toch voor autochtonen)", zegt Ludo Heylen, "maar de handboeken gaan veel verder en geven veel extra. 70 procent van de leerlingen is daar aan toe, maar voor 30 procent is een trager tempo aangewezen en nu gebeurt dat vaak niet". (1) Dit staat ook weer los van de rijkdom van de moedertaal; het verband met de vorige paragraaf is dus onduidelijk. (2) Bovendien zien we hier de zoveelste gebrekkige aspectscheiding: autochtone en allochtone leerlingen leren niet op dezelfde manier, omdat de autochtonen al een brede basis hebben (!). Standaard leermateriaal, gericht op autochtonen, is allicht niet geschikt om allochtonen op hetzelfde taalkennisniveau te brengen. En wat allochtonen niet bijgewerkt krijgen in de les Nederlands, speelt hen evengoed parten in andere lessen.
Professor Dirk Van Damme, onderwijsexpert bij de OESO, vindt het positief waarderen van meertaligheid vooral een goeie zaak bij jonge kinderen. Oppassen: 'meertalig' is niet 'anderstalig'; gebrekkige aspectscheiding. Die kunnen vaak heel snel veel nieuwe talen leren, zegt hij. Omdat ze jong zijn, OK, maar de soort taal speelt misschien ook een rol. Maar voor scholieren vreest hij dat de aanpak die het Gemeenschapsonderwijs nu voorstaat (nl. dat anderstaligen hun thuistaal mogen spreken op de speelplaats en in de klas) wel eens fout zou kunnen uitpakken.
"Als je jonge mensen alle kansen wil geven, dan moet je hen zo snel mogelijk in het Nederlands opleiden (hij bedoelt: het Nederlands aanleren) en ervoor zorgen dat ze daar een zo hoog mogelijk niveau bereiken", zegt hij. Voilà. Het taalniveau bepaalt de opleidingskansen. En een goeie leerkracht zal pragmatisch zijn en een leerling al eens laten helpen door zijn buur in de thuistaal als hij de opdracht niet begrijpt. "Maar je moet oppassen dat je daar niet te soepel in bent", zegt Van Damme," want ik vrees dat je dan de druk wegneemt om Nederlands op een hoog niveau te bereiken." Moet er nog zand zijn? Ik vraag mij nu wel af of Van Damme zich baseert op gezond verstand, of ervaring, of wetenschappelijk onderzoek…
