Jongeren en stress
Ik breng een aantal teksten over jongeren en stress, uit diverse bronnen, bij elkaar om een idee te krijgen van de elementen van de problematiek. In het overzicht hieronder verwijzen de titels naar de secties verderop. De sectietitels verwijzen naar de originelen. Schuine tekst is brontekst. Tekst in klein groen is mijn commentaar; in vet staan koppelingen naar randinformatie.
Een zoektocht online naar "jongeren en burn-out" geeft verrassend weinig resultaten uit Vlaanderen, en verrassend veel uit Nederland. Het lijkt erop dat in Nederland dit probleem al langer en/of grondiger wordt aangepakt. De interessantste berichten hieronder zijn niettemin Vlaams.
Overzicht
1 – Mentaal welzijn bij jongeren: preventie en snelle hulp zijn cruciaal
KU Leuven, 11-09-2024 – Het langlopende Sigma-onderzoek van de KU Leuven, van 2018 tot 2024, constateert matige tot ernstige mentale problemen bij zowat 1 op 5 adolescenten. Het artikel beschrijft beknopt enkele conclusies, maar legt geen verband met zijn eigen titel. Het is positief over online sociale contacten; het interessantste aspect daarvan staat echter tussen regels.
2 – Lossen we in 2025 de burn-out epidemie bij jongeren op?
UGent, 07-01-2025 – Een vermeende oplossing voor een vlag-en-ladingprobleem, het zoveelste beroep op de overheid voor preventieve maatregelen, en de gevolgen van burn-out als stigma. Voor een artikel op de site van een Vlaamse universiteit is dit eerder mager.
3 – Burn-out bij jongeren en studenten: oorzaken en oplossingen
psycholoog.nl, 28-05-2024 – Bevestiging van de algemeenheid van het vermoeidheidsprobleem bij jongeren.
4 – Steeds meer jongeren doen aan zelfverwonding
VUB, 28-02-2025 – Artikel op de site van de VUB, op basis van een gesprek met prof. Imke Baetens; dit gaat overigens verder dan zelfverwonding. Mocht je maar tijd hebben voor één enkele sectie in deze lijst, neem deze dan. Sommige mensen hebben nog gezond verstand.
5 – Factsheet – Jongvolwassenen aan het woord over hun mentale gezondheid, stress en middelengebruik
Nederlandse Overheid, april 2025 – Vreemd dat er in Nederland in dit kader wel sprake is van middelengebruik, terwijl daar in Vlaanderen in alle talen (vooral in het Nederlands) over gezwegen wordt. Ook dit Nederlandse artikel blijft overigens eerder op de vlakte (wat geografisch gezien dan weer niet ongewoon is voor Nederland).
Zenrythm, 17-06-2025 – Dit artikel is vermoedelijk door AI geschreven. Hoe dan ook niet de moeite waard. Ik vermeld het enkel als waarschuwing.
Veerle Beel, De Standaard, 07-09-2025 – Interessante informatie, ondanks manke statistiek en vlag-en-ladingproblemen. Het tweede-beste artikel, na dat van sectie 4.
8 – 1 op 7 jongeren die uitvallen, blijft langdurig ziek
Tine Reynaers, De Standaard, 10-12-2025 – Nog meer alarmerende cijfers. Met 'langdurig ziek' wordt bedoeld langer dan een jaar. Bij burn-out is dat dikwijls het geval. Alles samen zouden er zowat een half miljoen langdurig zieken zijn (ook fysieke). Huh?
Jani Lambrechts, VRT, Een artikel op basis van een gesprek met een psychiater. Uiteraard wordt dan de aandacht op het individu getrokken, i.p.v. op de overmaat aan stressoren als oorzaak van het probleem.
10 – Kunnen jongeren zich wapenen tegen een burn-out?
Tine Reynaers, De Standaard, 12-12-2025 – Een kijk op preventie. Altijd interessant, maar preventie wordt te gemakkelijk op de persoon betrokken. Wat nog steeds achterblijft is het wegwerken van stressoren, een veel effectievere vorm van preventie.
Tine Reynaers, De Standaard, 12-12-2025 – Enkele voorbeelden uit de realiteit. Voor wie het probleem nog niet ziet.
12 – Ontslagen omdat je dagelijks te weinig toetsen indrukt? Europa wil AI-management beteugelen.
Tine Reynaers, De Standaard, 18-12-2025 – Over metingenfixatie en managerialisme.
13 – Ben ik burn-out? Klachten, symptomen, kenmerken en tips
mindtuning.nl, maart 2019 – Met een onverwacht interessante burn-out test.
14 – Een derde van de werkende Belgen nam voorbije jaar ziekteverlof om mentale redenen
Belga, 08-06-2026, in Knack. Vers van de pers, om aan te geven dat de toestand nog verslechtert. Ook begrijpelijk, gezien de basale fouten.
1 – Mentaal welzijn bij jongeren: preventie en snelle hulp zijn cruciaal
KU Leuven, 11-09-2024
Een grootschalig en uniek onderzoek van KU Leuven naar het mentaal welzijn van jongeren (dit gaat over het Sigma-onderzoek, van 2018 tot 2024), toont aan dat 1 op 5 adolescenten kampt met matige tot ernstige mentale problemen. De COVID-pandemie heeft dat aantal niet vergroot, maar de problemen wel zichtbaarder gemaakt. De studie toont dat trauma, pesten en gebrek aan sociale steun de belangrijkste risicofactoren zijn die kunnen leiden tot mentale problemen. Kwaliteitsvolle sociale contacten zijn dan weer een beschermende factor, en, opmerkelijk: ook online sociale contacten hebben een positief effect (dit wordt verderop genuanceerd).
Uniek aan het SIGMA onderzoek van KU Leuven is niet alleen het grootschalige (2000 studenten) en langlopende (1e, 3e en 5e studiejaar) opzet, maar ook de manier waarop het onderzoek werd gevoerd. Daarvoor werd, naast face-to-face interviews, ook gebruik gemaakt van een app op de telefoon van de adolescenten (zonder smartphone tel je al niet meer mee…?). Die app legde hen zes dagen lang, tien keer per dag een vragenlijst voor om te peilen naar hun gevoelens op dat moment, waar ze mee bezig waren, wie bij hen was,… Deze methode stelde de onderzoekers in staat een gedetailleerd beeld te krijgen van de gevoelens en de sociale factoren errond. Doet mij denken aan Burn-out voorkomen? Daar is een app voor.
De impact van de pandemie
De jongeren werden een eerste keer bevraagd in 2018, nog voor de COVID-19 pandemie. Daaruit bleek dat 17,6 procent van de jongeren op dat moment matige tot ernstige psychische klachten rapporteerde. Een kwart van de jongeren vermeldde ook zelf-verwondend gedrag. Een tweede meting gebeurde in 2021, tijdens de pandemie. Op dat ogenblik waren bepaalde klachten, zoals symptomen van depressie, iets erger. Maar bij een derde meting, in 2022-2023 bleken de resultaten weer gelijkaardig en zelfs lager dan voor de pandemie. De onderzoekers concluderen hieruit dat de mentale veerkracht van de jongeren bleek beter dan verwacht (foutje na reorganisatie van de zin; altijd gevaarlijk, reorganisaties…).
Maatschappelijk kwetsbare jongeren
Kwetsbare jongeren (lijkt mij moeilijk te definiëren?) worden moeilijk bereikt met wetenschappelijk onderzoek. Ik stel mij voor dat de bereidheid bij jongeren om zo'n test nauwgezet te volgen nogal variabel is, kwetsbaar of niet, wat de betrouwbaarheid van de resultaten kan beïnvloeden. Maar de onderzoekers wilden weten of zij een groter risico op mentale klachten lopen. Daarom deden ze in 2022 nog een extra bevraging (Sigma-X), specifiek bij jongeren die opgroeien in moeilijke omstandigheden. Met 38% ligt het aantal jongeren met matig tot ernstige klachten significant hoger ligt (oeps…) dan in de andere groep. Maatschappelijk kwetsbare jongeren hebben dus een veel groter risico op psychische klachten.
Risico- en beschermende factoren
Het SIGMA onderzoek ging ook dieper in op de risico- en beschermende factoren voor het ontwikkelen van psychische klachten. Wat maakt dat sommige jongeren er minder gevoelig voor zijn, en anderen meer? Ervaringen met pesten en trauma zorgen over het algemeen voor meer mentale klachten. Ook een opvoedingsstijl waarbij ouders de emotionele ervaring en expressie van het kind onmogelijk maken of controleren is een risicofactor. Vooral sociale steun vanuit de omgeving van de jongere blijkt dan weer een beschermende factor.
Online sociaal contact is beter dan geen sociaal contact
Dat "online sociale contacten een positief effect hebben" is hiermee genuanceerd. Jongeren met goed ontwikkelde sociale vaardigheden (zouden ze online bedoelen?) rapporteerden gemiddeld minder psychische klachten. Sociale contacten zijn een beschermende factor, en niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit van die contacten speelt een belangrijke rol (lijkt mij een tegenindicatie voor sociale media). Het onderzoek met de app die jongeren geregeld vragen voorlegde, liet de onderzoekers toe daar dieper op in te gaan, en legde ook de rol van online sociale contacten bloot. Ook die hebben een positieve impact. Jongeren hebben meer positieve gevoelens wanneer ze online tijd met elkaar doorbrengen dan wanneer ze alleen zijn (begrijpelijk). Maar, face-to-face contact heeft een meer positief effect (dan toch!). Een verrassend resultaat is dat online sociaal contact, terwijl je ook fysiek met een vriend samen bent, nóg iets beter scoort (en ook dát nog, wat toch wijst op een beperking van online contact). Het onderzoek toont dus aan dat ook online sociale interacties kwaliteitsvol kunnen zijn (blijkbaar vooral in combinatie met fysiek gezelschap!), en niet altijd de risicofactor zijn voor de geestelijke gezondheid zoals soms wordt gedacht. Dit vind ik toch wat vals positief; zie ook Asociale media. (1) Het is niet omdat er iets positiefs kan gezegd worden dat je dat uit de context moet halen. De context is dat het online sociaal contact hoofdzakelijk verloopt via sociale media, en dat zijn net de platformen waar ook bagger gespuid wordt. (2) Dat fysiek gezelschap ook een online contact verbetert zegt in feite alles.
Nood aan een geïntegreerde aanpak
De inzichten uit het onderzoek tonen nog eens aan dat het vroeg opsporen van problemen en snel de juiste hulp aanreiken, veel grotere problemen kunnen voorkomen (hoewel dat hier niet wordt uitgelegd…; zie de Factsheet verderop). Maar mentaal welzijn raakt aan veel domeinen: opvoeding, onderwijs, werk, jeugdzorg, gezondheidszorg, armoede, migratie,… "Dat maakt dat mentaal welzijn nood heeft aan een geïntegreerde aanpak, terwijl het zorgaanbod nu vaak heel versnipperd is (!!). Misschien is het tijd voor een minister van mentaal welzijn?", besluit professor Inez Germeys. Uitstekend idee! Zie ook Burn-out – Een overzicht.
2 – Lossen we in 2025 de burn-out epidemie bij jongeren op?
UGent , Onderzoek en maatschappij / Studeren / Gezondheid, 07-01-2025
Burn-out, ooit (amper enkele decennia geleden) een term die voornamelijk werd geassocieerd met werkende volwassenen, duikt steeds vaker op bij jongeren en jongvolwassenen. Het lijkt wel alsof we te maken hebben met een epidemie. Maar is dat zo? En kunnen we in de nabije toekomst het tij keren? We vragen het aan onderzoekers Annelies Van Royen en Philippe Sterkens van de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Wat is een burn-out nu echt?
Annelies: "Het is heel moeilijk om één universeel verhaal te schrijven over het concept burn-out. Er bestaan namelijk nog steeds heel wat misvattingen over wat een burn-out eigenlijk is.
Om te beginnen is het niet zomaar een synoniem voor stress of een depressie. Een burn-out ontstaat door een chronische werkgerelateerde overbelasting. Over misvattingen gesproken. Als de Universiteit Gent verklaart dat burn-out werkgerelateerd is, zal menig lezer die opinie overnemen. Het concept 'werk' wordt daarbij heel ruim gezien. Het gaat over alle activiteiten die een inspanning vragen met een bepaald doel op het oog. Een poging tot nuancering is OK, maar deze helpt niet. Bij stress door sociale media of door verwachtingen vanuit de maatschappij is er immers geen sprake van een bepaald doel. Op het moment dat iemand onvoldoende middelen heeft om met de overbelasting van die inspanningen om te gaan, kan men de typische burn-out klachten ontwikkelen. Hier opnieuw; stress is stress, of die nu het gevolg is van een inspanning of niet. Klachten zoals mentale en fysieke vermoeidheid, concentratieproblemen, emotionele instabiliteit en een afstandelijke houding tegenover de activiteiten die verantwoordelijk zijn voor de overbelasting (en andere). Dit laatste leidt tot een vicieuze cirkel: hoe meer je probeert te herstellen door afstand te nemen, hoe groter de stress lijkt te worden. Waardoor er secundaire symptomen kunnen ontwikkelen, zoals een depressieve gemoedstoestand, maag- en darmproblemen, hoofdpijn en slaapproblemen." Wel een speciale visie. Elke onderzoeker maakt uiteraard veronderstellingen, al is dat om zelf minder last te hebben van onzekerheden. Voor een ruimer zicht op burn-out en aanverwanten, zie Burn-out – Een overzicht.
Philippe: "Een burn-out heeft daarnaast ook veel te maken met je eigen draagkracht. Wanneer je 20 mensen in een zelfde veeleisende (overbelastende) context plaats, zullen die uiteraard niet alle 20 een burn-out ontwikkelen. Het mooie, maar ingewikkelde, is dat stress heel relatief is. Wat voor de ene persoon heel stresserend kan zijn, is dat voor de andere minder." Wat lelijk is voor een gestresseerde kan mooi zijn voor een onderzoeker.
Preventie als de weg vooruit
Annelies: "Er zijn verschillende theorieën waarom burn-out klachten steeds vaker bij jongeren worden gesignaleerd. Een van de theorieën wijst op de overgangsfases in het leven van jongvolwassenen: van middelbaar naar hoger onderwijs en van school naar werk. Die waren er vroeger ook! Die fases gaan gepaard met nieuwe verantwoordelijkheden en het ontbreken van vaste herstelmomenten, zoals lange vakantieperiodes (geweldig). Hier kan je al moeilijk spreken van inspanningen voor een bepaald doel. Moeten we dan ons schoolsysteem wijzigen en minder eisen stellen aan onze studenten? Neen, dat is te kort door de bocht. Het gaat namelijk niet alleen om het verminderen van school- of werkstress, maar ook om het vergroten van veerkracht bij jongeren. (1) Ik zie niet waarom de veerkracht bij de huidige jongeren kleiner zou zijn dan die van een paar decennia geleden. Dan moeten we ons eerder afvragen welke stressoren er sindsdien zijn bijgekomen, zoals sociale media. En waarom zouden we een te hoge school- of werkstress niet moeten verminderen?? Waarom wordt de werkomgeving toch altijd ongemoeid gelaten? Dat ook de leeromgeving toxisch wordt is wel nieuw; mogelijk ook een gevolg van digitalisering. (2) Het is al evenmin te verwachten dat de veerkracht van de huidige jongeren groter zou zijn dan vroeger, omdat de mens nauwelijks evolueert op één generatie. Dus als de stress blijft stijgen krijg je geheid ergens een kantelpunt.
Daarom moeten we kritisch kijken naar onze samenleving (eerder naar sociale media!), waarin constante digitale prikkels (!!) en druk (door de neoliberale economie en geopolitieke ellende) de norm lijken te zijn. Ons brein krijgt geen rust meer. Naast een aantal beleidsmatige preventiemaatregelen (ach zo?) zal er dus ook een wijziging nodig zijn in onze maatschappij rond hoe we leven en functioneren. Maar dat zal niet in één jaar tijd gebeuren." In de huidige maatschappij zal dat onbepaald lang duren, als je ziet hoe er over een sociale-mediaverbod gebekvecht wordt.
Een generatie met stigma
Philippe: "Een bijkomende uitdaging is het stigma dat nog steeds rond een burn-out hangt. Iedereen kent vandaag de dag het woord burn-out. Met de populariteit van het burn-out label en omdat velen er open over praten, is er ook lang het idee geweest dat er geen stigma meer rond hangt. Maar die openheid is nog geen inclusie. De publieke opinie blijft worstelen met het idee dat jonge mensen een burn-out kunnen krijgen. 'Ze zijn nog zo jong, hoe kan dat nu?' Dit versterkt het gevoel van falen bij jongeren. Ze voelen zich vaak buitengesloten of niet begrepen, wat hun herstel bemoeilijkt." (1) En inclusie gaat dat oplossen? Iedereen kent blijkbaar ook het woord 'stigma', een woke versie van 'kritiek vanuit de maatschappij'. Maar noem het 'stigma' en het mag al niet meer gezegd worden; ook een manier om van een probleem af te geraken, maar dan enkel oppervlakkig. (2) Jongeren zouden zich uitgesloten of niet begrepen voelen, omdat de publieke opinie hen stigmatiseert, waardoor hun gevoel van falen versterkt. Pamperen op zijn best. (3) De burn-out epidemie kan alleen opgelost worden door stressbronnen te bestrijden.
Lossen we de burn-out epidemie op in 2025?
Philippe: "Een echte 'oplossing' in 2025 is niet realistisch. Maar er is goed nieuws. We moeten de term epidemie eigenlijk gaan relativeren. Hupsakee, weer een stigma minder. Het aantal ernstige burn-out gevallen (die een uitval veroorzaakt) blijft relatief stabiel. Oh, het valt wel mee. Wat we wel zien, is een sluipende toename van klachten die richting burn-out kunnen gaan. We naderen een oranje of rood stoplicht (een stoplicht is altijd rood) en we moeten dat serieus nemen." Dus: stressbronnen bestrijden! Maar zo ver lijkt niemand na te denken. De échte preventie wordt weer genegeerd.
Voor een artikel van een Vlaamse universiteit vind ik het niveau eerder bedroevend.
3 – Burn-out bij jongeren en studenten: oorzaken en oplossingen
psycholoog.nl, 28-05-2024
Een burn-out is een groeiend probleem onder jongeren, en de gevolgen ervan zijn zowel psychologisch als fysiek ingrijpend. Met de toenemende druk vanuit school, sociale media en toekomstige carrières, ervaren steeds meer jongeren de symptomen van burn-out. Dit is belangrijk! (1) Het zijn immers de symptomen die wijzen op overbelasting door stress, niet het syndroom dat daaruit wordt afgeleid. (2) Hier wordt eveneens gesuggereerd (zie ook Sectie 2) dat toenemende druk komt van sociale media, de school en toekomstige carrières. In deze blog (van psycholoog.nl) verkennen we de oorzaken van burn-out bij jongeren, de symptomen die daarbij horen en bieden we strategieën en oplossingen om deze problemen aan te pakken.
Wat is een burn-out?
Burn-out is een toestand van emotionele, mentale en fysieke uitputting die wordt veroorzaakt door overmatige en langdurige stress. Een mens kan iets verdragen; het wordt gevaarlijk als het overmatig is en/of lang duurt. Dit resulteert in gevoelens van overweldiging, (mentale en fysieke) vermoeidheid (ook wel 'gebrek aan energie'; vandaar de batterijtheorieën), en een gebrek aan motivatie (overlapt met energietekort). Een burn-out wordt vaak geassocieerd met werk gerelateerde stress bij volwassenen (enkele decennia geleden), maar het komt ook steeds vaker voor bij jongeren en studenten vanwege de verschillende stressfactoren die ze ervaren. De overbelasting kan op verschillende manieren beschreven worden (hier: het "ervaren van stressfactoren"), en doorgaans wordt er geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen stressor (de externe factor die stress veroorzaakt, maar zelf evengoed 'stress' wordt genoemd) en de stress die inwendig wordt ervaren. Dit is in feite wel een duidelijk vlag-en-ladingprobleem, dat echter voor het correct begrijpen van het betoog weinig of geen verschil lijkt te maken.
Wat zijn de symptomen van een burn-out?
Een burn-out kan zich op verschillende manieren manifesteren, waaronder:
Verminderde prestatie: moeite met concentratie, afname in academische prestaties en verlies van interesse in school of andere activiteiten.
Emotionele uitputting: een constant gevoel van vermoeidheid en emotionele leegte.
Fysieke symptomen: hoofdpijn, maagproblemen en slaapstoornissen.
Cynisme en onthechting: een gevoel van onverschilligheid en afstandelijkheid ten opzichte van school, vrienden en familie.
Verlies van motivatie: een gebrek aan enthousiasme en motivatie voor taken die voorheen interessant of leuk waren.
De indeling in categorieën is weinig zinvol, omdat die elkaar behoorlijk sterk overlappen (de indeling voldoet niet aan het MECE-principe). De verdere omschrijving geeft wel een goed beeld van elementen van 'burn-out'.
Wat zijn de oorzaken van een burn-out bij jongeren en studenten?
Academische druk
Jongeren worden geconfronteerd met hoge verwachtingen op school. De druk om goede cijfers te halen, toelatingsexamens te doen en toekomstplannen te maken kan overweldigend zijn. Dit kan leiden tot chronische stress en uiteindelijk tot burn-out. Dit is een beetje vreemd, omdat het niet anders is dan vroeger. Wat wel veranderde zijn de vooruitzichten dat een bepaalde studie zal leiden tot een stabiele tewerkstelling, of dat bepaalde jobs (bv. in de zorg of het onderwijs) op lange termijn voldoening geven.
Sociale media
De constante aanwezigheid van sociale media kan bijdragen aan gevoelens van inadequaatheid en onzekerheid. Het voortdurend vergelijken van zichzelf met anderen en de druk om een perfect leven te laten zien, kan een negatieve invloed hebben op de mentale gezondheid van jongeren. Weer die omschrijving met 'kan'; waarom niet 'zal'? Je kan allicht stellen dat niet iedereen in dezelfde mate hinder ondervindt van de nadelen van sociale media, maar dat verlegt doorgaans de aandacht van de sociale-media-ellende naar de gebruiker; daar wordt echter niemand beter van.
Toekomstige carrière
De onzekerheid over de toekomst en de druk om een succesvolle carrière op te bouwen kan bij jongeren veel stress veroorzaken. Zie 'Academische druk' hierboven. Het gevoel dat ze voortdurend moeten presteren en geen fouten mogen maken, kan bijdragen aan burn-out. Was vroeger niet anders.
Gebrek aan balans
Jongeren hebben vaak te maken met een overvolle agenda vol schoolwerk, buitenschoolse activiteiten, bijbanen en sociale verplichtingen. Dit gebrek aan balans kan leiden tot uitputting en stress. Klopt wel. Mogelijkheden om de studiedruk zelf te regelen hebben dat niet vereenvoudigd, integendeel. Bijkomend fenomeen is dat nogal wat studenten voorrang geven aan hun studentenjob (soms uit financiële noodzaak), en daarvoor contact- en lesmomenten overslaan, volgens Karen Van Aerden in De Standaard.
Ouderlijke en maatschappelijke verwachtingen
De verwachtingen van ouders en de maatschappij kunnen zwaar op jongeren wegen. De druk om te voldoen aan bepaalde normen en om succes te behalen kan bijdragen aan gevoelens van burn-out. Vroeger niet anders.
Deze opsomming van oorzaken is niet fout, maar een duidelijker vergelijking met hoe het een paar decennia geleden was had interessantere informatie kunnen opleveren.
7 Tips: hoe kan je omgaan met een burn-out?
1. Time management: het is belangrijk om te leren hoe je je tijd effectief kan beheren. Het maken van een planning en het stellen van prioriteiten kunnen helpen om de werkdruk te verminderen en stress te beheersen. Beetje opletten hier. Planning kan alleen helpen voor het vermijden van stress die zelf het gevolg is van een chaotische werkwijze. Maar dan zit je in feite al in de gevarenzone.
2. Zelfzorg: het is essentieel om tijd voor jezelf te nemen en activiteiten te doen die je leuk vindt en waarvan je ontspant. Dit kan variëren van sporten en hobby's tot het simpelweg rusten en tijd doorbrengen met vrienden en familie. Klopt. Kwestie van ontspanning om ervoor te zorgen dat het stressgevoel niet blijft doorwerken als de stressor er in feite niet meer is. De duur van de stress is immers een belangrijke factor: stress is beter beheersbaar als die af en toe verdwijnt.
3. Grenzen stellen: leer hoe je grenzen kan stellen om jezelf te beschermen tegen overbelasting. Dit betekent soms 'nee' zeggen tegen extra verantwoordelijkheden of activiteiten. OK, voor zover dat kan. Van een studiecurriculum kan je misschien delen doorschuiven (en er dan langer over doen); in een werkrelatie heb je als beginner doorgaans weinig keuzevrijheid.
4. Ouders en leraren betrekken: het betrekken van ouders en leraren bij het herkennen en ondersteunen van jongeren met een burn-out is cruciaal. Ze kunnen helpen bij het creëren van een ondersteunende omgeving en het verminderen van de druk. Interessante visie… In feite zou een nieuwe werkgever daar altijd moeten voor zorgen, burn-out of niet.
5. Mindfulness en meditatie: technieken zoals mindfulness en meditatie kunnen helpen om te ontspannen en beter om te gaan met stress. Deze technieken bevorderen een gevoel van kalmte en helpen bij het reguleren van emoties. Ik heb mijn twijfels bij het idee om een overbelastingssituatie op te lossen door er anders naar te kijken. Voor zover het helpt bij ontspanning is dit wel positief.
6. Regelmatige beweging: lichamelijke activiteit is een effectieve manier om stress te verminderen. Voor zover die zelf geen stress veroorzaakt, fysiek of mentaal. Jongeren zouden aangemoedigd moeten worden om regelmatig te sporten of deel te nemen aan fysieke activiteiten. Waarbij je al dan niet sportschoenen draagt van ASICS: acroniem voor Anima Sana In Corpore Sano (allicht zonder invloed op je prestaties).
7. Slaap_hygiëne: voldoende en kwalitatief goede slaap is cruciaal voor je welzijn. Het instellen van een consistent slaapschema en het creëren van een rustige slaapomgeving kan bijdragen aan betere slaapgewoonten. Is iets van, maar als overmatige stress de oorzaak is van slaapproblemen, werkt dat niet.
Hier schrap ik een marketingparagraaf, bij gebrek aan nut voor deze blog. Ik vrees dat er wel een verband is tussen het commercieel doel van dit artikel en het gemak waarmee ik kritiek kon formuleren. Een gerelateerd artikel op dezelfde site is Burn-out: 4 fabels en feiten uitgelegd. Dit zijn de besproken fabels (de 4e is te flauw):
- Burn-out is een officiële DSM-5 diagnose. Burn-out is weliswaar een syndroom, maar de symptomen zijn zodanig variabel dat een verifieerbare definitie onmogelijk is. Vandaar allicht geen vermelding in de DSM-5.
- Een burn-out wordt alleen veroorzaakt door werkstress. Alle vermoeiingsaandoeningen worden veroorzaakt door de som van alle soorten stress. Er is geen enkel fysisch proces in het menselijk lichaam dat een onderscheid kan maken tussen werkstress en andere stress.
- Burn-out komt alleen voor bij mensen tussen de 40-50. Burn-out komt voor bij alle wezens die meer stress ervaren dan ze kunnen verwerken.
4 – Steeds meer jongeren doen aan zelfverwonding
VUB-prof Imke Baetens: "Preventie binnen het onderwijs is de sleutel tot een gezondere toekomst"
VUB, dossier Mentale Gezondheid, 28 februari 2025
Het aantal jongeren dat (die) zichzelf verwondt (verwonden) neemt zorgwekkend toe. En ze beginnen er steeds vroeger mee. Uit cijfers blijkt dat maar liefst 1 op de 5 jongeren kampt met matige tot ernstige mentale klachten. Een verwijzing naar het Sigma-onderzoek van de KU Leuven. Wat is er aan de hand en hoe kunnen we het tij keren? 'Onderzoek toont aan dat scholen een cruciale rol spelen op vlak van preventie' (omdat die een vormende rol hebben, en jongeren daar veel tijd spenderen), zegt Imke Baetens, professor aan de Vrije Universiteit Brussel, gespecialiseerd in preventie en behandeling van emotionele en gedragsproblemen bij kinderen en jongeren en internationaal erkend expert in zelfverwonding bij jongeren. Hier gaat het wél over preventie, het aspect dat ontbrak in Sectie 1 hierboven.
Gaat het echt zoveel slechter met onze jeugd?
Imke Baetens: "Sinds Covid zien we in Vlaanderen, en ook wereldwijd, een sterke toename van psychologische klachten bij jongeren. Ze ervaren meer psychologische stress, zoals angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen, en vertonen vaker 'maladaptieve copingmechanismen'. Daarmee bedoel ik: een ongezonde manier van omgaan met emoties, zoals eetstoornissen, zelfverwonding en suïcidale gedachten. Het aantal jongeren met suïcidegedachten en zelfverwondend gedrag is bijna verdubbeld (periode?). Wat opvalt: dit gedrag start steeds vroeger. Eén op de drie twaalf- of dertienjarigen geeft aan hiermee bezig te zijn. Soms zien we het zelfs al in de lagere school. Meer dan de helft van de Vlaamse scholieren zegt in de afgelopen week minstens één psychologisch symptoom ervaren te hebben. Het aantal officiële psychiatrische diagnoses, zoals klinische depressies (een depressie is 'klinisch' als ze niet enkel een gemoedstoestand betreft, maar een medisch ziektebeeld vormt met bepaalde kenmerken) of angststoornissen, is gelukkig niet in dezelfde mate gestegen."
Waar komt die neiging tot zelfverwonding vandaan? Ik stel de vraag aan Copilot, en krijg een antwoord terug dat mij interessant genoeg lijkt om hier weer te geven. Als je weinig kent van het fenomeen zelfverwonding heb je hier wellicht iets aan. Wel voorzichtig zijn; het blijft maar AI.
Wat beweegt een jongere om zichzelf te verwonden?
- Om innerlijke pijn om te zetten in uiterlijke pijn – Veel jongeren zeggen dat emotionele pijn ondraaglijker voelt dan fysieke pijn. Door zichzelf te verwonden, wordt de emotionele chaos even "stil".
- Om iets te voelen wanneer ze verdoofd zijn – Bij depressie of dissociatie voelen jongeren soms niets meer. Zelfverwonding wordt dan gebruikt om weer iets te voelen, zich "levend" te voelen, uit een emotionele roes te komen.
- Om spanning te ontladen – Bij extreme stress of paniek kan zelfverwonding een manier zijn om spanning te ontladen of een overweldigende emotie te "resetten".
- Om controle te ervaren – Wanneer alles chaotisch voelt, geeft zelfverwonding een gevoel van "dit kan ik tenminste zelf bepalen" of "dit is mijn pijn, mijn keuze".
- Om zichzelf te straffen – Bij jongeren met een laag zelfbeeld of schuldgevoelens: "ik verdien pijn", "ik moet boeten". Dit is een van de meest pijnlijke motivaties.
Hoe verklaar je deze trend?
"De pandemie heeft voor een langdurige impact gezorgd. Dat is niet zo vreemd. In de geschiedenis zien we dat ook andere pandemieën en ingrijpende wereldgebeurtenissen gevolgen hadden die nog jaren doorwerkten. Covid was een katalysator, maar er zijn nog meer stressfactoren bijgekomen: de oorlogen in Oekraïne en Israël, nucleaire dreiging, economische onzekerheid en de voelbare klimaatcrisis. Jongeren zien volwassenen zich zorgen maken, maar zijn er ook zelf bewust mee bezig. Daarnaast toont onderzoek aan dat jongeren een hoge academische druk ervaren, niet alleen door ouders en docenten, maar ook door onlineplatformen zoals Smartschool. De druk stopt nooit. Jongeren voelen zich daarin vaak niet gehoord." En de sociale druk door sociale media mag je daarbij optellen.
Zijn sommige jongeren extra kwetsbaar?
"Jongeren met identiteitsproblemen en meisjes – zeker wanneer ze een lagere sociaaleconomische achtergrond hebben – lopen een hoger risico op psychische kwetsbaarheid. Ook pestslachtoffers vormen een belangrijke risicogroep. Maar psychologische klachten nemen toe bij alle bevolkingsgroepen, met een piek bij jongeren."
Welke rol spelen sociale media in dit verhaal?
"Sociale media hebben een dubbele invloed. Enerzijds vinden jongeren er steun en verbinding, wat hun welzijn ten goede komt. Anderzijds kunnen (…) sociale media het risico op mentale problemen verhogen. Ik snap niet waar die voorzichtigheid vandaan blijft komen. Sociale media verhogen het risico op mentale problemen, al betekent dit niet dat iedereen die ook krijgt! Met die 'kunnen' wil men blijkbaar vermijden het probleem te benoemen; dat is nergens goed voor. Kanalen zoals TikTok verspreiden heel wat triggerende content (bagger). Denk aan filmpjes waarin jongeren hun zelfverwonding tonen, gedetailleerd spreken over suïcidepogingen of hun anorexialichaam laten zien. TikTok vuurt haar content lukraak af op haar gebruikers en laat je (jouw) kijktijd en interactie het algoritme voeden. Ieder van ons zal geneigd zijn om wat langer te blijven hangen bij heftige filmpjes, al is het enkele milliseconden. Daardoor krijg je meer van dergelijke content te zien. Heel wat 10- tot 18-jarigen worden er dagelijks aan blootgesteld. De toename van zelfbeschadigend gedrag – van eetproblemen tot zelfverwonding en suïcidaliteit – valt minstens deels te verklaren door sociale media (!!). Bovendien tonen sociale media vaak een geïdealiseerd plaatje, terwijl het echte leven verre van perfect is. Jongeren kunnen daardoor een verkeerd beeld krijgen van geluk (wat eveneens stress genereert)." (1) Veralgemeend: zelfbeschadigend gedrag neemt toe bij verhoogde stress, en sociale media verhogen stress, naast andere stressbronnen. Als je nagaat wat de grootste stressbron is, en/of de bron die technisch het gemakkelijkst te bestrijden valt, dan komen we terug bij Sociale-mediaverbod. (2) Jongeren zoeken voortdurend naar referenties om te bepalen hoe ze zich gedragen. Elke referentie die afwijkt van de (of hún) realiteit (bv. sociale media) verstoort hun ontwikkelingsproces. In feite gaat het hier om parallelle processen (!), omdat de realiteit onontkoombaar is.
Wat kan helpen om jongeren te versterken?
"Het hebben van één luisterend oor werkt bufferend tegen psychologische klachten, zelfs bij levensingrijpende gebeurtenissen als ziekte of pesterijen. Uit onderzoek blijkt dat die persoon bij voorkeur een volwassene is: een leerkracht, een tante, een (groot)ouder… Vrienden zijn belangrijk, maar de impact van zo'n volwassene is veel groter (omdat een volwassene eerder wordt gezien als een referentie, met meer ervaring, of omwille van de zorgrelatie). Dat kan een belangrijke eyeopener zijn. Ook al voelt het soms anders, als ouder blijf je een cruciale en waardevolle rol spelen (afhankelijk van de kwaliteit van de ouder-kind-relatie). Blijf dus inzetten op connectie. Samen eten, op vakantie gaan of simpelweg dagelijks even inchecken bij elkaar maakt een groot verschil. Ook begeleiding in sociale mediagebruik is belangrijk (de piste waar tegenstanders van een verbod voortdurend op wijzen, maar van organisatie van begeleiding is nog weinig of niets te zien). Bij jonge kinderen gaat het vooral om monitoren en informeren (en weghouden?), bij oudere kinderen om sensibiliseren en samen een gezonde balans zoeken. Jongeren onder de 16 zijn in volle ontwikkeling van hun identiteit en sociale vaardigheden. De prominente aanwezigheid van sociale media maakt dit proces extra complex. Moet er nog zand zijn? Onderzoek toont duidelijk aan dat triggerende content (bagger) en extreme online pesterijen zoals deep nudes belangrijke risicofactoren zijn voor mentale problemen. Daarom vind ik een verbod op sociale media bij deze leeftijdsgroep, zoals in Australië, een goed idee. Aha!! Ik ben erg benieuwd naar het effect daarvan." We zijn hier einde februari '25; de discussie in de media over een sociale-mediaverbod barstte los in september '25.
Op welke thema's focust jouw onderzoeksgroep zich?
"Ons expertisecentrum PRISM voert onder meer onderzoek naar psychische klachten bij jongeren in middelbare scholen, hogescholen en universiteiten. Welke jongeren lopen meer kans op ernstige mentale problemen en welke interventies kunnen zinvol zijn? We hebben verschillende projecten lopende. Zo zijn we net gestart met een grootschalig onderzoek bij 500 Limburgse scholieren, in samenwerking met het Vrij CLB Limburg. Jongeren krijgen daarbij vier lessen rond de preventie van mentale klachten. Tussendoor bevragen we hen over hun subjectieve welbevinden – hoe voelen jongeren zich- en kijken we naar psychologische symptomen en emotieregulatievaardigheden. Leerlingen die mentale kwetsbaarheid aangeven (?), bieden we extra training aan. Bij ernstige problemen gaan we samen met ouders op zoek naar professionele hulp. Een ander project is het SMARTS-onderzoek (lieve help; alles met 'SMART' is verdacht): een VUB Citizen Science project waarbij we samen met de Brusselse scholengroep nagaan of sportlessen psychische klachten kunnen helpen voorkomen. In 2026 verwachten we daar de resultaten van. Ik voorspel: sport heeft een positieve invloed, maar kan alleen niets oplossen, en meer onderzoek is nodig. We gaan met onze onderzoekgroep op zoek naar breed inzetbare interventies in Vlaanderen, Brussel en zelfs wereldwijd. Zo lopen er samenwerkingsprojecten in India, de Filipijnen, Tanzania en Vietnam, waar we onderzoek voeren naar laagdrempelige, kosteneffectieve interventies op scholen. Sport kan een interessante piste zijn." "Kan zijn"…; dat geldt ook voor koffie.
Welke rol speelt het onderwijs bij mentaal welbevinden van jongeren?
"Je goed voelen is een basisvoorwaarde om te kunnen leren (naast beheersing van de instructietaal; zie Vlaanderen op de bres voor het Nederlands op school). Scholen spelen, samen met de bredere maatschappij, een belangrijke rol in jongerenwelzijn (alleen al omdat ze heelder dagen op school doorbrengen; beeld je in welke schade een gedemotiveerde leerkracht veroorzaakt als referentie…)(!!). Daar zijn zelfs transversale (vakoverschrijdende) leerdoelen rond beschreven. Het is dus een taak van ons onderwijs. Maar leerkrachten zijn natuurlijk geen therapeuten (integendeel). We weten uit onderzoek dat scholen vooral op preventief vlak het verschil (kunnen?) maken. Preventieve maatregelen werken het best als ze in scholen geïnstalleerd worden. Denk aan lespakketten rond welzijn, zoals ons project in Limburgse scholen. Zulke lessen kunnen geïntegreerd worden in vakken als zedenleer, godsdienst of sport, of tijdens themadagen en studie-uren. Preventie binnen het onderwijs is de sleutel tot een gezondere toekomst voor onze jongeren."
Hoe gaat het met de studenten in het hoger onderwijs?
"Ook universiteits- en hogeschoolstudenten vertonen sinds Covid meer psychologische klachten (kortom: alle jongeren, in feite). In 2020 voerden we op vraag van Caroline Pauwels een grootschalige psychologische screening uit bij alle VUB-studenten (zijn dat ook nog 'jongeren'?): het 'VUB Geeft om jou'-project. Die toonde een enorme stijging van psychische klachten. Vooral internationale studenten en eerstegeneratiestudenten (die geen ouder hebben als referentie voor hogere studies) bleken extra kwetsbaar. Samen met het ministerie van Onderwijs hebben we intussen het gratis platform Moodspace gelanceerd (het zoveelste 'platform'), waar Vlaamse studenten zelfhulpmodules rond mentaal welbevinden kunnen vinden (zelfhulp als referentie? werkt meestal niet goed). Onlangs zijn we een nieuwe studie bij onze studenten gestart. Die resultaten verwachten we in 2026."
Focussen we soms niet te veel op mentaal welbevinden?
"Recente cijfers tonen aan dat het mentale welzijn van jongeren niet meteen verbetert (??). Dat er veel aandacht voor is, is positief. Het geeft ons inzicht in wat vroeger onder de radar bleef. In plaats van te besparen op projecten rond welbevinden zouden we beter investeren in een gezonde psychische stabiliteit voor iedereen (!!). Kan die Imke Baetens niet in de politiek gaan om één en ander aan te zwengelen? Welzijn is essentieel om te kunnen presteren, voor jongeren én voor volwassenen (!!). Tegelijkertijd moeten we oppassen voor overpsychologisering (er zijn al genoeg wachtlijsten bij psychologen). De eerste stap bij mentale klachten moet zijn: praat ervoor met een vriend, een ouder, een familielid. Ik heb het gevoel dat die stap soms overgeslagen wordt en mensen meteen psychologische hulp zoeken om het 'goed' aan te pakken. Zou wel eens kunnen. Voor heel wat moeilijkheden volstaat de steun van je netwerk. We moeten terug naar een sterkere gemeenschapszin." Een sterkere gemeenschapszin zou inderdaad een groot verschil maken, maar dat is uiteraard gemakkelijk gezegd. Een goede aanpak lijkt mij het bestrijden van alle economische en sociale processen die de gemeenschapszin schaden (zoals sociale media, zeker bij kinderen). Ook dát is gemakkelijk gezegd, maar die methode heeft wel het voordeel dat je de schadelijke processen één voor één kan aanpakken. Positiviteit toevoegen helpt niet, negativiteit verwijderen wel.
5 – Factsheet – Jongvolwassenen aan het woord over hun mentale gezondheid, stress en middelengebruik
Een Nederlandse bron, april 2025. GGD betekent 'Gemeentelijke Gezondheidsdienst'; GHOR betekent 'Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio'. Dat zijn de twee pijlers van de publieke gezondheid en de medische crisisorganisatie in Nederland.
Jongvolwassenen bevinden zich in een fase van hun leven met veel grote veranderingen en nieuwe verantwoordelijkheden. Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 bleek dat de mentale gezondheid van jongvolwassenen aandacht nodig heeft. Veel jongvolwassenen ervaren stress en prestatiedruk en ook middelengebruik komt veel voor (daar hebben de Vlaamse bronnen het niet over?!). Met groepsgesprekken en interviews lieten we jongvolwassenen zelf aan het woord. Zij vertellen over hun ervaringen, gevoelens en perspectieven met betrekking tot mentale gezondheid, stress en middelengebruik. Daarnaast geven ze adviezen en vertellen wat nodig is om hun gezondheid, welzijn en leefstijl te verbeteren. De resultaten rondom deze thema's worden in deze factsheet beschreven. De al dan niet verzonnen persoonlijke verhaaltjes laat ik weg.
Mentale gezondheid
Jongvolwassenen omschrijven mentale gezondheid als hoe je je voelt op een dag. De belangrijkste aspecten die volgens hen een rol spelen in hun mentale gezondheid zijn hun sociale netwerk, grip, stabiliteit en structuur in hun leven (referenties!), hun toekomstbeeld en hun zelfbeeld. Interessante opsomming! Deze aspecten kunnen positief bijdragen aan een goede mentale gezondheid, maar een gebrek aan één of meer van deze aspecten kan juist leiden tot een slechtere mentale gezondheid.
Veel stress en druk
De meeste jongvolwassenen ervaren in meerdere of mindere mate stress. In deze levensfase maken ze veel veranderingen door, zoals de overgang naar vervolgonderwijs, een baan of uit huis gaan. Deze veranderingen kunnen leiden (leiden meestal!) tot onzekerheid en verminderde grip op hun leven. Daarnaast brengt het volwassen worden meer verantwoordelijkheid en zorgen over de toekomst met zich mee (!!). De combinatie van deze veranderingen, onzekerheid en zorgen leidt tot stressgevoelens. Een bepaalde mate van stress kan helpen bij focussen en om beter te presteren, maar wanneer stress langer aanhoudt werkt het belemmerend en zorgt het voor fysieke en mentale klachten. Jongvolwassenen schuiven hun toenemende verantwoordelijk heden niet af, maar willen leren hiermee om te gaan. Gaan ze zich hier beperken tot interne stress? En externe stress of stressoren negeren?
School of studie is de grootste bron van stress (ah, toch; het onderscheid werd niet gemaakt: gebrekkige aspectscheiding) onder jongvolwassenen. Ze benoemen hierbij niet alleen prestatiedruk, toetsdruk en drukke agenda's, maar ook druk om geen studievertraging op te lopen en daarmee hun studieschuld te vergroten (dit is Nederland, met relatief hoge gemiddelde studiekosten in Europa).
Geld is een groot punt van zorg voor jongvolwassenen. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de woningmarkt, het strengere leenstelsel en stijgende prijzen brengen een onzekerheid met zich mee die jongvolwassenen (financiële) stress opleveren. Jongvolwassenen maken zich zorgen over rondkomen en huisvesting op de korte termijn, maar ook in de toekomst: kunnen ze hun studieschuld afbetalen, krijgen ze een goede baan, en kunnen ze later een huis kopen of huren? Jongvolwassenen proberen hun toekomst veilig(er) te stellen door hard te studeren. Gevaarlijke piste. Je wordt beter HVAC-installateur.
Verder merken jongvolwassenen dat polarisatie en verschillen tussen groepen zijn toegenomen (gevolg van neoliberalisme!), evenals de verspreiding van nepnieuws. Het zou helpen als ze leren om nepnieuws beter te herkennen.
Sociale media
In sommige gevallen raken jongvolwassenen gestrest door sociale media. Vrouwen ervaren vooral de inhoud van sociale media als bron van stress, bijvoorbeeld door het schoonheidsideaal dat wordt gepromoot en vergelijking met anderen. Deze vergelijking kan ook gevoelens van eenzaamheid veroorzaken. Bij mannen zorgt vooral de afleiding die ze ervaren door sociale media voor stress. Maar kwalijke inhoud is geen probleem; mannen kunnen tegen een stootje…? Lijkt mij toch een vorm van sexisme.
Samenleving na corona
Jongvolwassenen ervaren nog steeds gevolgen van de coronaperiode, zowel negatieve als positieve. Sommige jongvolwassenen kampen met sociale onzekerheid en achterstanden in hun studie of werk, zoals moeite met plannen of een gebrek aan praktijkervaring. Anderen hebben juist meer rust, zelfreflectie en hechtere banden met hun omgeving overgehouden aan deze periode.
Volgens jongvolwassenen zijn sommige veranderingen in de samenleving, zoals polarisatie, mogelijk versterkt door de coronaperiode. Of door de sociale media? Of door de neoliberale economie?
Middelengebruik
Volgens jongvolwassenen is middelengebruik volledig genormaliseerd in de samenleving. Ze zien mensen roken en drinken in films, op televisie, via sociale media en in hun directe omgeving, zoals bij hun ouders. Hierdoor is de drempel lager om zelf ook te gebruiken. Waarom horen we hierover niks in Vlaanderen? Onze jongeren zijn toch niet braver?
Middelengebruik is normaal en overal
Vooral alcohol hoort voor jongvolwassenen bij sociale gebeurtenissen. Tijdens het uitgaan, samenkomen met vrienden en na het sporten horen alcoholische dranken erbij. Ook in jeugdbewegingen blijkbaar: zie In Vlaamse jeugdbewegingen blijft alcohol vaak de norm. Alcohol drinken is de norm en jongvolwassenen ervaren een hoge mate van groepsdruk en groepsbeïnvloeding (allicht ook voor andere aspecten). Ze geven aan dat ze zichzelf moeten verantwoorden als ze geen alcohol drinken. Dit verbaast mij toch wat, gezien de toenemende beschikbaarheid en bekendheid (zeker bij jongeren) van alcoholvrije dranken (of is dat alleen in Vlaanderen?).
Door de normalisatie in de samenleving wordt alcohol als relatief ongevaarlijk gezien door jongvolwassenen. Extra gevaar bij jongeren: die ervaren minder van de nadelige gevolgen van drankmisbruik, omdat ze beter recupereren. Ze merken echter wel dat door alcoholgebruik grenzen vervagen (!) en dat mensen die hebben gedronken eerder naar andere middelen grijpen, zoals sigaretten, cocaïne of pillen. Ook roken, vapen en drugsgebruik (?!) worden normaal gevonden. Middelengebruik beperkt zich niet tot het weekend en tijdens feesten en festivals, maar gebeurt ook
gedurende de dag, op school, op werk en thuis. Naast groepsdruk en groepsbeïnvloeding (net als bij roken indertijd!) gebruiken jongvolwassenen middelen om zich losser en socialer te voelen, en om tijdelijk negatieve gevoelens zoals stress te vergeten. Ook gebruikt een deel van de jongvolwassenen uit nieuwsgierigheid, om te experimenteren en dingen uit te proberen. Goede beschrijving van het probleem, denk ik. De vergelijking met tabak is m.i. helemaal terecht. Moeten we nog eens vijftig jaar wachten vooraleer we jongeren gaan beschermen?
Verkrijgen van middelen
Opvallend is het gemak waarmee jongvolwassenen via illegale routes aan (illegale) middelen kunnen komen. Via sociale media zoals Snapchat en Instagram kunnen bestellingen geplaatst worden, die soms zelfs voor de deur worden afgeleverd. Het gaat hierbij vooral om drugs, vapes en sigaretten. Bovendien is het relatief goedkoper om op een festival drugs te gebruiken dan om alcohol te drinken. Festivals afschaffen? Minder geluidsoverlast, minder vervuiling, minder middelengebruik…? Festivalorganisatoren rekenen immers op de aantrekkingskracht van illegale activiteiten tijdens hun festivals.
Zorgen over gebruik
Jongvolwassenen zien steeds meer excessief gebruik om hen heen. Daarnaast merken ze dat jongeren steeds vroeger beginnen met bijvoorbeeld alcohol. Ze maken zich zorgen dat grenzen vervagen en verslavingen ontstaan. Jongvolwassenen geven aan dat de drempel om hulp te zoeken bij verslaving erg hoog is, omdat ze niet goed weten waar ze terecht kunnen en/of door schaamte.
Voor meer details over dit onderzoek, en de eruit afgeleide adviezen, verwijs ik naar de brontekst. Het betreft een kwalitatief onderzoek, bedoeld om verdieping en duiding te geven aan de uitkomsten van de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024. Over de Gezondheidsmonitor:
Uit dit vragenlijstonderzoek (bij 135000 jongeren) (!) bleek onder andere dat de mentale gezondheid van jongvolwassenen aandacht nodig heeft. Slechts de helft ervaart een goede mentale gezondheid en veel jongvolwassenen ervaren eenzaamheid, stress en prestatiedruk. Wel is er op een aantal vlakken van mentale gezondheid lichte verbetering zichtbaar ten opzichte van 2022. Minder dan de helft van de jongvolwassenen heeft (hebben) veel vertrouwen in hun toekomst en velen maken zich zorgen over maatschappelijke thema's zoals de woningmarkt en stijgende prijzen. Het toekomstperspectief erodeert.
Gevolgen van de coronaperiode zijn nog altijd merkbaar. Daarnaast komt middelengebruik veel voor onder jongvolwassenen. Verder vinden zeven op de tien jongvolwassenen het soms tot zeer vaak moeilijk om te stoppen met sociale media.
Behoorlijk alarmerend vind ik dit. Maar het heeft vermoedelijk weinig zin voor deze problematiek oplossingen te zoeken enkel voor de jongeren. Alle genoemde stressbronnen vormen een algemeen-maatschappelijk probleem, en kunnen dan ook beter algemeen-maatschappelijk aangepakt worden. Hoe? Zoals hoger gesteld: door de negatieve factoren één voor één aan te pakken.
Waar zouden festivals eigenlijk voor dienen, behalve geld aftroggelen van lawaailiefhebbers?? Mei is ervan vergeven tegenwoordig.
6 – Wat zijn de belangrijkste symptomen van stress bij jongeren en hoe herkennen ouders deze signalen effectief?
Aubrey Carter, Zenrythm, 17-06- 2025
Dit artikel leek mij in eerste instantie een uitgebreid overzicht van aspecten van stress bij jongeren. Zenrythm is een uit de kluiten gewassen blogsite over een honderdtal onderwerpen; de herkomst is onduidelijk. De artikels zijn Nederlandstalig, de auteurs echter niet. Hoofdletters achter dubbele punten verraden Engelstalige bronnen. Ik was begonnen met een analyse, maar kreeg meer en meer de indruk dat dit artikel (en mogelijk alle andere van deze site) door AI geproduceerd werd. Dus ik stop de analyse, een beetje uit principe, maar ook omdat het gewoon slecht geschreven is. Mocht je toch interesse hebben voor dat overzicht, neem gerust een kijkje.
7 – Onafhankelijke Ziekenfondsen: "Jongere werknemers kampen vaker met burn-out en er is meer uitval onder 59-plussers"
Door rug- of gewrichtspijn zijn de jongste tijd meer 59-plussers arbeidsongeschikt, terwijl mentale klachten en burn-out proportioneel vaker toeslaan bij mensen onder de 40. "Het is tijd om meer in te zetten op welzijn op het werk en op preventie", zeggen de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Zie de statistieken over arbeidsongeschiktheid bij het RIZIV.
Veerle Beel, De Standaard, 7 september 2025
Tussen 2012 en 2023 (tien jaar dus; het is verbazend hoe weinig wordt stilgestaan bij het verschil tussen "tussen .. en .." en "van .. t/m ..") steeg het aantal langdurig (langer dan een jaar, red.) arbeidsongeschikte Belgen met 73 procent, tot ruim een half miljoen mensen. In diezelfde periode verdubbelden de uitgaven voor uitkeringen van 5,5 naar 12 miljard euro.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen, in Vlaanderen gekend onder de naam Helan, wilden weten wat achter die cijfers schuilgaat en namen de gegevens van 2,3 miljoen leden tussen 2018 en 2024 (vijf jaar dus, nl. 2019, -20, -21, -22 en -23 :-) onder de loep. Opvallende vaststelling: in die zes jaar tijd (?!)(als 2018 en -24 erbij horen zijn het er zeven, dat is maar liefst 40% onzekerheid als gevolg van een definitieprobleem!) is het aantal mensen dat thuisblijft met een burn-out bijna verdubbeld. Vooral bij jongere werknemers, onder de 40 jaar, is het aantal dat een burn-out heeft toegenomen.
Burn-out is daardoor opgeklommen tot de top drie van redenen waarom mensen thuisblijven. Het gaat dan om 13 procent van de arbeidsongeschikten. Op twee staan de mentale aandoeningen, goed voor 16 procent: depressie, stressgerelateerde stoornissen en angsten – vooral die laatste twee komen veel vaker voor. De meestvoorkomende redenen van arbeidsongeschiktheid (25 procent) betreffen spier- of gewrichtspijnen: rug- of schouderletsels, problemen met de knie. Het zijn vooral mensen vanaf 59 jaar en ouder die daarmee kampen. (1) Dat mensen met de jaren uitvallen door fysieke slijtage (eerste reden) is nog begrijpelijk. De algemene trend dat steeds meer jongeren werkonbekwaam worden door mentale problemen zou wel meer aandacht mogen krijgen. Het is overigens niet uitgesloten dat ouderen die met mentale problemen uitvallen evengoed fysieke slijtage laten registreren als reden. (2) De opdeling in mentale problemen (tweede reden) en burn-out (derde reden) vind ik wel vreemd, vermits zowel burn-out als de genoemde mentale problemen stress-geïnduceerd zijn, en zowel mentale als fysieke kenmerken vertonen. Zie ook andere blogartikelen over stress of burn-out.

De drie groepen aandoeningen (fysieke slijtage, mentale problemen en burn-out) domineren niet alleen de nieuwe aanmeldingen, maar ook de afwezigheden van langere duur, langer dan een jaar. Daar maken ze bijna 70 procent van uit.
Bekijk die grafiek eens goed.
– De klassieke diagnoses van arbeidsongeschiktheid, van enkele decennia geleden, zijn de fysieke aandoeningen.
– "Lage rugpijn" is een tussenverschijnsel; doordat dit moeilijk aantoonbaar is wordt het door patiënten al eens gebruikt om de aandoening "geen goesting" te verhelen. Dit ligt m.a.w. op het grensvlak van fysiek en mentaal.
– "Dysthymie" is een psychische aandoening, een chronische vorm van klinische depressie die zich kenmerkt door een gebrek aan plezier en genoegen in het leven (zie Wikipedia voor meer details; daar wordt je echter niet veel wijzer van, wegens de overlapping met andere vermoeiingsaandoeningen). Zie ook De eeuw van de uitputting. Eén of andere conservatieve statisticus houdt hier het been stijf.
– Opvallend is dat alle stijgers mentale aandoeningen betreffen, en omgekeerd alle mentale problemen in toenemende mate arbeidsongeschiktheid veroorzaken.
– De met voorsprong grootste stijger is burn-out. Dit kan deels verklaard worden doordat burn-out in de laatste decennia meer bekend geraakt is, waardoor meer mentale problemen de specifieke diagnose burn-out krijgen.
– "Vermoeidheid" is hier allicht evengoed een mentale aandoening, vermits fysieke vermoeidheid overgaat mer rust.
– "Stress" staat daar bijzonder vreemd, omdat stress in de meeste gevallen net de oorzaak is van mentale aandoeningen.
– Zet je de cursor op een punt in de grafiek dan krijg je de exacte aantallen te zien (weer zo'n technisch hoogstandje dat alleen informatici pleziert). Daaruit kan je afleiden dat in de beschouwde periode het jaarlijks aantal arbeidsongeschikten om fysische redenen nagenoeg gelijk blijft (6826 in 2018, 6768 in 2024), maar het aantal om mentale redenen met 8623 of 58% stijgt (14962 in 2018, 23585 in 2024)(ik verdeel "lage rugpijn" 50/50 over beide). Of nog: het aandeel van mentale problemen stijgt van 69% in 2018 naar 78% in 2024. De simpele conclusie: fysieke problemen blijven stabiel, mentale problemen nemen snel toe.
Ook zelfstandigen melden zich almaar vaker ziek aan om een van die redenen en blijven even langdurig arbeidsongeschikt. "Veel zelfstandigen wachten vaak tot het echt niet meer gaat. Dat maakt dat klachten vaak verergeren en herstel langer duurt", zegt Xavier Brenez, ceo van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Van zelfstandigen zou je minder mentale problemen verwachten, omdat die immers veel zelf in de hand hebben; controle over je eigen werk is doorgaans een goede preventie tegen burn-out. Maar dat is maar ten dele waar. Veel werknemers worden tegenwoordig vervangen door zelfstandigen, omdat die gemakkelijker af te stoten zijn (bv. met een simpel telefoontje naar hun agentschap, op een blauwe maandagmorgen, door middenkaders/werknemers die hun job bedreigd zien). Dergelijke "zelfstandigen" (schijnzelfstandigheid wordt overal getolereerd) staan nog meer onder druk dan werknemers.
De grafiek "Arbeidsongeschiktheid per beroepsstatuut" (zie het bronartikel) is moeilijk te interpreteren, omdat het toenemend totaal aantal arbeidsongeschikten er niet in opgenomen is, waardoor de betekenis van het "verschil" onduidelijk wordt. Wel duidelijk: er is een verschuiving van arbeiders naar bedienden, wat overeenkomt met mentale problemen als oorzaak van de stijging (in de veronderstelling dat arbeiders overwegend fysieke arbeid verrichten, en bedienden overwegend mentale).
De grafiek "Eerste jaar arbeidsongeschiktheid per leeftijd" (zie het bronartikel) is al even moeilijk te interpreteren, maar suggereert wel dat de toename van het aantal arbeidsongeschikten (grotendeels door mentale problemen) zich vooral voordoet bij jongeren (-40). De suggestie van afname bij de 40- tot 60-jarigen is een gevolg van het wegmoffelen van de totale toename (zie de grafiek hoger). Oppassen met statistieken…
Beleidsmakers en werkgevers moeten het over een andere boeg gooien om de trend te keren, concludeert Katrien De Reu, arts bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen. "We vragen om specifieke beleidslijnen voor aangepaste eindeloopbanen en om verder onderzoek naar de redenen van de toename van mentale aandoeningen bij jongere werknemers." Is daar dan nog onderzoek voor nodig? Het is hemeltergend om te zien hoe conclusies die je met gezond verstand kan trekken, maar tegen de economische geplogenheden ingaan, worden geblokkeerd door "nood aan verder onderzoek".
Een verplicht contact met de arbeidsgeneesheer in de derde ziektemaand kan de re-integratie van de uitgevallen werknemer bespoedigen, stellen de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Als stress niet wordt erkend als oorzaak van mentale aandoeningen, is ook dit weer boter aan de galg. Een deel van die stress wordt veroorzaakt door de werksituatie, waaraan de werkgever wel iets zou kunnen verbeteren, maar niet de arbeidsgeneesheer. Dat zou gekoppeld kunnen worden aan een bonus-malusregeling (voor de werkgever of de arbeidsgeneesheer?) op basis van het re-integratiepercentage. Maar er moet vooral een doeltreffend welzijnsbeleid ontwikkeld worden, beveelt de organisatie aan, specifiek gericht op doelgroepen die ofwel vatbaar zijn voor burn-out (meestal bedienden), of voor spier- of gewrichtsletsels (meestal arbeiders; hoewel sportende bedienden er ook iets van kunnen). Terechte bemerking, maar als we dat beleid nu nog niet hebben, vrees ik dat het ook niet meer gaat komen!! Van het werkbaar wendbaar werk van Kris Peeters (een "Mijlpaal voor de Belgische arbeidsmarkt" uit 2016) is blijkbaar niets overgebleven. Medische aanbevelingen over de aangewezen duur van arbeidsongeschiktheid (huh?) bij veelvoorkomende aandoeningen zouden artsen kunnen helpen, zonder de individuele context uit het oog te verliezen (vreemde stelling; vermoedelijk ontbreken hier de argumenten om die te verduidelijken).
LEES OOK: Eén op de vijf langdurig zieken voelt zich niet meer naar waarde geschat bij terugkeer naar werk
8 – 1 op 7 jongeren die uitvallen, blijft langdurig ziek
Van alle jongeren tussen 18 en 34 jaar die ziek worden, komt uiteindelijk een op de zeven in de invaliditeit terecht. Bij mentale aandoeningen loopt dat cijfer nog hoger op. Dat blijkt uit een nieuw rapport.
Tine Reynaers, De Standaard, 10 december 2025
"Vijf jaar geleden voelde ik al de eerste symptomen: geen eetlust, geen concentratie, slecht slapen, trillen en beven. Op een bepaald moment stond ik voor de wasmachine en wist ik niet meer hoe ik die moest gebruiken." In januari 2023 werd Sam Schellens (32) thuisgeschreven door haar huisarts met een burn-out. Uiteindelijk bleef ze in totaal zo'n jaar thuis. Typisch burn-out.
Ze is zeker niet de enige die uiteindelijk langer thuis moest blijven. Een op de zeven (of 14 procent) van de jongeren tussen 18 en 34 jaar die ziek worden, komt uiteindelijk in de invaliditeit terecht. Let wel op: hier wordt niet gezegd hoeveel er 'uitvallen'. Dat het Sigma-onderzoek constateert dat 1 op 5 adolescenten mentale problemen heeft wil nog niet zeggen dat 1 op 5 jonge werknemers uitvalt. Maar volgens een rapport van het Planbureau was in 2024 wel 12,2% van de bevolking op arbeidsleeftijd langdurig arbeidsongeschikt (dus 1 op 8). Volgens het artikel in Sectie 7 (Onafhankelijke Ziekenfondsen) zijn zowat een half miljoen Belgen langdurig werkonbekwaam. Moet dat zomaar kunnen? Het is begrijpelijk dat ook de politiek (inclusief de socialistische minister van Volksgezondheid) dat graag anders wil. Dat wil zeggen dat ze een jaar of langer uitvallen. Vooral bij psychosociale aandoeningen loopt dat aandeel nog hoger op: meer dan een op de vijf (of 22 procent) van de jongeren die uitvallen door depressie, angststoornissen of stress, blijft uiteindelijk langdurig thuis. Bij burn-outs gaat het om 18 procent.
De cijfers komen uit een nieuwe studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, in Vlaanderen bekend als Helan, gebaseerd op gegevens van 2,3 miljoen leden (zoveel?) tussen 2018 en 2024 (toevallig dezelfde periode als de Sigma-studie; verder geen overeenkomst). "Waar vroeger vooral oudere werknemers met fysieke problemen langdurig arbeidsongeschikt waren, zien we nu een sterke verschuiving richting jongeren met psychosociale klachten", zegt Ruud Saerens, arts en expert bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Hij noemt het "een zorgwekkende trend, zeker in het kader van het groeiende aantal langdurig zieken".
Volgens de Onafhankelijke Ziekenfondsen zelf (bestaande uit Helan, Partenamut en de Freie Krankenkasse) zouden dit de ledenaantallen zijn: CM 4.624.000, Solidaris 3.344.000, Onafhankelijke 2.315.000, Neutrale Ziekenfondsen 613.000, Liberale Mutualiteiten 539.000, Hulpkas (van de overheid) 154.000, HR Rail Care 97.000. De zuilen zijn nog niet verdwenen. En als je dan ziet dat 'onafhankelijke' en 'neutrale' naast elkaar bestaan, dan zal dat ook niet zo gauw gebeuren.
Alarmerend
Psychosociale aandoeningen zijn intussen de meest voorkomende diagnose bij jongeren die uitvallen. Tussen 2018 en 2024 steeg het aantal jongeren dat arbeidsongeschikt werd door een burn-out met 136 procent, tegenover 78 procent bij 35-plussers. Depressies namen toe met 36 procent, tegenover 6 procent bij ouderen. In 2024 was 39 procent van de instroom van nieuwe arbeidsongeschikte jongeren gelinkt aan psychosociale problemen. Veel van die jongeren blijkt (blijken!) nu ook langdurig uit te vallen.
Volgens hoogleraar arbeidsgeneeskunde Lode Godderis (KU Leuven) hoeft het niet te verbazen. "Mensen met mentale problemen vallen doorgaans langer uit. Als het aantal psychosociale aandoeningen stijgt, stijgt ook het aantal langdurig zieken." Omdat psychosociale aandoeningen niet met een pilletje te verhelpen zijn. Hij noemt dat alarmerend: "Mensen die langer dan een jaar uitvallen, hebben het aanzienlijk moeilijker om terug te keren naar werk. Voor jongeren die nog veertig jaar voor de boeg hebben, is dat een groot probleem. Ze zijn bovendien op een leeftijd waar ontdekking centraal staat. Als dat proces stilvalt door langdurige afwezigheid, starten ze met een achterstand die moeilijk weg te werken is." Typisch aandachtspunt van Godderis, en andere arbeidsgeneeskundigen: als ze te lang wegblijven van het werk is terugkeer moeilijker. In plaats van na te gaan waarom het werk hen ziek maakt.
Ratrace
De studie haalt verschillende oorzaken aan voor de stijging. "Meer telewerk leidt tot minder structuur, begeleiding en sociaal contact. Structuur is voor de ene een steunpunt, voor de andere een storend keurslijf. Voor een goede begeleiding vindt niemand nog tijd, omdat dat niet efficiënt lijkt. En sociaal contact is voor velen een stressbron, sinds de asociale media dat hebben overgenomen. Dat maakt de overgang van studie naar werk moeilijker" (voor de beginnende werknemers), zegt Saerens. Dat gebrek aan begeleiding ziet ook Godderis: "Door de krapte op de arbeidsmarkt worden starters vrijwel meteen ingezet. Ze komen in een heksenketel terecht, waarin ze moeten presteren terwijl ze dat eigenlijk nog niet kunnen." Die heksenketel is een goede omschrijving, maar dat geldt tegenwoordig voor meer en meer werknemers, en niet alleen voor beginners. Die ouderen hebben immers ook last van die heksenketelstress.
Die druk herkent Sam, die in de zorg werkte toen ze uitviel. "Ze hebben altijd personeel tekort. Ik voelde me schuldig tegenover collega's toen ik thuis bleef en ben te vroeg opnieuw begonnen. Ik viel ook even snel weer uit. Zie ook Over de kop. Ik moest echt ontsnappen aan de ratrace (heksenketel) waar ik in zat: permanent presteren, constant bereikbaar zijn." In het kort: werken in stresserende systemen. Permanent presteren en constante beschikbaarheid zijn dan nog de mentale eisen; over slecht werkende technische processen en systemen vol basale fouten hebben we het dan nog niet gehad.
Ook in intensief schermgebruik (vooral als die ICT-systemen niet deugen; zie ICT-ellende), zowel op het werk als privé (hier wordt waarschijnlijk gedoeld op "sociale" media), ziet de studie een verklarende factor. Dat leidt tot minder mentale rust, met cognitieve overbelasting en slaapproblemen tot gevolg. Moet er nog zand zijn? Sociale media versterken dat effect nog. Godderis ziet nog een andere factor: "Jongeren hebben vaak hoge verwachtingen van zichzelf, collega's en hun werk. Dat mondt uit in teleurstellingen." Jongeren hebben nog het idee dat ze iets kunnen bijdragen aan de maatschappij. Dat dit idee met de jaren verdwijnt, dát is pas alarmerend. Hij waarschuwt er wel voor om werk alleen als oorzaak van uitval te zien: "Een job kan ook structuur aan je leven geven en je uit je sociaal isolement halen." Ook een gevolg van digitalisering: alle routineklussen worden geautomatiseerd, zodat alleen de meer stresserende taken overblijven.
Voor Sam bleek dat uiteindelijk ook zo toen ze in februari de overstap naar het onderwijs maakte. "Het geeft me energie. Ik heb meer verlof en voel dat ik dat nodig heb om niet voortdurend achter de feiten aan te lopen. Ik merk nu hoe weinig ruimte ik vroeger had en dat ik hier juist zit." Wacht maar af… Het is niet voor niets dat die leerkrachten veel verlof nodig hebben.
9 – 4 op 10 jonge arbeidsongeschikten zit thuis met psychische problemen: "Ze zijn uitgeput door enorme keuzevrijheid"
Ze bedoelen blijkbaar keuzestress, niet -vrijheid. 39 procent van de 18- tot 34-jarigen die in 2024 arbeidsongeschikt werden, bleef thuis door psychosociale problemen als stress, depressie, burn-out of een angststoornis. Dat blijkt uit onderzoek van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, die spreken over een "uitgesproken generatie-effect".
Jani Lambrechts, 11-12-2025
In 2024 was 39 procent van de nieuwe arbeidsongeschiktheden bij 18- tot 34-jarigen het gevolg van psychosociale aandoeningen. Denk aan burn-out, depressie, stress of angststoornissen. In 2018 was dat nog 4 procent.
Bij 22 procent van degenen die thuiszitten met stress, depressie of een angststoornis, leidt dat zelfs tot invaliditeit. Dat wil zeggen dat je langer dan 12 maanden arbeidsongeschikt bent. Bij burn-outs ligt dat iets lager: 18 procent belandt in invaliditeit. (1) Vreemde definitie. Alsof je na 12 maanden definitief uitgeteld bent. (2) Dit betekent dat 20% van de uitvallers met een psychosociale aandoening, of dus 8% van de nieuwe arbeidsongeschikten, meteen voor meer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn. Als effect van psychosociale aandoeningen kan dat tellen.
Dat concluderen de Onafhankelijke Ziekenfondsen, in Vlaanderen valt Helan daaronder, op basis van de gegevens van 2,3 miljoen van hun leden (dat zijn ze allemaal; zie ook sectie …). Hoewel mentale problemen steeds beter bespreekbaar zijn en zich ook voordoen in alle leeftijdscategorieën, spreken de Ziekenfondsen toch over een "uitgesproken generatie-effect".
Dertigers, twintigers en ook studenten
Cijfers bevestigen dat ook. Sinds 2018 is er een stijging van 136 procent van burn-out bij de 18- tot 34-jarigen. Voor 35-plussers gaat het om een stijging van 78 procent. Als je kijkt naar de depressiediagnoses, gaat het om een stijging van 36 procent bij de jongeren tegenover 6 procent bij de oudere werknemers. Die percentages zeggen niets als je niet weet hoe ze berekend zijn.
Die cijfers verbazen psychiater Stephan Claes (KU Leuven) niet. Hij ziet vooral een leeftijdsverschuiving in zijn praktijk: "Dertigers, maar ook twintigers en studenten aan de universiteit komen langs met burn-outklachten."
En zij kloppen niet aan met een klassiek psychiatrisch ziektebeeld: "Ze hebben geen depressie of angststoornis, maar zijn op jonge leeftijd uitgeput, opgebrand. Ze hebben een soort mentale afstand genomen van taken, omdat het hen niet meer lukt ze te volbrengen", legt hij uit in Het Kwartier. Overbelast.
Welke factoren spelen in op de mentale gezondheid van jongeren?
- Hun sociale netwerk is veruit de belangrijkste buffer tegen stress. Voor zover dat sociale netwerk zelf niet vol overbelasten zit.
- Stabiliteit in hun sociaaleconomische situatie (m.a.w. een toekomstperspectief) en zingeving in hun job versterken het welzijn. Zingeving in de job is voor ieder individu positief; voor jongeren nog wat meer omdat ze nog hoopvol zijn om iets zinvol bij te dragen aan de maatschappij, terwijl veel ouderen al mentaal zijn afgehaakt.
- Ook individuele factoren zoals fysieke gezondheid, psychosociale vaardigheden en vroege levenservaringen beïnvloeden de veerkracht van een jongere. Kwestie van hun leefwereld een beetje onder controle te houden.
- Een groene, veilige en publieke leefomgeving nodigt uit tot sociaal contact. Dat bevordert het mentaal welzijn. Huh?
Als 1 van de 4 factoren ontbreekt of verzwakt, dan verhoogt dat de kwetsbaarheid van een jongere. Beetje vreemde definitie van kwetsbaarheid, omdat er daarbij nog veel andere factoren spelen. Andere stressoren (!!) kunnen dan ook zwaarder beginnen te wegen, waardoor je weer meer stress ervaart.
Zijn jongeren een vogel voor de kat?
Jonge mensen groeien nu eenmaal op in een bijzonder complexe wereld, stelt Claes. Ze hebben veel keuzemogelijkheden en vrijheid, waarbij ook een bepaalde verantwoordelijkheid komt kijken.
Bij sommigen lopen die keuzes vlot, anderen worden er doodmoe van volgens Claes: "De vorige generaties hadden andere problemen: ze werden door hun ouders, de staat of de kerk eventueel, in een bepaalde richting geduwd. Nu kan er zoveel dat jongeren al doodmoe zijn van die enorme keuzevrijheid." Als je ziet waar die vrijheid toe leidt, dan is er eerder sprake van keuzestress.
"Ze willen professioneel alle kansen benutten en het relationeel ook goed doen. Ze willen een goede ouder zijn met leuke hobby's, die ook nog eens verre reizen maakt (is dat zo??). En daarbij nog verschillende vriendengroepen onderhouden."
Ook op de werkvloer is het niet makkelijker geworden, zegt hoogleraar Arbeidsgeneeskunde Lode Godderis (KU Leuven) in De Ochtend op Radio 1.
"Jongeren komen met hoge verwachtingen terecht op een arbeidsmarkt die schreeuwt om (goedkope en onuitputtelijke) werkkrachten. Ze moeten dus snel inzetbaar zijn, waardoor ze minder goed begeleid of omkaderd worden. Vreemde formulering: ze worden snel ingezet, ja, zonder goede omkadering, omdat ze vooral snel geld moeten opbrengen. De overgang met het onderwijs kan dan erg bruusk zijn."
Te veel te goed willen doen
Ze willen dus veel doen, en dat moet bij velen dan ook perfect gebeuren (die "dan ook" komt uit de lucht vallen: gebrekkige aspectscheiding). "Bij burn-out zien we vaak ook zelfkritisch perfectionisme: mensen stellen zich voortdurend de vraag of ze wel goed genoeg bezig zijn", stelt Claes. Opletten met perfectionisme; dat wordt meestal verward met faalangst. Zie ook Perfectionisme: een misverstand ontrafeld.
Zo leggen ze zich constant druk op, wat zich vertaalt naar spanning in het hele lichaam. Zichzelf druk opleggen kan inderdaad (vandaar de verwijzing naar perfectionisme) maar de grote druk komt altijd van de omgeving. Daardoor is je stresssysteem constant belast en je immuunsysteem volgt dan snel. Er lijkt inderdaad een verband te zijn tussen beide, maar dat is nog lang niet duidelijk. Zie ook Burn-out – Een overzicht.
"Vaak merk je eerst lichamelijke signalen, maar die worden dan nog genegeerd tot je lichaam echt barst. 'Ik ben gecrasht', zeggen patiënten dan. De periode van herstel die volgt, kan dan lang duren." Hoe harder je crasht, hoe langer het herstel.
Wees mild en ken jezelf
Mildheid en zelfkennis: dat zijn de 2 woorden die centraal staan in therapie bij burn-out, zegt Claes.
"Veel mensen zien burn-out als een mislukking, als een zwakte. Het eerste wat ik hen zeg is: 'Je bent niet zwak, je bent vastgelopen en uitgeput geraakt'. Ze mogen echt wat milder zijn met zichzelf. En ook geduld is een schone deugd: rust uit, neem de tijd. Dat is geen ramp." Vermits niet alle druk uit de werkomgeving komt (bv. sociale media) werkt uitrusten nauwelijks. Werkonbekwaamheid zou moeten samen gaan met een sociale-mediaverbod.
Al moet je ook leren uit wat er gebeurd is, stelt Claes. "Misschien heb je te veel nagestreefd, te veel perfect willen doen. Zie Perfectionisme: een misverstand ontrafeld. Probeer daar dan uit te leren. Wie ben je? Welke talenten passen bij jou? De talentenaanpak van Dewulf; zie het boek Stop burn-out (dat niet over burn-out gaat). En hoeveel ruimte heb jij nodig om tot rust te komen en niet constant overprikkeld te zijn?" En waar ga je die ruimte vinden…?
Als je de tijd neemt om die vragen te beantwoorden, kan je zeker genezen van een burn-out. "Herstellen betekent niet dat je de levensstijl (of de werkomgeving!!) die je heeft uitgeput plots wel aankan. Stuur je manier van leven bij (of zoek een andere werkgever), pas die aan jouw draagkracht en talenten aan."
En wellicht het belangrijkste: maak keuzes. "Kiezen is verliezen, maar je moet een evenwicht vinden. Als dat lukt en je neemt er de tijd voor, kan je van je burn-out herstellen", besluit Claes.
Wat hier eens te meer ontbreekt: de erkenning van een overmaat aan stressoren als oorzaak van het probleem. Je kan blijven inwerken op individuen, maar dat lost niets op. Een werknemer die teveel stress ervaart kan daar niets tegen doen als hij de stressbron(nen) niet herkent. En in principe blijft het simpel: wie te veel en te lang stress ondergaat krijgt problemen, mentaal en fysiek (wat overigens samengaat; zie Stress, het lijf, en het brein).
10 – Kunnen jongeren zich wapenen tegen een burn-out?
Interessante vraag. Misschien moeten we die ook stellen voor ouderen? Het aantal burn-outs bij jongeren blijft stijgen en dat is een collectief probleem. Kunnen jongeren zelf iets doen? "Ambitie mag ook betekenen dat je kiest voor balans. Dat mogen jongeren meer durven uit te spreken." Doen ze wel, denk ik. Menige jongere begint met een 4/5 baan.
Tine Reynaers, De Standaard, 12 december 2025 (zelfde auteur, twee dagen later; dit zijn variaties op het vorige artikel)
"Geen eetlust, geen concentratie, slecht slapen, trillen en beven. Enkele symptomen van een overmaat aan stress (die individueel verschillen). Op een bepaald moment stond ik voor de wasmachine en wist ik niet meer hoe ik die moest gebruiken." Eerder deze week getuigde Sam Schellens (32) in deze krant over haar burn-out.
Schellens is geen alleenstaand geval, bleek uit nieuwe cijfers van de onafhankelijke ziekenfondsen. Tussen 2018 en 2024 steeg het aantal jongeren dat arbeidsongeschikt werd door een burn-out met 136 procent. Depressies namen toe met 36 procent. Een op de zeven jongeren die ziek worden, belandt uiteindelijk in langdurige uitval van meer dan een jaar. Vooral psychosociale aandoeningen zijn een reden voor langdurige afwezigheid.
"Het ligt niet aan de jongeren zelf" (!!), benadrukt Virginie Lauwers, psycholoog bij het centrum voor burn-outpreventie. "Het is een complex samenspel van werkdruk, organisatieproblemen, persoonlijke kenmerken en maatschappelijke verwachtingen (mooi rijtje, en terecht). Jongeren zijn niet verantwoordelijk voor het systeem (oudere werknemers ook niet, werkgevers wel), maar er zijn wel handvatten :-) die helpen om vastlopen te voorkomen."
Die handvatten beginnen bij het herkennen van symptomen of signalen (!!). Vaak beginnen ze subtiel, zoals bij Sam: slapeloze nachten, verminderde concentratie, vermoeidheid, vergeetachtigheid. "Veel jongeren merken die signalen te laat op of denken dat het vanzelf overgaat", zegt Lauwers. Fout, fout, fout. We moeten kijken naar de symptomen en signalen in de organisatie die wijzen op te veel stress, vooraleer (!!) de werknemers symptomen krijgen, want dan is het te laat. En het zijn niet de jongeren die organisatiefouten gaan ontdekken, laat staan aankaarten.
Illusie van perfectie
Philippe Sterkens, onderzoeker bedrijfseconomie en psychologie (UGent), ziet hetzelfde: "Jongeren zijn nog aan het ontdekken wat werken precies inhoudt en waar hun grenzen liggen. Omdat ze het gevoel hebben dat ze zich moeten bewijzen, willen ze laten zien dat ze het aankunnen. Doorgaan lijkt dan vanzelfsprekend, tot het lichaam plots 'stop' zegt. Velen spreken er pas over als ze al te uitgeput zijn om zelf iets te ondernemen", merkt Sterkens op. "Dan moet je eerst weer een basis van energie opbouwen voordat je überhaupt met therapie kunt beginnen." Vreemde redenering… Wie geen energie meer heeft (kapotte batterij) moet het dan maar zelf uitzoeken? Jongeren in de vorige eeuw kregen nog de tijd om in te lopen, en kregen nog begeleiding van ouderen die toen nog niet zo onder druk stonden.
Maar wanneer is stress nog gezond en wanneer wordt het schadelijk? Stress is nooit gezond! Maar een mens kan wel iets verdragen. "Dat is moeilijk. Bij een eerste job komt wel wat stress kijken. Je bent als starter nog op zoek naar je ritme en je eigen grenzen." Sterkens hanteert een vuistregel: "Als stress weken blijft aanhouden, ook wanneer de deadline voorbij is, is het tijd om in te grijpen. Hier weer de onduidelijkheid over de termen "stress" en "stressor". De boodschap hier is: als de stress (de interne ervaring) blijft aanhouden als de stressor (de uitwendige oorzaak) verdwenen is, dan dreigt het mis te gaan. Het uitzichtloze is een cruciale indicator," zegt Sterkens. "Wanneer de stress (de interne ervaring) blijft, zelfs als het rustiger zou moeten zijn, dan ben je niet meer aan het recupereren." Is iets van. Maar wat ook is: jongeren hebben niet genoeg ervaring om te zien welke stresstoestanden tot problemen kunnen leiden. Oudere werknemers hebben in zekere mate geleerd zich aan te passen, bv. door op het toilet te gaat zitten voor een paar ademhalingsoefeningen. Anderzijds staan ook de ouderen tegenwoordig onder hogere druk, waardoor ze geen tijd leer hebben om jongeren goed te begeleiden.
Dat is ook wat Schellens merkte: "Ik kon geen nee zeggen en voelde me schuldig tegenover mijn collega's. Die situatie heeft maanden aangesleept", vertelt ze. "Ondertussen bleven de prikkels maar binnenkomen, via sociale media (!!!), het werk, vrienden. Ik wist niet meer hoe ik moest ontspannen." Tot het op een bepaald moment te veel werd en haar dokter haar ziekteverlof voorschreef. "Ziek schrijven" is de nieuwe uitdrukking.
De druk komt niet alleen van het werk, ook van verwachtingen, zowel extern als intern. "Jongeren willen de perfecte werknemer zijn, een boeiende sociale agenda hebben (voorgeschreven door sociale media), een gezond lichaam, een mooie woning, een zinvolle relatie én een passieproject. Ze proberen alles tegelijk te doen, maar dat kan niemand," zegt Dehaes, supervisor mentaal welzijn bij het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk). Zie de boeken van Dirk De Wachter, o.m. De kunst van het ongelukkig zijn.
Hoe stel je die verwachtingen bij? Bij het JAC, de jongerenafdeling van het CAW, ziet Dehaes dat jongeren baat hebben bij het bewust loslaten van de illusie dat alles altijd perfect moet zijn. "Veel jongeren geloven dat ze overal tegelijk aanwezig moeten zijn. Maar ze moeten leren zeggen: dit lukt me nu niet." Lauwers vult aan: "Ambitie mag ook betekenen dat je kiest voor balans. Dat mogen jongeren meer durven uit te spreken."
Wanneer ze vastlopen in verband met de vraag 'Wat wil ik eigenlijk?', raadt Dehaes een eenvoudige oefening aan. "Je deelt je leven visueel op in werk, vrienden, familie, sport en andere hobby's. Dan geef je elk onderdeel een cijfer voor belang en hoe gelukkig je er momenteel mee bent. Zo is het gemakkelijker om keuzes te maken en kun je je prioriteiten bijstellen." Waar metingenfixatie al goed voor is… Hemeltergend. Dit is een mooi voorbeeld van hoe een stroming als metingenfixatie of neoliberalisme in alledaagse activiteiten binnensluipt, omdat het grotere plaatje van de gevolgen ontbreekt.
Structuur als buffer
Volgens Sterkens begint alles bij het herstel van een werkdag (huh? moet je het dan normaal vinden dat je in een werkdag beschadigd geraakt??). "Dat betekent op zoek gaan naar echte ontspanning, niet de schijnversie ervan. Opnieuw geen woord over stress vermijden. Scrollen op je smartphone lijkt rust, maar je lichaam herstelt er vaak niet van." Ook Dehaes benadrukt het belang van offline gaan. "Een smartphone een halfuur wegleggen klinkt simpel, maar jongeren merken meteen dat hun hoofd rustiger wordt. Sociale media vullen elke leegte, maar je brein heeft die leegte net nodig om te herstellen." Zie ook Asociale media.
Daarnaast blijkt structuur een belangrijke buffer. "Tijdens de coronaperiode verloren jongeren hun ritme. Nu vinden velen dat niet terug of hebben ze net moeite met de opgelegde structuur," zegt Dehaes. Voor zover die "structuur" geen chaos is; want ook dat wordt dikwijls normaal gevonden tegenwoordig, in bedrijven die hun eigen organisatie niet meer in orde krijgen. "Maar die is echt belangrijk: vaste uren, pauzes, regelmaat: het klinkt ouderwets, maar het beschermt." Repetitieve taken ook.
Schellens herkent intussen veel van die inzichten. "Ik wilde altijd maar bewijzen dat ik het kon. En ik dacht dat ik ontspande door te scrollen, maar mijn hoofd werd alleen voller (!!)." Intussen zijn haar dagen als leerkracht gestructureerd: vrije tijd is nu ook echt rust. "Al is het met vallen en opstaan." Het begint al…
Experts blijven evenwel benadrukken dat jongeren niet de enigen zijn die iets moeten doen. "Werkgevers en de maatschappij spelen een cruciale rol. Daar moet vooral veel veranderen", benadrukt Lauwers. Een waarheid als een koe. Waarom gebeurt er zo weinig op dat vlak? Basale fouten wegwerken is niet zo moeilijk; je moet ze alleen willen zien.
11 – Jongeren getuigen over hun burn-out: "Alles waar ik zelf schaamte rond voel, wil ik doorbreken, voor mij en voor anderen"
Cijfers bevestigen: het aantal burn-outs blijft hardnekkig stijgen, vooral bij jongeren. Jong en al opgebrand zijn, hoe voelt dat? En hoe raakten ze eruit? "Zie het als een kans om je leven opnieuw vorm te geven."
Tine Reynaers, De Standaard, 12 september 2025 Nog maar eens dezelfde. Hier geeft ze nog extra voorbeelden.
Loes van Look (35): "Ik dacht: een burn-out? Dat is toch iets voor vijftigers?"
Loes van Look kreeg een burn-out op haar 27ste. "Ik was marketingmanager (op haar 27ste; wat al aangeeft dat het werkveld vergeven is van managers) en freelancejournalist en dacht: dit kan mij toch niet overkomen? Een burn-out, dat was toch iets voor vijftigers?" Toch ging het licht plots uit. Ze zat bij de dokter met aanhoudende hoofdpijn, hij concludeerde dat Loes een burn-out had. "Ik snapte het niet, ik was nog zo jong." Hier zien we toch wel een groot nadeel van het toekennen van een syndroom (zoals burn-out) aan een reeks symptomen (zie ook Burn-out – Een overzicht en Long covid). Aan een burn-out hangt zowiezo een lang herstel vast, maar misschien zijn de symptomen wel op een andere manier te behandelen?
Wat meespeelde, was niet alleen het teveel aan werk. "Ik pendelde elke dag in de spits, was net gaan samenwonen en had een nieuwe job. Die bleek absoluut niet wat ik ervan had verwacht: de toxische werkcultuur in combinatie met het gebrek aan inwerking en begeleiding (dit komt hier al enkele keren terug: de gestresseerde ouderen hebben geen tijd of energie meer voor begeleiding) deden me de das om." Wat ze eerder bedoelde: "de samenvoeging van professionele en persoonlijke stressbronnen deed mij de das om".
De dokter schreef haar twee weken thuis voor, maar dat werden uiteindelijk zes maanden. "Ik volgde veel therapieën, vaak dingen die lichaam en geest combineerden. Ademhalingsoefeningen, hartkloppingen leren begrijpen (zie ook Blijven ademen), opnieuw connectie maken met mijn lichaam. Pas toen begon het te dagen. Ik leerde analyseren wat me stress gaf. Mijn probleem met autoriteit, bijvoorbeeld. Hupsakee, het wordt weer persoonlijk gespeeld. Iedereen heeft immers problemen met autoriteit. Het is echter vooral de ellende van basale fouten die stress veroorzaakt, in organisatie- en (vooral) informatiesystemen. Dat inzicht maakte dat ik mijn leven anders ben gaan inrichten." Je moet wel, als je baas niks wil weten van basale fouten.
Een jaar later begon Loes als zelfstandig bloemist. "Velen verklaarden me gek: zelfstandige worden na een burn-out leek niet slim. Maar voor mij werkte het: geen baas en mijn eigen tempo en agenda bepalen." Zolang je kan wegblijven van sproeimiddelen…
In de bloemenwereld komt ze opvallend veel mensen tegen die ook een burn-out hebben gehad. "Het lijkt een bepaalde aantrekkingskracht te hebben: met je handen bezig zijn, natuur, rust, connectie met je lichaam." Klopt wel. Dit is ook een interessante combinatie van routinewerk en creativiteit, en routine geeft rust.
Loes praat er vandaag open over. "Op sociale media deel ik bewust die blik achter de schermen. Eerst voor mezelf, om schaamte los te laten. Maar ik merk dat het ook anderen helpt. Alles waar ik zelf schaamte rond voel, wil ik doorbreken – voor mij en voor anderen."
Wouter Radeur (26): "Het heeft mij geleerd hoe ik voor mijzelf moet zorgen"
Op zijn 22ste, in zijn laatste jaar bachelor, voelde Wouter Radeur zich compleet uitgeput. Hij studeerde, deed vrijwilligerswerk en werkte als jobstudent. "Het voelde op een bepaald moment alsof ik drie jobs tegelijk deed. Fysiek en mentaal was ik uitgeput en elke kleine opdracht voelde zwaar aan." Toch bleef hij uit sociale druk verdergaan. "Ik snapte niet waar die uitputting vandaan kwam. Ik was student, een vrije vogel dus. Waarom voelde alles dan toch zo zwaar aan?"
Op een dag werd hij wakker en besliste hij dat het zo niet verder kon. "De dokter wist me te vertellen dat ik te kampen had met een burn-out. Het voelde als een verademing dat iemand zag wat er aan de hand was (de aantrekkingskracht van een syndroom!), terwijl ik het zelf nauwelijks kon benoemen."
Zijn omgeving speelde een cruciale rol in zijn herstel. Kotgenoten hielpen met boodschappen, zijn stageplaats was flexibel en therapie gaf hem ruimte om te herstellen. Ook corona hielp hem te vertragen: "Ik zet mij graag in als vrijwilliger en neem veel verantwoordelijkheden op. Dat die zaken even stilvielen, verplichtte mij om rust te nemen."
Vandaag kijkt Wouter dankbaar terug op die periode. "Het was verschrikkelijk zwaar, maar ik ben blij hoe die periode mijn leven nu op een positieve manier beïnvloedt. Het heeft mij geleerd hoe ik voor mijzelf moet zorgen en hoe een omgeving enorm veel hulp kan bieden." Hij maakte zijn studies af, volgde nog een master en werkt intussen een jaar als beleidsmedewerker rond jeugdwerk. "Er is zelfs weer ruimte voor vrijwilligerswerk op een manier dat ik ervan kan genieten. Een burn-out kan ook jongeren overkomen, maar het is geen einde. Het is een kans om je leven opnieuw vorm te geven." Een beetje jammer wel dat niet duidelijk wordt hoe hij dat heeft geflikt, zoals Brankele Frank in Over de kop.
Indy Teurelincx (30): "Ik heb de laatste jaren harder gewerkt dan ooit tevoren: niet voor anderen, maar voor mijzelf"
Ongeveer drie jaar geleden viel Indy Teurelincx uit wegens mentale problemen. Ze probeerde jarenlang moeilijkheden uit haar jeugd te onderdrukken met een druk leven: veel sporten, talloze hobby's en vooral hard werken. Dat deed ze onder andere in de evenementensector. "Altijd bezig zijn was mijn manier om niet te voelen wat er eigenlijk speelde."
"Tot mijn therapeut zei dat ik volledig op mijn limiet zat. Ik besloot in opname te gaan om volledig tot rust te komen." Ze werkte nog tot de laatste dag voor haar opname en zelfs daarna had ze het moeilijk om het werk los te laten. "Het was een grote schok. Zowel voor mijzelf als voor mijn omgeving, want velen hadden niet zien aankomen dat ik het al zo lang moeilijk had."
"De eerste weken sliep ik bijna non-stop. Mijn lichaam was echt op." Haar idee was om drie maanden te blijven, maar het herstel bleek langer te duren. "Na een jaar probeerde ik het leven te hervatten, maar dat was lastig. Ik had meer tijd nodig om terug te vinden waar ik energie van krijg. Mensen begrepen dat niet: "Sommige zeiden: 'Ga gewoon weer werken, dan vergeet je al die problemen.' Zulke opmerkingen vertragen het herstel alleen maar. Gelukkig kon ik ook op veel steun rekenen."
Intussen weet Indy wat ze nodig heeft: structuur, afgelijnde taken en een duidelijk evenwicht tussen werk en privé. Met andere woorden: duidelijkheid en werkbaarheid. "In de evenementensector is dat moeilijker. Misschien kan ik dat ooit weer, maar niet nu." Ze voelt zich stilaan wel klaar om opnieuw op te starten. "Ik hoop vooral dat toekomstige werkgevers niet zullen denken dat ik niet hard kan of wil werken. Dat is absoluut niet zo: ik ken mijn noden gewoon beter dan vroeger. Ik heb de laatste jaren harder gewerkt dan ooit tevoren: deze keer niet voor anderen, maar voor mijzelf." Wel opletten met individuen die "in opname" gaan om aan zichzelf te werken; die zijn nog ver van het padje af.
Lisa De Lange (30): "Opnieuw zonder dat zware gevoel met collega's werken, dat was een overwinning"
Vijf jaar geleden kreeg Lisa De Lange een burn-out. Ze werkte als communicatieverantwoordelijke in een start-up met te weinig mensen en te veel werk. Een bron van problemen. Maar waar gaat het nog anders tegenwoordig? "Op mijn eerste werkdag lag al een grote stapel werk te wachten. Ik liep al achter nog voor ik was begonnen." Ze wilde het goed doen en overschreed voortdurend haar grenzen. "Zelfs tijdens mijn vakanties lieten ze me niet met rust."
Al snel doken de eerste signalen op, al herkende ze die toen niet: "Ik sloot me af op het werk, zette mijn koptelefoon op, sprak of lachte nauwelijks nog. 's Nachts werd ik badend in het zweet wakker en zag ik schimmen. Ik stond constant onder stress, werd snel emotioneel en moest vaak huilen. Ik voelde me waardeloos."
Haar omgeving begreep het niet meteen: "Ze zeggen dan: 'Je bent nog jong, hoe kun je nu al opgebrand zijn?'" Toch stapte ze naar de dokter, die haar twee weken rust voorschreef. "Zelfs in die periode contacteerde het werk mij. Uiteindelijk nam ik ontslag." Kort daarna brak corona uit. "Dat bracht ademruimte, maar ook verwarring. Ik moest opnieuw ontdekken waar ik energie uit haal. Moeilijk, want ik was het contact met mijn eigen gevoelens verloren."
"Uiteindelijk hielpen vrienden mij bij die zoektocht: tekenen, dansen, muziek. In het begin was dat moeilijk, want je blijft gefixeerd op productief zijn. Maar stilaan werd mijn zware hoofd wat lichter en kon ik opnieuw genieten."
Na haar herstel kon Lisa weer aan de slag. "Opnieuw zonder dat zware gevoel met collega's samenwerken, dat was een overwinning." Vandaag zoekt ze een nieuwe job. Dat verloopt moeizaam. "Ik krijg vaak geen reactie. Dat is ontmoedigend." Solliciteren is stresserend! Bovendien wil ze niet zomaar om het even welke job aannemen. "Ik wil een keuze maken op gevoel. Als het niet juist zit, begin ik er niet meer aan." Vandenbroucke's grijze zone van langdurig werkonbekwamen… Gevoel betaalt geen rekeningen.
12 – Ontslagen omdat je dagelijks te weinig toetsen indrukt? Europa wil AI-management beteugelen
Van sollicitatie tot ontslag: algoritmes nemen steeds vaker beslissingen die diep in het werkleven ingrijpen. Het Europees Parlement wil nu duidelijke grenzen trekken. "Een computer kan nooit de baas zijn."
Tine Reynaers, De Standaard, 18 december 2025
In magazijnen bepalen algoritmes steeds vaker het werktempo en de pauzes. CV's worden automatisch gescreend en in sommige bedrijven spelen algoritmes een rol bij evaluaties, promoties of ontslagen. En ook wie van thuis werkt, merkt dat digitale ogen meekijken. Artificiële intelligentie fungeert niet langer alleen als hulpmiddel op de werkvloer, maar ook steeds vaker als baas.
Die evolutie baart het Europees Parlement zorgen. Het vraagt daarom strengere regels voor de inzet van artificiële intelligentie bij managementbeslissingen. "Digitale systemen kunnen werk efficiënter organiseren", zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit). "Maar we zien ook hoe ze werknemers voortdurend monitoren, het werktempo opdrijven en beslissingen nemen zonder uitleg. Het is geen uitzondering meer dat algoritmes mee bepalen wie zijn job verliest en wie mag blijven. Dat gaat te ver", zegt Van Brempt. En toch vind ik het een vreemde evolutie, met die AI. Altman en co gooien LLM's op de markt, en ineens wordt AI voor vanalles en nog wat gebruikt, blijkbaar ook voor processen die met LLM's niets te maken hebben. Ik vermoed eerder dat al dan niet duistere individuen van vlees en bloed AI gebruiken om zelf niet meer te moeten nadenken, en meer nog om ongefundeerde willekeurige beslissingen te maskeren. En dan krijgt AI de schuld…
Daarom trekt het parlement een duidelijke lijn: menselijke controle moet altijd doorslaggevend blijven. AI mag ondersteunen en aanbevelen, maar nooit autonoom beslissen over gevoelige zaken zoals loon, evaluaties, promoties of ontslag. "Een werknemer mag niet automatisch ontslagen worden omdat een systeem zijn productiviteit lager inschat," benadrukt Van Brempt. "Er moet altijd een leidinggevende zijn die dat oordeel controleert, motiveert en er verantwoordelijkheid voor neemt." Een AI-oordeel "controleren" is rap gedaan. Een willekeurige beslissing motiveren is even gemakkelijk als zonder AI. En verantwoordelijkheid nemen is gemakkelijk als daar geen verantwoording voor moet afgelegd worden.
Ingedrukte toetsen tellen
Extra aandacht gaat naar zogeheten bossware: software die werknemers monitort, zowel op kantoor als thuis. Dat is toch geen AI? Dat kan gaan van het tellen van het dagelijks aantal ingedrukte toetsen op het toetsenbord tot registratie van muisbewegingen of locatietracking. In extreme gevallen zelfs het inzetten van camera's of microfoons. En het inkijken van mailaccounts. "Monitoring is niet per definitie verboden", zegt Van Brempt. "Maar werknemers hebben het recht om te weten welke gegevens worden verzameld, met welk doel en wat ermee gebeurt." Dit is een venijnige vorm van managerialisme, omdat die direct ingrijpt in het welbevinden van werknemers.
Die transparantie moet er volgens het parlement ook al zijn bij het begin van een loopbaan. Kandidaten moeten weten wanneer en hoe geautomatiseerde systemen hen filteren of rangschikken tijdens een sollicitatieprocedure. Moeten weten? En wie gaat hen dat zeggen?
LEES OOK: Solliciteren met AI en beoordeeld worden door AI: krijgt iedereen dan dezelfde kansen op een job?
Vandaag bestaan er al specifieke regels voor platformwerkers, zoals fietskoeriers, die al langer door AI worden aangestuurd. De beperkingen van algoritmisch management in die sector zijn expliciet opgenomen in de Europese wetgeving. "Het is moeilijk uit te leggen dat de ene werknemer wel beschermd is en de andere niet, terwijl ze door dezelfde software worden aangestuurd", zegt Van Brempt. Het parlement wil die bescherming nu uitbreiden naar alle werknemers, ongeacht hun statuut. Ze bedoelt dat ze misschien zelf een voorstel gaat doen in die zin…
De bal ligt nu bij de Europese Commissie, die de aanbevelingen moet vertalen in concrete regelgeving. Dat kan volgens Van Brempt onder meer via de aangekondigde Europese Quality Jobs-richtlijn, die volgend jaar wordt verwacht. "Nieuwe technologie kan ongelooflijk nuttig zijn (maar ook ongelooflijk onnuttig!)", besluit Van Brempt. "Maar nooit ten koste van het welzijn van werknemers. Een computer kan nooit de baas zijn." Oeps… te laat.
LEES OOK: Is Vlaanderen klaar voor de impact van AI op de jobmarkt?
13 – Ben ik burn-out? Klachten, symptomen, kenmerken en tips.
Dit is één van de vele commerciële websites met uitleg over burn-out en de behandeling daarvan. De commerciële insteek (herstel binnen 6 tot 10 weken; kennismaken is gratis, online training €185, persoonlijke coaching €2130, om je een idee te geven) is een afknapper, maar hier staan wel wat interessante dingen, zoals kenmerken van burn-out, en ook een burn-out test. Nu maak ik nooit reclame voor een online test, en dat ga ik ook hier niet doen, maar misschien moet je toch eens kijken. In Sectie 9 hierboven had ik aangehaald dat ingrijpen op de persoon het probleem van overmatige stress niet oplost. In deze vragenlijst worden tientallen aspecten aangehaald die volgens mindtuning.nl ("Vastloop Specialist. Voor Ambitieuze Professionals. Mentaal vastgelopen? Opgelost in twee sessies. Zelden meer."; echt waar…) invloed hebben op de ontwikkeling van een burn-out, en die lijst is in dat opzicht behoorlijk interessant. De technische kanten van een werkomgeving (basale fouten in informatie- en organisatiesystemen) worden ook hier niet genoemd, maar wel een aantal aspecten van de werkomgeving waar een werkgever wel degelijk iets aan kan doen.
14 – Een derde van de werkende Belgen nam voorbije jaar ziekteverlof om mentale redenen
Bijna een derde van de werkende Belgen heeft het voorbije jaar minstens één keer ziekteverlof genomen om mentale of psychologische redenen. Dat aandeel blijft toenemen: van 26 procent twee jaar geleden naar 31 procent nu. Dat blijkt uit het Mind Health Report van verzekeraar AXA. Geen goed vooruitzicht.
Belga, 08-06-2026
Vooral jongere werknemers vallen uit. Bij de 18- tot 34-jarigen loopt het aandeel op tot 44 procent, tegenover 13 procent bij de 55-plussers. Dit is weer een andere kijk op het probleem van de vermoeiingsaandoeningen, nl. dat van ziekteverlof (niet per se langdurig) om mentale redenen. Volgens professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis (KU Leuven) is de oorzaak zelden éénduidig. "Het is niet één factor, maar een combinatie van factoren waardoor we ons minder goed in ons vel voelen. Drie op de vier respondenten duiden meerdere factoren aan", zegt hij. Gemiddeld worstelt men met vijf stressoren (externe stressbronnen) tegelijk. De grootste boosdoeners zijn onzekerheid over de toekomst (46%) en financiële onzekerheid (44%), factoren die vooral bij jongeren erg doorwegen. Dit is een duidelijke bevestiging van de oorzaken van toenemende stress bij jongeren. "Daarnaast spelen eenzaamheid, een overdaad aan negatief nieuws, en de algemene werk- en maatschappelijke stress een belangrijke rol." Werkstress hebben we aan het neoliberalisme te danken, maatschappelijke stress vooral aan digitalisering en asociale media.
Stijging afremmen
De regering De Wever wil de stijging van het aantal langdurig zieken afremmen met nieuwe maatregelen zoals onder meer snellere en nauwere opvolging. Na de recente heisa rond de langdurig zeken en ziekenfondsen zal dat weinigen verbazen, maar dit is uiteraard maar een partiële oplossing. Tenzij je veronderstelt dat de toename van de afwezigheden wordt veroorzaakt door het faken van mentale problemen. Het lijkt misschien efficiënt om de 'cijfers' terug te dringen door een directe aanpak van de veroorzakers van de cijfers (de werkonbekwamen), maar de oorzaken van de stress worden daarmee niet aangepakt, laat staan de veroorzakers van de stress, die mogelijk worden ontzien omdat ze het BBP ondersteunen. Basale fout: symptoombestrijding. Professor Godderis stelt zich echter vragen bij de effectiviteit van meer controles. "Het probleem is dat mentale klachten zich niet objectief laten meten met pakweg een hersenscan. Vanuit de gedragswetenschappen weten we bovendien dat controle mensen defensief en passief maakt", legt hij uit. "Om mensen weer aan het werk te krijgen, moeten we veel meer inzetten op positieve begeleiding, preventie en een ondersteunende werkomgeving (persoonsgericht; zie ook Secties 9 – 10 – 11 )." Ook hier verzuimt Godderis weer te verwijzen naar de bron van de ellende, nl. de stressoren in de werk- en leefomgeving.
Misschien toch nog even over basale fouten.
– Het verschil tussen 'stress' en 'stressor' is uiteindelijk een vlag-en-ladingprobleem dat wel een grote rol kan spelen. Naarmate de term 'stress' wordt gebruikt in plaats van 'stressor' (wat zeer dikwijls het geval is), wordt de aandacht afgeleid van de externe stressbronnen naar de interne stresservaring, met als gevolg de algemene neiging om het probleem op te lossen door de gestreste persoon beter te ondersteunen.
– Die algemene neiging is een vorm van symptoombestrijding. Het kernprobleem is immers een teveel aan stressoren. Vermits die niet worden aangepakt, maar integendeel nog toenemen zolang het neoliberalisme niets in de weg wordt gelegd, zal het probleem niet verminderen, laat staan opgelost worden.
De cijfers passen in een breder beeld van afnemend mentaal welzijn. Volgens AXA bevindt de helft van de Belgen zich voor het eerst sinds de start van de studie in 2021 in een negatieve spiraal. "Het gaat over mensen die zich niet optimaal voelen of mentaal echt vastzitten. De studie maakt onder meer gebruik van een gevalideerde schaal, die depressie, angst en stress meet. Daarnaast wordt er gepeild naar zowel zelfgerapporteerde symptomen als medische diagnoses", legt Godderis uit.
Bovendien geeft 31 procent aan met een mentaal gezondheidsprobleem te kampen en zegt 18 procent aan een depressie te lijden. "De drempel om over mentaal welzijn te spreken, is verlaagd (wat de meldingen kan beïnvloeden), maar er kampt effectief ook een grote groep met reële gezondheidsproblemen", aldus Godderis. De term 'mentaal probleem' wordt in het onderzoek breed ingevuld. Het bundelt echte medische aandoeningen (zoals depressies en angststoornissen) samen met een algemeen gevoel van slecht in je vel zitten.
Ondersteuning door AI
Toch zoekt lang niet iedereen hulp: 48 procent (van wie? vermoedelijk van die 1/3 die ziek vallen) raadpleegde het afgelopen jaar geen specialist in mentale gezondheid. De belangrijkste drempels zijn de kostprijs van een consultatie of begeleiding (36 procent) en de overtuiging dat begeleiding niet nodig is (35 procent). En de wachtlijsten, en de twijfels over de effectiviteit van psychologische begeleiding…
Opvallend: 54 procent van de Belgen heeft al AI gebruikt ter ondersteuning van mentaal welzijn (om de drempels te omzeilen; AI als valkuil). Bij Belgen jonger dan 35 gaat het zelfs om 74 procent (wegens meer geloof in AI). Dat gaat echter soms ook grondig mis, één op de vijf geeft aan dat een AI-taalbot schadelijke adviezen gaf. Een AI-taalbot geeft lukrake adviezen; niet verwonderlijk dat die soms schadelijk zijn. "AI-modellen zoals ChatGPT zijn voorgeprogrammeerd om de gebruiker naar de mond te praten", stelt Godderis (hij is ervaringsdeskundige?). "Ze zijn erg sterk in parafraseren: ze herhalen jouw probleem op een empathische manier, waardoor je je snel begrepen voelt. Zo is het. Dat geeft erkenning, maar het is géén therapeutisch advies. Een échte therapeut zal je, in tegenstelling tot een AI-bot, ook durven tegenspreken."
Op de werkvloer blijft het aanbod (van mentale steun) beperkt. Bij 40 procent van de werkende Belgen biedt de werkgever geen enkel initiatief rond mentale gezondheid aan, terwijl 80 procent zegt zulke ondersteuning te zullen gebruiken als die er is. Het Mind Health Report is een jaarlijkse studie die IPSOS in opdracht van AXA uitvoerde bij 19.000 volwassenen in 18 landen, onder wie 1.000 Belgen tussen 18 en 75 jaar.
