Preventie tegen burn-out

Het nut van preventie wordt nog altijd onderschat. Problemen voorkomen is veel efficiënter dan problemen oplossen; in deze tijden van hyperefficiëntie zou dat wat meer mogen gezegd worden. Toch krijgt preventie alleen maar aandacht als het al te laat is. Een grote oorzaak hiervan is de vertraging tussen een gebrek aan preventie en het optreden van daaruit volgende problemen. Wat niet onmiddellijk geld opbrengt krijgt geen prioriteit in een neoliberale economie, waarin bovendien de taak van de overheid zo veel mogelijk geminimaliseerd wordt.

Burn-out trekt wel al geruime tijd mijn aandacht; het is één van de zwaartepunten van deze blog qua aantal artikels. Als er in de media dan eens sprake is van preventie tegen burn-out, dan ben ik uiteraard geïnteresseerd. Een analyse van onderstaand lijstje van artikels uit diverse hoeken toont dat er sinds de heisa rond ziekenfondsen en langdurig zieken wel meer wordt gedacht aan preventie tegen burn-out, maar veel verder dan denken komt het niet. Wat is er aan de hand?

In het overzicht hieronder verwijzen de titels naar de bespreking van het betreffende artikel. In elke sectie verwijst de titel naar het originele artikel. Schuine tekst is brontekst; in klein groen staat mijn commentaar. Vet groen zijn verwijzingen naar randinformatie.


1 – Experts over langdurig zieken: 'Ziekmakend werk wordt niet aangepakt door deze regering' – Peter Casteels, Redacteur en columnist bij Knack, 02-05-2025 – Het is begrijpelijk dat de regering maatregelen uitwerkt om misbruik van de ziekteverzekering aan te pakken, maar dat is nog geen oplossing voor het probleem van de langdurig zieken. Primaire preventie is dat wel, maar daar blijken wel wat haken en ogen aan te zitten.

2 – Langdurig zieken: wie zijn ze, waarom zijn ze wie ze zijn en hoe krijg je hen weer aan de slag? – Rik Aernoudt, VRT, 11-05-2026 – Een inleiding tot de materie: er zijn te veel langdurig zieken, en velen onder hen hebben mentale problemen.

3 – Arbeidspsycholoog: 'Dat burn-out moeilijk te meten is, betekent niet dat mensen zomaar alles faken' – Elisa Hulstaert, Knack Redacteur, 11-05-2026 – Burn-out blijft een wazig ding; er zijn nauwelijks beoordelingscriteria, en dat heeft gevolgen voor de aanpak.

4 – 'Onbehandelde psychische klachten: de 30 miljard die niemand in de Wetstraat ziet' – Thomas Van der Poorten, Voorzitter Belgische Federatie voor Ambulante Psychiatrie, Knack 14-05-2026 – De simpele oplossingen zijn meestal niet realistisch. En wijzen naar de overheid om het eigen werkterrein te ondersteunen kan logisch zijn voor een federatievoorzitter, maar brengt geen zoden aan de dijk.

5 – 'Langdurig ziek? Preventie is de beste re-integratie' – Christophe Vanroelen, Hoogleraar Arbeidssociologie (Brispo – Vrije Universiteit Brussel), in Knack 15-05-2026 – Dit artikel begint goed, met de zoektocht naar 'duurzaam werk', maar verliest dan geleidelijk de pedalen. Gezond verstand m.b.t. basale fouten in systemen legt het af tegen de aantrekkingskracht van het welzijn van werknemers.

6 – 'Ook leidinggevenden kunnen helpen burn-out te voorkomen, maar dan moeten ze wel weten waarop ze moeten letten' – Elisa Hulstaert, Knack Redacteur, 15-05-2026 – Het kan nuttig zijn om leidinggevenden aan te leren waarop ze moeten letten om burn-out te vermijden, maar dat blijft symptoombestrijding.

7 – Kan preventie het aantal langdurig zieken terugdringen? – Jef Poortmans, redacteur bij Trends, 26-05-2026 – Nog maar eens een aanklacht tegen het ontbreken van preventie. Over de rol van het beleid en het middenveld.

Epiloog – Ik zou lezers die "geen tijd hebben" kunnen verwijzen naar de epiloog, waar de kern van het probleem wordt uitgelegd, maar dat ga ik niet doen. We lossen geen problemen op door geen tijd te maken voor een analyse.

Veel leesplezier.


1 – Experts over langdurig zieken: 'Ziekmakend werk wordt niet aangepakt door deze regering'

Peter Casteels, Redacteur en columnist bij Knack, 02-05-2025

Hoe lang zijn onze langdurig zieken nog ziek? België telt er inmiddels meer dan een half miljoen. In een dubbelgesprek vragen Lode Godderis en Inger De Wilde zich af of de nieuwe, strengere aanpak van de regering-De Wever wel zal werken. 'Werknemers zitten soms vast in een gouden kooitje.'

'Ik praat heel vaak met werkgevers. Elke keer stel ik hen dezelfde vraag: hoeveel van jouw werknemers vertrouw je niet als het over ziekteverzuim gaat? Het antwoord ligt altijd ergens tussen de drie en vijf procent, een heel kleine minderheid dus', vertelt Lode Godderis. Hij is professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven en ceo van de preventiedienst IDEWE. Hij kent het dossier van de langdurig zieken beter dan wie ook en kijkt met een kritische blik naar de nieuwe maatregelen die de regering-De Wever wil nemen om meer langdurig zieken weer aan het werk te krijgen.

Godderis: 'Vandaag lijkt iedereen die arbeidsongeschikt thuis zit een profiteur. Het wordt allemaal heel complex gemaakt, vooral omdat er een manifest wantrouwen ingebakken zit in het systeem. Ik begrijp ook helemaal niet waarom werknemers straks weer sneller een doktersbriefje moeten halen als ze één dag thuis zijn. Daar begint het al mee. Het is veel zinvoller om even met de werkgever te bellen dan een verplicht attest af te halen bij de dokter voor zo'n korte periode. Dat is in mijn ogen de ultieme uiting van wantrouwen, terwijl maar een heel kleine groep van werknemers er de kantjes afloopt. De nieuwe maatregelen zijn ontworpen alsof iedereen misbruik wil maken. Pas op, ik vind het heel goed dat mensen die ziek uitvallen beter en sneller zullen worden opgevolgd, maar het valt bijna allemaal onder controles en sanctioneringen.' Interessant punt. Dat snelheidsbeperkingen altijd maar strenger worden heeft eenzelfde achtergrond van controles en sanctioneringen. De meerderheid voelt zich gepest, de zwarte ridders doen toch hun zin. Hoe meer verantwoordelijkheid wordt vervangen door regels, hoe meer het sociale systeem in de soep draait. Big Tech zal niet klagen.

Knack vroeg Godderis om samen te zitten met Inger De Wilde voor een gesprek. Ze kent de problematiek ook heel erg goed, maar vanuit een andere hoek: De Wilde is als professor verbonden aan de UGent en gespecialiseerd in arbeids- en socialezekerheidsrecht, en behandelt als advocate soms ook zaken tussen langdurig zieke werknemers en hun werkgevers. Net als Godderis volgt ze het dossier (van de langdurig werkonbekwamen) goed op, al is het maar omdat het om een steeds omvangrijkere groep gaat. Met meer dan een half miljoen Belgen zitten er ondertussen veel meer mensen ziek thuis dan dat er een werkloosheidsuitkering ontvangen. De uitkering voor 'invaliditeit' is hoger en stabieler dan die voor werkloosheid. Het is dan ook begrijpelijk dat langdurig werklozen proberen in de invaliditeit te geraken. Zijn ze gelijk van de VDAB verlost. Het paasakkoord gaf het startschot voor minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) om (veel) strenger op te treden tegen alle betrokkenen: werknemers, werkgevers, ziekenfondsen en ook de betrokken artsen.

De Wilde: 'We zien dat ook in andere sectoren van de sociale zekerheid: in de regelgeving wordt er vooral gefocust op misbruik, hoewel dat over maar heel kleine percentages gaat. Idem in het verkeer: omdat enkelingen geen zier geven om risico-inschatting moet iedereen dan maar snelheid minderen tot 30 km/uur zodra een zebrapad in zicht komt. Er wordt dan geredeneerd: het zijn er misschien niet veel, maar ze krijgen wel de meeste aandacht. Ik ben er niet tegen dat er voor langdurig zieken en werkgevers wat meer duidelijkheid in de regels wordt gecreëerd. Het is goed dat iedereen weet wat zijn rechten en plichten zijn. Ik lees in de voorstellen inderdaad heel veel nieuwe procedures en termijnen. Ik denk daarbij, ook als jurist: allemaal goed en wel, maar hoe gaan jullie dat organiseren? Zijn er voldoende middelen voorzien om de naleving goed op te volgen? Ik dacht dat de overheid juist op zichzelf wilde besparen? Ik wacht daarom af of dit allemaal wel het gewenste effect zal hebben. Als een overheid zulke verstrengingen doorvoert zonder dat ze die kan monitoren, zal er in de praktijk misschien niet zo veel veranderen.' Ook weer een klassieker: "het heeft geen zin een regel in te voeren die je niet kan afdwingen". Ook bij de afwijzing van een sociale-mediaverbod voor jongeren wordt die boutade heel gemakkelijk erbij gesleurd. Als we dat overal toepassen wordt ons wetboek een pak dunner. Het heeft in veel gevallen wel degelijk zin om een regel toch in te voeren als handhaving moeilijk is, (1) omdat je zonder regel geen handvat hebt om mistoestanden te corrigeren, en (2) omdat de regel zowiezo van toepassing is voor nieuwe gevallen. Recent ging een artikel in The New York Times over de beperkte effectiviteit van het verbod op sociale media tot 16 jaar. Niettemin is de wet een houvast voor ouders, een drukmiddel t.o.v. de mediabedrijven, en een 'game changer' voor de toekomstige jeugd.

Iedereen moet mee in het bad: ook de preventiediensten en de artsen moeten strenger worden.

Lode Godderis: Dat is een van de zaken waar ik me grote zorgen over maak. Een arts moet de hand uitreiken naar langdurig zieken om hen te helpen. Wordt die hand niet stevig genoeg aangenomen, moet diezelfde arts die hand straks gebruiken om te slaan en te straffen. Het is aan de overheid om mensen te controleren. Die taak mag echt niet bij de hulpverlener worden gelegd. Ik heb het daar heel moeilijk mee. Als iemand op consultatie gaat bij een arts, of spreekt met iemand die bepaalt of hij of zij straks nog een uitkering heeft, wordt dat een heel ander gesprek. Mensen die sowieso al angstig en onzeker zijn omdat ze maandenlang niet zijn gaan werken, zullen zich ook bij die arts niet veilig voelen om te vertellen wat er misschien nog wél mogelijk is. Dat laatste is wat raar; het zijn net de profiteurs die dat niet zullen vertellen. Maar hij heeft wel een punt. En dit probleem zit niet alleen aan de kant van de patiënt, maar ook bij de arts. Dit zijn immers parallelle processen: als controleren en behandelen samengaan in dezelfde arts wordt geen van beide goed gedaan. Anderzijds is het wel de behandelende arts die de meeste details kent van de situatie van een patiënt. Dus de behandelende én de controlerende arts zouden moeten samenwerken om goede beslissingen te nemen.

Inger De Wilde: Ik onderschrijf dat volledig: begeleiding en controle moeten helemaal losgekoppeld worden om goed te kunnen werken.

Twee keer niet komen opdagen bij een consultatie zonder geldige reden betekent straks dat iemands uitkering al tijdelijk geschrapt wordt. Ik ken maar weinig voorbeelden waarbij de overheid zó streng is. Aan de ene kant is dit een duidelijke regel, door de overheid opgelegd, die je bijgevolg de arts niet kan kwalijk nemen, maar het is allicht wel weer de arts die de regel moet uitvoeren.

Godderis: Dat is streng, ja. Er staan gelukkig ook wel zeer mooie zaken in het akkoord van de regering. Ik wil niet alleen maar negatief zijn. Na vier en na acht weken zullen we al kunnen intermediëren (tussenkomen) om te kijken wat de langdurig zieken nog wel zou kunnen doen, in plaats van wat hij zeker en vast niet meer kan. Er kan gekeken worden naar een andere functie bij dezelfde werkgever, of misschien elders op de arbeidsmarkt. Vroeger was het altijd één of nul: langdurig ziek of kerngezond (vlag-en-ladingprobleem). Het is heel goed dat we daarvan terugkomen. Inderdaad; niets is zwart/wit, ook 'langdurig werkonbekwaam' niet.

De Wilde: Dit onderwerp krijgt nu heel veel aandacht, maar we moeten beseffen hoe recent dat allemaal nog maar is. De eerste omvattende regeling over het re-integratietraject dateert van nog geen tien jaar geleden (het werkbaar werk van Peeters, 2016). De vorige regering heeft ook enkele stappen gezet, maar dat is allemaal nog maar heel kort geleden. Ik heb het gevoel dat er in België daarom nog altijd een taboe ligt op die arbeidsongeschiktheid. We moeten durven na te denken over wat er nog wel en niet mogelijk is voor mensen die arbeidsongeschikt worden. Ik weet niet welk effect de nieuwe regels uiteindelijk zullen hebben, maar ik hoop dat dat kan veranderen.

Het gaat inderdaad heel vaak over: wat kunnen mensen nog wél? Het lijkt me nochtans ingewikkeld om een nieuwe functie te vinden voor mensen die de job die ze altijd hebben gedaan niet meer kunnen, een functie waar bovendien zowel de werknemer als de werkgever tevreden over is. Reden te meer om meer aandacht te hebben voor échte preventie. De term 'primaire preventie' duikt regelmatig op; blijkbaar moet primaire preventie beletten dat werknemers overbelast geraken.

De Wilde: Dat heeft ook te maken met de Belgische arbeidsmarkt die heel rigide is. Onlangs bleek het nog maar eens uit onderzoek: zelfs jonge werknemers zijn – in tegenstelling tot wat we misschien denken – heel loyaal tegenover hun werkgever. Ze doen hun werk graag, of door allerlei verschillende statuten en regelgevingen maken we het hen heel moeilijk om van werk te veranderen. Werknemers zitten soms vast in een gouden kooitje (meer en meer aluminium: minder rijk, maar evengoed vast). De toekomstmogelijkheden van jongeren krimpen (zie ook Jongeren en stress), dus die worden voorzichtiger. Ze beseffen dat ze hun job niet zo heel graag meer doen, maar de makkelijkste optie is om te blijven in plaats van ander werk te zoeken. Ons arbeidsrecht gaat nog altijd uit van het ideaalbeeld van een werknemer die zijn volledige carrière bij dezelfde werkgever werkt. Zou dat?
Misschien is dat (in een stresserende job blijven werken) soms wel de reden waarom mensen in een burn-out terechtkomen. Zou best kunnen. Daarom ook heb ik er niet echt een probleem mee dat er straks al na zes maanden arbeidsongeschiktheid een procedure van beëindiging door medische overmacht (van een arbeidsovereenkomst, zonder termijn of vergoeding) kan worden opgestart: als echt al duidelijk is dat iemand nooit meer zal terugkeren naar de huidige job, zorgt dat alleen maar voor duidelijkheid (voor beide partijen). Helaas maakt die rigide arbeidsmarkt het inderdaad ook lastiger voor mensen die arbeidsongeschikt zijn geworden om elders een nieuwe functie te vinden. Vanuit mijn wetenschappelijk onderzoek ken ik de publieke sector goed. Alle voordelen die daarmee samenhangen, maken het soms heel moeilijk voor mensen om voor ander werk naar de private sector te kijken. Misschien een reden om de arbeidsvoorwaarden eens gelijk te trekken?

Godderis: Ik volg die redenering wel, maar we moeten ook naar de verantwoordelijkheid van de werkgevers kijken. Wat kunnen zij doen om iemands werkomstandigheden te verbeteren? Die vraag over preventie ontbreekt naar mijn gevoel totaal in het beleid dat de regering wil uitrollen. Die indruk heb ik ook, en de term 'totaal' lijkt mij terecht, omdat er van echte preventie, om te zorgen dat werknemers niet overbelast worden, totaal niets te merken valt in mediaberichten; zie de rest van dit blogartikel. Mensen in de arbeidsongeschiktheid zijn het vaakst mensen met mentale gezondheidsproblemen (zoals burn-out) of mensen met rug-, bot- of spieraandoeningen (fysieke slijtage). In mijn ervaring zijn dat heel vaak zaken die verholpen kunnen worden door minimale aanpassingen. Soms gaat het maar over een klein beetje flexibiliteit, maar dat ontbreekt dan nog altijd. Werkgevers willen alle leden van hun team liefst op dezelfde manier gelijk behandelen (een element van die rigide arbeidsmarkt), terwijl iemand soms net iets anders nodig heeft om gelijke kansen te krijgen in zijn job. In de preventie zit een enorm potentieel dat onontgonnen blijft. Zelfs Goderis gaat voorbij aan echte preventie (via werkbaar werk), als hij het heeft over aanpassingen om iemand gelijke kansen te geven. Een werksituatie moet gewoon werkbaar zijn, moet "vol te houden zijn zonder dat het de gezondheid schaadt". Dat ook bij werkbaar werk niet iedereen elke job aankan is onvermijdelijk, maar dat wordt opgelost bij de personeelsselectie.

Nu begint mij iets te dagen. Ik bedenk hier dat de preventie in feite in twee richtingen werkt: het werk moet werkbaar zijn voor een bepaald type werknemer, met bepaalde kwalificaties (kennis, ervaring, attitude, fysiek…), maar dan moeten we niet verwachten dat iemand zonder de nodige kwalificaties de job aankan. De grote toename van het aantal uitvallers kan dus het gevolg zijn van twee fenomenen: (1) de werkomstandigheden zijn niet meer werkbaar, bv. door het neoliberalisme dat de werknemers maximaal uitknijpt, en door basale fouten, of (2) de kwalificaties nemen af, door nalatend onderwijs (de lat gaat overal omlaag, tot in de academies voor podiumkunsten), en hogere sociale belasting door asociale media en andere stresserende maatschappelijke toestanden.

De Wilde: Het verbaast me niet dat je dat zegt. Als ik daarover lesgeef aan mijn studenten, haal ik er graag altijd wat cijfermateriaal bij: in vergelijking met onze buurlanden geven wij het kleinste deel van ons budget voor gezondheidszorg aan preventie (maar wat wordt dan meegeteld als preventie?). We hebben niet de cultuur om daarmee bezig te zijn, en daar zien we vandaag natuurlijk ook de resultaten van. Het gebrek aan preventie is ook een kenmerk van neoliberalisme. Alles wat niet dadelijk geld opbrengt word genegeerd.

Werkgevers moeten straks wel meer bijdragen: na de eerste maand moeten ze nog twee maanden een deel van de uitkering betalen.

De Wilde: Dat is een voorbeeld van een maatregel waarvoor men de mosterd in Nederland heeft gehaald. Dat land kampte twintig à dertig jaar geleden ook met heel veel langdurig zieken, waardoor de overheid ook een heel aanklampend beleid is gaan voeren en de werkgevers heeft geresponsabiliseerd. In Nederland betalen werkgevers nog veel langer mee aan een uitkering, maar hier is er nu ook een financiële prikkel om ziek gevallen werknemers te re-integreren. Dat zijn wel twee heel verschillende methoden. Naarmate de kost van uitval hoger wordt voor de werkgevers (ze betalen de werknemer langer zelf door) is de neiging ook groter om te zorgen dat de werknemers niet uitvallen (echte preventie). Re-integratie bevorderen met een premie heeft niet dat effect.

Godderis: Ik ben geen voorstander van zo'n Nederlands model, eerlijk gezegd. Koekoek. Die hervormingen hebben echt wel een impact gehad op de arbeidsmarkt daar. Als werkgevers wel twee jaar moeten betalen (hier gaat het maar over twee maanden) voor zulke uitkeringen, denken ze twee keer na voor ze mensen aannemen. Het gevolg is dat er in Nederland veel meer ZZP'ers, oftewel 'zelfstandigen zonder personeel' actief zijn, eigenlijk een soort van freelancers (die minder beschermd zijn). We hadden misschien ook verwacht dat werkgevers meer zouden gaan inzetten op preventieve maatregelen om het personeel te helpen (of werkbaar werk te voorzien!!), maar dat is niet gebeurd. Ook in Nederland zien we dat er vooral op controle en sanctionering wordt gefocust om toch maar te vermijden dat mensen uitvallen. Wat uiteraard niet werkt. Het lijkt me echt geen goed idee om ons te gaan spiegelen aan Nederland. Nu biedt zelfstandig werken wel enkele interessante mogelijkheden qua werkbelasting; zo heel negatief is dat misschien niet.

De regering-De Croo voerde al een sanctioneringsbeleid in voor sectoren die het slecht deden: de dienstenchequesector kwam daar toen heel slecht uit. Wordt daar verder nog iets aan gedaan?

De Wilde: Dat is een genuanceerd verhaal, vind ik. Een heroriëntering van poetshulpen bij dezelfde werkgever is moeilijk, omdat er niet zo heel veel verschillende taken zijn. Hun profiel – vaak kortgeschoold (mooi pamperwoord) – is ook niet evident in onze arbeidsmarkt. Poetshulpen werken ook eigenlijk bij een derde als opdrachtgever: bij ons allemaal. Zijn wij als klanten wel bereid om aanpassingen te maken zodat ze op een goede manier hun werk kunnen doen, ook als ze last hebben van hun rug? Beetje moeilijk, inderdaad. Als je een poetshulp vraagt omdat je last hebt van je rug, verwacht je geen poetshulp die zelf last heeft van de rug.

Godderis: In plaats van zulke bedrijven te bestraffen, belonen we beter die welke het goed doen. Dat creëert een heel andere dynamiek. Want wat is de makkelijkste manier om geen werknemers te hebben die uitvallen? Beginnen met niemand aan te nemen die op de een of andere manier kwetsbaar is. Dat willen we natuurlijk ook niet. Interessante vraag, maar "natuurlijk ook niet" lijkt mij niet het antwoord.

Poetshulpen zijn inderdaad vaak kortgeschoolde vrouwen, een categorie die bovengemiddeld vaak uitvalt (mogelijk vooral door lage jobtevredenheid; poetsdiensten blinken meestal niet uit in menslievendheid). Dat zegt wel iets over hoe moeilijk het is om straks voor iedereen aangepast werk te vinden (en de poets gedaan te krijgen).

De Wilde: Kwetsbare groepen (nog zo'n beschrijving die meer kwaad dan goed doet) moeten goed worden begeleid. Het gaat soms niet alleen over een heroriëntering, maar ook echt om herscholing. Die opleidingen moeten er dan ook wel zijn. Dat is een inspanning die vooral van de kant van de overheid moet gebeuren. Hupsakee.

De vakbonden beweren ondertussen dat het beleid van de regering De Wever alleen maar voor meer langdurig zieken zal zorgen.

Godderis: Ik volg de vakbonden op een aantal punten wel. Zoiets als het makkelijker maken van nachtarbeid (in de distributie), draagt natuurlijk niet bij tot de gezondheid van mensen. Inderdaad, wel tot die van de distributeurs. Het werk wordt flexibeler gemaakt zonder dat er veel prikkels zijn om arbeiders preventief te helpen. Ziekmakend werk wordt niet aangepakt door deze regering. Daar is zijn punt weer, maar ik betwijfel nog altijd of hij dit wel juist bedoelt. En natuurlijk, als mensen straks allemaal langer moeten werken (tot 67), neemt het risico op chronische aandoeningen toe. Zouden die paar jaar veel verschil maken? Mogelijk wel, vermits de risico's bij ouderen net groter zijn. We beseffen ondertussen dat we allemaal langer moeten werken (om de pensioenen betaalbaar te houden). De vraag is: hoe gaan we ervoor zorgen dat ons dat lukt? Ik denk dat mensen op bepaalde momenten in hun carrière misschien voluit moeten kunnen gaan, en misschien wat meer werken, om in andere periodes ook wat te kunnen minderen en meer zorg op te nemen voor hun kinderen of ouders. Wat heeft dat er nu mee te maken?

De Wilde: We hebben nog wel een weg af te leggen om tot zulke loopbanen te komen, maar zulke rustmomenten inbouwen is zeker een goed idee. Rustmomenten inbouwen is altijd een goed idee, als die tenminste de stress verlichten. Je kan dat in het groot zien, over een hele loopbaan, maar evengoed in het klein, gedurende een werkdag. Acht uur continu onder spanning is op zich al vragen om problemen. Jammer dat de economie op dit punt altijd voorrang krijgt.

De regering De Wever doet het omgekeerde, door pensioenregels te verstrengen bijvoorbeeld. Pensioenexperte Ria Janvier vatte onlangs in Knack samen wat ze haar studenten aanraadde met het regeerakkoord in gedachten: werken, werken, werken. Rustmomenten zijn ons niet gegund.

De Wilde: Een aantal maatregelen gaan inderdaad in de andere richting. Dat is deels gewoon een ideologische keuze van deze regering. Maatregelen als niet-gewerkte periodes toch laten meetellen voor de pensioenopbouw kosten natuurlijk ook veel geld (aan de overheid). Is iets van. Bovendien, als een periode van werkloosheid wel invloed heeft op je pensioen, is de nood hoger om terug aan het werk te gaan.

Godderis: Onze pensioenen moeten betaalbaar blijven, ik deel uiteraard die bezorgdheid. Het is juist daarom dat ik de discussies mis over het herorganiseren van onze arbeidsmarkt om dat langer werken ook effectief mogelijk te maken.

Langdurig zieken sneller ontslaan: 'Je kunt je ook afvragen of het nog zinvol is om bij die werkgever te blijven' De arbeidsovereenkomst van langdurig zieken kan binnenkort al na zes maanden beëindigd worden. 'Met deze maatregel wil men mensen zo snel mogelijk weer aan het werk krijgen', zegt expert arbeids- en socialezekerheidsrecht Inger De Wilde. 'Als dat niet kan bij de eigen werkgever, dan misschien wel bij een andere.' Het is absurd om vast te houden aan een verplichte maar zinloze re-integratie.

Kortere ontslagtermijn voor langdurig zieken: 'Zij kunnen efficiënter re-integreren'Binnenkort kunnen werkgevers de arbeidsovereenkomst van langdurig zieken al na zes maanden beëindigen. Adviserend arts Anne-Marie Bonroy (CM) ziet positieve effecten op de re-integratie van werknemers. Meer details over stopzetting van de arbeidsovereenkomst om medische redenen, door werkgever of werknemer.


2 – Langdurig zieken: wie zijn ze, waarom zijn ze wie ze zijn en hoe krijg je hen weer aan de slag?

De discussie woedt volop over het aantal langdurig zieken en de vraag of zij allemaal wel terecht langdurig ziek zijn. Zie ook Kwart langdurig zieken krijgt onterecht uitkering, leert steekproef: "Ziekenfondsen moeten dit uitleggen. De ziekenfondsen krijgen het verwijt dat ze de adviserende artsen onder druk zetten om niet te veel van hun leden weer aan het werk te krijgen. Zijn er inderdaad te veel mensen langdurig ziek en dus te duur voor de regering? Vijf vragen en antwoorden om jullie wegwijs te maken in een ingewikkelde problematiek.

Rik Arnoudt, VRT, 11-05-2026

Wanneer ben je langdurig ziek?

Volgens de regelgeving ben je langdurig ziek vanaf een jaar. Klassiek probleem: als het over mensen gaat veroorzaken definities meer problemen dan ze oplossen. "Die mensen komen dan op invaliditeit", legt professor arbeidsgeneeskunde Lutgart Braeckman (Universiteit Gent) uit.

Als maatstaf gebruikt de ziekenwet uit 1994 een economische definitie. Nog erger. "Je wordt erkend (vreemde uitdrukking?!) als je niet meer in staat bent om een derde te verdienen van je loon als werkende. Zou die regel ooit toegepast worden? Tijdens de eerste 6 maanden kijken we daarvoor naar de eigen job, na 6 maanden naar alle jobs afgaande op je diploma, je ervaring, enz…". De term 'erkenning' heeft een zweem van bevestiging van een behartenswaardige toestand die vervolgens recht geeft op steun. Het omgekeerde van stigmatisering, eigenlijk. Lijkt mij nadelig, behalve voor wie zich wil settelen in langdurige ziekte. De term 'invaliditeit' versterkt dat nog. Een speciaal vlag-en-ladingprobleem: wie 'op invaliditeit staat' is niet per se ook invalide.

Hoe kom je terecht in langdurige ziekte?

Als je ziek wordt, ga je eerst naar je huisarts. Die schrijft een ziekteattest (toelating om thuis te blijven van het werk) als hij oordeelt dat dit nodig is. In eerste instantie wordt je loon gewoon doorbetaald, maar wie geen ambtenaar is, komt na 1 maand ten laste van het ziekenfonds ("op de ziekakas").

"Dan kom je in de periode van primaire arbeidsongeschiktheid, en die duurt 12 maanden (die regel…)", duidt professor Braeckman. "Vanaf dan kan de adviserende arts van het ziekenfonds je geregeld oproepen. Het is inderdaad interessant dat die controle mogelijk zal worden vanaf 1 en 2 maanden 'ziekte'. Die moet beslissen of je al dan niet terecht ziek bent en dus 2/3 van je verdienvermogen (het bedrag dat je normaal kan verdienen door te werken) kwijt bent." "Terecht ziek" is ook weer een vreemde uitdrukking. Je bent ziek of niet, of in een bepaalde mate. Het is de 'erkenning' als langdurig zieke die al dan niet terecht is. Op zich is dit een absurde situatie. Is die 'erkenning' echt nodig? Wie heeft die eigenlijk uitgevonden? Het is net die erkenning die wordt nagestreefd door misbruikers!

Na 1 jaar kan je dus op invaliditeit komen (invalide of niet; ook raar…) en ben je langdurig ziek (zonder kans op genezing? al even raar). In dat geval zal de Geneeskundige raad voor invaliditeit (GRI) van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) een verslag van de adviserende arts moeten beoordelen.

In die GRI zitten 9 artsen van de ziekenfondsen en 9 artsen van het RIZIV. De GRI bepaalt ook de richtlijnen voor de controle op arbeidsongeschiktheid die de adviserende artsen van de ziekenfondsen hanteren.

Welke arts doet wat?

Je hoort de laatste dagen vaak dat controleartsen te veel van het ziekenfonds afhangen waarvoor ze werken, maar eigenlijk klopt dat niet. "Er worden allerlei termen door elkaar gebruikt" (simpele vlag-en-ladingproblemen), zegt Lutgart Braeckman. "Dat komt omdat in de perceptie van de mensen alles neerkomt op controle."

Om enige klaarheid te scheppen hieronder de verschillende soorten artsen waarmee je als langdurig zieke in aanraking komt:

  • De behandelende arts (huisarts of specialist). In de veronderstelling dat die anderen niks behandelen. Je kan je afvragen of een arts die niemand behandelt wel voldoende ervaring opbouwt om een zieke te beoordelen.
  • De arbeidsarts: staat in voor het welzijn op het werk (ach zo? zijn er misschien te weinig arbeidsartsen, gezien het gebrek aan welzijn op het werk? of doen ze daar te weinig aan?) en medisch toezicht op werknemers (bv.jaarlijks medisch onderzoek). De benaming 'Arbeidsgeneesheer' is beter bekend.
  • De controlearts: onafhankelijke arts die op vraag van je werkgever controleert of de werknemer wel degelijk arbeidsongeschikt is. De controlearts is dus ook adviserend.
  • De adviserende arts: controleert (langdurige) arbeidsongeschiktheid in opdracht van het ziekenfonds. De adviserende arts is dus ook controlerend.

Het is een illusie te denken dat de termen 'controlearts' en 'adviserende arts' naast elkaar kunnen bestaan zonder dat ze verward worden. De termen 'controlearts van de werkgever' en 'controlearts van het RIZIV' hebben dat probleem niet (tenzij je bij het RIZIV werkt…; zou het RIZIV ook langdurig zieken hebben?). 

Hoeveel langdurig zieken zijn er?

Eind 2025 waren er volgens het RIZIV in ons land 576.643 mensen langdurig ziek, ruim 105.000 meer dan 5 jaar eerder. In vergelijking met eind 2024 zijn er vorig jaar meer dan 26.600 werknemers en zelfstandigen met een invaliditeitsuitkering bijgekomen.

Dat heeft te maken met de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 naar 66 jaar. Daardoor zijn heel wat 65-jarigen een jaar langer in het systeem van langdurige ziekte gebleven, terwijl ze anders met pensioen zouden zijn gestuurd.

Als je die groep buiten beschouwing laat, steeg het aantal langdurig zieken in 2025 met 1,6 procent ten opzichte van het jaar ervoor. De voorbije 20 jaar lag die procentuele toename boven 3 procent per jaar. De statistiek zegt dat er beterschap is… Het gevaar van metingenfixatie. Een toename van 3% per jaar is anders alarmerend genoeg.

Volgens de Hoge Raad voor Werkgelegenheid, het adviesorgaan dat de regering informeert over het arbeidsmarktbeleid en maatregelen onderzoekt om meer banen te creëren, neemt de instroom alsmaar verder toe, terwijl de uitstroom niet versnelt. De Hoge Gezondheidsraad zegt dat een sociale-mediaverbod voor -16 niet aan de orde is. Zouden die Hoge Raden allemaal even goed werken?

In mensentaal betekent dit dat het aantal langdurig zieken alsmaar toeneemt en dat men er niet in slaagt meer mensen weer naar de arbeidsmarkt te leiden. Nochtans zet het beleid in op re-integratie. "Ergens op inzetten" is een begrip uit de gokwereld. Als ministers het hebben over 'inzetten op' of 'aan de slag gaan' weet je dat er nog niets gebeurd is.

Wie is langdurig ziek?

Volgens de meest recente cijfers van het RIZIV waren er eind 2025 in totaal 576.643 langdurig zieken, van wie 229.168 mannen en 347.475 vrouwen.

Vooral bij de oudere leeftijdsgroep vinden we het grootste aantal langdurig zieken:

  • 93.128 in de leeftijdsgroep 50-54 jaar,
  • 127.481 in de groep 55-59 jaar,
  • 129.558 in de leeftijdsgroep 60-64 jaar,
  • 19.278 bij de 65-plussers.

Het totaal is 369.445, dus blijven er 207.198 over, jonger dan 50. In 38,28 procent van de gevallen is de langdurige ziekte te wijten aan psychische stoornissen, in 26,94 procent van de gevallen aan depressie of burn-out. Van die ouderen, of van allemaal samen? Opletten met statistiek. Zie ook deze statistiek van de Onafhankelijk Ziekenfondsen.

Hoe los je dit op?

"We komen te laat met onze oplossingen, vrees ik", zegt Lutgart Braeckman. "Je moet de instroom aanpakken en investeren in primaire preventie." Voorkomen dat mensen ziek worden, met andere woorden. Een waarheid als een koe!! Dit wordt veel te weinig gezegd, besproken, en godbetert onderzocht.

Braeckman vindt dat we als maatschappij (wat ik net bedoelde) niet genoeg kijken naar de arbeidsomstandigheden en in hoeverre die haalbaar zijn voor de werknemers. Werkbaar werk (werk dat vol te houden is voor werknemers, zonder dat het hun gezondheid schaadt), met andere woorden. De initiatieven van Kris Peeters op dit vlak hebben weinig uitgehaald. Waar ging het weer over: flexibiliteit, werkbaarheid, opleiding, loopbaanonderbreking en arbeidsduurorganisatie.

Al beseft ze ook dat zoiets niet evident is voor veel werkgevers. "Je kan misschien 1 aangepaste functie hebben voor werknemers die elders niet meer kunnen meedraaien, maar er zit misschien ook wel een limiet op het aantal dergelijke functies. Ongelooflijk hoe vast deze discussie zit. Allicht zit er een limiet op het aantal van dergelijke functies, maar dit is opnieuw symptoombestrijding. Als stressoren worden vermeden heb je geen aangepaste functies nodig.

"Iedereen is in staat om een stukje te werken, zelfs als men bepaalde klachten en/of problemen heeft. Terug onder de collega's komen is een onderdeel van je therapie", vindt Braeckman. Zou kunnen. "Het probleem is dat veel van onze werkgevers niet daarop gericht zijn." Opnieuw diezelfde symptoombestrijding.

"Daar moeten we dus hervormen. Er zijn altijd functies waar je iets kan betekenen voor de maatschappij: meehelpen in een woonzorgcentrum of zwerfvuil opruimen, bijvoorbeeld. Er mag iets tegenover staan als je een uitkering krijgt. Het is goed dat er een opvangnet is, maar het mag geen hangmat worden." Daar is natuurlijk iets van. Aangepaste functies kunnen iets verbeteren voor zowel werknemer als werkgever, maar als stressoren niet worden afgebouwd blijft dat naast symptoombestrijding een partiële oplossing.

Wat is de rol van de ziekenfondsen?

Intussen lijkt de controverse zich vandaag vooral te focussen op de rol van de ziekenfondsen en of zij de (hun!) adviserende geneesheren te veel onder druk zetten bij het nemen van een beslissing of een patiënt al dan niet arbeidsongeschikt is. Hoezo 'te veel' onder druk zetten? Is 'een beetje' dan wel toegelaten?

De discussie wordt verder aangewakkerd na 2 nieuwe steekproeven van het RIZIV waaruit blijkt dat ruim 1 op de 4 langdurig zieken onterecht of te lang een uitkering krijgen.

Voor N-VA-voorzitter Valerie Van Peel zijn er te veel langdurig zieken. Uiteraard wil de N-VA zo'n rapport maximaal uitbaten. Niet dat ze ongelijk hebben... Ze wil besparen en zo de begroting van de federale regering weer op orde krijgen (ook een partiële oplossing :-). CM-voorzitter Luc Van Gorp zegt dat Van Peel een hele groep mensen stigmatiseert (daar zijn ze weer; stigmatisering als mondsnoerder) en heeft het over een Chinese muur tussen controleartsen en ziekenfondsen. Op een Chinese muur in de mist kunnen ook rare dingen gebeuren.

"Ik spreek mij daarover niet uit", zegt Lutgart Braeckman. "Ik weet niet wat er allemaal meespeelt. En wie het wel weet wil het niet gezegd hebben. Volgens politicoloog Stefan Walgrave is het geen toeval dat net de N-VA de ziekenfondsen viseert in dit dossier. Omdat N-VA de zuilen graag zou zien verdwijnen; de ziekenfondsen zijn een hardnekkige manifestatie daarvan, samen met de vakbonden.

Lees ook – Kwart langdurig zieken krijgt onterecht uitkering, leert steekproef: "Ziekenfondsen moeten dit uitleggen" Ruim 1 op de 4 langdurig zieken krijgt onterecht of te lang een uitkering. Dat blijkt uit 2 nieuwe steekproeven van het Riziv, waarover De Standaard bericht en die onze redactie ook kon inkijken. Daarmee komen de ziekenfondsen opnieuw onder vuur te liggen."

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) neemt de vlucht vooruit en zegt dat de ziekenfondsen een "stevig tandje moeten bijsteken". En zichzelf heruitvinden. Vermits een systeem zichzelf niet kan controleren gaat dat niet goed komen.

"Vanaf 2027 wordt een deel van de werkingsmiddelen van de ziekenfondsen gekoppeld aan de resultaten die ze behalen op het vlak van terugkeer naar werk. Wie de re-integratie van zieke werknemers ernstig neemt en daar effectief op inzet (…), zal daar ook voor beloond worden. Wie achterblijft, zal dat voelen. De vrijblijvendheid is voorbij." En waar staan we met de primaire preventie, het wegwerken van stressoren? Zo te zien nergens. 


3 – Arbeidspsycholoog: 'Dat burn-out moeilijk te meten is, betekent niet dat mensen zomaar alles faken'

Hoe weet je of iemand echt een burn-out of depressie heeft? Volgens arbeidspsycholoog Wilmar Schaufeli focust het debat over langdurig zieken te veel op misbruik. 'Zeggen dat burn-out niet bestaat, helpt niet.'

Elisa Hulstaert, Knack Redacteur, 11-05-2026

In 2025 telde België ruim 576.000 werknemers en zelfstandigen die langer dan een jaar ziek waren. Vier op de tien kampte met een psychische aandoening. Meer dan een op de vier zat thuis door een depressie of een burn-out (respectievelijk 17 en 10 procent). Depressie en burn-out mag je gerust samentellen, omwille van de overlappende symptomen.

Die cijfers verschijnen in een politiek klimaat waarin langdurige ziekte steeds vaker wordt bekeken door een bril van controle, activering en onterecht uitgekeerde uitkeringen. Verschillende recente berichten hebben dat debat verder aangescherpt. Zo bleek in 2024 uit een onderzoek naar langdurig zieken die tot aan hun pensioen een uitkering zouden krijgen, dat een kwart van de onderzochte dossiers problematisch was. Afgelopen april berichtte Het Laatste Nieuws over een overheidsrapport waaruit zou blijken dat meer dan de helft van de langdurig zieken in bepaalde omstandigheden opnieuw aan het werk zou kunnen. Moeilijk te beoordelen, als je geen details kent. En maandag meldde De Standaard dat in twee specifieke groepen langdurig zieken een op de vier onterecht of te lang een uitkering kreeg.

Psychische aandoeningen zijn nu eenmaal moeilijker objectief te meten dan pakweg een gebroken been of een tumor. Hoe goed valt te controleren of iemand echt een depressie of burn-out heeft? En hoeveel ruimte is er voor misbruik?

'Het valt me op dat in Vlaanderen misbruik veel centraler in het debat staat dan in Nederland', zegt de Nederlandse professor arbeids- en organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli (Universiteit Utrecht). 'Ik zeg niet dat misbruik niet bestaat, maar in Nederland gelooft men meer dat een professional wel kan beoordelen of iets klopt. Een patiënt kan ook niet zomaar alles faken. En zelfs als iemand faket, moet je je afvragen waarom die persoon dat doet. Als er niets aan de hand is, op het werk of daarbuiten, doe je dat doorgaans niet.' Nederlanders misschien niet…

Critici zouden zeggen: er zijn nu eenmaal mensen die niet willen werken, maar wel een uitkering willen krijgen.

Wilmar Schaufeli: Daar is weinig bewijs voor. Allé jong. Misbruik bestaat, maar het gaat om een kleine groep. Wat het niet toelaatbaar maakt. De vraag is of je een heel systeem moet optuigen om die paar procent weg te werken. Ik denk dat je daar niet te veel energie in moet steken. Tenzij je niet wil dat het misbruik groeit.

Hoe kan het dat iemand door de ene arts of instantie als burn-outpatiënt wordt beschouwd, maar door een adviserend arts of het RIZIV niet?

Schaufeli: Dat heeft te maken met de complexiteit van de diagnose. Dat is overigens niet uniek voor burn-out: bij mentale diagnoses is er altijd discussie. Klopt. Zie Burn-out – Een overzicht.

Er speelt ook een machtspolitieke kwestie. Burn-out is niet ontwikkeld binnen de psychiatrie (huh?), maar komt van buitenaf. Sommige artsen zijn daar huiverig voor, omdat burn-out niet in de DSM staat, het psychiatrische handboek. Ook in Nederland zeggen sommige psychiaters dat burn-out niet bestaat. Als je vraagt waarom, zeggen ze: omdat het niet in ons handboek staat. Dus: koop de DSM en begin een psychiatrische praktijk. Koop een kookboek en open een restaurant. Rare snuiters, die Hollanders.

Ik begrijp de terughoudendheid. Je hoeft niet alles in een psychiatrisch handboek op te nemen, want dan dreigt medicalisering (d.i. een niet-medisch probleem – iets dat vroeger als normaal, sociaal, moreel of psychologisch werd gezien – wordt steeds meer behandeld als een medische aandoening). Alsof burn-out geen medisch probleem is?! Zie ook Burn-out – Een overzicht. Als je burn-out volledig medicaliseert, leg je de verantwoordelijkheid al snel bij de patiënten. Hoezo? Zij moeten assertiever zijn, beter hun grenzen aangeven en minder pessimistisch zijn. Dat is te simpel. Ik volg niet. We moeten ook op het werk en in de bedrijfsgezondheidszorg inzetten op preventie. Waar wil hij nu eigenlijk naartoe?

Er bestaat geen bloedtest of hersenscan die de diagnose 'burn-out' kan staven. Er is met andere woorden geen biomarker. Is dat het probleem?

Schaufeli: Dat argument wordt vaak gebruikt tegen burn-out, maar geldt voor vrijwel alle psychiatrische aandoeningen. Voor depressie, angststoornissen, schizofrenie of persoonlijkheidsstoornissen bestaan evenmin eenvoudige, betrouwbare biomarkers waarmee je de diagnose objectief kunt stellen. Het is dus geen sterk argument om burn-out in twijfel te trekken.

Samen met Zweedse collega's onderzocht u recent hoe klinische burn-out kan worden gediagnosticeerd.

Schaufeli: We hebben de Nederlandse en de Zweedse benadering van burn-out naast elkaar gelegd. De criteria waren onafhankelijk van elkaar opgesteld, maar overlappen toch grotendeels. Dat is interessant. Dat was te verwachten. Het wijst erop dat er wel degelijk iets herkenbaars wordt beschreven. Geweldig.

We zien burn-out niet als iets wat plots ontstaat (hij bedoelt: we zien burn-out niet als toestand), maar als een proces met verschillende fasen: vroeg risico, verhoogd risico, klinische burn-out en herstel. Niet iedereen doorloopt al die fasen, en niet iedereen met stressklachten krijgt uiteindelijk een burn-out. Gelukkig maar.

Vermoeidheid staat centraal, maar het gaat om meer dan dat. Er is ook cognitieve ontregeling: concentratieproblemen, geheugenproblemen, niet meer helder kunnen nadenken. Daarnaast zie je emotionele ontregeling: huilbuien, boosheid, emoties niet meer kunnen controleren. Een hele resem symptomen; de individuele samenstelling is telkens anders.

Belangrijk is ook of iemand zijn rol nog kan vervullen. Meestal gaat het om de werkrol, maar je kunt ook vastlopen in het privéleven: als ouder, partner of mantelzorger. Ook dat kan tot overspanning of burn-out leiden. Alle stressoren mag je optellen.

Hoe streng zouden zulke criteria zijn?

Schaufeli: Behoorlijk streng. Een criterium voor klinische burn-out is bijvoorbeeld dat iemand zes maanden lang ernstige klachten moet hebben. Dat is een hard criterium. Meteen al moeilijk na te gaan.

De meeste mensen met stressklachten vallen kortstondig en gespreid uit: drie dagen, later nog eens twee dagen, dan misschien een week. Om een onderscheid te maken tussen stress en burn-out.

Een veel kleinere groep zit zes maanden thuis met ernstige klachten. Dat moet je ook in de cijfers zien. Het gaat niet om alle mensen met burn-outklachten (je kan burn-out klachten hebben zonder een burn-out te hebben), maar om een fractie daarvan. Nu vraag ik mij af hoe al die burn-outs bij onze langdurig zieken dan zijn vastgesteld…? Nattevingerwerk bij behandelende arts en/of arbeidsgeneesheer?

Zullen verschillende deskundigen met behulp van die criteria tot dezelfde diagnose komen?

Schaufeli: Dat moeten we nog onderzoeken, maar ik vermoed dat er redelijk veel overeenstemming zal zijn. Al zullen de diagnoses nooit volledig overlappen. Als gevolg van een groot aantal symptomen die op een nog groter aantal manieren kunnen gecombineerd worden.

Dat is bij psychiatrische aandoeningen zo, maar ook bij heel wat lichamelijke aandoeningen (aan welke zou hij nu denken?). Mensen denken vaak dat ze bij de dokter dé diagnose krijgen. Maar een andere arts kan soms anders oordelen. Het specialisme van de arts bepaalt in grote mate de diagnose.

Maar als we het eens kunnen worden over duidelijke criteria, gaan we in elk geval een stap vooruit.

Wie moet die criteria in België uitwerken?

Schaufeli: De beroepsgroepen moeten daarover rond de tafel gaan zitten: artsen, psychologen, psychiaters en bedrijfsartsen. Niemand heeft een toverstaf. Maar de discussie moet wel op een serieuze manier gevoerd worden.

Wat niet helpt, is blijven zeggen dat burn-out niet bestaat, dat mensen zich aanstellen of dat ze misbruik maken van het systeem. Dat is veel te ongenuanceerd. Burn-out is geen eenvoudig probleem. Behandel het niet alsof het dat wel is.

Langdurig zieken op recordhoogte: haalt Vandenbroucke zijn besparing nog?Het aantal langdurig zieken in België stijgt naar een nieuw record, terwijl de geplande besparing van de regering De Wever nu al 165 miljoen euro achterloopt op schema. Toch blijft minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) optimistisch.

Luc Van Gorp (CM): 'Het idee dat ziekenfondsen belang zouden hebben bij meer langdurig zieken, is niet logisch'Een overheidsrapport dat jarenlang in de schuif bleef liggen, stelt dat meer dan de helft van de langdurig zieken eigenlijk wel kan werken. Dat schrijft Het Laatste Nieuws, dat het rapport via klokkenluiders in handen kreeg. 'De recentste cijfers tonen een heel ander beeld', zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. Met metingenfixatie kan je alle kanten uit.

526.000 langdurig zieken in België: wie zijn ze en hoe ziek zijn ze echt?Politici kijken al vele jaren met grote ogen naar de alsmaar stijgende aantallen van langdurig zieke mensen in België. De regering De Wever wil veel strenger optreden. Maar tegen wie precies? Het zijn er eens niet 576.000, het grijsgedraaide nummer.


4 – 'Onbehandelde psychische klachten: de 30 miljard die niemand in de Wetstraat ziet'

'Terwijl Bart De Wever miljarden zoekt en Frank Vandenbroucke ziekenfondsen wil schrappen of heruitvinden, lekt de Belgische schatkist langs een kant waar geen enkele minister naar lijkt te kijken: 5% van ons BBP (zo'n 30 miljard euro per jaar) aan onbehandelde psychische klachten', schrijft psychiater Thomas Van der Poorten. Hij maakt de rekening. 'Dat is meer dan het volledige Belgische begrotingstekort. 20 keer de jaarlijkse werkingskost van de mutualiteiten. Drie keer het defensiebudget.'

Thomas Van der Poorten, Voorzitter Belgische Federatie voor Ambulante Psychiatrie, Knack 14-05-2026

Vorige week onthulde het RIZIV dat eind 2025 een recordaantal van 576.643 Belgen langer dan een jaar arbeidsongeschikt thuis zat. De krantenkoppen die volgden waren voorspelbaar: vingerwijzen, fraudeverhalen, controleretoriek, ziekenfondsen die zich verdedigen in de Kamer. Een voormalig RIZIV-topman die fijntjes opmerkt dat ziekenfondsen verdienen aan arbeidsongeschiktheid.

Bij dit alles ontbreekt één vraag: waarom zitten al die mensen thuis? OK!!

Het antwoord is bekend, en wordt elk jaar netjes door het RIZIV gepubliceerd. Bij wie jonger is dan 40, gaat het in een meerderheid van de dossiers om een psychische stoornis. Tussen 2018 en 2023 steeg het aantal Belgen in invaliditeit (meer dan een jaar werkonbekwaam; een onzinnige definitie) door een psychische aandoening met 30,9%; voor depressie en burn-out met 44% (oppassen met "stijgen met x %": is dat absoluut ('procentpunt') of relatief?). De totale jaarlijkse uitkeringen voor langdurige arbeidsongeschiktheid bedragen ondertussen meer dan negen miljard euro. Daar kan je al iets voor kopen.

Maar dat is slechts het topje van een veel grotere ijsberg. Volgens berekeningen van de OECD (de OESO), overgenomen door Sciensano in haar rapport Mental Health Trends in Belgium 2025, kost slechte geestelijke gezondheid België ongeveer 5% van het BBP per jaar, en een van de hoogste percentages binnen de OECD. Dat omvat niet alleen uitkeringen, maar vooral het zogenaamde presenteïsme: mensen die fysiek op het werk zijn maar door onbehandelde klachten amper functioneren, en die volgens internationaal onderzoek nog duurder uitvallen dan absenteïsme (allicht omdat ze op het werk meer storen dan wat anders). Vijf procent van het BBP. Meer dan drie keer wat dit land aan Defensie uitgeeft (sinds Trump klopt dat niet meer). Niet aan een nieuwe geopolitieke dreiging, niet aan een onvoorziene crisis maar aan een probleem waarvan we precies weten hoe het op te lossen is. De man maakt hier wel een grove veronderstelling. nl, dat al die patiënten met een effectieve en goedkope methode te genezen zijn. Ik ben benieuwd hoe hij dat denkt klaar te spelen.

Onverbiddelijk

De Wereldgezondheidsorganisatie, de OECD en de Europese Commissie zijn al jaren onverbiddelijk: geestelijke gezondheidszorg moet gemeenschapsgericht, ambulant en universeel toegankelijk zijn. Niet vanuit langdurige opnames, maar dichtbij de mensen, op het moment dat het nog helpt. Landen die die keuze maakten (Nederland, het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen) zagen hun uitkeringen dalen en hun productiviteit stijgen. (1) En weer diezelfde symptoombestrijding: uitgevallen werknemers aanpakken, in plaats van te zorgen dat werknemers niet uitvallen. (2) Zijn oplossing komt neer op "meer overheidsgeld voor zijn vakgebied". Aardig verpakt, maar niettemin schaamteloos.

België kiest, stilzwijgend, voor het tegenovergestelde. We zijn reeds de Europees koploper in psychiatrische ziekenhuisbedden (gefinancierde opnameplaatsen in een gespecialiseerde instelling voor psychiatrische behandeling) (140,7 per 100.000 inwoners, Eurostat) en investeren slechts 20% van het GGZ-budget (GGZ = geestelijke gezondheidszorg) in ambulante zorg (zorg waarvoor je niet in het ziekenhuis moet verblijven) (KCE) (kenniscentrum voor de gezondheidszorg)(parallel proces met de Hoge Gezondheidsraad?). De auteur verdedigt blijkbaar de ambulante psychiatrie. Van de voorzitter van de Belgische Federatie voor Ambulante Psychiatrie verwacht je ook niets anders.

Dat is geen toeval: in een versnipperde en verdeelde GGZ-sector werd de ambulante psychiatrie pas in 2023 wetenschappelijk gehoord en pas sinds eind 2025 spreekt ze rechtstreeks aan een beperkt aantal beleidstafels, zonder de verschillende filters van residentiële koepels en organen te moeten passeren. Het resultaat? Wie vandaag een ernstige depressie heeft en een psychiater zoekt, krijgt te horen dat de wachtlijst dicht is. Ik zie geen verband. Een recente nationale bevraging bij ambulante psychiaters toonde dat 58% een aanmeldingsstop hanteert, slechts 5% nog snel beschikbaarheid heeft, en 30% in 2026 (dat nog niet voorbij is??) zijn praktijk afbouwt wegens structurele onderfinanciering.

Voor wie meer nodig heeft dan ondersteunende gesprekken in de kortdurende eerstelijnshulp – denk aan posttraumatische stress, persoonlijkheidsstoornissen, complexe depressies – is gespecialiseerde psychotherapie de wetenschappelijk geïndiceerde en noodzakelijke behandeling. En de burn-out gevallen mogen naar een coach…?

Maar buiten de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (17 in heel Vlaanderen, met wachttijden van 1 tot 2 jaar en sociale precariteit (kwetsbaarheid) als criterium) is die zorg in België onbetaalbaar voor de middenklasse. Een behandeling voor complexe PTSS en ADHD loopt al snel op tot 5.000 euro per jaar uit eigen zak.

Het paradoxale: we weten uit eigen cijfers dat investeren in vroegtijdige behandeling bij complexe klachten rendeert. De Belgische PATTERN-studie (2021) toonde aan dat tijdige ambulante opvolging van therapieresistente depressie (behandeling kan blijkbaar niet, wegens therapieresistentie; dan maar opvolging…) de maandelijkse zorgkost terugbrengt van 1.214 euro naar 94 euro per patiënt per maand (voor de patiënt allicht; hoe zou dat werken?). Onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam toonde dat elke maand wachten op gespecialiseerde GGZ de kans op werkhervatting met 2 procentpunt vermindert. Wachten kost letterlijk werkjaren en honderden miljoenen aan uitkeringen. Hoe langer wachten, hoe langer werkonbekwaam? Dan wel in de veronderstelling dat de ambulante psychiatrie deze patiënten kan genezen. Ik denk weer aan het boek van Flip Jan van Oenen, Het misverstand psychotherapie, waarin hij betoogt dat cliënten door een goede relatie met de therapeut enkel leren hun problemen te verdragen, en dat alle therapiemethoden alleen dienen om de therapeut te helpen de miserie van de cliënt te verdragen.

Drie maatregelen die nú het verschil kunnen maken, en zichzelf terugbetalen door het terugdringen van uitkeringen en hospitalisaties:

Eén. Een terugbetalingskader voor gespecialiseerde psychotherapie en traumatherapie, op verwijzing van huisarts, eerstelijnspsycholoog of psychiater. Niet als luxe, maar als wetenschappelijk geïndiceerde, doelmatige zorg volgens de WHO principes van universeel toegankelijke (geestelijke) gezondheidszorg. Kost geld.

Twee. Collaborative care als standaard. Vergoed multidisciplinair overleg tussen psychiater, psycholoog en huisarts levert tot 50% betere resultaten op bij angst en depressie. Kost weer geld. Daar zijn geen extra psychiaters voor nodig (die blijkbaar niet op overschot zijn), wel een structureel kader voor samenwerking, iets wat vandaag niet bestaat. Kost psychologen en huisartsen evengoed tijd, dus geld.

Drie. Psychiaters vergoeden zoals andere medische specialisten. Kost ook weer geld. Vandaag verdient een ambulante psychiater een fractie van zijn residentiële collega (is dat zo?), en moet het zonder praktijkondersteuning doen. Gevolg: 80% slaagt er niet in de werkingskosten van de praktijk te dekken. Misschien zijn de psychiatrische ziekenhuisbedden overgefinancierd, en zijn er daarom zoveel in België? Resultaat: de ambulante psychiatrie bloedt leeg terwijl de vraag explodeert. Wat we vandaag zien gebeuren is dus geen plotse crisis, het is een aangekondigde implosie.

Als je denkt dat er nog veel geld is, dan is het gemakkelijker om een oplossing te bedenken.

De rekening, of de keuze

Bart De Wever zoekt naar zeven miljard (besparingen). Frank Vandenbroucke viseert de ziekenfondsen (die geld uitgeven aan 'onterecht zieken'). Beiden kijken naar de uitgavenzijde van een probleem (de kost van werkonbekwaamheid) waarvan de fundamentele oorzaakzijde (de uitval van werknemers) nooit op de agenda heeft gestaan. Hij heeft gelijk hoor, maar ziet het wel wat simpel. Een land dat jaarlijks drie keer zijn defensiebudget uitgeeft aan de gevolgen van onbehandelde psychische klachten, en tegelijk weigert de zorg te financieren die dat kan voorkomen, betaalt twee keer. Hij suggereert dat de ambulante psychiatrie 30 miljard kan besparen aan de overheid (toch volgens de titel), maar hij zegt dat niet zo openlijk, omdat hij weet dat het onzin is. (1) Hoeveel psychiaters heb je nodig om al die mentale problemen op te lossen (zowat 210000 gevallen, 37% van de langdurig zieken), en waar gaan we die vinden? En zijn al die problemen wel zodanig oplosbaar dat die patiënten weer aan het werk kunnen? (2) Dit lijkt een simpel geval van preventie, maar dat is het niet. De redenering is vermoedelijk deze: als geestelijke gezondheidszorg voor iedereen ruimer toegankelijk is, helpen we uitgevallen werknemers sneller terug aan het werk. Maar dat is nog altijd symptoombestrijding. Echte preventie is zorgen dat niemand uitvalt.

Universele toegang tot gespecialiseerde ambulante geestelijke gezondheidszorg is geen ideologische luxe. Het is, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Commissie ondubbelzinnig stellen, een fundamenteel recht. Zie het Comprehensive Mental Health Action Plan 2013-2030 van de WHO. En de overheid heeft daarin een grondwettelijke plicht: artikel 23 van de Belgische Grondwet waarborgt het recht op de bescherming van de gezondheid. Dat recht geldt niet alleen voor wie een kanker of een hartinfarct krijgt. Het geldt evenzeer voor wie slachtoffer is geweest van seksueel misbruik, een ernstige depressie heeft of een persoonlijkheidsstoornis heeft ontwikkeld. Patiënten met psychische aandoeningen verdienen na decennia van stigmatisering en marginalisering exact dezelfde kwaliteit en toegang tot zorg als patiënten met lichamelijke klachten.

Deze investering (money, money) is niet optioneel (ze moet gebeuren!), en niet uitstelbaar (en wel nú). En anders dan de meeste begrotingsposten die deze regering bespreekt, betaalt ze zichzelf terug. Belangrijker nog: ze tilt de meest kwetsbaren van onze samenleving op tot gelijkwaardige burgers in hun recht op zorg. Ocharme. Burgers die decennialang naar de rand van de maatschappij verstoten werden (klopt wel; psychiatrie is het restafval van de gezondheidszorg), door hun klachten én door het gebrek aan gepaste behandeling ervan. Het is de meest rendabele én de meest menselijke beslissing die deze regering tijdens haar regeerperiode kan nemen. Als ze tenminste de moed heeft om ze nú te nemen. Gaat niet helpen. Echt niet.

Dr. Thomas Van der Poorten is Voorzitter van de Belgische Federatie voor Ambulante Psychiatrie (BFAP).

Lees ook:

België is het ziekste land van Europa: vijf feiten over langdurig zieken in ons landDe regering-De Wever komt met maatregelen tegen de forse toename van langdurig zieken, die al meer dan 9 miljard euro aan uitkeringen kosten. Hoe komt het toch dat België het ziekste land van Europa is? En waarom móét minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) erin slagen om het tij te keren? Spoiler: niet alleen om de begroting op orde te krijgen, maar vooral om onze sociale zekerheid overeind te houden. Hier vind je meer details over de recente maatregelen voor de beperking van het aantal langdurig zieken. Enkele absurditeiten worden geschrapt, maar ook niet allemaal (bv. domiciliëring in het buitenland).

Pijn, moodswings, vermoeidheid, stress… Waarom negeren we de signalen van ons lichaam?Vage klachten, stress, angst en zelfs burn-out: hoe is ons lijf toch zo'n groot mysterie kunnen worden? Een nieuw onderzoeksgebied in de wetenschap vindt antwoorden in het zogenaamde 'zesde zintuig'. Maar ook: de niet bestaande grens tussen fysieke en mentale gewaarwordingen; zie ook Stress, het lijf, en het brein.


5 – 'Langdurig ziek? Preventie is de beste re-integratie'

Dergelijke onlogische uitspraken blijven jammer. Preventie is geen re-integratie. Als je moet re-integreren heeft preventie gefaald. Dt is zelfs een vlag-en-ladingprobleem dat de betekenis van de term 'preventie' aantast! 'Wie het aantal langdurig zieken wil terugdringen, moet niet alleen kijken naar wie opnieuw aan het werk kan. De echte uitdaging begint vroeger', schrijft Christophe Vanroelen (VUB). 'Bij primaire preventie gericht op het creëren van meer duurzaam werk.' Weer een logische bedenking; benieuwd waar ze heen gaat.

Christophe Vanroelen, Hoogleraar Arbeidssociologie (Brispo – Vrije Universiteit Brussel), in Knack 15-05-2026

Eind 2025 ontvingen in België 576.643 mensen een invaliditeitsuitkering. Dat is een ontstellend groot aantal. Zeg dat wel. In budgettair krappe tijden is het begrijpelijk dat de druk toeneemt om dit cijfer naar beneden te krijgen. De vraag wie verantwoordelijk is voor de terugkeer naar werk staat dan ook hoog op de politieke agenda. Maar in die discussie dreigt opnieuw iets essentieels onderbelicht te blijven: voorkomen dat mensen langdurig ziek worden. Consistent met "creëren van meer duurzaam werk". Ziet er goed uit, in de veronderstelling dat "duurzaam voor de werknemer" wordt bedoeld.

Wie valt uit en waarom?

Langdurig zieken vormen geen homogene groep. Het gaat om werknemers en zelfstandigen, mannen en vrouwen, mensen uit alle sectoren en leeftijdsgroepen. Toch zijn 50-plussers en vrouwelijke werknemers oververtegenwoordigd net als psychische aandoeningen (veel vrouwen) en aandoeningen van spieren, gewrichten en bindweefsel (veel mannen), die met respectievelijk 38 en 32 procent het hoofdaandeel vormen.

Vandaag gaat veel aandacht naar re-integratie: hoe krijgen we mensen die langdurig ziek zijn opnieuw aan het werk? Terecht, niemand is erbij gebaat dat mensen langdurig aan de zijlijn blijven staan. Maar wie alleen naar de uitstroom kijkt, kijkt te laat. We moeten dringend meer oog hebben voor het beperken van de instroom en ervoor zorgen dat minder mensen ziek uitvallen. OK!! Nog steeds positief.

Werk is gezond

Uit – onder andere – een studie van de Nationale Bank blijken verschillende oorzaken. De vergrijzing van de beroepsbevolking speelt een rol en ook de verstrenging van andere socialezekerheidsstelsels duwde mensen naar invaliditeit. De combinatie van werk en privé blijft complex, zeker in tweeverdienersgezinnen, en treft vrouwen sterker.

Maar, ook ons werk zelf is fundamenteel veranderd. Technologie vernieuwt zich aan een razend tempo, waardoor werk voor velen intensiever, complexer en cognitief zwaarder is geworden. Vooral in publieke en social-profitsectoren moet vaak meer gebeuren met minder mensen. Wat niet enkel aan technologie te wijten is; managerialisme en neoliberalisme spelen een grote rol. Hybride werken bracht flexibiliteit, maar ook nieuwe problemen zoals problemen met deconnectie en structureel overwerk. Inderdaad. De flexibiliteit van Kris Peeters' werkbaar werk was eerder een vergiftigd geschenk.

Toch is werk gezond (huh? bezig zijn is gezond; werk om den brode kan wel eens tegenvallen) en het geeft mensen een inkomen, structuur, sociale contacten, identiteit en zelfwaarde. We kunnen er oprecht van uitgaan dat de grote meerderheid van de mensen liever aan de slag blijft dan uitvalt (inderdaad, omwille van de genoemde aspecten). Bovendien hebben we – tenzij AI de stoutste verwachting waarmaakt – in de komende decennia écht wel iedereen nodig om aan de vraag naar arbeidskrachten te kunnen voldoen (maar toch geen 576.000?). Precies daarom moeten we veel ernstiger werk maken van meer duurzaam werk. Weer de term 'duurzaam werk'. Dat 'werkbaar werk' van Kris Peeters is ooit gedefinieerd als werk dat kan volgehouden worden zonder risico voor de gezondheid. 'Duurzaam' lijkt mij in deze context een synoniem voor 'werkbaar'.

Preventie is werken aan duurzaam werk

België heeft internationaal bekeken een sterk wettelijk kader rond welzijn op het werk. Werkgevers zijn verplicht risico's te analyseren en een preventiebeleid op te zetten, ook rond psychosociale en ergonomische risico's (resp. mentaal en fysiek) die onderliggend zijn aan de hoofdredenen van langdurige ziekte. Preventiediensten en de sociale overlegorganen spelen een belangrijke rol.

Goede primaire preventie klinkt logisch, maar is moeilijk. Zeker bij psychosociale risico's gaat het niet om eenvoudig meetbare gevaren, maar om werkdruk, autonomie, taakverdeling, leiderschap, conflicten, rechtvaardigheid en de manier waarop verandering wordt georganiseerd. Nog eens lezen: "het gaat om werkdruk, autonomie, taakverdeling, leiderschap, conflicten, rechtvaardigheid en de manier waarop verandering wordt georganiseerd" (!!). De basale fouten, waar ik graag op wijs, liggen nog wat dieper. "Net daarom volstaat het niet om werknemers weerbaarheidstrainingen, fruitmanden of fitnessabonnementen aan te bieden. Zulke initiatieven raken zelden aan de kern van de zoektocht naar duurzaam werk. Moet er nog zand zijn?

Die zoektocht stond centraal in de pilootprojecten rond primaire preventie van burn-out die door de Nationale Arbeidsraad werden (en worden) ondersteund. Samen met collega's academici had ik het voorrecht betrokken te zijn bij dit uniek experiment en konden we de meest interessante projecten selecteren en evalueren. Het NAR-advies benadrukt dat preventie collectief, participatief en ingebed moet zijn in het bredere welzijnsbeleid van de organisatie (de logica zelve). De projecten tonen dat primaire preventie geen kant-en-klaar pakket is, maar een veranderingsproces dat vertrekt van de concrete werkcontext. Hier wordt het een beetje wazig…

Een goede preventiestrategie begint dus met luisteren en begrijpen: waar knelt het werk? OK, maar luisteren hoeft niet altijd; basale fouten kan de werkgever ook zelf ontdekken. Daarna moet analyse leiden tot actie. Bewustmaking, dialoog en opleiding zijn waardevolle opstappen, maar mogen geen eindpunt worden. Ze veranderen ook geen zier aan de werksituatie. De ideale interventie combineert snelle, zichtbare verbeteringen met een langetermijnvisie. Nog zo'n wazige bewering. Ze maakt psychosociaal welzijn bespreekbaar zonder schuld bij individuele werknemers of leidinggevenden te leggen. De focus verschuift al naar de werknemer… Ze geeft een geloofwaardige "we care"-boodschap, niet als slogan, maar als praktijk. Het wordt nu echt esoterisch. En ze durft ook gevoelige vragen stellen (oeps) over de personeelsbezetting, de arbeidsorganisatie, de kwaliteit van het leiderschap (jawadde) of de mate van echte inspraak voor werknemers. Weinig praktisch, lijkt mij. Eerder bedoeld voor de hogere sferen. Is de primaire-preventiebasis, het 'duurzaam werk', al verdwenen?

Re-integratie begint vóór de uitval

Duurzaam werk creëren vraagt dus tijd, vertrouwen en samenwerking. Zie ik niet zo. Duurzaam werk creëren is m.i. een taak voor de werkgever. Precies dat staat soms haaks op de tijdsgeest. Maar wie langdurige ziekte alleen wil aanpakken via controle, activering en sancties, behandelt vooral de achterkant van het probleem. De beste re-integratie is voorkomen dat mensen uitvallen. Duurzaam werk, controles en re-integratie zijn zo goed als onafhankelijk van elkaar. Die in één paragraafje samenbrengen is van de pot gerukt.

Daarom zetten we binnen de Helios-VUB Chair for Mental Wellbeing at Work, met steun van de Helios Foundation, de komende vijf jaar in op interventies én hun evaluatie. De ambitie is duidelijk: beter aantonen wat sterke primaire preventie oplevert voor werknemers, werkgevers en de samenleving. Want duurzaam werk ontstaat niet vanzelf. Het moet georganiseerd worden. Het blijft mij verbazen hoe ze van "primaire preventie" toch zoiets ijl weten te maken. Ik heb eerder de indruk dat die Helios Foundation een wolf in schapenvacht is die net het omgekeerde beoogt van wat het zegt. Maar dat kan ook mijn slecht karakter zijn. Maar beter een slecht karakter en een goed hart dan een goed karakter en een slecht hart.


6 – 'Ook leidinggevenden kunnen helpen burn-out te voorkomen, maar dan moeten ze wel weten waarop ze moeten letten'

Angelique de Rijk, professor arbeid en gezondheid bij de vakgroep Sociale Geneeskunde (Universiteit Maastricht), mist een belangrijke vraag in het debat over langdurig zieken: hoe voorkom je dat mensen helemaal uitvallen? Die vraag wordt dus regelmatig gesteld, logischerwijze, maar lijkt telkens af te glijden richting de werknemer, en weg van de werkomstandigheden.

Elisa Hulstaert, Knack Redacteur, 15-05-2026

Een groot deel van de langdurig zieken kampt met burn-out. Terwijl de politiek vooral de ziekenfondsen onder de loep neemt, kijkt professor arbeid en gezondheid Angelique de Rijk liever naar manieren om burn-out te voorkomen. 'Leidinggevenden kunnen daarin een belangrijke rol spelen.' Primaire preventie: hoopvol.

Van de 576.643 langdurig zieken die ons land eind 2025 telde, kampte meer dan 38 procent met psychische stoornissen. Zie hier enkele interessante statistieken van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. In bijna 27 procent van de gevallen ging het om depressie of burn-out. Sinds 2000 is het aantal mensen dat uitvalt met een burn-out zo goed als verdubbeld. De totale jaarlijkse uitkeringen voor langdurige arbeidsongeschiktheid bedragen ondertussen meer dan negen miljard euro, schreef Thomas Van der Poorten, voorzitter van de Belgische Federatie voor Ambulante Psychiatrie, recent in Knack. Zie Sectie 3

Voorlopig krijgen de ziekenfondsen de wind van voren, maar Angelique de Rijk, professor arbeid en gezondheid bij de vakgroep Sociale Geneeskunde (Universiteit Maastricht), mist een belangrijke vraag in het debat over langdurig zieken: hoe voorkom je dat mensen helemaal uitvallen? Ik vind het geweldig dat sommige mensen nog willen zoeken naar manieren om burn-out te vermijden. Maar de vraag hoe je voorkomt dat mensen helemaal uitvallen is dan wel de verkeerde. De juiste vraag is deze: hoe voorkom je dat mensen overbelast geraken? Als we dat kunnen vermijden, valt ook niemand uit; dát is pas preventie.

'In principe is er Europese wetgeving die zegt dat de arbeidsomstandigheden zo moeten zijn dat mensen niet ziek worden door hun werk', zegt De Rijk. Ach zo? Nu, die "in principe" zegt al dat er in de praktijk weinig van terecht komt, omdat er niemand naar omkijkt. Dat "ziek worden door het werk" ook moeilijk te definiëren is, kan daar een rol in spelen. 'Dat geldt ook voor mentale klachten, zoals burn-out. Alleen zien we in Nederland dat bedrijven en organisaties die wetgeving helemaal niet goed opvolgen. Hoe dat in België zit, weet ik niet, maar als ik de burn-outcijfers bekijk, kan ik me niet voorstellen dat België het fantastisch doet.' Het zal allicht iets complexer zijn dan basale fouten uit je systemen te halen, maar dat is wel een goed begin.

Moeten werkgevers die de wetgeving met de voeten treden dan harder aangepakt worden? 'Dat is zeker een piste die je kunt bewandelen', zegt De Rijk. Moeilijk, tenzij er duidelijke criteria bestaan om een werkgever 'aan te pakken'. 'Maar misschien helpt het ook wel om leidinggevenden beter te ondersteunen: leer hen hoe ze signalen kunnen herkennen, welke acties ze kunnen ondernemen en vooral hoe ze kunnen nadenken over werkaanpassingen.' Ik zie foutsequenties: (1) basale fouten worden genegeerd > (2) systemen veroorzaken werkstress (die wordt opgeteld bij alle andere vormen van stress) > (3) werknemers worden overbelast > (4) te veel en te lang leidt tot burn-outs. In die omstandigheden gaan letten op werknemers om te zien of die "signalen" uitzenden is dan al drie stappen te ver. Maar OK, laat ons verder kijken wat hier wordt voorgesteld.

De Rijk deed enkele jaren geleden in België onderzoek naar de vroege herkenning van burn-out door leidinggevenden. 'We vroegen ons af of we echt moesten wachten om actie te ondernemen tot iemand uitvalt. Het leek ons veel beter om het probleem bij de bron aan te pakken. Met andere woorden: wat kunnen leidinggevenden doen om te voorkomen dat werknemers in burn-out belanden?' De vraag blijft interessant geformuleerd. Alleen, hoe wordt ze bedoeld? Gaan we alleen kijken naar werknemers (symptoombestrijding), of ook naar de systemen? Dat blijft onduidelijk. Gebrekkige aspectscheiding.

Voor de studie werden zeventien leidinggevenden (vermoedelijk een kwalitatieve studie) uit de Belgische zorg- en onderwijssector (keuze te over daar) geïnterviewd die iemand in hun team hadden die uiteindelijk was uitgevallen door burn-out. Origineel… 'We vroegen hen of ze signalen van burn-out hadden waargenomen, en als dat zo was, of ze daar iets mee gedaan hadden. OK. Opvallend was dat dat twee verschillende processen bleken te zijn. De meeste leidinggevenden merkten wel signalen van burn-out op, maar sommigen deden dat ook helemaal niet. En als leidinggevenden zulke signalen oppikten, gingen de meesten er wel mee aan de slag, maar lang niet allemaal.' Interessante aspectscheiding, voor een keer. Dat mag ook eens. Hier zou ik toch adviseren om de procedures na te kijken en aan te vullen. Maar let op met procedures: ze zijn een leidraad, en ideaal als opleidingsmateriaal, maar ze mogen geen creatieve oplossingen in de weg staan.

Hoe komt het dat signalen die wijzen op burn-out zo onder de radar blijven?

Angelique de Rijk: Symptomen van burn-out zijn nu eenmaal niet altijd zichtbaar, en dat maakt het voor leidinggevenden natuurlijk moeilijk. Klopt. Twee aspecten: (1) symptomen manifesteren zich niet per se op het werk, maar soms enkel in de privaatsfeer, en (2) symptomen zijn zeer uiteenlopend tussen individuen.

Als signalen opvielen, dan ging het vooral om emotionele ontregeling: werknemers waren dan geagiteerd of barstten op ongepaste momenten in huilen uit. Dat is al een eindstadium (!). Daarnaast merkten leidinggevenden ook dat die werknemers minder goed functioneerden, moeite hadden met extra taken, vaker vrij wilden nemen of zich vaker kortdurend ziek meldden. Ze gaan niet allemaal op het toilet zitten voor een ademhalingsoefening.

Tegelijk moeten we daar voorzichtig mee zijn. In ons werkende leven (en in alle andere levens) ervaren we allemaal weleens stress. We spreken pas van een burn-out als klachten langer dan een half jaar duren (oeps, een definitie) en er echt sprake is van geheugenproblemen, emotionele instabiliteit en ernstige uitputting, zowel lichamelijk als geestelijk. Criteria bepalen voor mentale aandoeningen is altijd een risico.

Zoals al uit de discussie over langdurig zieken bleek, helpt een gebrek aan duidelijke diagnostische criteria de discussie niet vooruit.

De Rijk: Dat klopt. Vanuit mijn perspectief – ik ben ook voorzitter van de richtlijn voor bedrijfsartsen, die we nu aan het herzien zijn – zou het inderdaad helpen om meer overeenstemming te hebben over diagnostische criteria. Het mag niet enkel gaan om zelfrapportage. Oeps, groot probleem dus. Burn-out manifesteert zich met een schijnbaar willekeurige combinatie uit een zeer groot aantal symptomen (zie Burn-out – Een overzicht), omdat persoonlijke omstandigheden (stressbronnen, voorgeschiedenis, veerkracht, …) per individu verschillen. Daar kan je geen criteria op baseren.

Maar er zijn ook alternatieve diagnoses mogelijk. We zien bijvoorbeeld overlap met klachten rond de menopauze, maar ook met lichamelijke aandoeningen, schildklierproblemen of medicijngebruik. Dan hebben we het over ernstige klachten. Dat ook nog. Uiteraard.

Maar sommige leidinggevenden ondernemen dus geen actie, zelfs als ze signalen oppikken. Hoe komt dat?

De Rijk: Leidinggevenden die geen actie ondernamen, gaven bijvoorbeeld aan dat ze geen therapeut zijn, en dus niet wisten wat ze moesten doen. Die hebben natuurlijk evenmin criteria. Ze voelen zich op dat vlak wat machteloos. Begrijpelijk. Uit onderzoek dat ik aan de Universiteit van Göteborg in Zweden doe, blijkt dat je leidinggevenden wel kunt trainen om signalen van burn-out te herkennen en daarnaar te handelen. Met een grote onzekerheid, allicht, maar OK. Je kan je wel afvragen of dat nog nodig is als je stressbronnen afdoende wegwerkt.

Hoe kan er dan ingegrepen worden?

De Rijk: Het is vooral belangrijk dat iemand zich gehoord voelt wanneer die aangeeft dat het hem te veel wordt. Dat zijn de gemakkelijke gevallen. Vervolgens moet er heel praktisch gekeken worden naar hoe het werk in het team herverdeeld kan worden, zonder dat het oneerlijk wordt. Het kan niet de bedoeling zijn dat degene die het vaakst in huilen uitbarst, alle aanpassingen krijgt. Hier wordt bedoeld: aangepaste taken, om overbelasting te vermijden of terug te dringen. Door emotionele ontregeling kan iemand immers ook het team onder druk zetten. Dat vergt dus best wat tact van een leidinggevende. Zie hoger: foutsequenties. Te vermijden door preventie. Maar: merk op dat de aandacht weer afglijdt naar de werknemer, weg van de systemen! Hier is het wel heel duidelijk: preventie is voorkomen dat een werknemer uitvalt met een burn-out, maar zonder de systeemstressoren aan te pakken. Waarom toch wil niemand aan stresserende systemen raken?!

Maar als iemand plots uitvalt, komt het werk van die persoon vaak toch ook bij collega's terecht?

De Rijk: Absoluut. Daarom denk ik ook dat het gesprek zo belangrijk is. Het helpt om het als een teamaangelegenheid te zien. Je moet met z'n allen een klus klaren: zoveel patiënten moeten behandeld worden, zoveel leerlingen moeten les krijgen, zoveel werk moet verzet worden. Als een specifieke taak op een bepaald moment te zwaar is voor een werknemer, kun je dat tijdelijk aanpassen. Als er een zekere tijdelijkheid aan zit, weet de rest van het team ook: dit wordt niet voor altijd op mijn bord geschoven. Op langere termijn moet je dan sowieso bekijken of dingen anders georganiseerd kunnen worden, anders dreigt een domino-effect. OK.

Alles bijeen een interessant interview, maar aan een beperking van stressoren wordt blijkbaar nooit echt gedacht. Of echt nooit.


7 – Kan preventie het aantal langdurig zieken terugdringen?

In het debat over de langdurig zieken liggen de prioriteiten verkeerd, zegt hoogleraar arbeidsgeneeskunde Lode Godderis. Een belangrijke factor krijgt te weinig aandacht: preventie. Benieuwd hoe lang die het uithoudt… 

Jef Poortmans, redacteur bij Trends, 26-05-2026, 17:30

Na recent uitgelekte steekproeven, waaruit bleek dat een kwart van de langdurig zieken onterecht een uitkering krijgt, zijn de ziekenfondsen – die mee verantwoordelijk zijn voor de controle op langdurig zieken – kop-van-jut. Politici buitelden over elkaar heen met hervormingsvoorstellen voor de ziekenfondsen.

Volgens Lode Godderis, hoogleraar arbeidsgeneeskunde en CEO van de preventiedienst Idewe, ontbreekt een belangrijke factor in dit debat: preventie. "In het regeerakkoord staat niets over hoe de regering via preventie arbeidsongeschiktheid wil voorkomen. De beleidsmaatregelen zijn vooral bedoeld om de arbeidsongeschiktheid en de ziekte-uitkeringen onder controle te krijgen. Preventie is zeker even belangrijk, maar dat ontbreekt volledig." Twee op de drie langdurig zieken kampen met rugklachten of mentale problemen – twee aandoeningen die deels kunnen worden voorkomen door sportbeoefening en een beter evenwicht tussen werken en leven, zoals betere kinderopvang, stelt Godderis. OK, niet slecht. Aandacht voor een beter evenwicht is prima; dat kan stress verminderen. Verwijzing naar een betere kinderopvang legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de overheid, die echter geen geld op overschot heeft. Treffender: opnieuw worden niet gekeken naar de stressoren in de werkomgeving, een gebied waar arbeidsgeneeskundigen net wél iets zouden kunnen doen!

Kunnen verenigingen zoals ziekenfondsen en het middenveld bijdragen aan preventie?

LODE GODDERIS. "Onderzoek wijst uit (dat onderzoek altijd…) dat sociale samenhang een belangrijke beschermende factor is. Dat staat bekend als het Roseto-effect, vernoemd naar een Amerikaans stadje. Onderzoek daar heeft uitgewezen dat de hechte sociale banden in de Italiaanse gemeenschap ervoor zorgden dat mensen gezonder bleven. Mensen bij elkaar brengen werkt preventief, dus moeten we dat organiseren. Dat is een investering. Dat kan onder meer via cultuur of sport. Ledenverenigingen zoals ziekenfondsen kunnen daarin een rol spelen." De insteek is interessant, allicht goed bedoeld, maar gaat dat werken?

Op welke manier is het beleid te reactief?

GODDERIS. "In het debat over arbeidsongeschiktheid kijkt men te veel naar aantoonbare aandoeningen en de bijbehorende behandelingen. Daaruit leidt men dan af of iemand al dan niet een uitkering krijgt. Het gaat hier blijkbaar over mensen die al uitgevallen zijn. We moeten daarentegen veel meer kijken naar wat mensen nodig hebben om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en de samenleving in het algemeen. Of naar wat ze kunnen missen, zoals stressbronnen… Naast de therapie of de medische ingreep is werk minstens even belangrijk om arbeidsongeschiktheid aan te pakken. Huh? Als de patiënt is geopereerd, is het probleem niet opgelost. Nee, je moet ook kijken hoe die ingreep of behandeling de kans op participatie verhoogt. Je moet werk zien als iets positiefs dat bijdraagt aan de gezondheid (ho maar?), en als het wel de oorzaak van het probleem is, moet je dat ook aanpakken. Dacht ik ook! Maar denkt hij wel hetzelfde? Je kunt de financiering van de gezondheidszorg daarnaar organiseren door van werk of de terugkeer naar werk een onderdeel van behandelingstrajecten te maken." Nee dus. Niks geen aanpak van stressoren. Het was ijdele hoop.
(Tussen haakjes: 'niks geen' is een meervoudige ontkenning; hier meer daarover.)

Worden in het debat de juiste prioriteiten gesteld?

GODDERIS. "Het debat gaat bijna uitsluitend over wat we niet willen. Men wil vermijden dat mensen onterecht een uitkering krijgen, wat ik begrijp (de financiële insteek), maar het belangrijkste is dat zo veel mogelijk mensen gezond zijn en kunnen bijdragen. Voila. De kern van het beleid moet gericht zijn op wat je voor de meerderheid wilt bereiken. Uitzonderingen of misbruiken volg je nadien gericht op."

Is er nog laaghangend fruit om preventie prominenter in het debat te krijgen? "Laaghangend fruit" verwijst naar partiële oplossingen. Door eerst de gemakkelijke aspecten van een probleem op te lossen verklein je de kans op een volledige oplossing. De restproblemen leven verder in foutsequenties.

GODDERIS. "Preventie op het werk is sterk geregeld via de wetgeving, waardoor werkgevers het eerder ervaren als een verplichting dan als een investering met een duidelijk aantoonbaar rendement. Preventie moet worden gezien als een kans in plaats van als een verplichting." Alles wat direct geld oplevert krijgt de meeste aandacht. Preventie is daar niet bij.

Hoe zou u dat in een onderneming vormgeven?

GODDERIS. "Als we even enkel focussen op mentaal welzijn, weten we welke factoren mensen aan het werk houden of hen doen terugkeren na een uitval. Rare formulering; die eerste deelzin is misleidend. Het eerste, en meteen ook het moeilijkste, is betekenisvol werk. Beetje eng bezien, maar OK. Dat verschilt per persoon, omdat interesses en competenties variëren en evolueren. OK. Job crafting, waarbij mensen met hun interesses en competenties in de juiste baan terechtkomen, is dus belangrijk. Dat gebeurt nog te weinig bij de aanwerving, bij de opvolging tijdens een loopbaan en bij de terugkeer na een uitval." Hier helpt het niet dat aanwervingen zowat overal zijn afgestoten naar externe organisaties, die in de eerste plaats iets willen verdienen. Dat een kandidaat werknemer in de juiste baan terechtkomt is voor HR minder belangrijk, want dat levert immers niet direct geld op.

Welke andere factoren zijn nog belangrijk?

GODDERIS. "In het verlengde van het vorige is waardering belangrijk. Helemaal OK. Wel veel stress, maar geen waardering, dat blijft nooit duren. Het loon is daar een onderdeel van, maar mensen willen ook van betekenis zijn voor anderen en willen daar erkenning voor (!). Verder hechten mensen groot belang aan de werksfeer en relaties met collega's, leidinggevenden, klanten en leveranciers. Maar die kan je niet kiezen, dus als dat tegenvalt heb je een belangrijke stressbron. Dat zijn belangrijke factoren waarvoor ze in een baan blijven of terugkeren na een uitval. Ik heb mijn twijfels. Daarnaast willen mensen zich ontplooien en ontwikkelen en hun expertise uitbouwen." Toch een eerder theoretische visie, lijkt mij. Anderzijds is de sociale sfeer op het werk een belangrijk element in de tevredenheid van de werknemer. Zowel de uitbesteding van HR als de inschakeling van zelfstandigen, die minder betrokken zijn bij de organisatie, werken dan tegen.

Zijn de oorzaken van arbeidsongeschiktheid breder dan enkel de werkgerelateerde context?

GODDERIS. "Ja, we kijken te veel naar werk als enige oorzaak, maar mensen zitten (?) vaak op een uitkering :-) door hun sociale situatie en de relatie tussen hun werk en hun privéleven. Betaalbare kinderopvang vinden is vandaag bijzonder moeilijk (dus thuisblijven spaart kinderopvang). Ook onderwijs en zorg – inclusief mantelzorg – zijn essentieel voor een hoge werkzaamheidsgraad. Vandaag ligt de nadruk op meer werken, terwijl de maatschappelijke systemen worden afgebouwd die helpen om werk en leven te combineren. Hier heeft hij een punt, denk ik. Dat moet anders. Werk moet beter worden afgestemd op het leven van mensen, zodat arbeid te combineren valt met zorg en opvoeding. Tegelijk moeten ook de kinderopvang, het onderwijs en de zorg beter aansluiten op de realiteit van werk. Het middenveld, met ledenverenigingen zoals ziekenfondsen, maar ook het niveau daaronder, zoals buurten, kunnen daarin veel betekenen." Het middenveld heeft echter geen enkele invloed op de stressoren van de werkomgeving.


Epiloog

Eigenlijk kan ik er niet bij. Dat er zo weinig gedaan wordt tegen basale fouten, dat is klassiek, maar dat bedoel ik  niet. Dé oorzaak van burn-out en de meeste andere mentale problemen is onder één term te vatten, maar om de één of andere duistere reden komt die zelden of nooit voor in mediaberichten: stressoren.

Stress is de bron van alle ellende, en stress wordt veroorzaakt door stressoren. Logisch, zal je denken, maar wat is nu weer het probleem? Het zal je mogelijk niet verbazen, maar hier speelt een basale fout mee: een vlag-en-ladingprobleem met de ongewone term 'stressor'. In de meeste gevallen waar het gaat over een stressor, wordt in de praktijk gewoon de term 'stress' gebruikt, en dat blijkt meestal geen probleem te zijn; een lezer of luisteraar begrijpt wat er wordt bedoeld. Maar net dáárdoor verdwijnt de term 'stressor' uit de communicatie, en daarmee verdwijnt ook een mogelijkheid om te spreken over stressoren! Enerzijds vind ik dit zelf een vreemde redenering, anderzijds zie ik geen andere verklaring voor de zeldzaamheid van de term 'stressor', en het daaruit volgende onbegrip omtrent (1) stressoren als bron van veel ellende en (2) het wegwerken van stressoren als begin van een oplossing.

Willen we echt preventie tegen burn-out en aanverwanten, dan moeten we dringend zorgen dat werknemers minder stress ervaren. Dat is op zich een breed terrein, omdat een individu bij de verwerking van stress geen onderscheid kan maken tussen de bronnen; stress is stress, of die nu veroorzaakt wordt door stressoren (!) op het werk of thuis of elders. Als er één stressbron is waar de overheid een beetje greep op heeft, dan zijn het wel de werkomstandigheden. Er zijn al diverse initiatieven geweest, en in de wetgeving zijn heel wat maatregelen opgenomen om te zorgen voor 'werkbaar werk', m.a.w. werk dat kan volgehouden worden zonder nadelig effect op de gezondheid. In verschillende van de teksten hierboven worden maatregelen vermeld.

Zowat overal is sprake van 'primaire preventie' tegen burn-out, d.w.z. preventie om te zorgen dat werknemers zodanig minder stress ervaren dat ze geen risico lopen op burn-out. Opvallend in de analyse is dat berichten wel beginnen met primaire preventie, maar telkens, en ik bedoel telkens (ga maar na), de aandacht afglijdt naar de individuen, weg van de stressoren van de werkomgeving. Het is dát waar ik niet bij kan.

De schuld op basale fouten steken is te gemakkelijk. Dat zou ook niet geaccepteerd worden, tenzij door fans van deze blog, waarvan ik niet eens weet of ze wel bestaan. Stressoren in de werkomgeving kunnen wel het gevolg zijn van basale fouten, maar dan moet je al wat dieper graven, en nagaan waarom processen slecht verlopen. Los daarvan zijn er afhankelijk van de sector heel wat fysieke stressoren die met basale fouten weinig of niets te maken hebben, bv. werkroosters, luchtkwaliteit, lawaaihinder, verkeersbelemmeringen en dergelijke.

Voor het oplossen van het probleem van langdurige werkonbekwaamheid moeten in eerste instantie stressoren in de werkomgevingen weggewerkt worden. Die conclusie komt nergens voor in de artikels hierboven. De fysieke stressoren zijn het meest opvallend, en kunnen bv. eerst aangepakt worden. Basale fouten komen wat later; als je verder gaat zoeken, in informatie- en organisatiesystemen, dan zal je ze zien opduiken!

Succes ermee.